KNMG

Overzicht beroepen en voorbehouden handelingen Wet BIG

Overzicht van de beroepen, titelbescherming, registratie en voorbehouden handelingen onder de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst Originele bron

1. Wet BIG

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) geldt sinds 1997 en reguleert de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg. Anders dan zijn voorganger, de Wet op Uitoefening van de Geneeskunst (WUG), laat de Wet BIG de geneeskunst in beginsel vrij aan iedereen, met uitzondering van een aantal (voorbehouden) handelingen die alleen zelfstandig mogen worden geïndiceerd en verricht door daartoe bevoegden. Het doel van de Wet BIG is het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg en het beschermen van patiënten tegen ondeskundig of onzorgvuldig handelen van beroepsbeoefenaren. Dit gebeurt via verschillende regelingen, waaronder de regelingen van registratie in het BIG-register, titelbescherming, het publiekrechtelijk tuchtrecht en de al genoemde voorbehouden handelingenregeling. Niet voor elke beroepsbeoefenaar gelden dezelfde regelingen. De Wet BIG maakt onderscheid tussen drie groepen beroepsbeoefenaren. Deze worden vaak aangeduid met het wetsartikel waarin het beroep in de Wet BIG is vastgelegd: de artikel-3-, artikel-34- en artikel-36a-beroepen. In dit overzicht wordt per beroepsgroep toegelicht welke regels voor die groep gelden. Ook kunt u lezen welke voorbehouden handelingen er zijn, welke beroepen die zelfstandig mogen uitvoeren en onder welke voorwaarden deze door anderen mogen worden verricht. In overzichtstabellen zijn de verschillende regelingen en bevoegdheden per beroepsgroep terug te vinden. Over het tuchtrecht als zodanig leest u meer in het dossier Tuchtrecht op de website van de KNMG.

2. Artikel-3-beroepen

Welke beroepen? De elf artikel-3-beroepen zijn1: 1. Apotheker 2. Arts 3. Fysiotherapeut 4. Gezondheidszorgpsycholoog 5. Klinisch technoloog 6. Orthopedagoog-generalist 7. Physician assistant 8. Psychotherapeut 9. Tandarts 10. Verloskundige 11. Verpleegkundige

Titelbescherming en inschrijving BIG-register

Voor de elf bovenstaande beroepen geldt de zwaarste regeling. De titels van de artikel-3-beroepen zijn wettelijk beschermde beroepstitels. Dit betekent dat iemand zich niet zomaar als bijvoorbeeld ‘gezondheidszorgpsycholoog’ mag uitgeven. Het recht om een wettelijk beschermde beroepstitel te voeren, ontstaat op het moment dat iemand zich als zodanig in het BIG-register heeft ingeschreven (artikel 4 Wet BIG). Anders gezegd: je mag je pas als ‘artikel- 3-beroepsbeoefenaar’ presenteren als je in het BIG-register als zodanig staat ingeschreven. Inschrijving in het BIG-register is alleen mogelijk als je aan bepaalde eisen voldoet (artikel 6 Wet BIG).2 Zo moet je eerst de vereiste opleiding met goed gevolg hebben afgesloten. Een voorbeeld ter verduidelijking: iemand mag zich pas uitgeven als ‘arts’ als diegene de opleiding tot arts succesvol heeft afgerond en zich daarna als arts in het BIG-register heeft ingeschreven.

Specialistentitels

Naast een wettelijk erkende beroepstitel mogen sommige apothekers, artsen, gezondheidszorgpsychologen, tandartsen en verpleegkundigen een wettelijk erkende specialistentitel voeren (artikel 14 Wet BIG). Het gaat hierbij om specialistentitels die door hun beroepsorganisaties in het leven zijn geroepen en die vervolgens door de minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport wettelijk zijn erkend. De specialistentitels worden ook in het BIG-register opgenomen. Een voorbeeld van een wettelijk erkende specialistentitel voor de beroepsgroep van artsen is de titel ‘psychiater’. Om als wettelijk erkend specialisme te kunnen worden aangemerkt, moet aan bepaalde in de Wet BIG beschreven voorwaarden worden voldaan (artikel 14 lid 2 Wet BIG), zie ook de Beleidsregels wettelijke erkenning specialistentitel Wet BIG. Publiekrechtelijk tuchtrecht De artikel-3-beroepsbeoefenaren vallen onder het publiekrechtelijk tuchtrecht (artikel 47 Wet BIG). Tegen een artikel-3-beoefenaar kan bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) een tuchtklacht worden ingediend. Tegen uitspraken van een RTG kan beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg (CTG). De tuchtcolleges kunnen een aangeklaagde beroepsbeoefenaar een maatregel opleggen, waarvan sommige bevoegdheidsbeperkend zijn, zoals een gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid in het register ingeschreven staande het betrokken beroep uit te oefenen. De zwaarste maatregel die het college kan opleggen is doorhaling in het BIG-register.

1

Op 25 februari 2022 heeft minister Kuipers van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer laten weten voornemens te zijn de BMH voor de specifieke context van de spoedeisende acute zorg - te weten de ambulancezorg, spoedeisende hulp en cardiodiagnostiek/interventiecardiologie - op te nemen in artikel 3 Wet BIG en een functioneel zelfstandige bevoegdheid toe te kennen voor het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen.

2

Juristen spreken in dit verband vaak van het systeem van ‘constitutieve registratie’. Voorbehouden handelingen In artikel 36 Wet BIG is per voorbehouden handeling vastgelegd welke artikel-3-beroepsbeoefenaren deze handeling zelfstandig mogen indiceren en uitvoeren en welke voorwaarden daarvoor gelden. Het gaat om zes van de elf artikel-3-beroepen. Het betreft artsen, klinisch technologen, physician assistants, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundig specialisten. Voor artsen geldt dat zij alle voorbehouden handelingen zelfstandig mogen indiceren en uitvoeren. De enige voorwaarde die voor hen geldt is dat zij ook bekwaam zijn om de voorbehouden handeling uit te voeren (artikel 35a Wet BIG). Bekwaam houdt in het beschikken over de kennis en vaardigheid die noodzakelijk zijn voor het behoorlijk uitvoeren van een voorbehouden handeling bij een specifieke patiënt. ƒ Kennis over het ziektebeeld van de zorgvrager. ƒ Kennis over de handeling, de technieken, het doel, de anatomie, de risico’s (contra-indicaties), voor- en nazorg en eventuele complicaties die bij specifieke patiënten kunnen optreden. ƒ Kennis over veiligheids- en hygiënerichtlijnen die van toepassing zijn op deze handeling. ƒ Vaardigheid met betrekking tot de uitvoering van de handeling en bijkomende activiteiten (beslissen, interpreteren, communiceren, waaronder het adequaat met de zorgvrager kunnen communiceren ten aanzien van de handeling: angstreductie, informatie geven et cetera). Voor de klinisch technologen, physician assistants, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundig specialisten geldt dat zij alleen die voorbehouden handelingen mogen uitvoeren die tot hun deskundigheidsgebied behoren (artikel 36 Wet BIG). Daarnaast moeten zij uiteraard ook bekwaam zijn om die voorbehouden handelingen uit te voeren (artikel 35a Wet BIG). De deskundigheidsgebieden van de artikel-3-beroepen zijn per beroepsgroep in een regeling beschreven: ƒ Klinisch technologen: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch technoloog ƒ Physician assistant: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant ƒ Tandarts: Besluit opleidingseisen tandarts ƒ Verloskundige: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008 ƒ Verpleegkundig specialist: Regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten Voor de klinisch technologen, physician assistants en verpleegkundig specialisten gelden – naast de twee netgenoemde voorwaarden dat de voorbehouden handeling tot hun deskundigheidsgebied behoort en dat zij voldoende bekwaam zijn om deze handeling zelfstandig te indiceren en verrichten – ook nog aanvullende voorwaarden, zie hieronder.

Aanvullende voorwaarden klinisch technologen

Op basis van artikel 5 lid 3 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch technoloog mogen klinisch technologen alleen de aan hun toegewezen voorbehouden handelingen uitvoeren als: ƒ deze handelingen binnen de deskundigheid van gangbare en complexe technisch-medische handelingen vallen als bedoeld in artikel 5 lid 1 en 2 van het besluit; en ƒ worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Aanvullende voorwaarden physician assistant

Op basis van artikel 5 lid 3 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant mogen physician assistants de aan hun toegewezen voorbehouden handelingen alleen uitvoeren als de handelingen: ƒ vallen binnen het deelgebied van de geneeskunst waarbinnen de physician assistant is opgeleid; ƒ van een beperkte complexiteit zijn; ƒ routinematig zijn; ƒ waarvan de risico’s te overzien zijn; en ƒ die worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Aanvullende voorwaarden verpleegkundig specialisten

Op basis van artikel 6 van de Regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten mogen verpleegkundig specialisten de aan hun toegewezen voorbehouden handelingen alleen uitvoeren als: ƒ deze plaatsvinden binnen de uitoefening van het deelgebied van het beroep waarvoor de verpleegkundig specialist een erkende specialistentitel mag voeren; ƒ deze van een beperkte complexiteit zijn; ƒ het routinematige handelingen zijn; ƒ het handelingen betreft waarvan de risico’s te overzien zijn; en ƒ de handelingen worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Opdrachtconstructie voor voorbehouden handelingen

Beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn om bepaalde voorbehouden handelingen te indiceren en verrichten, kunnen niet-zelfstandig bevoegden (beroepsbeoefenaren volgens de Wet BIG of anderen) onder voorwaarden ook opdracht geven een bepaalde voorbehouden handeling uit te voeren.3 Zo kan een arts een verzorgende in de individuele gezondheidszorg de opdracht verstrekken een injectie met pijnstilling toe te dienen aan een patiënt. De voorwaarden zijn vastgelegd in artikel 35 en 38 Wet BIG. Zo moet de opdrachtgever in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat de opdrachtnemer voldoende bekwaam is, zo nodig aanwijzingen geven en zorgen voor toezicht en tussenkomst bij de uitvoering van de voorbehouden handeling. De opdrachtnemer moet bij zichzelf nagaan of hij voldoende bekwaam is om de voorbehouden handeling uit te voeren. Zo moet de opdrachtnemer bij zichzelf nagaan of hij voldoende bekwaam is de voorbehouden handeling uit te voeren en moet de opdrachtgever voldoende toezicht houden over de uitvoering van de voorbehouden handeling. De opdrachtgever moet in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat de opdrachtnemer voldoende bekwaam is, zo nodig aanwijzingen geven en zorgen voor toezicht en tussenkomst bij de uitvoering van de voorbehouden handeling. Bekwaam houdt in het beschikken over de kennis en vaardigheid die noodzakelijk zijn voor het behoorlijk uitvoeren van een voorbehouden handeling bij een specifieke patiënt, zoals; ƒ Kennis over het ziektebeeld en de medische achtergrond van de zorgvrager. ƒ Kennis over de handeling, de technieken, het doel, de anatomie, de risico’s (contra-indicaties), voor- en nazorg en eventuele complicaties die bij specifieke patiënten kunnen optreden. ƒ Kennis over veiligheids- en hygiënerichtlijnen die van toepassing zijn op deze handeling. ƒ Vaardigheid met betrekking tot de uitvoering van de handeling en bijkomende activiteiten (beslissen, interpreteren, communiceren, waaronder het adequaat met de zorgvrager kunnen communiceren ten aanzien van de handeling: angstreductie, informatie geven et cetera).

Functionele zelfstandigheid

Voor twee artikel-3-beroepen – de verpleegkundigen en (binnen die beroepsgroep) de ambulanceverpleegkundigen4 – geldt een bijzondere regeling ten aanzien van het in opdracht uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen (artikel 39 Wet BIG). Deze regeling houdt in dat zij in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar, maar zonder toezicht en tussenkomst van de opdrachtgever, bepaalde voorbehouden handelingen die tot hun deskundigheidsgebied behoren, zelfstandig mogen uitvoeren. Dit wordt ook wel functionele zelfstandigheid genoemd. In artikel 2 en 3 van het Besluit functionele zelfstandigheid is voor respectievelijk de verpleegkundige en in het bijzonder de ambulanceverpleegkundige vastgelegd welke voorbehouden handelingen

3

Een uitzondering geldt voor de voorbehouden handeling uit artikel 36 lid 14 Wet BIG: het voorschrijven van een UR-geneesmiddel. Het verstrekken van een opdracht door een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar tot het voorschrijven van een UR-geneesmiddel aan een niet-zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar is niet mogelijk. Alleen de beroepsbeoefenaars die in artikel 36 lid 14 Wet BIG zijn aangewezen mogen een UR-geneesmiddel voorschrijven en alleen als aan de voorwaarden van het desbetreffende artikel wordt voldaan.

4

Ambulanceverpleegkunde is een expertisegebied binnen de verpleegkunde. Een ambulanceverpleegkundige is een verpleegkundige die na de algemene opleiding tot verpleegkundige de opleiding tot intensive care-verpleegkundige, spoedeisende hulp-verpleegkundige of anesthesie-verpleegkundige met goed resultaat heeft afgesloten en vervolgens het CZO-diploma van de initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige heeft behaald. zij zonder toezicht en tussenkomst mogen uitvoeren. Zo bepaalt artikel 3 van het Besluit functionele zelfstandigheid dat een ambulanceverpleegkundige zonder toezicht door en tussenkomst van de opdrachtgever defibrillatie mag toepassen. Zie overzichtstabel 4.

Geclausuleerde zelfstandige bevoegdheid voorschrijven bepaalde UR-geneesmiddelen

Voor drie groepen gespecialiseerde verpleegkundigen geldt op basis van artikel 36 lid 14 onderdeel d Wet BIG dat zij een geclausuleerde bevoegdheid hebben om zelfstandig bepaalde UR-geneesmiddelen voor te schrijven. Dit wordt ook wel een zelfstandige deelbevoegdheid genoemd. Het betreft de volgende verpleegkundigen: ƒ op het gebied van diabetes mellitus; ƒ op het gebied van de oncologie; ƒ op het gebied van astma en COPD. Genoemde drie groepen verpleegkundigen mogen onder voorwaarden bepaalde medicijnen zelfstandig voorschrijven. Zij mogen de in de Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen aangewezen UR-geneesmiddelen voorschrijven als zij voldoen aan alle voorwaarden uit artikel 36 lid 14 onderdeel d Wet BIG. Dit betekent dat zij UR-geneesmiddelen mogen voorschrijven als: ƒ een arts, tandarts of verloskundige de diagnose heeft gesteld met betrekking tot de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd; ƒ de medische protocollen en standaarden ter zake van het voorschrijven van UR-geneesmiddelen worden gevolgd; ƒ zij zich houden aan de beperkingen die zijn gesteld ten aanzien van de reikwijdte van de voorschrijfbevoegdheid in de Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen; en ƒ van die bevoegdheid een aantekening in het BIG-register is gemaakt.

Wat maakt dat een beroep een artikel-3-beroep wordt?

Hiervoor is in ieder geval bepalend of er behoefte is aan: ƒ publiekrechtelijk tuchtrecht (tuchtrechtcriterium); of ƒ het verlenen van een zelfstandige bevoegdheid tot het verrichten van voorbehouden handelingen (voorbehouden handelingen-criterium). Daarnaast spelen ook andere belangen mee, bijvoorbeeld het belang van een centrale, eenvoudig te raadplegen en betrouwbare registratie van de gerechtigdheid van het voeren van een beroepstitel (het kenbaarheidscriterium) en het belang van een gereglementeerde en beheerste regeling van specialismen binnen

een beroepsdomein (het specialisatiecriterium).5

Zie ook: J.G. Sijmons e.a., Tweede evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Den Haag: ZonMw,

2013, p. 63-66 en de reactie van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de en Veiligheid en Justitie op dit evaluatierapport: Kamerstukken II 2014-2015, 29 282, nr. 211.

3. Artikel-34-beroepen

Welke beroepen? De vijftien artikel-34-beroepen zijn: 1. Apothekersassistent 2. Diëtist 3. Ergotherapeut 4. Huidtherapeut 5. Klinisch fysicus 6. Logopedist 7. Mondhygiënist 8. Oefentherapeut 9. Optometrist 10. Orthoptist 11. Podotherapeut 12. Radiodiagnostisch laborant 13. Radiotherapeutisch laborant 14. Tandprotheticus 15. Verzorgende in de individuele gezondheidszorg (Verzorgende IG)

Titelbescherming

Voor de vijftien bovenstaande beroepen geldt een lichtere regeling dan bij de artikel-3-beroepen. Zij hebben een wettelijk beschermde opleidingstitel maar geen wettelijk erkende beroepstitel. De opleidingstitel mag worden gevoerd als de vereiste opleiding is voltooid (artikel 34 lid 3 Wet BIG). Publiekrechtelijk tuchtrecht Het publiekrechtelijk tuchtrecht is op deze beroepsbeoefenaars niet van toepassing. Voorbehouden handelingen De artikel-34-beroepen zijn niet zelfstandig bevoegd om voorbehouden handelingen uit te voeren. Zij mogen voorbehouden handelingen alleen uitvoeren in opdracht van een daartoe zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar.6 Hierbij moeten zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever aan bepaalde

voorwaarden voldoen (artikel 35 en 38 Wet BIG).

Zo moet de opdrachtnemer bij zichzelf nagaan of hij voldoende bekwaam is de voorbehouden handeling uit te voeren en moet de opdrachtgever voldoende toezicht houden over de uitvoering van de voorbehouden handeling. De opdrachtgever moet in redelijkheid hebben kunnen aannemen dat de opdrachtnemer voldoende bekwaam is, zo nodig aanwijzingen geven en zorgen voor toezicht en tussenkomst bij de uitvoering van de voorbehouden handeling. Bekwaam houdt in het beschikken over de kennis en vaardigheid die noodzakelijk zijn voor het behoorlijk uitvoeren van een voorbehouden handeling bij een specifieke patiënt. ƒ Kennis over het ziektebeeld van de zorgvrager. ƒ Kennis over de handeling, de technieken, het doel, de anatomie, de risico’s (contra-indicaties), voor- en nazorg en eventuele complicaties die bij specifieke patiënten kunnen optreden. ƒ Kennis over veiligheids- en hygiënerichtlijnen die van toepassing zijn op deze handeling. ƒ Vaardigheid met betrekking tot de uitvoering van de handeling en bijkomende activiteiten (beslissen, interpreteren, communiceren, waaronder het adequaat met de zorgvrager kunnen communiceren ten aanzien van de handeling: angstreductie, informatie geven et cetera).

Een uitzondering geldt voor de voorbehouden handeling uit artikel 36 lid 14 Wet BIG: het voorschrijven van een UR-ge-

neesmiddel. Het verstrekken van een opdracht door een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar tot het voorschrijven van een UR-geneesmiddel aan een niet-zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar is niet mogelijk. Alleen de beroepsbeoefenaars die in artikel 36 lid 14 Wet BIG zijn aangewezen mogen een UR-geneesmiddel voorschrijven en alleen als aan de voorwaarden van het desbetreffende artikel wordt voldaan.

Functionele zelfstandigheid

Voor één artikel-34-beroep, de mondhygiënisten, geldt een bijzondere regeling ten aanzien van het uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen (artikel 39 Wet BIG). Deze regeling houdt in dat zij in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar, maar zonder toezicht en tussenkomst van de opdrachtgever, bepaalde voorbehouden handelingen die tot hun deskundigheidsgebied behoren zelfstandig mogen uitvoeren. Dit wordt ook wel functionele zelfstandigheid genoemd. In artikel 4 van het Besluit functionele zelfstandigheid is voor de mondhygiënisten vastgelegd welke voorbehouden handelingen zij zonder toezicht en tussenkomst mogen uitvoeren. Zo is in dat artikel bepaald dat een mondhygiënist zonder toezicht door en tussenkomst van de opdrachtgever lokale anesthesie mag toepassen door het geven van een injectie alsmede het behandelen van primaire caviteiten door middel van preparatie ten behoeve van restauratie met plastische vulmaterialen.

Wat maakt dat een beroep een artikel-34-beroep wordt?

Hiervoor is van belang dat aan één of meer van de drie onderstaande criteria wordt voldaan: ƒ Er is sprake van een publiek belang bij het regelen of aanwijzen van de opleiding van overheidswege. Bijvoorbeeld omdat daar van particuliere zijde niet of onvoldoende in wordt voorzien; of ƒ Het publiek heeft behoefte aan voorlichting. Dit doet zich met name voor bij beroepsbeoefenaren die zich zelfstandig rechtstreeks tot het publiek wenden; of ƒ Het is opportuun om de leden van een beroepsgroep functioneel zelfstandig voorbehouden handelingen te laten verrichten.

4. Artikel-36a-beroepen

Welke beroepen?

Op dit moment is de geregistreerd-mondhygiënist het enige artikel-36a-beroep.7

Titelbescherming en inschrijving BIG-register

Voor artikel-36a-beroepen geldt een bijzondere regeling. De regeling houdt in dat artikel-36a-beroepen tijdelijk, maar maximaal voor vijf jaar – bij wijze van experiment – in het BIG-register worden opgenomen en tijdens die periode bepaalde voorbehouden handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Deze bijzondere regeling is in het leven geroepen om te onderzoeken of het wenselijk is om de artikel-36a-beroepen definitieve zelfstandigheid te geven voor het uitvoeren van de desbetreffende voorbehouden handelingen. De artikel-36a-beroepen worden ook wel de ‘experimenteerberoepen’ genoemd. Publiekrechtelijk tuchtrecht Het publiekrechtelijk tuchtrecht is gedeeltelijk van toepassing op de artikel-36a-beroepen, namelijk voor zover het gaat om voorbehouden handelingen die hij of zij heeft verricht in de periode waarin hij of zij daartoe zelfstandig bevoegd was (artikel 36a lid 6 Wet BIG). Voorbehouden handelingen Artikel-36a-beroepen hebben een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid voor het uitvoeren van die voorbehouden handelingen die tot hun deskundigheidsgebied behoren. Om welke voorbehouden handelingen het gaat of eventueel nog andere voorwaarden gelden voor het uitvoeren van de voorbehouden handelingen, moet worden beschreven in een algemene maatregel van bestuur. Voor de geregistreerd-mondhygiënist is in het Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid geregistreerd-mondhygiënist vastgelegd: 1. wat het deskundigheidsgebied van een geregistreerd-mondhygiënist is; en 2. welke voorbehouden handelingen een geregistreerd-mondhygiënist mag uitvoeren en welke voorwaarden hiervoor gelden.

Wat maakt dat een artikel-36a-beroep een artikel-3-beroep wordt?

Wanneer uit het experiment blijkt dat opname in het BIG-register e.d. leiden tot effectieve en efficiënte zorg, dan wordt het artikel-36a-beroep als artikel 3-beroep in het BIG-register opgenomen en wordt daarmee definitieve zelfstandigheid toegekend. Blijkt uit het experiment dat er toch onvoldoende meerwaarde is, dan vervalt de registratie in het BIG-register. De minister voor Medische Zorg en Sport neemt het uiteindelijke besluit.

Sinds 1 mei 2022 is de Bachelor Medisch Hulpverlener (BMH) geen artikel-36a-beroep meer. Op 25 februari 2022 heeft

minister Kuipers van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer laten weten voornemens te zijn de BMH voor de specifieke context van de spoedeisende acute zorg - te weten de ambulancezorg, spoedeisende hulp en cardiodiagnostiek/interventiecardiologie - op te nemen in artikel 3 Wet BIG en een functioneel zelfstandige bevoegdheid toe te kennen voor het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen. Hiertoe is een wijziging van de Wet BIG nodig. Totdat dat wetsvoorstel in werking is getreden, mag de BMH alleen in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar een voorbehouden handeling uitvoeren (artikel 35 en 38 Wet BIG).

5. Voorbehouden handelingen

De wetgever heeft veertien handelingen aangewezen die niet zomaar door iedere zorgverlener mogen worden geïndiceerd en uitgevoerd; de zogenoemde ‘voorbehouden handelingen’. Voorbehouden handelingen zijn handelingen die, wanneer ze door niet-gekwalificeerden worden verricht, onverantwoorde risico’s voor het leven of de gezondheid van de patiënt opleveren. De bevoegdheid om een voorbehouden handeling te verrichten kan op vier verschillende manieren ontstaan. Een beroepsbeoefenaar kan bevoegd zijn omdat: 1. Hij of zij zelfstandig bevoegd is op grond van artikel 36 Wet BIG; 2. Hij of zij een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid heeft op grond van artikel 36a Wet BIG; 3. Hij of zij een functionele zelfstandigheid heeft op grond van artikel 39 Wet BIG; 4. Hij of zij in opdracht van een daartoe zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar een voorbehouden handeling uitvoert (artikel 35 en artikel 38 Wet BIG). In artikel 36 Wet BIG is per voorbehouden handeling vastgelegd welke beroepsbeoefenaars deze handelingen zelfstandig mogen uitvoeren en de mogelijke voorwaarden die daarvoor gelden. Het gaat om de volgende voorbehouden handelingen: 1. Heelkundige handelingen 2. Verloskundige handelingen 3. Endoscopieën uitvoeren 4. Catheterisaties uitvoeren 5. Injecties geven 6. Puncties uitvoeren 7. Onder narcose brengen 8. Radioactieve stoffen gebruiken 9. Electieve cardioversie uitvoeren 10. Toepassen van defibrillatie 11. Elektroconvulsieve therapie toepassen 12. Geneeskundige steenvergruizing uitvoeren 13. Kunstmatige bevruchting uitvoeren 14. Voorschrijven van geneesmiddelen op recept

Tabel 1 Beroepsgroepen en regelingen Wet BIG (samenvatting)

Welke beroepen? Artikel 3 Wet BIG8 Artikel 34 Wet BIG Artikel 36a Wet BIG 1. Apotheker 2. Arts 3. Fysiotherapeut 4. Gezondheidszorgpsycholoog 5. Klinisch technoloog 6. Orthopedagooggeneralist 7. Physician assistant 8. Psychotherapeut 9. Tandarts 10. Verloskundige 11. Verpleegkundige 1. Apothekersassistent 2. Diëtist 3. Ergotherapeut 4. Huidtherapeut 5. Klinisch fysicus 6. Logopedist 7. Mondhygiënist 8. Oefentherapeut 9. Optometrist 10. Orthoptist 11. Podotherapeut 12. Radiodiagnostisch laborant 13. Radiotherapeutisch laborant 14. Tandprotheticus 15. Verzorgende in de individuele gezondheidszorg (Verzorgende IG) Geregistreerdmondhygiënist Welke regelingen en bevoegdheden? ƒ hebben een wettelijk beschermde beroepstitel; ƒ 5/11 beroepen kennen de mogelijkheid van een wettelijk erkende specialistentitel; ƒ moeten zich in het BIGregister registreren; ƒ vallen onder het publiekrechtelijk tuchtrecht; ƒ 6/11 beroepen mogen (bepaalde) voorbehouden handelingen zelfstandig uitvoeren. ƒ 1/11 beroepen heeft een functioneel zelfstandige bevoegdheid tot het uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen. ƒ hebben een wettelijk beschermde opleidingstitel; ƒ mogen zich niet in het BIGregister registreren; ƒ vallen niet onder het publiekrechtelijk tuchtrecht; ƒ hebben geen zelfstandige bevoegdheid tot het uitvoeren van voorbehouden handelingen; ƒ 1/15 beroepen heeft een functioneel zelfstandige bevoegdheid tot het uitvoeren van bepaalde voorbehouden handelingen. ƒ hebben een tijdelijk wettelijk beschermde beroeps titel; ƒ moeten zich tijdelijk registreren in het BIGregister; ƒ vallen tijdelijk en gedeeltelijk onder het publiekrechtelijk tuchtrecht; ƒ mogen tijdelijk zelfstandig bepaalde voorbehouden handelingen uitvoeren. Sinds 1 mei 2022 is de Bachelor Medisch Hulpverlener (BMH) geen artikel-36a-beroep meer. Op 25 februari 2022 heeft minister Kuipers van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer laten weten voornemens te zijn de BMH voor de specifieke context van de spoedeisende acute zorg - te weten de ambulancezorg, spoedeisende hulp en cardiodiagnostiek/ interventiecardiologie - op te nemen in artikel 3 Wet BIG en een functioneel zelfstandige bevoegdheid toe te kennen voor het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen. Totdat het voornoemde voorstel in werking is getreden, mag de BMH alleen in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar een voorbehouden handeling uitvoeren (artikel 35 en 38 Wet BIG).

Overzicht beroepen en voorbehouden handelingen Wet BIG

Tabel 2 Samenvattende tabel per beroep Wet BIG Beroepen Soort beroep Status titelbescherming Registratie in het BIG-register mogelijk? Publiekrechtelijk tuchtrecht van toepassing? Bevoegd tot zelfstandig uitvoeren voorbehouden handelingen? Apotheker Artikel- 3-beroep Beroepstitel Ja Ja Nee Apothekersassistent Artikel- 34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Arts Artikel- 3-beroep Opleidingstitel Ja Ja Ja*

  • Zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van alle voorbehouden handelingen mits bekwaam.

Diëtist Artikel- 34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Ergotherapeut Artikel- 34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Fysiotherapeut Artikel- 3-beroep Beroepstitel Ja Ja Nee Geregistreerdmondhygiënist Artikel- 36A-beroep Tijdelijke beroepstitel Ja, tijdelijk Ja, tijdelijk Ja*

  • Tijdelijk zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende

voorbehouden handelingen, mits bekwaam. Gezondheidszorg-psycholoog Artikel- 3-beroep Opleidingstitel Ja Ja Nee Huidtherapeut Artikel- 34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Klinisch fysicus Artikel- 34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Klinisch technoloog Artikel- 3-beroep Beroepstitel Ja Ja Ja*

  • Zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende voor-

behouden handelingen, mits bekwaam. Daarnaast moet worden voldaan aan de aanvullende voorwaarden van artikel 5 lid 3 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied klinisch technoloog Logopedist Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Mondhygiënist Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee*

  • Nee, maar mondhygiënisten kunnen wel in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefe-

naar een functioneel zelfstandige bevoegdheid hebben tot het zonder toezicht door en tussenkomst van de opdrachtgever uitvoeren van voorbehouden handeling die tot hun deskundigheidgebied behoren, mits zij daartoe bekwaam zijn. Dit is vastgelegd in het Besluit functionele zelfstandigheid. Oefentherapeut Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Optometrist Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Orthopedagooggeneralist Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Nee Orthoptist Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Physician assistant Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Ja*

  • Zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende voor-

behouden handelingen, mits bekwaam.9 Daarnaast moet worden voldaan aan de aanvullende voorwaarden van artikel 5 lid 3 van het Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant. In het BIG-register staat alleen de registratie als PA. Het deskundigheidsgebied wordt niet in het BIG-register geregistreerd, wel in het (private, openbare) kwaliteitsregister van de NAPA. Een groot deel van de physician assistants is opgenomen in dit register. Tabel 2 Samenvattende tabel per beroep Wet BIG (vervolg) Beroepen Soort beroep Status titelbescherming Registratie in het BIG-register mogelijk?

Publiekrechte-

lijk tuchtrecht van toepassing? Bevoegd tot zelfstandig uitvoeren voorbehouden handelingen? Podotherapeut Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Psychotherapeut Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Nee Radiodiagnostisch laborant Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Radiotherapeutisch laborant Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Tandarts Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Ja*

  • Zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende voor-

behouden handelingen, mits bekwaam. Tandprotheticus Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee Verloskundige Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Ja*

  • Zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende voor-

behouden handelingen, mits bekwaam. Verpleegkundige Artikel-3-beroep Beroepstitel Ja Ja Afhankelijk van het type verpleegkundige en specialisatie* * 1. Verpleegkundig specialisten: Ja, verpleegkundig specialisten zijn zelfstandig bevoegd tot het uitvoeren van bepaalde tot het deskundigheidsgebied behorende voorbehouden handelingen, mits bekwaam. Ook moet worden voldaan aan de aanvullende voorwaarden van artikel 6 van de Regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten 2. Verpleegkundigen en in het bijzonder ambulanceverpleegkundigen: Nee, maar verpleegkundigen en in het bijzonder ambulanceverpleegkundigen kunnen wel in opdracht van een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar een functioneel zelfstandige bevoegdheid hebben tot het zonder toezicht door en tussenkomst van de opdrachtgever uitvoeren van voorbehouden handeling die tot hun deskundigheidgebied behoren, mits zij daartoe bekwaam zijn. Dit is vastgelegd in het Besluit functionele zelfstandigheid. 3. Verpleegkundigen op het gebied van diabetes mellitus, oncologie of astma en COPD hebben een geclausuleerde bevoegdheid om zelfstandig bepaalde UR-geneesmiddelen voor te schrijven. De Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen beschrijft per type verpleegkundige om welke UR-geneesmiddelen het gaat. De voorwaarden voor het voorschrijven zijn opgenomen in artikel 34 lid 14 onderdeel d Wet BIG. Verzorgende in de individuele gezondheidszorg (Verzorgende IG) Artikel-34-beroep Opleidingstitel Nee Nee Nee

Tabel 3 Type bevoegdheid verrichten van voorbehouden handelingen per beroepsgroep

V Voorbehouden handelingen (artikel 36 Wet BIG) A GM KT M PA T VLOK VS AGZ VS GGZ AV V 1. Heelkundige handelingen        2. Verloskundige handelingen   3. Endoscopieën uitvoeren    4. Catheterisaties uitvoeren         5. Injecties geven            6. Puncties uitvoeren         7. Onder narcose brengen   8. Radioactieve stoffen gebruiken  10   10  10 9. Electieve cardioversie uitvoeren      10. Toepassen van defibrillatie      11. Elektroconvulsieve therapie toepassen  12. Geneeskundige steenvergruizing uitvoeren  13. Kunstmatige bevruchting uitvoeren  14. Voorschrijven van UR-geneesmiddelen op recept        Afkortingen: A = arts GM = geregistreerd-mondhygiënist KT = klinisch technoloog M = mondhygiënist PA = physician assistant T = tandarts Legenda: Zwart (zelfstandig bevoegd) Blauw (zelfstandig bevoegd, maar alleen voor handelingen binnen het deskundigheidsgebied) Rood (tijdelijk zelfstandig bevoegd) Geel (functioneel zelfstandig bevoegd) Paars (geclausuleerd zelfstandig bevoegd om bepaalde UR-geneesmiddelen voor te schrijven op grond van de Regeling voorschrijfbevoegdheid verpleegkundigen) VLOK = verloskundige VS = verpleegkundig specialist – VS AGZ = VS Algemene Gezondheidszorg – VS GGZ = VS Geestelijke Gezondheidszorg V = verpleegkundige – AV = ambulanceverpleegkundige Nuttige verwijzingen: ƒ Dit uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krachtens de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) ter zake van het gebruiken van zodanige stoffen en toestellen gestelde eisen.

Tabel 4 Functioneel zelfstandig uit te voeren voorbehouden handelingen door mondhygiënist

en (ambulance)verpleegkundige (artikel 39 Wet BIG) Voorbehouden handelingen (artikel 36 Wet BIG) Mondhygiënist Verpleegkundigen Ambulanceverpleegkundigen Verpleegkundige 1. Heelkundige handelingen Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener een coniotomie uitvoeren. 2. Verloskundige handelingen 3. Endoscopieën uitvoeren 4. Catheterisaties uitvoeren Mondhygiënisten mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, een eerste beginnend gaatje (primaire caviteit) behandelen door deze uit te boren en te vullen Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener: Verpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus verrichten. een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus verrichten; en de luchtpijp in- of extuberen met een orale of nasale tube; en een drainagepunctie toepassen bij een spanningspneumothorax. 5. Injecties geven Mondhygiënisten mogen zonder toezicht en tussenkomst in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener lokaal verdoven door het geven van een injectie. Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie geven. Verpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie geven. 6. Puncties uitvoeren Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener een venapunctie en een hielprik bij neonaten verrichten. Verpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener een venapunctie en een hielprik bij neonaten verrichten. 7. Onder narcose brengen 8. Radioactieve stoffen gebruiken 9. Electieve cardioversie uitvoeren Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, electieve cardioversie uitvoeren. 10. Toepassen van defibrillatie Ambulanceverpleegkundigen mogen zonder toezicht en tussenkomst, in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, defibrillatie toepassen. 11. Elektroconvulsieve therapie toepassen 12. Geneeskundige steenvergruizing uitvoeren 13. Kunstmatige bevruchting uitvoeren 14. Voorschrijven van URgeneesmiddelen op recept

Dit is een weergave van een richtlijn gepubliceerd door KNMG. Raadpleeg altijd de originele bron voor de meest actuele versie.

Heb je een vraag over deze richtlijn?

Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.

Stel je vraag