De Rotterdamse schaal — Ordening van smartengeldbedragen
Ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen, ontwikkeld door onderzoekers van Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Gebaseerd op de Engelse Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases (17e editie, 2024).
ROTTERDAMSE SCHAAL Rotterdamse schaal
Ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen
ROTTERDAMSE SCHAAL
Ordening van smartengeldbedragen
bij lichamelijk letsel en andere
persoonsaantastingen
De Rotterdamse schaal is het resultaat van onderzoek verricht door onderzoekers van Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Het project is gefinancierd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Parts A and B of the Rotterdamse schaal are based on an adaptation of the English Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, which were first published in 1992. This adaptation is based on the 17th edition (2024) and was published by arrangement with Oxford University Press. The Dutch Council for the Judiciary is solely responsible for this adaptation from the original work and Oxford University Press shall have no liability for any errors, omissions or inaccuracies or ambiguities in such adaptation or for any losses caused by reliance thereon.
De delen A en B van de Rotterdamse schaal zijn gebaseerd op een bewerking van de Engelstalige Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, die voor het eerst werden gepubliceerd in 1992. Deze bewerking is gebaseerd op de 17e editie (2024) en is gepubliceerd in overleg met Oxford University Press. De Raad voor de rechtspraak is als enige verantwoordelijk voor deze bewerking van het oorspronkelijke werk en Oxford University Press is niet aansprakelijk voor eventuele fouten, weglatingen of onnauwkeurigheden of dubbelzinnigheden in een dergelijke bewerking of voor enige schade veroorzaakt door het vertrouwen daarop.
Opmaak en omslagontwerp: Textcetera, Den Haag
© 2025 Raad voor de rechtspraak | WJS uitgevers
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieen, opnamen of enige ander manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht. nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (art. 16 Auteurswet) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).
No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.
ISBN 978-94-93458-11-6 NUR 820
wjs-uitgevers.nl
DE Rotterdamse schaal | v
Inhoudsopgave
Inleiding 1
1 De Rotterdamse schaal 1
2 Inbedding in het wettelijk kader 2
3 Werken met de schaal 6
DEEL A LICHAMELIJK LETSEL
Algemene toelichting 12
1 Verlamming 13
1.1 Tetraplegie 13
1.2 Paraplegie 13
2 Hersenletsel 15
2.1 Hersenletsel 15
2.2 Epilepsie 18
3 Letsel aan zintuigen 20
3.1 Aantasting gezichtsvermogen 20
3.2 Aantasting gehoor 21
3.3 Aantasting smaak- en reukvermogen 23
4 Inwendig letsel 24
4.1 Borstletsel 24
4.2 Longziekten 25
4.3 Asbestgerelateerde ziekten 26
4.4 Astma en ademhalingsaandoeningen 27
4.5 Voortplantingsorganen (mannelijk) 28
4.6 Voortplantingsorganen (vrouwelijk) 29
4.7 Spijsverteringssysteem 30
4.8 Nier 32
4.9 Darmen 32
4.10 Blaas 33
DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave v
DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave vi
4.11 Milt 34
4.12 Buikwandbreuk (waaronder liesbreuk) 35
5 Orthopedisch letsel 36
5.1 Nekletsel 36
5.2 Whiplash Associated Disorder (WAD) 38
5.3 Rugletsel 39
5.4 Schouderletsel 41
5.5 Bekken- en heupletsel 42
5.6 Amputatie van de arm 44
5.7 Ander armletsel 45
5.8 Elleboogletsel 46
5.9 Polsletsel 47
5.10 Amputatie van hand, vinger, duim 49
5.11 Letsel aan hand, vinger, duim 51
5.12 Amputatie van het been 53
5.13 Ander beenletsel 54
5.14 Knieletsel 56
5.15 Enkelletsel 58
5.16 Achillespees 59
5.17 Voetletsel 60
5.18 Teenletsel 62
6 Dodelijke verwondingen 64
6.1 Algemene toelichting 64
6.2 Relevante factoren en bandbreedte 65
7 Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 67
7.1 Vibratie witte vinger- en/of hand-armvibratiesyndroom 67
7.2 Andere aandoeningen aan bovenste ledematen 68
8 Chronische pijn 70
8.1 Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) 71
8.2 Andere pijnsyndromen 72
DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave vii
9 Gezichtsletsel 73
9.1 Schedelbeschadiging 73
9.2 Misvorming van het gezicht 75
10 Littekens aan andere delen van het lichaam 77
11 Beschadiging van het haar 78
12 Dermatitis en andere huidaandoeningen 79
13 Licht letsel 80
DEEL B (GEOBJECTIVEERD) GEESTELIJK LETSEL
Algemene toelichting 84
Shockschade 85
Samenloop met vergoeding van ‘affectieschade’ 86
14 Geestelijk letsel 87
14.1 Geestelijk letsel algemeen 87
14.2 Posttraumatische stressstoornis (PTSS) 88
DEEL C SMARTENGELD ANDERS DAN VANWEGE (AANGETOOND) LETSEL
Algemene toelichting 90
15 Seksuele misdrijven 93
15.1 Verkrachting (art. 242 Sr oud) 93
15.2 Ontucht met binnendringen (art. 244 en 245 Sr oud) 94
15.3 Aanranding (art. 246 Sr oud) 96
15.4 Openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal 97
15.5 Sextortion 98
DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave viii
16 Mensenhandel (art. 273f Sr) 101
17 Belaging (art. 285b Sr) 103
18 Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 105
18.1 Persoonsaantasting van de ouder 105
18.2 Persoonsaantasting van het kind 106
19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 108
19.1 Bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal (art. 312 Sr) en/of
afpersing (art. 317 Sr) 108
19.2 Vrijheidsberoving (art. 282 Sr) 110
19.3 Bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing (art. 157 Sr) 110
19.4 Bedreigende situaties door opzettelijke brandstichting (art. 157 Sr) 111
19.5 Bedreiging (art. 285 Sr) 112
20 Schending van de eer en goede naam 113
20.1 Reputatieschade door smaad, laster, etc. 113
20.2 Belediging 114
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 1
Inleiding
1 De Rotterdamse schaal
Dit document bevat een ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel
en andere persoonsaantastingen. Het vormt een hulpmiddel bij de vaststelling van
de omvang van smartengeld in concrete gevallen, door de civiele rechter, door de
strafrechter en buiten rechte. De schaal biedt in één oogopslag een indicatie voor
een passend smartengeldbedrag voor een bepaald gevalstype. Het beoogt de rechts
praktijk te faciliteren door op een toegankelijke manier overzicht en aanknopings
punten te bieden voor de vaststelling van smartengeldbedragen. Dat draagt bij aan
consistentie in smartengeldbedragen en inzichtelijker motiveringen. Iedereen kan
er zijn voordeel mee doen, terwijl niemand eraan is gebonden.
De schaal biedt een inzichtelijke weergave van het ‘huis van het smartengeld’ en
brengt in dat huis tevens (meer) ordening aan. Daarbij is veel inspiratie geput uit de
Engelse Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases,1
en daarnaast ook uit de Ierse Personal Injury Guidelines2 die eveneens sterk voort
bouwen op het Engelse model. Voor situaties waarin een aanspraak op smartengeld
niet haar grond vindt in letsel bieden die documenten evenwel geen aanknopings
punten. Voor die categorie van persoonsaantastingen is daarom uitvoerig jurispru
dentieonderzoek verricht naar verschillende gevalstypen die zich regelmatig voor
doen de Nederlandse rechtspraktijk, in het bijzonder binnen het strafproces in het
kader van de vordering benadeelde partij.
De in de schaal vermelde bedragen zijn gebaseerd op de in de Nederlandse
rechtspraak toegewezen smartengeldbedragen, die daartoe zijn geïndexeerd tot
1 juni 2025.
Het onderzoek dat deze schaal heeft voortgebracht is verricht in opdracht van
de Raad voor de rechtspraak en gefinancierd door het Ministerie van Justitie en
Veiligheid. Het project duurde van medio 2023 tot medio 2025. De totstandkoming
1 Judicial College, Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, Oxford: Oxford University Press 2024. 2 The Judicial Council, Personal Injuries Guidelines, 2021. Te raadplegen via https://judicialcouncil.ie/ personal-injuries-guidelines-committee/.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 2
van de Rotterdamse schaal wordt uitvoerig verantwoord in een afzonderlijk
onderzoeksverslag.3
2 Inbedding in het wettelijk kader
2.1 Wanneer smartengeld?
Smartengeld is de vergoeding voor ander nadeel dan vermogensschade. Volgens
art. 6:95 lid 1 BW bestaat daarop alleen aanspraak als de wet daarin voorziet. De
rechter dient dan ook eerst vast te stellen dat is voldaan aan de vereisten voor een
aanspraak op smartengeld.4 Is aan de wettelijke vereisten voor het bestaan van een
aanspraak op smartengeld voldaan, dan komt de rechter toe aan de vaststelling van
de omvang van het te vergoeden nadeel (de begroting). Voor die laatste stap beoogt
dit document aanknopingspunten te bieden.
De belangrijkste grondslagen voor een aanspraak op smartengeld zijn vastgelegd in
art. 6:106 BW:
‘Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op
een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:
a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te
brengen;
b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede
naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;
c. indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een over
ledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot,
de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van
de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene,
ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoe
ding wegens het schenden van zijn eer of goede naam.’
3 M.R. Hebly, S.D. Lindenbergh, A.I. Schreuder, W. Oudijk, De Rotterdamse schaal. Ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. Onderzoeksverslag, Research Memoranda 2025-4, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2025 (hierna: ‘het onderzoeksverslag’). Het rapport kan worden geraadpleegd via https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/ Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Wetenschappelijk-onderzoek/Research-Memoranda. 4 Op dat punt volstaat dus geen billijkheidsoordeel. Zie uitdrukkelijk in deze zin HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465, NJ 2019/468, m.nt. W.H. Vellinga, r.o. 2.4.2.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 3
In de praktijk draait het meestal om het bepaalde onder b, en dan met name licha
melijk letsel, (in mindere mate) schending van eer en goede naam, en aantasting in
de persoon ‘op andere wijze’. Onder de categorie aantasting in de persoon ‘op andere
wijze’ vallen volgens de rechtspraak van de Hoge Raad enerzijds naar objectieve
maatstaven vastgesteld geestelijk letsel en anderzijds gevallen waarin de aard en ernst
van de normschending en van de gevolgen daarvan een aanspraak op smartengeld
rechtvaardigen.5 Het gaat in dat laatste geval bijvoorbeeld om gevallen van ernstige
bedreiging,6 verkrachting7 of belaging.8
Ook in andere gevallen dan persoonsaantastingen voorziet de wet in grondslagen
voor een aanspraak op smartengeld. Denk aan gevallen waarin de aansprakelijke
het oogmerk had om ander nadeel dan vermogensschade toe te brengen (art. 6:106,
aanhef en onder a, BW) of aan aantasting van de nagedachtenis van een overledene
(art. 6:106, aanhef en onder c, BW). Deze gevallen komen in de praktijk (zeer)
weinig voor en worden in de schaal daarom buiten beschouwing gelaten. Maar ook
buiten art. 6:106 BW bestaan grondslagen voor een aanspraak op smartengeld.
Denk aan art. 6:107 en 6:108 BW (‘affectieschade’), art. 533 lid 1 van het Wetboek van
Strafvordering (de verdachte die, naar achteraf blijkt, zonder geldige grondslag in
voorlopige hechtenis heeft gezeten), art. 10:11 en art. 10:12 van de Wet verplichte gees
telijke gezondheidszorg (Wvggz),9 het EU-recht (waaronder art. 82 lid 1 Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG)) en gevallen waarin uit art. 13 EVRM de
verplichting volgt om te voorzien in een aanspraak op vergoeding van ander nadeel,
zoals bij schending van de redelijke termijn. Deze andere grondslagen hebben
gemeen dat vragen rijzen over de verhouding tot art. 6:106 BW. In veel gevallen is
(nog) niet duidelijk in hoeverre aansluiting kan of moet worden gezocht bij de in het
kader van art. 6:106 BW ontwikkelde lijnen. In dit document, dat is toegespitst op
persoonsaantastingen, wordt niet ingegaan op deze andere grondslagen.
2.2 Vaststelling van de omvang van het smartengeld
De rechter stelt volgens art. 6:106 BW de omvang van het smartengeld vast naar
billijkheid. Er staat niet ‘naar redelijkheid en billijkheid’, omdat de maat van ander
5 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI). 6 Bijv. HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2012, NJ 2021/68, m.nt. S.D. Lindenbergh en HR 14 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1243, RvdW 2021/913. 7 Bijv. HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1496, RvdW 2021/1094. 8 Bijv. HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1956, NJ 2021/66 en HR 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1002, RvdW 2021/797. 9 In verband daarmee publiceerde het Landelijk Overleg Vakinhoud Familierecht (LOVF) medio 2024 de (eerste versie van de) Oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorgzaken.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 4
nadeel dan vermogensschade zich niet op rationele gronden in een geldbedrag laat
uitdrukken. Vaststelling naar billijkheid kan in wezen worden gezien als vorm van
schadebegroting in overeenstemming met de aard van de schade, zoals voorge
schreven door art. 6:97 BW. Aan smartengeld worden verschillende functies toege
dicht: compensatie, genoegdoening, erkenning en rechtshandhaving. Deze verschil
lende functies kunnen per gevaltype meer of minder een rol spelen bij de vraag naar
de omvang van het smartengeld.10
Toegespitst op gevallen van letsel heeft de Hoge Raad een aantal nadere aanwijzingen
gegeven voor de vaststelling van de omvang van smartengeld in concrete gevallen:
‘De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inacht
neming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de
aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt,
alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel
(waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel
en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien
mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare
gevallen zijn toegekend.’11
De rechter dient verder de geldontwaarding in acht te nemen en hij mag letten op
ontwikkelingen in ons omringende landen, maar die zijn niet beslissend. Ook de
door de benadeelde gestelde voorgenomen wijze van besteding van het smartengeld
is niet beslissend.12
De omvang van het ‘leed’ van de benadeelde moet (noodgedwongen) worden afgeleid
uit min of meer objectieve factoren, waarbij vooral betekenis toekomt aan de aard en
ernst van het letsel. De Hoge Raad heeft het als volgt verwoord:
‘Bij de bepaling van de omvang van de vergoeding zullen de persoonlijke omstan
digheden van de benadeelde een rol spelen, doch de rechter zal de zwaarte van
het verdriet, de ernst van de pijn, het gemis aan levensvreugde en het geschokte
rechtsgevoel met name moeten afleiden uit min of meer objectieve factoren
en concrete aanwijzingen, zoals de aard van het letsel en de gevolgen daarvan
10 Zie S.D. Lindenbergh, Smartengeld, Deventer: Wolters Kluwer 2023, par. 3.5 en 3.6. 11 HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7. 12 HR 17 november 2001, ECLI:NL:HR:2000:AA8358, NJ 2001/215, m.nt. A.R. Bloembergen (D./B.).
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 5
voor de benadeelde. De wijze waarop en de intensiteit waarmee het derven van
levensvreugde door de benadeelde is of zal worden beleefd, zullen in rechte vaak
niet, of niet anders dan zeer globaal, kunnen worden vastgesteld, zodat bij de
begroting van het nadeel zal moeten worden geabstraheerd van de concrete bele
ving en in meer objectieve zin moet worden vastgesteld in welke mate van nadeel
als hier bedoeld sprake is geweest.’13
In de kern gaat het erom dat de individuele, subjectieve beleving van de getroffene in
kwestie zich niet goed laat vaststellen en op geld waarderen, en dus ook een weinig
tastbaar aanknopingspunt vormt voor gevalsvergelijking. Vaststelling van de omvang
van smartengeld houdt daarom – onvermijdelijk – enige ‘abstractie’ in van het nadeel
dat in het concrete geval wordt geleden. De aard en ernst van het letsel vormen
als het ware een eerste, meer objectieve indicatie van het subjectieve leed dat er
doorgaans uit volgt, en lenen zich daarmee relatief goed voor onderlinge vergelijking
en ‘rangschikking’. De categorisering in dit document en de daaraan gekoppelde
bandbreedtes geven daar uitdrukking aan. Daarnaast kan betekenis toekomen
aan meer concrete, subjectieve omstandigheden. Dit wordt gefaciliteerd door de
factoren die relevant zijn voor differentiatie binnen de per letseltype onderscheiden
bandbreedtes. Dit geldt zowel voor lichamelijk letsel (deel A) als voor naar objectieve
maatstaven vastgesteld geestelijk letsel (deel B).
Ook in gevallen waarin de aanspraak op smartengeld is gegrond op ‘de aard en ernst
van de normschending en van de gevolgen daarvan’ (deel C), zal het fundament
voor de aanspraak het perspectief bij de begroting bepalen en dient de rechter bij
de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rech
ters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Anders gezegd: waar bij smartengeld
wegens letsel de aard en ernst van het letsel de belangrijkste aanknopingspunten
vormen voor waardering en gevalsvergelijking, liggen bij smartengeld vanwege de
aard en ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan de aanknopings
punten voor waardering en gevalsvergelijking in enerzijds de aard en ernst van
de normschending in kwestie en anderzijds de aard en ernst van de (al dan niet
veronderstelde) gevolgen daarvan.
13 HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149, NJ 2004/112, m.nt. J.B.M. Vranken (Coma), r.o. 3.5.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 6
3 Werken met de schaal
3.1 Het model: categorieën, bandbreedtes en factoren
De Rotterdamse schaal beschrijft welke smartengeldbedragen in het algemeen
passen bij welke categorieën van gevallen. De schaal is ingedeeld in drie hoofddelen.
In de eerste twee delen zijn alle letselcategorieën samengebracht: in deel A gaat het
om lichamelijk letsel, in deel B om (geobjectiveerd) geestelijk letsel. Gevallen waarin
een aanspraak op smartengeld bestaat anders dan vanwege (aangetoond) letsel zijn
te vinden in deel C.
De basisstructuur is dat telkens een letselcategorie of smartengeldwaardige norm
schending wordt omschreven, waarbij in de regel een bandbreedte wordt vermeld
die het bijpassende smartengeld indiceert. De bij de categorie genoemde factoren
zijn relevant voor de inpassing van het concrete geval binnen de bandbreedte. De
bij de categorieën opgesomde begrotingsfactoren hoeven niet ieder telkens van
betekenis te zijn. Zij zijn bovendien ook niet uitputtend: steeds geldt dat ook andere
dan de genoemde omstandigheden relevant kunnen zijn voor de omvang van het
smartengeld.
Voor veel categorieën geldt dat ‘psychische gevolgen’ een relevante begrotings
factor is. Gedacht kan worden aan psychische klachten zoals stress, verdriet,
somberheid, piekeren, angst, slaapproblemen etc. Wanneer sprake is van naar
objectieve maatstaven vastgesteld geestelijk letsel, komt (ook) deel B in beeld en kan
sprake zijn van meervoudigheid (zie hierna par. 3.2).
Ook ‘cosmetische gevolgen’ vormt een regelmatig terugkerende begrotingsfactor.
Daarmee wordt gedoeld op gevolgen die de fysieke schoonheid en het uiterlijk
betreffen, zoals een ontsiering van het lichaam of gelaat, maar ook bemoeilijkte
beweging. Wanneer sprake is van een misvorming van het gezicht of van littekens
aan andere delen van het lichaam zoals omschreven in hoofdstuk 9 respectievelijk 10,
kan sprake zijn van meervoudigheid (zie hierna par. 3.2).
3.2 Meervoudigheid
Regelmatig is sprake van meervoudigheid, dat wil zeggen dat meer dan één categorie
van de schaal in beeld komt: een ongeval leidt tot zowel arm- als beenletsel, of er
is sprake van zowel onttrekking aan het ouderlijk gezag als ontucht met binnen
dringen. Dan moet worden vastgesteld hoe wordt omgegaan met samenloop van
categorieën. Dat kan zich in principe voordoen tussen alle subcategorieën binnen
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 7
de delen A, B en C van de schaal (armletsel en beenletsel) én tussen de categorieën
A, B en C (lichamelijk letsel en geobjectiveerd geestelijk letsel; aard en ernst van de
normschending en geobjectiveerd geestelijk letsel, etc.). Bij meervoudigheid is niet
in één oogopslag duidelijk over welke orde van grootte het gaat en welke factoren
relevant zijn voor het ‘vinden’ van het passende bedrag. Ook in gevallen van meer
voudigheid kan de Rotterdamse schaal worden toegepast, zij het dat (meer) maat
werk nodig is.14
In veel gevallen leidt een optelsom van afzonderlijke bedragen ‘per letsel’ niet
zonder meer tot een passend totaalbedrag. In sommige gevallen zal bij samenloop
van letsels sprake zijn van ‘overlap’ wat betreft de weerslag op de benadeelde.
Dat wil zeggen dat de voor de afzonderlijke letsels relevante factoren elkaar over
lappen, waardoor sprake kan zijn van ‘dubbeltelling’ wanneer eerst ieder letsel
afzonderlijk wordt gewaardeerd en de daaruit volgende deelbedragen vervolgens
bij elkaar worden opgeteld (denk aan een geval van letsel aan de elleboog en de pols
aan dezelfde arm). De impact van de gebeurtenis kan evenwel ook omvangrijker
zijn dan tot uitdrukking komt in een optelsom van de op zichzelf gewaardeerde
letsels. Is bijvoorbeeld sprake van letsel aan de onderste ledematen waardoor het
loopvermogen is aangetast, en is daarnaast ook sprake van armletsel, dan kan de
‘totale impact’ groter zijn, omdat het armletsel het gebruik van (loop)hulpmiddelen
belemmert. Het geheel is dan dus meer dan de ‘som der (na)delen’. Niet steeds leidt
‘optellen’ tot over- of onderwaardering van het nadeel: dat kan wel degelijk in een
passend bedrag resulteren wanneer de begrotingsfactoren die voor elk van de letsels
relevant zijn (vrijwel) geen overlap vertonen en de te vergoeden immateriële nadelen
in feite gewoon ‘cumuleren’. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een
ongeval of misdrijf leidt tot orthopedisch letsel (zoals armletsel) en een ontsierend
litteken in het gezicht.
In de Engelse rechtspraak is op dit punt de ‘stand back-benadering’ ontwikkeld,
die erop neerkomt dat eerst per ‘geïsoleerd’ letsel een smartengeldbedrag wordt
vastgesteld, om vervolgens een ‘stap achteruit’ te doen en te bezien of aldus een
passend ‘totaalbedrag’ is gevonden.15 De benadering gaat dus uit van de mogelijk
heid van correctie van de initiële optelsom van de gevonden deelbedragen, door
ophoging (vanwege de grotere impact door de combinatie van letsels) of door
14 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.3. 15 Sadler v Filipiak [2011] EWCA Civ 1728. Zie eerder ook Brown v Woodall [1995] PIQR Q36 ‘no doubt having considered the various injuries and fixed a particular figure as reasonable compensation for each’.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 8
bijstelling omlaag (ter voorkoming van ‘dubbeltelling’). In Ierland is het ‘proportiona
liteitsbeginsel’ richtinggevend, dat inhoudt dat het bedrag aan smartengeld voor de
combinatie van letsels in een redelijke verhouding dient te staan tot het ‘topbedrag’
en de omvang van het smartengeld bij ander letsel. Eerst wordt bezien of een van
de aanwezige letsels kan worden aangemerkt als het meest ernstig, afgaande op de
in de Guidelines neergelegde schaal (het letsel waarbij de hoogste bandbreedte is
vermeld), om eerst voor dat letsel een passend bedrag te bepalen. Dat bedrag kan
vervolgens worden verhoogd ter ‘aanvullende’ compensatie van de invloed van het
lichtere letsel.16 Bij hantering van de Ierse werkwijze is dus geen ‘bijstelling naar
beneden’ aan de orde van de initiële optelsom van bedragen per letsel. In Ierse recht
spraak is opgemerkt dat voor de toets of het totaalbedrag voor alle letsels ‘propor
tioneel’ is, het behulpzaam kan zijn om te bezien hoe dit zich verhoudt tot andere
letselcategorieën uit de Guidelines.17
De rechter kan elk van de hier genoemde werkwijzen toepassen en zal afhankelijk
van het concrete geval een keuze moeten maken.
3.3 Begrotingsmoment en wettelijke rente
De bedragen die in de Rotterdamse schaal worden vermeld bieden steeds een indi
catie van het ‘huidige smartengeldpeil’: in dit document worden bedragen genoemd
die medio 2025 actueel zijn. Dit leidt tot twee vragen: 1) hoe moet worden omgegaan
met geldontwaarding sinds het verschijnen van de schaal?, en 2) hoe moet in een
concrete zaak worden omgegaan met het ingangsmoment van de wettelijke rente?
Wat betreft de eerste vraag ligt het in de rede om de schaal regelmatig aan de geld
ontwaarding aan te passen. Tot dat moment kan bij de vaststelling van de omvang
van het smartengeld in een concreet geval met sinds de verschijning van de schaal
opgetreden geldontwaarding rekening worden gehouden.
Wat betreft de tweede vraag (ingangsmoment wettelijke rente) bestaat enige
onzekerheid. Verdedigbaar is om bij de vaststelling van de omvang van het smarten
geld de bedragen in de schaal tot uitgangspunt te nemen en de wettelijke rente te
laten ingaan op het moment van de vaststelling van het bedrag.18
16 Zie The Judicial Council, Personal Injuries Guidelines, 2021, p. 6-7. 17 Agnieszka Zaganczyk v John Pettit Wexford Unlimited Company and C & M Delaney Limited [2023] IECA 223, par. 27. 18 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.5.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 9
3.4 Betekenis van ‘schuld’ in gevallen van letsel
Uit de parlementaire geschiedenis en rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in
geval van letsel de aard van de aansprakelijkheid en de mate van verwijtbaarheid
aan de zijde van de aansprakelijke als generieke factoren van betekenis zijn bij het
vaststellen van de omvang van het smartengeld.19 Uit rechtspraak valt echter zelden
direct af te leiden welk gewicht de aard van de aansprakelijkheid en de mate van
verwijtbaarheid precies in de schaal leggen bij de begroting. Een en ander maakt
het onmogelijk om in de schaal op dit punt op rechtspraak gebaseerde aanknopings
punten te bieden. In de Engelse en Ierse Guidelines komt de mate van verwijtbaar
heid bovendien niet voor als relevante factor bij de vaststelling van het smartengeld,
waardoor op dit punt ook niet op hun voorbeelden kan worden teruggevallen. De
rechter zal zich van de betekenis van deze factor dus telkens in het individuele geval
rekenschap moeten geven. Het model van de schaal leent zich op zich niettemin
goed voor een vorm van standaardisering op dit punt.20
19 HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665, NJ 1992/714 (Hiv-besmetting), r.o. 3.3 (‘aard van de aansprakelijkheid’); HR 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2117, NJ 2010/61, m.nt. M.H. Wissink (Wrongful birth II), r.o. 5.3 (‘de aard van de aansprakelijkheid en de zwaarte van het aan de aansprakelijke gemaakte verwijt’); HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149, NJ 2004/112, m.nt. J.B.M. Vranken (Coma), r.o. 3.5 (‘aard van de aansprakelijkheid’); HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7 (‘de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt’). 20 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.4.
DE Rotterdamse schaal | Inleiding 11
DEEL A LICHAMELIJK LETSEL
DE Rotterdamse schaal | Deel A 12
Algemene toelichting
Lichamelijk letsel vormt in de praktijk de belangrijkste categorie van gevallen waarin
een recht op smartengeld bestaat. Staat eenmaal vast dat de benadeelde lichamelijk
letsel heeft opgelopen, dan moet de omvang van het smartengeld ‘naar billijkheid’
worden vastgesteld (art. 6:106 BW).
Bij lichamelijk letsel zijn voor de vaststelling van de omvang van het smartengeld
in het bijzonder de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en intensiteit)
richtinggevend; zij vormen belangrijke aanknopingspunten voor gevalsvergelijking.
De Rotterdamse schaal kan worden gezien als ‘operationalisering’ hiervan: wat
hierna volgt is een uitgebreid overzicht van letsels en aandoeningen, waarbij
doorgaans per categorie wordt voorzien in een onderverdeling naar ernst. In de
relevante begrotingsfactoren komt tot uitdrukking dat daarnaast betekenis toekomt
aan persoonlijke omstandigheden, zoals de leeftijd van de benadeelde en specifieke
gevolgen van het letsel voor deze benadeelde.
Er is in principe geen ‘ondergrens’ met betrekking tot de ernst van het letsel: ook bij
gering lichamelijk letsel, zoals een blauw oog dat vlot herstelt, heeft de benadeelde
in beginsel aanspraak op smartengeld.21 Voor lichamelijk letsel van geringe ernst
bevat hoofdstuk 13 aanknopingspunten voor de vaststelling van het smartengeld,
namelijk de met het oog op licht letsel opgestelde indicatieve standaarden van de
Letselschade Raad. Bij licht letsel gaat het, anders dan bij de daaraan voorafgaande,
meer concreet beschreven letsels en aandoeningen om een generieke categorie, die
met name wordt gekenmerkt door de tijdelijkheid van het letsel en ‘restloos’ herstel.
Bij de in de volgende hoofdstukken concreet beschreven letsels en aandoeningen
gaat het om letsel met een grotere en/of langduriger weerslag op de benadeelde;
‘overlap’ met de categorie licht letsel is dus in principe uitgesloten. Waar nodig wordt
bij de lichtste subcategorieën in deel A ‘doorverwezen’ naar hoofdstuk 13.
Gevallen waarin geen sprake is van lichamelijk letsel, maar wel van (geobjectiveerd)
geestelijk letsel vallen onder deel B. In gevallen waarin naast lichamelijk letsel ook
(geobjectiveerd) geestelijk letsel aan de orde is, is sprake van een situatie van meer
voudigheid waarin (meer) maatwerk is vereist (zie par. 3.2).
21 HR 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1519, NJ 2012/410 (Blauw oog).
DE Rotterdamse schaal | 1 Verlamming 13
1Verlamming
1.1 Tetraplegie
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate van fysieke beperkingen en resterende beweging;
iii aantasting van zintuigen;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
Tetraplegie (ook wel quadriplegie genoemd) betekent dat
alle vier de ledematen, de armen en benen, zijn verlamd.
€ 220.000 tot € 275.000
1.2 Paraplegie
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate van fysieke beperkingen en resterende beweging;
iii aantasting van zintuigen;
iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;
v benodigde medische behandeling;
vi mate van pijn;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 1 Verlamming 14
Paraplegie betekent dat het ruggenmerg onder de
halswervels is beschadigd. Er is sprake van volledige
of gedeeltelijke uitval van de benen en romp, en
mogelijk verlies van controle over de blaas en darmen.
De benadeelde kan de armen en handen nog volledig
gebruiken. Bij toenemende verlamming of een risico
hierop, bijvoorbeeld door syringomyelie (holtevorming in
het ruggenmerg), kan een bedrag boven de bandbreedte
passend zijn.
€ 150.000 tot € 195.000
DE Rotterdamse schaal | 2 Hersenletsel 15
2Hersenletsel
2.1 Hersenletsel
(a) Zeer ernstig hersenletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate van ziekte-inzicht en bewustzijn;
iii mate van fysieke beperkingen;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
Aan de top van de bandbreedte gaat het om gevallen waarin
sprake is van enig vermogen om simpele opdrachten uit
te voeren, herstel van het vermogen om ogen te openen,
terugkeer van slaap- en waakpatronen en posturale
reflexen (houdingsreflexen). Er zijn weinig of geen tekenen
van zinvolle reactie op de omgeving, en weinig of geen
taalfunctie. Daarnaast is sprake van dubbele incontinentie
en is fulltime verpleegkundige zorg noodzakelijk.
Onder deze categorie vallen daarnaast onder meer:
■ quadriplegische cerebrale parese (een houdings-
en bewegingsstoornis die alle vier de ledematen
aantast) leidend tot ernstige cognitieve en fysieke
beperkingen;
■ locked-in-syndroom. Als sprake is van een minimaal
bewuste toestand is waarschijnlijk een bedrag onderin
de bandbreedte passend.
€ 195.000 tot € 275.000
DE Rotterdamse schaal | 2 Hersenletsel 16
(b) Ernstig hersenletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate van fysieke beperkingen;
iii weerslag op de mate van zelfstandigheid;
iv mate van ziekte-inzicht;
v weerslag op het vermogen tot communiceren;
vi persoonlijkheidsverandering en/of gedragsproblemen;
vii epilepsie en de ernst daarvan;
viii benodigde medische behandeling;
ix mate van pijn;
x cosmetische gevolgen;
xi psychische gevolgen;
xii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
De benadeelde is ernstig beperkt en is sterk afhankelijk
van anderen. Er is continue zorg nodig. Beperkingen
kunnen fysiek zijn, bijvoorbeeld verlamming van
ledematen, of cognitief, met een duidelijke aantasting van
het intellect en de persoonlijkheid.
€ 150.000 tot € 195.000
(c) Middelzwaar hersenletsel
Deze categorie onderscheidt zich van de vorige categorie (b) ‘ernstig hersenletsel’,
doordat sprake is van minder afhankelijkheid. Er kan sprake zijn van zintuiglijke
beperkingen en evenwichtsstoornissen.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii ernst van het initiële letsel;
iii prognose;
iv mate van blijvende fysieke beperkingen;
v persoonlijkheidsverandering en/of gedragsproblemen;
vi duur van de klachten;
vii benodigde medische behandeling;
viii mate van pijn;
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 2 Hersenletsel 17
I Middelzware tot ernstige cognitieve beperkingen.
De benadeelde is niet volledig afhankelijk van anderen,
maar heeft wel continue zorg nodig. Beperkingen kunnen
een persoonlijkheidsverandering, aantasting van zicht,
spraak en zintuigen omvatten. Daarnaast kan sprake zijn
van (een aanzienlijk risico op) epilepsie.
€ 105.000 tot € 150.000
II Matige tot lichte cognitieve beperkingen. De
benadeelde heeft geen continue zorg nodig. Er is enige
zelfstandigheid, maar het vermogen om arbeid te
verrichten is sterk afgenomen of weggevallen, en er is
enig risico op epilepsie.
€ 62.000 tot € 105.000
III Het concentratievermogen en het geheugen zijn
aangetast, er is een verminderd vermogen om arbeid te
verrichten. De afhankelijkheid van anderen is beperkt.
Sprake kan zijn van een gering risico op epilepsie en
mogelijk zijn het evenwicht en/of de zintuigen aangetast.
€ 29.000 tot € 62.000
(d) Minder ernstig hersenletsel € 10.000 tot € 29.000
In deze gevallen is de benadeelde voldoende hersteld
om deel te nemen aan het normale sociale verkeer en
om arbeid te verrichten. Mogelijk zijn niet alle functies
hersteld en is sprake van bijvoorbeeld concentratie- of
geheugenproblemen of ontremd gedrag, waardoor het
dagelijks leven wordt beïnvloed.
(e) Gering hersenletsel
De hersenbeschadiging is minimaal geweest.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i ernst van het initiële letsel;
ii duur van het herstel;
iii mate waarin klachten zoals hoofdpijn of duizeligheid aanhouden.
I Geringe aanhoudende klachten. € 4.500 tot € 8.500
II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.500 tot € 4.500
DE Rotterdamse schaal | 2 Hersenletsel 18
III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt
herstel plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze
laatste categorie niet van toepassing maar gaat het om
licht letsel als bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.500
2.2 Epilepsie
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate waarin de aanvallen onder controle kunnen worden gehouden;
iii prognose;
iv bijkomende gedragsproblemen;
v weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vi benodigde medische behandeling;
vii mate van pijn;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Grand mal epilepsie € 70.000 tot € 105.000
Tonisch-clonische aanvallen, waarbij sprake is van
verkramping, op de grond vallen en schokkende
bewegingen, die gepaard gaan met bewusteloosheid.
(b) Petit mal epilepsie € 37.000 tot € 90.000
Absences: kortdurende aanvallen van bewustzijnsverlies.
(c) Overige epileptische aandoeningen
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii frequentie en ernst van de aanvallen;
iii duur van de periode waarin de aanvallen plaatsvonden;
iv mate van pijn;
v psychische gevolgen;
vi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 2 Hersenletsel 19
Gevallen waarin sprake is van een of enkele afzonderlijke
epileptische aanval(len), of een tijdelijke herleving van
epilepsie. Er is geen risico op verdere herhaling dat het
algemene, normale risico op epilepsie overstijgt.
€ 7.500 tot € 18.000
DE Rotterdamse schaal | 3 Letsel aan zintuigen 20
3Letsel aan zintuigen
3.1 Aantasting gezichtsvermogen
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii bij tijdelijke klachten: de duur en de prognose;
iii weerslag op de mate van zelfstandigheid;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Volledige blindheid en doofheid Rond € 275.000
(b) Volledige blindheid Rond € 185.000
(c) Verlies van het zicht in één oog met verminderd zicht in het
andere oog
I Er is sprake van een ernstig risico op verdere
verslechtering van het ‘goede’ oog, dat verder gaat dan enig
risico op sympathische ophthalmie (ontsteking van het
traumatische oog die zich kan uitbreiden naar het niet-
aangedane oog).
€ 66.000 tot € 125.000
II Vermindering van het zicht in het ‘goede’ oog en/of
aanvullende problemen zoals dubbelzien
€ 44.000 tot € 72.000
(d) Volledig verlies van één oog € 37.000 tot € 45.000
(e) Volledig verlies van het zicht in één oog
In de waardering is enig risico op sympathische ophthalmie
(ontsteking van het traumatische oog die zich kan uitbreiden
naar het niet-aangedane oog) betrokken.
€ 34.000 tot € 37.000
DE Rotterdamse schaal | 3 Letsel aan zintuigen 21
(f) Ernstig, maar geen volledig verlies van het zicht in één oog
Relevant voor de omvang van het smartengeld in deze
categorie is:
€ 16.000 tot € 27.000
i de mate waarin het verlies van het zicht kan worden
gecorrigeerd of verminderd door oogheelkundige
behandeling;
ii of sprake is van voortdurend wazig zicht of dubbelzien
en gevoeligheid voor licht (waarvoor het nodig is om
constant een donkere bril te dragen).
(g) Geringe, blijvende aantasting van het zicht in één oog
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ enig dubbelzien dat niet voortdurend is;
■ blijvende gevoeligheid voor fel licht waarbij het niet
noodzakelijk is om voortdurend een donkere bril te
dragen.
€ 6.000 tot € 14.000
(h) Gering oogletsel
Bij gering oogletsel kan het gaan om fysiek geraakt worden
in het oog, blootstelling aan dampen of rook, of spetters van
vloeistoffen die in het oog terechtkomen. Dit veroorzaakt
aanvankelijk pijn en een tijdelijke verstoring van het zicht.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 6.000
3.2 Aantasting gehoor
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mogelijkheid tot aanpassing (bij geleidelijk intreden);
iii gevolgen voor het spraakvermogen;
iv aantasting van het evenwicht;
v mate waarin verbetering mogelijk is door technologie of behandeling;
vi aanwezigheid en ernst van tinnitus;
vii weerslag op de mate van zelfstandigheid;
DE Rotterdamse schaal | 3 Letsel aan zintuigen 22
viii benodigde medische behandeling;
ix mate van pijn;
x cosmetische gevolgen;
xi psychische gevolgen;
xii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Volledige doofheid en een grote aantasting van of verlies van
spraakvermogen
€ 75.000 tot € 96.000
(b) Volledige doofheid € 62.000 tot € 75.000
(c) Volledig gehoorverlies aan één oor
Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als sprake
is van bijkomende problemen zoals tinnitus, duizeligheid of
hoofdpijn.
€ 21.000 tot € 31.000
(d) Gedeeltelijk gehoorverlies en/of tinnitus
Deze categorie betreft het merendeel van de gevallen van
doofheid, vaak veroorzaakt door langdurige blootstelling
aan lawaai. De beperkingen moeten niet alleen worden
beoordeeld op basis van het gemeten gehoorverlies; er is
vaak ook sprake van tinnitus.
I Ernstige tinnitus en lawaaidoofheid. € 20.000 tot € 31.000
II Middelzware tinnitus en lawaaidoofheid of middelzware
tot ernstige tinnitus of lawaaidoofheid.
€ 10.000 tot € 20.000
III Milde tinnitus en enige lawaaidoofheid. € 8.500 tot € 10.000
IV Alleen milde tinnitus of alleen mild gehoorverlies door
lawaaidoofheid.
Rond € 8.000
V Lichte of incidentele tinnitus met licht gehoorverlies.
door lawaaidoofheid
€ 5.000 tot € 8.500
VI Licht gehoorverlies door lawaaidoofheid zonder tinnitus
of lichte tinnitus zonder lawaaidoofheid.
Tot € 5.000
DE Rotterdamse schaal | 3 Letsel aan zintuigen 23
3.3 Aantasting smaak- en reukvermogen
Letsel dat uitsluitend verlies van smaak- en/of reukvermogen veroorzaakt, is zeld
zaam. Dergelijke klachten doen zich veelal voor bij hersenletsel of infecties, catego
rieën die elders de schaal zijn opgenomen.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate waarin verbetering mogelijk is door technologie of behandeling;
iii benodigde medische behandeling;
iv psychische gevolgen;
v weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Volledig verlies van smaak en het reukvermogen Rond € 27.000
(b) Volledig verlies van het reukvermogen en substantieel verlies
van smaak
Verlies van het reukvermogen tast in vrijwel alle gevallen de
smaak in enige mate aan. Hier gaat het om een substantiële
aantasting van de smaak.
€ 22.000 tot € 27.000
(c) Verlies van het reukvermogen
De smaak is bijna altijd in enige mate aangetast.
€ 17.000 tot € 22.000
(d) Verlies van smaak € 13.000 tot € 17.000
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 24
4Inwendig letsel
4.1 Borstletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de verstoring van de longfunctie;
iii mate van fysieke beperkingen en resterende klachten;
iv prognose en verminderde levensverwachting;
v weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vi benodigde medische behandeling;
vii mate van pijn;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig borstletsel € 69.000 tot € 105.000
In het ergste geval is sprake van volledige verwijdering van
een long en/of ernstig letsel aan het hart dat gepaard gaat
met langdurige pijn, langdurig lijden, fysieke beperkingen,
vermindering van de levensverwachting en blijvende en
aanzienlijke littekenvorming.
Als de levensverwachting aanzienlijk is verminderd, is
hoofdstuk 6 over dodelijke verwondingen richtinggevend.
(b) Ernstig borstletsel € 45.000 tot € 69.000
Traumatisch letsel aan borst, long(en), en/of hart met als
gevolg blijvende schade, aantasting van de functie, fysieke
beperkingen en mogelijk een beperkte vermindering van de
levensverwachting.
(c) Middelzwaar borstletsel € 21.000 tot € 37.000
Letsel aan borst en/of long(en) met enige blijvende
beperkingen.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 25
(d) Minder ernstig borstletsel € 8.500 tot € 12.000
Relatief mild letsel (zoals enkel een diepe wond) met enige
blijvende aantasting van het weefsel als gevolg, maar zonder
noemenswaardig langetermijneffect op de longfunctie.
(e) Gering borstletsel € 3.500 tot € 8.500
Inhalatie van giftige gassen/rook met enige restschade, die
niet zo ernstig is dat de longfunctie blijvend is aangetast.
(f) Minst ernstige borstletsel € 2.675 tot € 3.500
Gebeurtenissen die leiden tot klaplongen, waarvan de
benadeelde volledig en zonder complicaties herstelt, maar
waarbij het herstel langer dan zes maanden vergt.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
4.2 Longziekten
De bedragen voor longziekten weerspiegelen vooral de prognose van wat vaak een
progressieve aandoening is en/of het risico op secundaire gevolgen.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van het letsel en de daaruit volgende klachten;
iii prognose en verminderde levensverwachting;
iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;
v benodigde medische behandeling;
vi mate van pijn;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 26
(a) Zeer ernstige longziekte € 69.000 tot € 93.000
Een jong persoon met ernstige beperkingen met een kans op
progressieve verslechtering die leidt tot levensbekorting.
Als de levensverwachting aanzienlijk is verminderd, is
hoofdstuk 6 over dodelijke verwondingen richtinggevend
(b) Ernstige longziekte € 48.000 tot € 67.000
Longkanker (meestal bij een ouder iemand) met ernstige
pijn en aantasting van zowel de functie als de kwaliteit van
het leven tot gevolg.
(c) Middelzware longziekte € 37.000 tot € 48.000
Ziekten, zoals emfyseem (permanente beschadiging
longblaasjes), met aanzienlijke verslechtering van de
longfunctie en aantasting van de ademhaling, langdurig en
frequent hoesten, verstoring van de slaap, beperkingen
van lichamelijke activiteit en/of het vermogen om arbeid te
verrichten tot gevolg.
4.3 Asbestgerelateerde ziekten
Bij asbestgerelateerde ziekten wordt in de rechtspraak teruggevallen op de hier
onder genoemde normbedragen die het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) in zijn
bemiddelingspraktijk hanteert op grond van het Convenant.22
(a) Mesothelioom € 81.554
(b) Asbestose
Voor asbestose wordt een onderverdeling gemaakt in de
mate waarin de longfunctie is aangetast, die bepalend is
voor de hoogte van het normbedrag. Sprake moet zijn van
longfunctieverlies klasse 2, 3 of 4 volgens de normen van de
American Medical Association (AMA) en beschreven in hun
‘Guides to the evaluation of permanent impairment’.
22 Zie https://asbestslachtoffers.nl/onze-organisatie/convenant-instituut-asbestslachtoffers/.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 27
I Longfunctieverlies AMA-klasse 4
Ernstige stoornis: de benadeelde is niet meer in staat
tot lichamelijke inspanning en heeft bijna alle dagelijkse
activiteiten gestaakt wegens kortademigheid; de
levensverwachting wordt zeer beperkt geacht.
€ 77.470
II Longfunctieverlies AMA-klasse 3
Matige stoornis: één of meer werkzaamheden moeten
worden opgegeven als gevolg van kortademigheid.
€ 53.617
III Longfunctieverlies AMA-klasse 2
Lichte stoornis: duidelijke beperkingen als gevolg van
kortademigheid in ten minste één normale activiteit.
€ 29.763
4.4 Astma en ademhalingsaandoeningen
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate van fysieke beperkingen;
iii duur van de klachten;
iv prognose;
v benodigde medische behandeling;
vi mate van pijn;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstige astma en ademhalingsaandoeningen € 29.000 tot € 45.000
Ernstige en blijvend beperkende astma die langdurig en
regelmatig hoesten en verstoring van de slaap veroorzaakt,
fysieke activiteit ernstig beperkt en tot ernstige derving
van levensvreugde leidt. Geen of een drastisch beperkt
vermogen om arbeid te verrichten.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 28
(b) Middelzware astma en ademhalingsaandoeningen
Chronische astma of andere ademhalingsproblemen die
regelmatig gebruik van een inhalator nodig maken. De
prognose is onzeker. Er is een verminderd vermogen om
arbeid te verrichten.
€ 18.000 tot € 29.000
(c) Minder ernstige astma en ademhalingsaandoeningen
Bronchitis met piepende ademhaling die tijdelijk het
vermogen om arbeid te verrichten en/of het sociale leven
beïnvloedt. Er wordt substantieel herstel binnen een paar
jaar na de blootstelling verwacht.
€ 13.000 tot € 18.000
(d) Geringe astma en ademhalingsaandoeningen
Relatief milde, astma-achtige klachten die vaak het resultaat
zijn van bijvoorbeeld blootstelling aan schadelijke damp.
€ 7.500 tot € 13.000
4.5 Voortplantingsorganen (mannelijk)
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii mate waarin de seksuele functie is aangetast;
iii gevolgen voor de vruchtbaarheid;
iv er zijn al kinderen en/of het beoogde gezin was compleet;
v benodigde medische behandeling;
vi mate van pijn;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Volledig verlies van voortplantingsorganen Vanaf € 105.000
(b) Impotentie en verlies van seksuele functie
I Blijvende, volledige impotentie, verlies van seksuele
functie en vruchtbaarheid bij een jonge man.
€ 79.000 tot € 100.000
II Volledige impotentie en verlies van seksuele functie bij
een man op middelbare leeftijd, die kinderen heeft.
€ 26.000 tot € 51.000
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 29
III Volledige impotentie en verlies van seksuele functie bij
een oudere man.
€ 5.000 tot € 26.000
(c) Onvruchtbaarheid zonder impotentie
I Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een jonge man. € 38.000 tot € 49.000
II Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een man met
kinderen, die mogelijk meer kinderen had gewild.
€ 21.000 tot € 41.000
III Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een oudere
man met kinderen.
€ 5.000 tot € 10.000
(d) Verlies van testikel(s)
Gevallen waarin één of beide testikel(s) zijn verwijderd
(orchidectomie), met enige psychische gevolgen, maar
zonder verlies van seksuele functie of impotentie.
€ 14.000 tot € 15.000
4.6 Voortplantingsorganen (vrouwelijk)
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii weerslag op hormonale functie of menopauze;
iii mate waarin de seksuele functie is aangetast;
iv gevolgen voor de vruchtbaarheid;
v de benadeelde heeft abortus laten uitvoeren;
vi er zijn al kinderen en/of het beoogde gezin was compleet;
vii benodigde medische behandeling;
viii mate van pijn;
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Onvruchtbaarheid met seksuele problemen
I Onvruchtbaarheid met seksuele problemen bij een
jonge vrouw zonder kinderen.
€ 79.000 tot € 115.000
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 30
II Onvruchtbaarheid met seksuele problemen bij een
vrouw met kinderen, of bij een vrouw die geen kinderen zou
hebben gekregen.
€ 29.000 tot € 70.000
(b) Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden of
seksuele problemen
I Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden
of seksuele problemen bij een jonge vrouw zonder kinderen.
€ 38.000 tot € 49.000
II Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden
of seksuele problemen bij een vrouw die al kinderen heeft.
€ 12.000 tot € 25.000
III Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden
of seksuele problemen, bij een vrouw die geen kinderen zou
hebben gekregen.
€ 4.500 tot € 13.000
(c) Een diagnostisch delay ten aanzien van een buitenbaar
moederlijke zwangerschap, zonder gevolgen voor de vruchtbaarheid
€ 2.500 tot € 14.000
4.7 Spijsverteringssysteem
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de verstoring van de spijsvertering en overige klachten;
iii prognose;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Traumatisch letsel
I Ernstig letsel met aanhoudend(e) pijn en ongemak tot
gevolg.
€ 29.000 tot € 42.000
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 31
II Ernstig, oppervlakkig letsel dat leidt tot langdurige of
blijvende complicaties, zoals ernstige indigestie die wordt
verergerd bij fysieke belasting.
€ 11.000 tot € 19.000
III Diepe steek- en snijwonden of ernstige gevallen van
gordelverwonding.
€ 4.500 tot € 8.500
(b) (Voedsel)vergiftiging
Er is een duidelijk verschil tussen de relatief zeldzame gevallen waarin sprake is van
langdurige of zelfs blijvende gevolgen voor de kwaliteit van leven, en situaties waarin
een allergie voor bepaald voedsel en het daarmee gepaard gaande risico op kortdu
rende ziekte de enige blijvende klachten (kunnen) zijn.
I Ernstige (voedsel)vergiftiging die ernstige acute pijn,
overgeven, diarree en koorts veroorzaakt, waarvoor een
opname in het ziekenhuis nodig is van enkele dagen of
weken. Er is enige aanhoudende incontinentie, aambeien en
er is sprake van het prikkelbare darm syndroom (PDS). De
klachten hebben een aanzienlijke weerslag op het vermogen
om arbeid te verrichten en de levensvreugde.
€ 26.000 tot € 36.000
II Zware maar kortdurende voedselvergiftiging, diarree
en overgeven; klachten die binnen twee tot vier weken
afnemen. Gedurende enkele jaren resteert er ongemak en
is sprake van enige verstoring van de darmfunctie en een
weerslag op het seksleven en het eetgenot.
€ 6.500 tot € 13.000
III Voedselvergiftiging die een aanzienlijk ongemak geeft
en leidt tot buikkrampen, verstoorde darmfunctie en
vermoeidheid. Hieronder valt ook een ziekenhuisopname
van enkele dagen, waarbij de klachten een aantal weken
aanhouden. Binnen ongeveer twee jaar vindt herstel plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 6.500
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 32
4.8 Nier
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii prognose;
iii mate van pijn en andere klachten;
iv benodigde medische behandeling;
v cosmetische gevolgen;
vi psychische gevolgen;
vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig nierletsel € 115.000 tot € 145.000
Ernstige en blijvende aantasting of verlies van beide nieren.
(b) Ernstig nierletsel Tot € 44.000
Ernstig letsel dat leidt tot een aanzienlijk risico op geheel
verlies van de nierfunctie.
(c) Middelzwaar nierletsel € 21.000 tot € 31.000
Verlies van een nier, zonder dat de andere nier wordt
aangetast.
4.9 Darmen
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de beperkingen;
iii prognose;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 33
(a) Zeer ernstige aantasting van de darmen Tot € 125.000
Dubbele incontinentie, dat wil zeggen geheel verlies van
de natuurlijke darmfunctie en volledig verlies van de
blaasfunctie en controle over de blaas, in combinatie met
andere medische complicaties.
(b) Ernstige aantasting van de darmen Tot € 105.000
Volledig verlies van de natuurlijke darmfunctie; de
benadeelde is afhankelijk van een stoma.
(c) Middelzware aantasting van de darmen
I Fecale urgentie (plotselinge verhoogde aandrang) en
passieve incontinentie, die na medische behandeling aan-
houdt. Dit kan leiden tot schaamte en mentale problemen.
Tot € 55.000
II Ernstig buikletsel waarbij de darmfunctie wordt
aangetast. Vaak is een tijdelijke stoma nodig, zijn er
beperkingen in het dieet en/of is het vermogen om arbeid te
verrichten verminderd.
€ 30.000 tot € 48.000
(d) Minder ernstige aantasting van de darmen € 8.500 tot € 17.000
Diepe verwondingen die tot enige blijvende schade leiden.
De natuurlijke darmfunctie en controle over de ontlasting
herstellen zich uiteindelijk.
4.10 Blaas
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de beperkingen;
iii prognose;
iv benodigde medische behandeling;
v mate van pijn;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 34
(a) Zeer ernstige aantasting van de blaas Tot € 125.000
Dubbele incontinentie, dat wil zeggen volledig verlies van
de blaasfunctie en controle over de blaas en geheel verlies
van de natuurlijke darmfunctie, in combinatie met andere
medische complicaties.
(b) Ernstige aantasting van de blaas Tot € 96.000
Volledig verlies van functie en controle over de blaas.
(c) Middelzware aantasting van de blaas € 44.000 tot € 55.000
Controle over de blaas is ernstig beperkt; er is enige pijn en
incontinentie.
(d) Minder ernstige aantasting van de blaas € 16.000 tot € 21.000
De blaas herstelt vrijwel volledig, maar de natuurlijke functie
is geruime tijd verstoord.
4.11 Milt
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii prognose;
iii benodigde medische behandeling;
iv mate van pijn;
v cosmetische gevolgen;
vi psychische gevolgen;
vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Verlies van de milt met een aanhoudend risico op een interne
infectie en op andere aandoeningen vanwege de aantasting van het immuunsysteem.
€ 14.000 tot € 18.000
(b) De hierboven genoemde risico’s zijn afwezig of minimaal. € 3.000 tot € 6.000
DE Rotterdamse schaal | 4 Inwendig letsel 35
4.12 Buikwandbreuk (waaronder liesbreuk)
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii prognose;
iii benodigde medische behandeling;
iv mate van pijn;
v cosmetische gevolgen;
vi psychische gevolgen;
vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Tamelijk ernstig € 10.000 tot € 17.000
Na herstel is er aanhoudende pijn en/of zijn er beperkingen.
(b) Middelzwaar € 5.000 tot € 6.000
Directe liesbreuk met enig risico op herhaling na herstel.
(c) Gering € 2.675 tot € 5.000
Ongecompliceerde, indirecte liesbreuk. Er is geen ander
buikletsel of andere beschadiging.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 36
5Orthopedisch letsel
5.1 Nekletsel
Nekletsel omvat een breed scala aan aandoeningen. Veel ervan komen voor in combi
natie met rug- en schouderklachten.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv prognose;
v mate van pijn;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) (Zeer) ernstig nekletsel
I Nekletsel met als gevolg een incomplete paraplegie (de
zenuwen zijn niet geheel door, of zijn licht beschadigd) of
een quadriparese (permanente, spastische verzwakking).
Deze categorie ziet ook op gevallen waarin de benadeelde
– ondanks dat gedurende enkele jaren 24 uur per dag een
kraag wordt gedragen – de nek nog steeds niet of nauwelijks
kan bewegen en last heeft van ernstige en hardnekkige
hoofdpijnen.
Rond € 100.000
II In deze categorie gaat het vaak om ernstige breuken of
beschadiging van de cervicale wervelkolom. Dit leidt tot
aanzienlijke beperkingen maar deze zijn minder ernstig dan
in categorie (I). Voorbeelden zijn een blijvende aantasting
aan de plexus brachialis, het niet goed kunnen bewegen van
de nek en functieverlies in één of meer ledematen.
€ 45.000 tot € 89.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 37
(b) Middelzwaar nekletsel
I Ernstige klachten door breuken of luxaties of ernstige
beschadiging van weke delen en/of gescheurde pezen met
chronische aandoeningen en aanzienlijke en blijvende
beperkingen tot gevolg.
€ 31.000 tot € 38.000
II Minder ernstige breuken of luxaties, die niettemin
ernstige klachten en/of blijvende of terugkerende pijn
veroorzaken.
€ 17.000 tot € 26.000
III Letsel aan weke delen of meer ernstige beschadigingen
van de tussenwervelschijf leidend tot cervicale spondylose
(degeneratie, slijtage of artrose van de wervelkolom). Er
is sprake van ernstige bewegingsbeperkingen, blijvende
of terugkerende pijn, stijfheid of ongemak; mogelijk is
een volgende operatie nodig en/of bestaat een verhoogde
kwetsbaarheid voor verder trauma.
€ 9.500 tot € 17.000
IV Middelzware aantastingen van weke delen, met
een relatief lange herstelduur. Er blijft een verhoogde
kwetsbaarheid bestaan voor verder trauma en/of er zijn
blijvende, maar minimale klachten.
€ 5.500 tot € 9.500
(c) Gering nekletsel
I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 5.500
II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 38
5.2 Whiplash Associated Disorder (WAD)
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de beperkingen en de daaruit voortvloeiende klachten;
iii prognose;
iv mate van pijn;
v benodigde medische behandeling;
vi psychische gevolgen;
vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstige WAD € 10.000 tot € 25.000
In deze categorie is veelal sprake van een combinatie van
spiergerelateerde klachten aan de nek, schouder en/of rug
en bijkomende (mentale) klachten.
De benadeelde is veelal blijvend (gedeeltelijk)
arbeidsongeschikt en ervaart aanzienlijke beperkingen in
het dagelijks leven.
(b) Middelzware WAD € 2.675 tot € 10.000
De benadeelde heeft langer dan zes maanden
spiergerelateerde klachten aan de nek, schouder en/of
rug. De benadeelde is meestal minder dan één jaar volledig
arbeidsongeschikt.
Als sprake is van lichte blijvende beperkingen, is een bedrag
bovenin de bandbreedte passend. In geval van tijdelijke
beperkingen kan een bedrag onderin de bandbreedte
passend zijn.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 39
5.3 Rugletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv prognose;
v mate van pijn;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) (Zeer) ernstig rugletsel
I Het meest ernstige letsel, waarbij sprake is van
aantasting van het ruggenmerg en de zenuwwortels. Er
is sprake van ernstige pijn en beperkingen, en zowel een
incomplete verlamming als een aanzienlijke aantasting van
de functie van de blaas, darm en seksuele functie.
€ 62.000 tot € 110.000
II Deze categorie ziet op gevallen waarin bijzondere
omstandigheden aanleiding vormen om boven de
(hiernavolgende) lagere categorieën uit te stijgen. Denk aan
beschadiging van de zenuwwortel die leidt tot een verlies
van gevoel, aantasting van de mobiliteit, aantasting van de
blaas- en darmfunctie en seksuele problemen.
€ 51.000 tot € 60.000
III Beschadiging van tussenwervelschijven, breuken van
tussenwervelschijven of wervellichamen, of letsel aan
weke delen leidend tot chronische aandoeningen. Ondanks
(veelal operatieve) behandeling resteren beperkingen, zoals
aanhoudend(e) ernstig(e) pijn en ongemak, verminderde
behendigheid, aantasting van de seksuele functie, en een
risico op artritis.
€ 26.000 tot € 48.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 40
(b) Middelzwaar rugletsel
I Er resteren enige beperkingen, maar deze zijn minder
ernstig dan bij bovenstaande categorieën. Onder deze
categorie vallen onder meer:
■ het samendrukken/verbrijzelen van de lumbale wervels
met een substantieel risico op artrose en aanhoudend(e)
pijn en ongemak;
■ een traumatische spondylolisthesis (wervelafglijding)
met aanhoudende pijn, waarvoor vermoedelijk een
spondylodese nodig is;
■ een verzakte tussenwervelschijf waarvoor een operatie
nodig is, of beschadiging van een tussenwervelschijf
waarbij sprake is van irritatie in de zenuwwortel en
verminderde mobiliteit.
€ 19.000 tot € 26.000
II Veelvoorkomend rugletsel zoals aantasting van liga
menten en spieren leidend tot pijn en ongemak. Denk
ook aan ingezakte tussenwervelschijven waarvoor een
laminectomie (operatie aan een vernauwing in het wervel
kanaal) nodig is, of die leiden tot meerdere terugvallen.
€ 8.500 tot € 19.000
(c) Gering rugletsel
Minder ernstig letsel, zoals verstuikingen, verrekkingen,
letsel aan weke delen en breuken die zonder operatie
herstellen.
I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 5.500 tot € 8.500
II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats,
zonder dat daarvoor een operatie nodig is.
€ 3.000 tot € 5.500
III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats, zonder dat daarvoor een operatie nodig is.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 41
5.4 Schouderletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iii letsel aan de dominante arm;
iv (risico op) degeneratieve veranderingen;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstig schouderletsel € 13.000 tot € 33.000
Dit doet zich vaak voor bij nekletsel en bestaat uit
beschadiging van de plexus brachialis, leidend tot
aanzienlijke beperkingen. In geval van ernstig letsel aan
de plexus brachialis dat ernstige klachten aan de nek
en/of arm veroorzaakt, gaat het om ernstig nekletsel
(categorie 5.1 (a) (II)) en/of zeer ernstig armletsel
(categorie 5.7 (a)).
(b) Middelzwaar schouderletsel
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ het uit de kom schieten van de schouder en beschadiging
van het onderste deel van de plexus brachialis, wat leidt
tot pijn in de schouder en nek en elleboog, verstoring van
de gevoelswaarneming in de onderarm en hand en een
zwakke grip;
■ een gebroken humerus (bovenarmbot), die de
schoudermobiliteit blijvend beperkt;
■ letsel aan de ‘rotator cuff’, waarbij ook na een operatie
klachten aanhouden;
■ letsel aan weke delen met blijvende klachten.
€ 8.500 tot € 13.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 42
(c) Minder ernstig schouderletsel
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een ‘frozen shoulder’, waarbij de beweging beperkt is,
sprake is van ongemak, en de klachten enkele jaren
aanhouden;
■ letsel aan weke delen dat meer dan minimale klachten
veroorzaakt, die meestal langer dan twee jaar
aanhouden, maar niet blijvend zijn.
€ 5.500 tot € 8.500
(d) Gering schouderletsel
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ letsel aan weke delen van de schouder met aanzienlijke
pijn, maar waarvan de benadeelde (vrijwel) volledig
herstelt;
■ een eenvoudige breuk van het sleutelbeen die goed
herstelt.
I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 5.500
II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
5.5 Bekken- en heupletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv prognose;
v mate van pijn;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 43
Het meest ernstige letsel aan het bekken en de heup kan even ingrijpend zijn als het
amputeren van een been, reden waarom een vergelijkbaar bedrag passend is.
(a) (Zeer) ernstig bekken- en heupletsel
I Onder deze categorie vallen onder meer:
■ omvangrijke breuk van het bekken, waarbij bijvoor
beeld sprake is van het uit de kom schieten van een
gewricht in de onderrug en een gescheurde blaas;
■ heupletsel met als gevolg een spondylolisthesis
(afgeschoven wervel) in een gewricht in de
onderrug, dat ondraaglijke pijn veroorzaakt en een
spondylodese noodzakelijk maakt.
Er zijn substantiële blijvende beperkingen, zoals een
complexe arthrodese (het operatief vastzetten van een
gewricht) met als gevolg verlies van controle over de
blaas en darmen, seksuele problemen of een misvorming
van de heup, waardoor gebruik van een beenbeugel
noodzakelijk is. Er kunnen ook moeilijkheden zijn bij een
natuurlijke bevalling.
€ 54.000 tot € 89.000
II Letsel dat minder ernstig is dan beschreven bij
categorie (I). Bijzondere omstandigheden rechtvaardigen
een hoger bedrag dan bij de hieronder beschreven situaties.
€ 42.000 tot € 54.000
III Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een breuk van het acetabulum (de heupkom),
die leidt tot degeneratieve veranderingen en
instabiliteit in het been, waarvoor een osteotomie
(standcorrectie) en in de toekomst waarschijnlijk een
heupprothese nodig is;
■ een breuk van een door artritis aangetast femur
(dijbeen), of een breuk van de heup die een
heupprothese nodig maakt.
■ een breuk die leidt tot een heupvervanging die niet
volledig slaagt, wat een duidelijk risico op een extra
operatie met zich brengt.
€ 27.000 tot € 36.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 44
(b) Middelzwaar bekken- en heupletsel
I Er is aanzienlijk letsel aan het bekken of de heup, maar
er zijn geen grote blijvende beperkingen. Een eventueel
risico voor de toekomst is niet groot.
€ 18.000 tot € 27.000
II Letsel aan het bekken dat een natuurlijke geboorte
belemmert en een keizersnede nodig maakt. Als de
benadeelde bijvoorbeeld een jonge vrouw zonder kinderen
is, is een bedrag bovenin de bandbreedte passend.
€ 15.000 tot € 23.000
(c) Gering bekken- en heupletsel
I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 10.000
II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000
III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
5.6 Amputatie van de arm
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii niveau van de amputatie;
iii amputatie van de dominante arm;
iv mate waarin een prothese de functie kan herstellen;
v weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vi mate van (fantoom)pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 45
(a) Verlies van beide armen € 165.000 tot € 205.000
(b) Verlies van één arm
I Amputatie van de arm bij de schouder. Vanaf € 94.000
II Amputatie boven de elleboog. € 75.000 tot € 89.000
III Amputatie onder de elleboog. € 66.000 tot € 75.000
5.7 Ander armletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii letsel aan de dominante arm;
iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iv prognose;
v mate van pijn;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig armletsel
Letsel dat geen amputatie omvat, maar wel zeer ernstig is,
met vrijwel geen resterende functie van de arm.
€ 66.000 tot € 89.000
(b) Middelzwaar armletsel
Ernstige breuken van één of beide onderarmen. Er resteren
aanzienlijke, blijvende beperkingen (functioneel en/of
cosmetisch).
€ 27.000 tot € 41.000
(c) Minder ernstig armletsel
Hoewel er aanzienlijke beperkingen zijn geweest, heeft
aanzienlijk herstel plaatsgevonden of wordt dit verwacht.
€ 10.000 tot € 26.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 46
(d) Gering armletsel
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een eenvoudige breuk van de onderarm zonder risico op
artritis;
■ gevallen waarin het letsel geen blijvende gevolgen heeft.
I Het herstel duurt langer dan twee jaar en er is mogelijk
een behoorlijk ingrijpende behandeling nodig.
€ 4.500 tot € 10.000
II Herstel vindt plaats binnen ongeveer één tot twee jaar € 3.500 tot € 4.500
III Herstel vindt plaats tussen ongeveer zes maanden tot
één jaar.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.500
5.8 Elleboogletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii letsel aan de dominante arm;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstig elleboogletsel
Letsel met blijvende gevolgen wat betreft functie en pijn.
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een ernstige breuk die leidt tot secundaire artritis;
€ 27.000 tot € 37.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 47
■ letsel door verbrijzeling met blijvende functionele
beperkingen;
■ aantasting van de elleboogzenuw met slechts gedeeltelijk
herstel.
(b) Middelzwaar elleboogletsel
Er zijn beperkingen in de functie, maar deze zijn niet groot.
Er heeft geen ingrijpende operatie plaatsgevonden.
€ 11.000 tot € 22.000
(c) Gering elleboogletsel
Het meeste elleboogletsel valt in deze categorie. Het letsel
veroorzaakt geen blijvende gevolgen en leidt niet tot
blijvende functionele beperkingen. Onder deze categorie
vallen onder meer:
■ een eenvoudige breuk die zonder complicaties herstelt;
■ letsel aan weke delen dat leidt tot pijn;
■ een tenniselleboog van een beperkte ernst;
■ relatief geringe onregelmatige snijwonden.
I Na twee jaar vindt herstel plaats; mogelijk houden
hinderlijke klachten aan en/of is een operatie nodig.
€ 4.500 tot € 8.500
II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 4.500
III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
€ 2.675 tot € 3.000
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
5.9 Polsletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii letsel aan de dominante arm;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 48
iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstig polsletsel
Een volledig verlies van de functie van de pols, bijvoorbeeld
als een arthrodese (het vastzetten van een gewricht) heeft
plaatsgevonden.
€ 33.000 tot € 41.000
(b) Middelzwaar polsletsel
Er zijn aanzienlijke, blijvende beperkingen, maar er resteert
nog enige belastbaarheid.
€ 17.000 tot € 27.000
(c) Minder ernstig polsletsel
Minder ernstig letsel leidend tot enige, blijvende
beperkingen, zoals aanhoudende pijn en/of stijfheid.
€ 8.500 tot € 17.000
(d) Gering polsletsel
Letsel dat niet resulteert in blijvende gevolgen of een
blijvend verlies van functie, zoals een breuk van het
spaakbeen, breuken waarbij de botdelen niet of minimaal
zijn verschoven of letsel aan weke delen.
I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 5.000 tot € 8.500
II Tussen ongeveer zes maanden tot twee jaar vindt herstel
plaats.
€ 2.675 tot € 5.000
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 49
5.10 Amputatie van hand, vinger, duim
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii letsel aan de dominante hand;
iii niveau van de amputatie;
iv mate waarin een prothese de functie kan herstellen;
v (risico op) degeneratieve veranderingen;
vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vii mate van (fantoom)pijn;
viii benodigde medische behandeling;
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Volledig of effectief verlies van beide handen
Een bedrag aan de top van de bandbreedte is passend
wanneer geen effectieve prothese voorhanden is.
€ 96.000 tot € 140.000
(b) Volledig of effectief verlies van één hand
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een verbrijzelde hand die (operatief) is geamputeerd;
■ alle vingers en het grootste gedeelte van de handpalm
zijn (operatief) geamputeerd.
Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als het om de
dominante hand van de benadeelde gaat.
€ 66.000 tot € 75.000
(c) Amputatie van wijsvingers, middelvingers en/of ringvingers
De hand heeft nog een slechts zeer beperkte functie, en voor
zover enige grip resteert, is deze buitengewoon zwak.
€ 42.000 tot € 62.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 50
(d) Ernstig handletsel
Er blijft enige functionaliteit van de hand over, maar deze is
aanzienlijk verminderd. Er kan worden gedacht aan:
■ amputatie van meerdere vingers die later opnieuw zijn
vastgezet, waardoor de hand in een geklauwde positie
verkeert, onhandig en visueel onaantrekkelijk is;
■ enkele vingers en mogelijk een deel van de handpalm zijn
geamputeerd, wat leidt tot een ernstige vermindering
van grip en behendigheid, evenals een aanzienlijke
cosmetische misvorming.
€ 20.000 tot € 42.000
(e) Gedeeltelijke amputatie van vingers
Onder deze categorie vallen onder meer gedeeltelijke
amputaties die leiden tot misvorming, verminderde grip en
functie, en een verstoorde gevoelswaarneming.
Tot € 25.000
(f) Gedeeltelijk of volledig verlies van duim
Onder deze categorie valt onder meer een duim die na een
trauma weer is vastgezet, maar daarna zo goed als geen
functie meer heeft en misvormd is.
€ 13.000 tot € 37.000
(g) Gedeeltelijk of volledig verlies van wijsvinger
Bij verlies van de wijsvinger is een bedrag aan de top van
de bandbreedte passend. In deze bandbreedte valt ook
misvorming van de wijsvinger en een aantasting van de grip
of behendigheid.
€ 7.500 tot € 18.000
(h) Gedeeltelijk of volledig verlies van ring- of middelvinger
Onder deze categorie valt onder meer letsel dat leidt tot
misvorming en vermindering van grip of behendigheid.
€ 5.000 tot € 15.000
(i) Gedeeltelijk of volledig verlies van pink € 5.000 tot € 14.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 51
5.11 Letsel aan hand, vinger, duim
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii letsel aan de dominante hand;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
v prognose;
vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vii mate van pijn;
viii benodigde medische behandeling;
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
Handletsel
(a) Zwaar handletsel
Er zijn blijvende cosmetische beperkingen, en een
aanzienlijk verlies van de functie van de beide handen.
€ 38.000 tot € 58.000
(b) Middelzwaar handletsel
Onder deze categorie valt onder meer verbrijzeling,
resulterend in aanzienlijke beperkingen in de functie
van de hand. Er volgt geen operatie meer, of er resteren
beperkingen ondanks eerdere operatie(s).
€ 10.000 tot € 20.000
(c) Minder ernstig handletsel
Onder deze categorie vallen onder meer verbrijzeling,
diepe wonden, letsel aan weke delen en diepe snijwonden.
Een bedrag aan de top van de bandbreedte is passend als
een operatieve behandeling niet succesvol is geweest en
blijvende beperkingen resteren.
€ 4.000 tot € 10.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 52
Duimletsel
(d) Ernstig duimletsel
Het kan gaan om zenuwbeschadiging of een breuk waarvoor
ijzeren draden moeten worden geplaatst. Dit zorgt ervoor
dat de duim koud en zeer gevoelig is, de grip aanzienlijk is
aangetast en de behendigheid is verminderd.
€ 8.500 tot € 11.000
(e) Middelzwaar duimletsel
Onder deze categorie valt onder meer letsel waarbij
een arthrodese van het interphalangeale gewricht (het
vastzetten van het gewricht dicht bij de punt van de duim)
noodzakelijk is of waarbij pezen of zenuwen zijn beschadigd.
Dergelijk letsel veroorzaakt enige aantasting van de
gevoelswaarneming en functie, evenals een cosmetische
misvorming.
€ 6.500 tot € 8.500
Vingerletsel
(f) Ander letsel aan of breuk van wijsvinger
Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is
blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is
waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.
€ 2.675 tot € 7.500
(g) Ander letsel aan of breuk van ring- of middelvinger
Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is
blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is
waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.
€ 2.675 tot € 6.000
(h) Ander letsel aan of breuk van pink
Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is
blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is
waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.
€ 2.675 tot € 4.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 53
Gering letsel aan hand, vinger, duim
(i) Gering letsel aan de hand, vinger of duim
In deze categorie kan worden gedacht aan letsel met als
gevolg gevoeligheid en een reactie op kou, nadat herstel
heeft plaatsgevonden.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
Tot € 3.000
5.12 Amputatie van het been
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii niveau van de amputatie;
iii mate waarin een prothese de functie kan herstellen;
iv neveneffecten van de amputatie, zoals rugpijn en/of het risico op toekomstige
degeneratieve veranderingen in de heupen en wervelkolom;
v weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vi mate van (fantoom)pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen.
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Verlies van beide benen € 165.000 tot € 195.000
(b) Amputatie van beide benen beneden de knie € 140.000 tot € 185.000
(c) Amputatie van één been boven de knie € 72.000 tot € 94.000
(d) Amputatie van één been beneden de knie € 67.000 tot € 91.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 54
5.13 Ander beenletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;
iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iv (risico op) degeneratieve veranderingen;
v prognose;
vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;
vii mate van pijn;
viii benodigde medische behandeling;
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig beenletsel € 66.000 tot € 93.000
Dit letsel kan zo ernstig zijn dat een vergelijkbaar bedrag
passend is als in geval van een amputatie. Dit kan zich
voordoen bij degloving (‘afstroping’) van het been, waarbij
het been zeer duidelijk korter is, of als breuken niet zijn
hersteld en een omvangrijke bottransplantatie heeft
plaatsgevonden.
(b) Ernstig beenletsel € 37.000 tot € 61.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ letsel dat resulteert in blijvende mobiliteitsproblemen,
waardoor de betrokkene voor de rest van zijn leven
afhankelijk is van een kruk of andere hulpmiddelen;
■ meerdere breuken die langdurige herstelperiodes
en ingrijpende behandelingen vereisen, met ernstige
misvormingen en beperkingen in beweging als gevolg;
■ artritis in een gewricht, waarvoor waarschijnlijk verdere
operaties nodig zijn.
(c) Tamelijk ernstig beenletsel
In deze categorie gaat het doorgaans om een combinatie van
de volgende omstandigheden: ernstige open botbreuken en
letsels aan de gewrichten of ligamenten die leiden tot
€ 27.000 tot € 37.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 55
instabiliteit, voortdurende behandelingen en een lange
periode waarin het been niet mag worden belast. Het is
vrijwel zeker dat artritis zal ontstaan. Het vermogen om te
lopen is vaak ernstig beperkt.
(d) Middelzwaar beenletsel € 19.000 tot € 27.000
Deze categorie omvat gecompliceerde of meervoudige
breuken of ernstig letsel door verbrijzeling, doorgaans aan
één ledemaat.
(e) Minder ernstig beenletsel € 12.000 tot € 19.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een breuk aan het been waarbij een redelijk herstel is
bereikt. De benadeelde kan nog wel te maken hebben
met een metalen implantaat, mank lopen, aangetaste
mobiliteit en/of verlies van gevoelswaarneming;
■ ernstig letsel aan weke delen van één of beide benen,
zoals letsel dat aanzienlijke cosmetische gevolgen
heeft, en leidt tot functionele beperkingen en/of enige
zenuwschade in de onderste ledematen.
(f) Gering beenletsel
I Eenvoudige breuk van het dijbeen zonder beschadiging
van gewrichtsoppervlakken.
€ 6.000 tot € 9.500
II Eenvoudige breuk van het tibia (scheenbeen) of fibula
(kuitbeen), of letsel aan weke delen.
Bij eenvoudige breuken waarbij geringe klachten aanhouden
en/of beperkingen van de beweging resteren, is een bedrag
bovenin de bandbreedte passend.
€ 4.000 tot € 7.500
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 56
III In deze categorie valt een grote verscheidenheid aan
letsels aan weke delen, spierscheuringen, (onregelmatige)
snijwonden of kneuzingen waarvan de benadeelde
(nagenoeg) volledig is hersteld. Eventuele resterende
(cosmetische) beperkingen zijn gering.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 4.000
5.14 Knieletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;
iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iv (risico op) degeneratieve veranderingen;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) (Zeer) ernstig knieletsel
I Ernstig knieletsel waarbij er een verstoring is van het
gewricht, zich artrose voordoet en er een grote beschadiging
is van de ligamenten. Langdurige behandeling is nodig en de
pijn en het verlies van functie zijn aanzienlijk. Er heeft een
operatie ter vervanging van (een gedeelte van) het gewricht
of een arthrodese (operatief vastzetten van het gewricht)
plaatsgevonden, of deze gaat plaatsvinden.
€ 48.000 tot € 66.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 57
II Een beenbreuk die zich uitstrekt tot het kniegewricht,
en leidt tot continue, blijvende pijn die de beweging beperkt
of de behendigheid aantast, en die de benadeelde kwetsbaar
maakt voor artrose. Er is een risico dat een operatie om (een
gedeelte van) het gewricht te vervangen of een arthrodese
(operatief vastzetten van het gewricht) nodig is.
€ 36.000 tot € 48.000
III Minder ernstig knieletsel dan onder (a) (II) en/
of letsel dat leidt tot minder ernstige beperkingen. Er
kunnen aanhoudende klachten zijn zoals pijn en ongemak,
beperkingen van de beweging of instabiliteit, of misvorming
met het risico op degeneratieve veranderingen. Op de
lange termijn kan een operatie noodzakelijk zijn vanwege
een beschadiging van de knieschijf, beschadiging van de
gewrichtsband of meniscus, of spieratrofie.
€ 18.000 tot € 30.000
(b) Middelzwaar knieletsel € 10.000 tot € 18.000
Het uit de kom schieten van het gewricht, een gescheurd
kraakbeen of een gescheurde meniscus, leidend tot
geringe instabiliteit, spieratrofie, zwakte of andere milde
toekomstige beperkingen.
(c) Gering knieletsel
Letsel dat vergelijkbaar is met bovenstaande categorie (b)
‘middelzwaar knieletsel’, maar minder ernstig. Onder deze
categorie vallen onder meer onregelmatige snijwonden en
verdraaiingen.
I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000
II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 58
5.15 Enkelletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;
iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iv (risico op) degeneratieve veranderingen;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig enkelletsel
Letsel dat in deze categorie valt, doet zich niet vaak voor.
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een drievoudige breuk van de enkel in combinatie met
omvangrijk letsel aan weke delen, dat resulteert in een
misvorming en een risico dat bij eventueel toekomstig
letsel aan het been een amputatie beneden de knie
noodzakelijk is;
■ enkelbreuken die leiden tot ernstige
gewrichtsdegeneratie, waardoor een arthrodese
(operatief vastzetten van het gewricht) noodzakelijk is.
€ 34.000 tot € 48.000
(b) Ernstig enkelletsel
Er is een langdurige behandeling nodig, of er is
osteosynthesemateriaal geplaatst, waarna aanzienlijke
beperkingen resteren die bestaan uit instabiliteit van de
enkel en een zeer beperkt vermogen om te lopen.
€ 21.000 tot € 34.000
(c) Middelzwaar enkelletsel
Letsel zoals botbreuken en scheuringen van ligamenten met
minder ernstige beperkingen tot gevolg, zoals moeilijkheden
bij lopen op een ongelijke ondergrond en traplopen en
irritatie door osteosynthesemateriaal. Er kan ook risico op
artrose zijn.
€ 9.500 tot € 18.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 59
(d) Gering enkelletsel
Deze categorie omvat minder ernstige, kleinere botbreuken
of breuken waarbij de botdelen niet zijn verplaatst, evenals
verstuikingen en letsel aan de gewrichtsbanden.
I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 9.500
II Tussen ongeveer zes maanden tot twee jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 6.000
5.16 Achillespees
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii beperking van beweging;
iii (risico op) degeneratieve veranderingen;
iv prognose;
v mate van pijn;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstig letsel aan de achillespees
Hieronder valt het doorsnijden van de achillespees en de
musculus peroneus longus. Dit leidt tot kramp, zwelling
en een beperkte beweging van de enkel. Het is niet langer
mogelijk om een actieve sport te beoefenen.
Rond € 26.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 60
(b) Middelzwaar letsel aan de achillespees
Het volledig afscheuren van de achillespees is succesvol
hersteld, maar er zijn beperkingen in de beweeglijkheid van
de enkel. De benadeelde loopt mank en het blijft een zwakke
plek. Verdere verbetering is onwaarschijnlijk.
€ 17.000 tot € 21.000
(c) Minder ernstig letsel aan de achillespees
Er is sprake is van een gedeeltelijke scheuring of aanzienlijk
letsel aan de achillespees. Er is aanzienlijk herstel bereikt,
maar er kunnen nog steeds milde klachten en functionele
beperkingen zijn.
€ 8.500 tot € 14.000
(d) Gering letsel aan de achillespees
Een verzwikking van de enkel, met enige beschadiging van
de achillespees en een onzeker gevoel over de mate van
steun van de enkel tot gevolg.
I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000
II Tussen ongeveer zes maanden en één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
5.17 Voetletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii beperking van beweging/weerslag op de functie van de voet;
iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;
iv (risico op) degeneratieve veranderingen;
v niveau van de amputatie;
vi prognose;
vii mate van (fantoom)pijn;
viii benodigde medische behandeling;
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 61
ix cosmetische gevolgen;
x psychische gevolgen;
xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstig voetletsel
Er is sprake van permanente en ernstige pijn, of er zijn
zeer ernstige blijvende beperkingen. Voorbeelden zijn een
traumatische amputatie van de voorvoet of het verlies van
een substantieel gedeelte van de hiel, waardoor de mobiliteit
ernstig is beperkt.
€ 57.000 tot € 75.000
(b) Ernstig voetletsel
Breuken van beide hielen of voeten die de mobiliteit
substantieel beperken of leiden tot aanzienlijke, blijvende
pijn of ongewoon ernstig letsel aan één voet. Denk aan letsel
dat leidt tot ernstige degloving (‘afstroping’), uitgebreid
operatief ingrijpen, het vastzetten van gewrichten in de hiel,
osteoporose, ulceratie of andere beperkingen die ervoor
zorgen dat de benadeelde geen reguliere schoenen kan
dragen. Deze bandbreedte is ook van toepassing bij een
klapvoet die wordt gecorrigeerd door een brace.
€ 29.000 tot € 48.000
(c) Middelzwaar voetletsel
Letsel dat minder ernstig is dan de categorie ‘ernstig
voetletsel’ (b), maar wel leidt tot aanhoudende pijn vanwege
traumatische artritis of een risico op artritis, leidt tot
langdurige behandeling, en leidt tot het risico dat een
operatie nodig zal zijn om gewrichten vast te zetten.
€ 17.000 tot € 27.000
(d) Minder ernstig voetletsel
Breuken van het middenvoetsbeentje waarbij de botstukken
zijn verplaatst, met blijvende misvorming en aanhoudende
klachten tot gevolg. Er kan op de lange termijn risico op
artrose zijn en/of risico dat een operatie nodig zal zijn.
€ 9.500 tot € 17.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 62
(e) Gering voetletsel
Eenvoudige breuken van de middenvoetsbeentjes,
gescheurde ligamenten, steekwonden en dergelijke.
Als er aanhoudende klachten zijn zoals mank lopen of
(scherpe) pijn, is een bedrag tussen € 8.500 en € 9.500
passend.
I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 9.500
II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000
III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.000
5.18 Teenletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii weerslag op de functie van de voet/beperking van beweging;
iii niveau van de amputatie;
iv (risico op) artrose;
v prognose;
vi mate van (fantoom)pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Amputatie van alle tenen aan één voet € 25.000 tot € 38.000
(b) Amputatie van de grote teen Rond € 21.000
DE Rotterdamse schaal | 5 Orthopedisch letsel 63
(c) Ernstig teenletsel
Deze categorie ziet op ernstig letsel door verbrijzeling of
ander letsel dat leidt tot aanzienlijke, blijvende klachten.
Hieronder valt ook een (gedeeltelijke) amputatie van één of
twee tenen (andere tenen dan de grote teen).
€ 9.500 tot € 14.000
(d) Middelzwaar teenletsel
Dit gaat om ernstig letsel aan de grote teen, breuken door
verbrijzeling, of meerdere breuken van twee of meer tenen.
Er zijn enige blijvende beperkingen en aanhoudend(e)
ongemak, pijn en gevoeligheid.
€ 6.500 tot € 9.500
(e) Gering teenletsel
Dit gaat om relatief eenvoudige breuken of verbrijzelings
letsel, of onregelmatige snijwonden aan één of meer tenen.
Als er aanhoudende minimale klachten zijn en/of een
operatie nodig is met langdurig ongemak tot gevolg, is een
bedrag tussen € 5.000 en € 6.500 passend.
I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.500 tot € 5.000
II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel
plaats.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.500
DE Rotterdamse schaal | 6 Dodelijke verwondingen 64
6Dodelijke verwondingen
6.1 Algemene toelichting
Door een ongeval of misdrijf veroorzaakt letsel kan leiden tot het overlijden van de
benadeelde. Soms is deze ‘op slag dood’. In dat geval bestaat geen eigen aanspraak op
smartengeld van de overledene: het verlies van het leven als zodanig geeft voor de
benadeelde (overledene) immers geen aanspraak op schadevergoeding. Soms gaat
het om overlijden relatief snel na de gebeurtenis (bijvoorbeeld binnen enkele uren of
dagen), soms duurt dat langer en kan het gaan om een periode van enkele maanden
of jaren. Leed dat niet kenbaar door de benadeelde persoonlijk kon worden ervaren,
doordat deze door de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis direct het bewustzijn
heeft verloren en vervolgens is overleden, zonder nog op enig moment bij bewustzijn
te zijn geweest waardoor het leed niet kenbaar kon worden ervaren, wordt niet
vergoed met smartengeld.23
Dit hoofdstuk ziet op gevallen waarin het overlijden voortvloeit uit de aansprakelijk
heidvestigende gebeurtenis en daar relatief kort op volgt. Als de benadeelde overlijdt
door een oorzaak die niet in verband staat met deze gebeurtenis, vormt de categorie
met betrekking tot het veroorzaakte letsel het eerste aanknopingspunt voor het
bepalen van de omvang van het smartengeld. Daarbij kan dan betekenis toekomen
aan de kortere duur van het lijden.
In geval van overlijden als gevolg van de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis
is relevant of de benadeelde bij leven aanspraak heeft gemaakt op vergoeding van
ander nadeel dan vermogensschade. Volgens het bepaalde in art 6:95 lid 2 BW is voor
overgang onder algemene titel immers vereist dat de gerechtigde aan de wederpartij
heeft medegedeeld aanspraak op de vergoeding te maken. Het recht op smartengeld
heeft volgens de wetgever namelijk ‘een hoogstpersoonlijk karakter’, reden waarom
het geld zo veel mogelijk aan de benadeelde zelf moet toekomen en hij zelf moet
kunnen beslissen of hij aanspraak wil maken op smartengeld.24
23 HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1055, r.o. 4.5.1-4.5.2 (Mallorca). 24 TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 378.
DE Rotterdamse schaal | 6 Dodelijke verwondingen 65
Bij de vaststelling van de omvang van het smartengeld bij dodelijke verwondingen
lijken twee belangrijke begrotingsfactoren in tegengestelde richting te wijzen:
enerzijds de omvang of intensiteit van het veroorzaakte leed en anderzijds de duur
van het lijden. Dat het leed zich gedurende een relatief korte periode voordoet, kan
wijzen in de richting van een lager bedrag: de benadeelde hoeft de gevolgen van het
letsel immers minder lang te dragen. Daartegenover staat dat het letsel zo ernstig is
dat het dodelijk is en het leed bovendien ook het vooruitzicht van de naderende dood
kan omvatten, wat juist kan wijzen in de richting van een hoog bedrag.25
Ondanks het zeer beperkte aantal rechterlijke uitspraken in Nederland lijkt duidelijk
dat de ‘top’ van de bedragen die in Nederland in deze categorie worden toegewezen
ligt rond € 195.000. Voor dodelijke verwondingen wordt hier volstaan met dit oriën
tatiepunt. Dat betekent dat in het concrete geval een (aanmerkelijk) lager bedrag
passend kan zijn, afhankelijk van een weging van onder meer de bij de categorie
vermelde factoren.
6.2 Relevante factoren en bandbreedte
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii levensbekorting;
iii mate van pijn;
iv benodigde medische behandeling;
v cosmetische gevolgen;
vi psychische gevolgen;
vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
25 Zie in dit verband ook HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665, NJ 1992/174 (AMC/O), r.o. 3.3: onder het verdriet is ook begrepen het verdriet dat de benadeelde heeft doordat als gevolg van de gebeurtenis zijn levensverwachting is bekort.
DE Rotterdamse schaal | 6 Dodelijke verwondingen 66
Ieder geval vergt een zorgvuldige afweging van alle omstan
digheden van het geval. In de buurt van het hier genoemde
bedrag liggen gevallen waarin de benadeelde gedurende
enige tijd ernstige pijn en leed ondervindt door het letsel en
de daarvoor benodigde behandeling. De benadeelde moet
leven met het vooruitzicht op het afscheid van kinderen en
partner, en heeft een substantieel beperkte levensverwach
ting. Bij trauma zoals ernstige brandwonden met bescha
diging van de longen en ondraaglijke pijn gedurende een
aanzienlijke periode is een hoog bedrag passend. Een lager
bedrag is passend als de benadeelde geen inzicht heeft in het
verlies, beperkt pijn en leed ervaart of als de bekorting in de
levensverwachting beperkt is.
Tot € 195.000
Voor dodelijke asbestziekten (mesothelioom, ernstige
asbestose), ten aanzien waarvan in de praktijk pleegt
te worden teruggevallen op vaste normbedragen, zie
paragraaf 4.3.
DE Rotterdamse schaal | 7 Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 67
7Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen
7.1 Vibratie witte vinger- en/of hand-armvibratiesyndroom
Het vibratie witte vinger- (VWF) en/of hand-armvibratiesyndroom (HAVS), dat wordt
veroorzaakt door blootstelling aan trillingen, is een langzaam progressieve aandoe
ning. De ontwikkeling en ernst ervan worden beïnvloed door de mate van blootstel
ling, in het bijzonder de kracht, frequentie, duur en overdracht van de trillingen.
De klachten zijn vergelijkbaar met de ziekte van Raynaud.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii aantasting van één of beide handen en het aantal aangetaste vingers;
iii letsel aan de dominante hand;
iv mate waarin de behendigheid wordt beperkt en/of de kracht van de grip is
aangetast;
v prognose;
vi frequentie en duur van pijnlijke aanvallen;
vii benodigde medische behandeling;
viii cosmetische gevolgen;
ix psychische gevolgen;
x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstig
Aanhoudende, bilaterale (aan beide handen) klachten die het
dagelijks leven aanzienlijk verstoren.
€ 22.000 tot € 26.000
(b) Middelzwaar
Aanhoudende klachten aan één hand die het dagelijks leven
aanzienlijk verstoren.
€ 11.000 tot € 22.000
DE Rotterdamse schaal | 7 Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 68
(c) Minder ernstig
Er zijn aanhoudende klachten, maar deze doen zich
onderbroken of vooral bij koud weer voor.
€ 6.000 tot € 11.000
(d) Gering
Af en toe doen zich klachten voor in enkele vingers.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.000 tot € 6.000
7.2 Andere aandoeningen aan bovenste ledematen
Dit gedeelte ziet op een verscheidenheid aan letsels aan de bovenste ledematen,
waarbij kan worden gedacht aan de volgende aandoeningen:
a Tenosynovitis (ontsteking van de peesschede die met rust veelal snel herstelt)
b De Quervain tenosynovitis
c Tenosynovitis stenosans (‘trigger finger’)
d Carpaal tunnel syndroom
e Epicondylitis (tenniselleboog, golferselleboog)
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii aantasting van één of beide handen;
iii letsel aan de dominante hand;
iv duur van de pijn en andere klachten, zoals zwellingen en ontstekingen;
v prognose, en of een terugkeer van klachten kan worden voorkomen;
vi benodigde medische behandeling;
vii cosmetische gevolgen;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Aanhoudende beperkingen, waarbij een operatie heeft
plaatsgevonden
€ 10.000 tot € 21.000
(b) Voortdurende, maar wisselende klachten € 6.000 tot € 10.000
DE Rotterdamse schaal | 7 Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 69
(c) Klachten die binnen ongeveer één tot twee jaar herstellen € 3.000 tot € 6.000
(d) Klachten die langer dan zes maanden aanhouden, maar
binnen ongeveer één jaar herstellen
€ 2.675 tot € 3.000
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
DE Rotterdamse schaal | 8 Chronische pijn 70
8Chronische pijn
Dit hoofdstuk behandelt een verscheidenheid aan aandoeningen, die globaal
omschreven kunnen worden als ‘pijnstoornissen’. Hieronder vallen fibromyalgie,
chronisch pijnsyndroom, chronisch vermoeidheidssyndroom/myalgische encefalo
myelitis (ME/CVS), conversiestoornissen en somatisch-symptoomstoornissen. Veel
van deze aandoeningen worden gekenmerkt door subjectieve pijn, waarbij er geen
of een beperkt medisch substraat is. Klachten kunnen omvatten: vermoeidheid,
gerelateerde beperkingen van cognitieve functies, spierzwakte, hoofdpijn en andere
fluctuerende klachten.
Gevallen van kortdurende pijnstoornissen vallen buiten de hier genoemde catego
rieën en vergen een afzonderlijke beoordeling.
Met uitzondering van gevallen waarin sprake is van een complex regionaal pijnsyn
droom (CRPS), is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende klinische
aandoeningen. De bedragen reflecteren de ernst, impact en prognose van de aandoe
ning. Als de aandoening primair één onderdeel van het menselijk lichaam aantast,
kan het behulpzaam zijn ook het daarvoor relevante hoofdstuk te raadplegen. In
dergelijke gevallen is veelal sprake van samenloop met geestelijk letsel (zie deel B).
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii aantasting van één of meerdere lichaamsdelen;
iii prognose;
iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;
v mate van ervaren pijn;
vi afzonderlijk te identificeren psychische aandoening en de weerslag daarvan op
de ervaren pijn;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
DE Rotterdamse schaal | 8 Chronische pijn 71
8.1 Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)
Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) wordt gekenmerkt door intense, bran
dende pijn die bewegen of een aanraking van de aangetaste ledemaat ondraaglijk kan
maken.
(a) Ernstig CRPS
De prognose is slecht. De benadeelde is ernstig beperkt
in zijn vermogen om arbeid te verrichten. Er is een grote
zorgvraag. Er kunnen ook psychische problemen zijn. Een
bedrag bovenin de bandbreedte is passend als de klachten
zich hebben verspreid naar andere ledematen.
€ 36.000 tot € 57.000
(b) Middelzwaar CRPS
Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als de
benadeelde lange tijd aanzienlijke pijn heeft gehad, maar de
prognose is dat er enige verbetering zal optreden, ook ten
aanzien van het vermogen om arbeid te verrichten, en de
benadeelde slechts beperkte zorg nodig zal hebben.
Een bedrag onderin de bandbreedte is passend als de
klachten enkele jaren hebben aangehouden, maar meer
variëren in intensiteit. In deze gevallen kan medicatie de
klachten beperken en/of is de prognose aanmerkelijk beter,
hoewel niet noodzakelijkerwijs een volledig herstel wordt
verwacht. Voor zover er een zorgbehoefte is, zal deze in de
toekomst minimaal zijn.
€ 19.000 tot € 36.000
DE Rotterdamse schaal | 8 Chronische pijn 72
8.2 Andere pijnsyndromen
(a) Ernstig
Ondanks behandeling houdt de benadeelde aanzienlijke
klachten en is de verwachting dat deze in de toekomst
blijven voortduren. Dit heeft een negatieve invloed op het
vermogen om arbeid te verrichten. Daarnaast is enige mate
van zorg/ondersteuning nodig. De meeste gevallen van
fibromyalgie met zware aanhoudende klachten vallen binnen
deze bandbreedte.
€ 29.000 tot € 43.000
(b) Middelzwaar
Bovenin de bandbreedte houden de klachten aan, maar in
een mindere mate dan bij de categorie ‘ernstig’ (a) en met
een minder grote weerslag op het vermogen om arbeid te
verrichten.
Een bedrag onderin de bandbreedte is passend als klachten
een aantal jaren aanhouden, maar daarna een (nagenoeg)
volledig herstel is bereikt of dit wordt verwacht.
€ 14.000 tot € 26.000
DE Rotterdamse schaal | 9 Gezichtsletsel 73
9Gezichtsletsel
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii duur van de klachten;
iii prognose;
iv mate van pijn;
v benodigde medische behandeling;
vi cosmetische gevolgen;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
9.1 Schedelbeschadiging
(a) Le Fort-breuken van botten aan de voorzijde van het gezicht € 16.000 tot € 25.000
(b) Meerdere breuken van botten in het gezicht
Er is enige blijvende misvorming.
€ 10.000 tot € 16.000
(c) Breuken van de neus of voorkant van het hoofd gerelateerd
aan de neus
I Complexe of meervoudige breuken, waarvoor meerdere
operaties nodig kunnen zijn. Er kan sprake zijn van een
blijvende aantasting van luchtwegen, moeilijkheden met
ademhalen, blijvende beschadiging van de zenuwen of
traankanalen en/of een misvorming in het gezicht.
€ 7.500 tot € 16.000
II Een breuk waarbij de botdelen zijn verschoven. Na een
operatie wordt volledig herstel bereikt.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
€ 2.675 tot € 3.500
DE Rotterdamse schaal | 9 Gezichtsletsel 74
(d) Breuken van jukbeenderen
I Complexe breuken waarvoor een operatieve behandeling
nodig is. Er zijn blijvende gevolgen zoals paresthesie (een
stoornis in de gevoelswaarneming) in de wangen of lippen, of
enige misvorming.
€ 7.000 tot € 11.000
II Eenvoudige breuken van de jukbeenderen waarbij enige
reconstructieve chirurgie nodig is. Er wordt volledig herstel
bereikt en er zijn geen of minimale cosmetische gevolgen.
€ 3.000 tot € 4.500
(e) Breuken van de kaak
I Zeer complexe, meervoudige breuken, gevolgd door
een langdurige behandeling. Er zijn blijvende gevolgen,
zoals ernstige pijn, beperkingen bij het eten, paresthesie
(een stoornis in de gevoelswaarneming) en/of een risico op
artritis in de gewrichten.
€ 21.000 tot € 31.000
II Complexe breuk met blijvende gevolgen, zoals
beperkingen bij het openen van de mond of bij eten, of
paresthesie (een stoornis in de gevoelswaarneming) rond de
kaak.
€ 12.000 tot € 21.000
III Een eenvoudige breuk waarvoor immobilisatie van de
kaak nodig is, maar die volledig herstelt.
€ 4.500 tot € 6.000
(f) Beschadiging van tand(en)
Doorgaans heeft een reeks behandelingen plaatsgevonden.
De hoogte van het bedrag hangt vooral af van de duur
daarvan en het veroorzaakte ongemak, zoals problemen met
eten.
I Aanzienlijke, chronische pijn (zoals bij een onbehandeld
abces) die zich uitstrekt over een aantal jaren, waarbij de
algehele conditie van de tanden aanzienlijk achteruitgaat.
Tot € 26.000
DE Rotterdamse schaal | 9 Gezichtsletsel 75
II Verlies of ernstige beschadiging van meerdere
voortanden
€ 6.000 tot € 8.000
III Verlies of ernstige beschadiging van twee voortanden. € 3.000 tot € 5.000
IV Verlies of ernstige beschadiging van één voortand. € 1.500 tot € 2.500
V Verlies of ernstige beschadiging van achterste tanden/
kiezen; bedrag per tand.
€ 500 tot € 1.000
9.2 Misvorming van het gezicht
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii aard van het onderliggende letsel dat heeft geleid tot de misvorming/
littekenvorming;
iii aard en omvang van de littekens of misvorming (cosmetische gevolgen);
iv duur van de klachten;
v prognose;
vi mate van pijn;
vii benodigde medische behandeling;
viii psychische gevolgen;
ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Zeer ernstige littekenvorming
Een relatief jonge benadeelde (tieners tot en met begin
dertig) bij wie zich een zeer ernstige misvorming en een
ernstige psychische reactie voordoet.
€ 20.000 tot € 67.000
(b) Ernstige littekenvorming
Er is een substantiële misvorming, en een aanzienlijke
psychische reactie.
€ 12.000 tot € 33.000
DE Rotterdamse schaal | 9 Gezichtsletsel 76
(c) Middelzware littekenvorming
De ergste gevolgen (kunnen) worden verminderd met
plastische chirurgie. Daarna resteren enige cosmetische
gevolgen. De psychische reactie is niet (langer) groot. Het
kan gaan om littekens die zichtbaar zijn op gespreksafstand.
€ 6.000 tot € 21.000
(d) Minder ernstige littekenvorming
Het kan gaan om één litteken of meerdere kleine littekens
die het uiterlijk in enige mate, maar niet duidelijk
aantast(en). De reactie van de benadeelde is niet groter
dan die van een gemiddeld gevoelig persoon. Als sprake is
van één litteken (zonder dat hyperpigmentatie optreedt of
een keloïd-litteken ontstaat) dat kan worden verborgen of
gecamoufleerd en geen grote ontsiering vormt, is een bedrag
onderaan de bandbreedte passend.
€ 2.500 tot € 9.500
(e) Geringe littekenvorming
In deze gevallen zijn de gevolgen gering.
€ 1.000 tot € 2.500
DE Rotterdamse schaal | 10 Littekens aan andere delen van het lichaam 77
10Littekens aan andere delen van het lichaam
Veel van de fysieke letsels zoals hiervoor beschreven, omvatten reeds het element
van misvorming. In sommige gevallen wordt de omvang van het smartengeld hoofd
zakelijk bepaald door de misvorming.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii percentage van het lichaamsoppervlakte dat is aangetast;
iii aard en omvang van littekens of misvorming (cosmetische gevolgen);
iv eerstegraads, tweedegraads of derdegraads brandwonden;
v mate van pijn en andere klachten;
vi benodigde medische behandeling;
vii psychische gevolgen;
viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Brandwonden
Brandwonden zullen doorgaans als ernstiger worden geduid
dan andere littekens, omdat deze veelal gepaard gaan met
meer pijn en kunnen leiden tot aanhoudend fysiek letsel en
psychisch leed.
Als er aanzienlijke brandwonden zijn aan 40% of meer van
het oppervlakte van het lichaam, ligt een bedrag van meer
dan € 72.000 voor de hand.
(b) Middelzware littekenvorming € 5.500 tot € 16.000
Een aantal duidelijk zichtbare littekens, of één misvormend
litteken.
(c) Minder ernstige littekenvorming € 1.500 tot € 5.500
Eén duidelijk zichtbaar litteken, of een groot aantal
oppervlakkige littekens met geringe cosmetische gevolgen.
DE Rotterdamse schaal | 11 Beschadiging van het haar 78
11Beschadiging van het haar
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii cosmetische gevolgen;
iii omvang van haarverlies;
iv psychische gevolgen;
v weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Ernstige beschadiging van het haar € 5.000 tot € 7.500
Beschadiging van het haar door slecht uitgevoerde perma
nenten, haarkleuringen of vergelijkbare behandelingen kan
leiden tot bijvoorbeeld dermatitis, eczeem, of een tintelend
of branderig gevoel op de hoofdhuid. Dit kan resulteren in
droog en broos haar dat breekt of uitvalt, wat schaamte en
verlies van zelfvertrouwen kan veroorzaken en het sociale
leven kan beïnvloeden. In ernstigere gevallen blijft het haar
dunner en zijn de vooruitzichten voor hergroei slecht, of
is er volledig haarverlies op bepaalde plekken en groeit het
haar slechts langzaam weer aan.
Een hoger bedrag kan passend zijn bij een grote psychische
impact, of als een operatie (zoals een huidtransplantatie)
nodig is.
(b) Minder ernstige beschadiging van het haar € 2.675 tot € 5.000
Minder ernstige klachten dan bij ernstige beschadiging van
het haar (a). Het kan gaan om gevallen waarin het haar is
uitgetrokken, met kale plekken tot gevolg. De hoogte van het
bedrag hangt af van de snelheid waarmee het haar opnieuw
aangroeit. Deze categorie omvat ook alopecia dat wordt
veroorzaakt door stress en waarvan de benadeelde binnen
twee jaar volledig herstelt.
Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste
categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als
bedoeld in hoofdstuk 13.
DE Rotterdamse schaal | 12 Dermatitis en andere huidaandoeningen 79
12Dermatitis en andere huid aandoeningen
Hogere bedragen zijn passend als het gezicht is aangedaan.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii cosmetische gevolgen;
iii psychische gevolgen;
iv weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.
(a) Dermatitis aan beide handen, waarbij sprake is van
een gebarsten huid en pijn, die van invloed is op het
vermogen om arbeid te verrichten van de benadeelde
en de mate waarin de benadeelde huishoudelijke taken
kan verrichten. Er kunnen psychische gevolgen zijn die
enkele jaren voortduren of mogelijk van blijvende aard
zijn.
€ 9.500 tot € 13.000
(b) Dermatitis aan één of beide handen die gedurende een
lange periode aanhoudt, maar kan worden verlicht met
behandeling en/of het dragen van handschoenen bij
specifieke taken.
€ 6.000 tot € 8.000
DE Rotterdamse schaal | 13 Licht letsel 80
13Licht letsel
De ‘Richtlijn Licht letsel inclusief smartengeld’ van De Letselschade Raad beoogt
bij te dragen aan een efficiënte en slachtoffervriendelijke afwikkeling van schades
bij licht letsel.26 In de richtlijn zijn voor drie categorieën van licht letsel indicatieve
bedragen opgenomen, gebaseerd op de Smartengeldgids van de ANWB. Rechters
refereren soms aan de in deze richtlijn genoemde smartengeldbedragen.27 Omdat
voor licht letsel aldus reeds indicatieve smartengeldstandaarden zijn ontwikkeld en
in de praktijk worden gebruikt, en de systematiek ervan bovendien in lijn is met die
van de Rotterdamse schaal (categorisering met bandbreedtes voor maatwerk), zijn
deze hier overgenomen.
Bij licht letsel gaat het, anders dan bij de hiervoor meer concreet beschreven letsels
en aandoeningen, om een generieke categorie die met name wordt afgebakend door
de tijdelijkheid van het letsel en ‘restloos’ herstel. Bij de in de vorige hoofdstukken
beschreven categorieën ging het om letsels en aandoeningen met een grotere en/of
langduriger weerslag op de benadeelde; ‘overlap’ met de categorie licht letsel is dus
in principe uitgesloten.
Van ‘licht letsel’ is sprake als:
i het letsel binnen zes maanden restloos geneest (met uitzondering van niet
ontsierende littekens) en er geen complicaties optreden,
ii het letsel niet of maximaal voor een periode van drie maanden tot beperkingen
voor het verrichten van arbeid of beperkingen voor het verrichten van huishou
delijke werkzaamheden en/of zelfwerkzaamheid leidt,
iii en er na 6 maanden geen verdere medische behandelingen of controles nodig
zijn.
26 Te raadplegen via https://deletselschaderaad.nl/richtlijnen/licht-letsel-inclusief-smartengeld/. 27 Zie bijv. Rb. Amsterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6765, Rb. Rotterdam 16 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7786, Hof Den Haag 25 mei 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1076.
DE Rotterdamse schaal | 13 Licht letsel 81
(a) Herstelperiode van ongeveer vier tot zes maanden
Er is sprake van enkele weken of maanden medische en/
of therapeutische behandeling. Denk hierbij aan een
korte ziekenhuisopname, aan ‘eenvoudige’ botbreuken,
aan gevallen waarin sprake is van een aantal weken tot
enkele maanden beperkingen voor het verrichten van
arbeid of enkele weken tot maanden beperkingen voor
het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en/of
zelfwerkzaamheid en gevallen waarin sprake is van tijdelijke
hulpbehoevendheid.
€ 1.450 tot € 2.675
(b) Herstelperiode van ongeveer twee tot vier maanden
Er is sprake van korte medische en/of therapeutische
behandeling met uiteindelijk restloos herstel. Denk hierbij
aan een (lichte) hersenschudding, nekklachten na een
(verkeers)ongeval met restloos herstel, forse verzwikking
of verstuiking, een gebroken rib en enkele dagen tot weken
beperkingen voor het verrichten van arbeid of enkele
dagen tot weken beperkingen voor het verrichten van
huishoudelijke werkzaamheden en/of zelfwerkzaamheid.
€ 725 tot € 2.175
(c) Herstelperiode van ongeveer twee maanden
Er is sprake van oppervlakkig en beperkt letsel. Denk hierbij
aan schaafwonden, kneuzingen, eerstegraads brandwonden
en beperkte, niet-ontsierende littekens.
Tot € 1.100
DE Rotterdamse schaal | 13 Licht letsel 83
DEEL B (GEOBJECTIVEERD) GEESTELIJK LETSEL
DE Rotterdamse schaal | Deel B 84
Algemene toelichting
Op grond van art. 6:106 sub b BW bestaat niet alleen aanspraak op smartengeld als
de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, maar ook wanneer deze door
aantasting van diens eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in de persoon is aange
tast. Volgens vaste rechtspraak kwalificeert de veroorzaking van geestelijk letsel,
waarvan het bestaan naar objectieve maatstaven is vastgesteld, als een aantasting in
de persoon ‘op andere wijze’.28
Deel B biedt aanknopingspunten voor de begroting van ander nadeel dan vermo
gensschade dat zijn oorzaak vindt in naar objectieve maatstaven vastgesteld geeste
lijk letsel. In gevallen waarin zowel lichamelijk letsel als (geobjectiveerd) geestelijk
letsel aan de orde is, is sprake van een situatie van meervoudigheid waarin (meer)
maatwerk is vereist (zie paragraaf 3.2). Ook bij fysiek letsel (deel A) en bij smarten
geld zonder (aangetoond) letsel (deel C) kunnen gevolgen op het psychische vlak
relevant zijn voor de omvang van het smartengeld, maar dan is geen sprake van een
aantasting van de psychische gezondheid, waar dit deel B op ziet.
Dit deel biedt zicht op smartengeldbedragen voor gevallen waarin de ‘drempel’ van
geobjectiveerd geestelijk letsel is gepasseerd en dus vaststaat dat om die reden
een aanspraak op smartengeld bestaat. Daartoe worden gradaties van ernst onder
scheiden waarin een aantasting van de geestelijke gezondheid zich kan voordoen,
en worden per categorie indicaties gegeven voor een passend smartengeldbedrag.
Voor de vaststelling van het smartengeld is dus niet alleen van belang of sprake is
van geestelijk letsel, maar moet ook worden bezien wat de ernst daarvan is, die in
belangrijke mate samenhangt met de impact ervan op het leven en functioneren van
de benadeelde en de prognose (behandeling, herstel etc.).
Van geestelijk letsel is sprake als de benadeelde niet enkel ‘psychisch is aange
daan’, maar diens psychische gezondheid is aangetast. Anders dan bij lichamelijk
letsel geldt hier dus wel een zekere ondergrens: meer of minder sterk psychisch
onbehagen is niet voldoende om geestelijk letsel te kunnen aannemen.29 Voor een
aanspraak op smartengeld is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel naar
28 HR 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4606, NJ 2005/168, m.nt. W.D.H. Asser (B/Noord-Brabant); HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL7053, NJ 2004/348 (J/Staat); HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.1 en HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij). 29 HR 13 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1608, NJ 1997/366, m.nt. C.J.H. Brunner (Ontvanger/B.) en HR 21 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2286, NJ 1999/145, m.nt. C.J.H Brunner (Wrongful birth I), r.o. 3.14.
DE Rotterdamse schaal | Deel B 85
‘objectieve maatstaven’ is vastgesteld.30 Aan dit vereiste is in ieder geval voldaan als
een daartoe bevoegde en bekwame deskundige een in de psychiatrie erkend ziek
tebeeld heeft vastgesteld. Aan die vaststelling zal doorgaans ook informatie kunnen
worden ontleend over de aard en ernst van het geestelijk letsel.
In zijn recente jurisprudentie laat de Hoge Raad weliswaar ruimte om ook geestelijk
letsel aan te nemen op basis van een rapportage van een deskundige waarin geen
diagnose van een specifiek ziektebeeld wordt gesteld, maar hij maakt niet inzichte
lijk wat daarvoor dan volstaat.31
Shockschade
Geestelijk letsel kan verschillende oorzaken hebben, zoals overbelasting of confron
tatie met een schokkende gebeurtenis, in welk laatste geval ook wel wordt gesproken
van ‘shockschade’. Gevallen van ‘shockschade’ vormen geen eigen letselcategorie,
omdat ‘shockschade’ niet ziet op een bepaald type (geestelijke) aandoening, maar
vooral de wijze van ontstaan van schade aanduidt: het gaat om schade als gevolg van
confrontatie met een schokkende gebeurtenis voor het ontstaan waarvan een ander
aansprakelijk is. Vaststelling van de omvang van het smartengeld na confrontatie met
een schokkende gebeurtenis zal moeten plaatsvinden aan de hand van de rapportage
van de deskundige die het geestelijk letsel heeft vastgesteld: om welk type geestelijk
letsel gaat het en wat zijn daarvan de ernst, de te verwachten duur en de gevolgen
voor de benadeelde?32
30 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI). 31 HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1024, NJ 2021/284, m.nt. S.D. Lindenbergh, r.o. 2.6.1 en HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, NJ 2023/285, m.nt. J.L. Smeehuijzen onder NJ 2023/287 (Hoogeveen). 32 Vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7: ‘De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.’
DE Rotterdamse schaal | Deel B 86
Samenloop met vergoeding van ‘affectieschade’
Naast een aanspraak op vergoeding van ‘shockschade’ kan iemand als naaste van het
primaire slachtoffer aanspraak hebben op een vaste vergoeding van affectieschade
(art. 6:107 lid 1 onder b en art. 6:108 lid 3 BW). De Hoge Raad heeft overwogen dat bij
een dergelijk geval van samenloop van deze aanspraken de rechter ‘aan de hand van
de omstandigheden van het geval naar billijkheid en schattenderwijs’ zal moeten
afwegen in hoeverre bij het vaststellen van de omvang van het smartengeld wegens
‘shockschade’ rekening wordt gehouden met de aanspraak op vergoeding van
affectieschade.33 De bestaande rechtspraak biedt (nog) geen eenduidigheid over de
invloed van toewijzing van een bedrag wegens affectieschade op de begroting van de
omvang van het smartengeld wegens geestelijk letsel na confrontatie met een schok
kende gebeurtenis.34
33 HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, NJ 2023/285, m.nt. J.L. Smeehuijzen onder NJ 2023/287 (Hoogeveen), r.o. 3.9. 34 Zie nader het onderzoeksverslag, par. 4.2.6.
DE Rotterdamse schaal | 14 Geestelijk letsel 87
14Geestelijk letsel
Geestelijk letsel kan door een verscheidenheid aan gebeurtenissen ontstaan, en
kent diverse verschijningsvormen. Gedacht kan worden aan angststoornissen, stem
mingsstoornissen (bijvoorbeeld een depressie), slaapstoornissen en posttraumati
sche stressstoornis (PTSS). Voor PTSS worden hieronder afzonderlijke categorieën
en bandbreedtes onderscheiden. In geval van geestelijk letsel door confrontatie met
een schokkende gebeurtenis (‘shockschade’ of ‘schokschade’), zal dit doorgaans
(ook) bestaan uit PTSS.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i leeftijd;
ii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.;
iii medische behandeling;
iv kans dat behandeling succesvol is;
v prognose, waaronder toekomstige kwetsbaarheid.
14.1 Geestelijk letsel algemeen
(a) Zeer ernstig
In deze gevallen heeft de benadeelde duidelijke problemen
op het gebied van werk/opleiding, sociale relaties etc., en is
de prognose zeer slecht.
€ 37.000 tot € 79.000
(b) Ernstig
In deze gevallen zijn er aanzienlijke problemen op het gebied
van werk/opleiding, sociale relaties etc., maar is de prognose
gunstiger.
€ 13.000 tot € 37.000
(c) Middelzwaar
Hoewel er problemen kunnen zijn geweest op het gebied van
werk/opleiding, sociale relaties etc. heeft er een duidelijke
verbetering plaatsgevonden. De prognose is gunstig.
€ 4.000 tot € 13.000
DE Rotterdamse schaal | 14 Geestelijk letsel 88
(d) Minder ernstig
Bepalend voor de hoogte van het bedrag zijn de duur van
de beperkingen en de mate waarin het dagelijks leven en de
slaap worden beïnvloed.
€ 2.675 tot € 4.000
14.2 Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
PTSS kan ontstaan als gevolg van traumatische gebeurtenissen zoals (gewelds)
misdrijven, ernstig letsel of seksueel misbruik. Er kunnen zich klachten voordoen
zoals nachtmerries, flashbacks, slaapproblemen, vermijding, stemmingsstoornissen
en suïcidale gedachten. Ook kan sprake zijn van een verhoogde staat van spanning
en alertheid. Deze klachten kunnen ook een fysieke uitwerking hebben, en functies
zoals de ademhaling, hartslag en controle van de darmen en/of blaas beïnvloeden.
(a) Zeer ernstig
Er zijn blijvende gevolgen, die maken dat de benadeelde
in het geheel niet in staat is om arbeid te verrichten of
ervoor zorgen dat de benadeelde op een veel lager niveau
functioneert dan voor het trauma. Alle facetten van het leven
van de benadeelde zijn ernstig geraakt.
€ 41.000 tot € 69.000
(b) Ernstig
Deze categorie onderscheidt zich van de categorie ‘ernstig’
(a) wat betreft de prognose: met professionele hulp kan
een bepaalde mate van herstel worden bereikt. In de nabije
toekomst blijven aanzienlijke beperkingen bestaan.
€ 16.000 tot € 41.000
(c) Middelzwaar
In deze gevallen is de benadeelde grotendeels hersteld en
leiden de resterende klachten niet tot ernstige beperkingen.
€ 5.500 tot € 16.000
(d) Minder ernstig
In deze gevallen is de benadeelde binnen ongeveer één
tot twee jaar nagenoeg volledig hersteld en houden alleen
geringe klachten langere tijd aan.
€ 2.675 tot € 5.500
DE Rotterdamse schaal | 14 Geestelijk letsel 89
DEEL C SMARTENGELD ANDERS DAN VANWEGE (AANGETOOND) LETSEL
DE Rotterdamse schaal | Deel C 90
Algemene toelichting
Ook buiten gevallen van lichamelijk letsel (deel A) en geobjectiveerd geestelijk letsel
(deel B) bestaat onder omstandigheden een aanspraak op smartengeld wegens
aantasting in de persoon. Art. 6:106 onder b BW noemt reeds schending van de
eer en goede naam. In 2019 verduidelijkte de Hoge Raad dat daarnaast de ‘aard en
de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde’
kunnen meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting ‘op andere wijze’
die een aanspraak op smartengeld rechtvaardigt. Van een dergelijke aantasting in
de persoon op andere wijze is volgens de Hoge Raad niet reeds sprake bij de enkele
schending van een fundamenteel recht.35
Uitgangspunt is dat de benadeelde niet alleen de aard en ernst van de normschen
ding, maar ook de aard en ernst van de gevolgen daarvan moet onderbouwen. Het
is evenwel niet steeds duidelijk wat in verband met bepaalde normschendingen de
gevolgen zijn die mede bepalen of inderdaad een aanspraak op smartengeld bestaat.
In sommige gevallen wordt een ‘bewijsvermoeden’ gehanteerd: de aard en ernst
van de normschending kunnen meebrengen dat ook zonder nadere onderbouwing
aannemelijk is dat de benadeelde hiervan relevante nadelige gevolgen ondervindt.
Die gevolgen liggen dan in het licht van de normschending zozeer voor de hand dat
een persoonsaantasting kan worden aangenomen.36
De gronden om een aanspraak op smartengeld te aanvaarden, bepalen ook het
perspectief voor de begroting. De aard en ernst van de normschending en van de
gevolgen daarvan voor de benadeelde zijn niet alleen bepalend voor de vraag of
smartengeld gerechtvaardigd is, maar – logischerwijs – ook voor de (vervolg)vraag
hoeveel smartengeld billijk is. Bij de aard van de normschending kan in het bijzonder
worden gedacht aan de mate waarin de normschending is gericht tegen de persoon
dan wel deze rechtstreeks raakt. Bij de ernst van de normschending kan worden
gedacht aan omstandigheden zoals de aard van de aansprakelijkheid en de mate van
schuld, alsmede de duur en frequentie van een schending. In gevallen waarin zonder
nadere onderbouwing aannemelijk is dat de benadeelde nadelige gevolgen van de
normschending ondervindt die relevant zijn voor het bestaan van een smarten
geldaanspraak, ligt het voor de hand dat ook de vaststelling van de omvang van het
smartengeld mede berust op de veronderstelde gevolgen.
35 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.2. 36 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.1.
DE Rotterdamse schaal | Deel C 91
Met de vrij open formulering (‘aard en ernst van de normschending en van de
gevolgen daarvan’) heeft de Hoge Raad ruimte geboden voor verdere rechtsontwik
keling. In de rechtspraak is en wordt afgetast in welke gevallen zich een dergelijke
persoonsaantasting ‘op andere wijze’ voordoet en welke onderbouwing daarvoor
nodig is. Het is een terrein dat nog volop in ontwikkeling is, en de (onder)grenzen
zijn nog niet uitgekristalliseerd. Wel tekenen zich de eerste contouren af van
gevalstypen waarin de aard en de ernst van de normschending en van de (veronder
stelde) gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat sprake is van een
persoonsaantasting ‘op andere wijze’. Zo volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat
bij verschillende ‘misdrijven tegen de persoon’ een persoonsaantasting kan worden
aangenomen, zonder dat hiervoor een onderbouwing van specifieke gevolgen is
vereist.
Dit document beoogt primair aanknopingspunten te bieden voor de vaststelling van
de omvang van het smartengeld indien (en dus nadat) is vastgesteld dat sprake is van
een aantasting in de persoon. Dat een bepaalde categorie hier in de schaal is opge
nomen betekent op zichzelf dus nog niet dat kan worden gezegd dat in alle gevallen
die eronder kunnen worden geschaard een aanspraak bestaat op smartengeld. Toch
zegt het natuurlijk wel iets: voor de gevallen die in de schaal zijn beschreven geldt
immers dat in rechte meestal wel een persoonsaantasting wordt aangenomen. Bij
sommige normschendingen wordt uitsluitend of met name een persoonsaantasting
aangenomen bij meer ernstige vormen, en bij minder ernstige varianten in de regel
niet (denk aan bedreiging). De schaal bevat dan geen subcategorie voor lichtere
vormen.
Bij de beschrijving van categorieën in dit deel wordt veelvuldig aansluiting gezocht
bij strafrechtelijke delicten. Bij bepaalde delicten zal immers dikwijls sprake zijn
van een persoonsaantasting ‘op andere wijze’ vanwege de aard en ernst van de
normschending en van de (veronderstelde) gevolgen daarvan (‘misdrijven tegen
de persoon’) of van een schending van de eer en goede naam. Bovendien gaat het
om gevallen die dikwijls in het strafproces worden beoordeeld in het kader van de
behandeling van de vordering van de benadeelde partij. Het blijft evenwel onvermin
derd gaan om een naar civielrechtelijke maatstaven vast te stellen aanspraak. Het
gaat er telkens om of een onrechtmatige daad is gepleegd jegens de benadeelde die
aanspraak geeft op schadevergoeding, die (ook) uit smartengeld bestaat als sprake is
van een persoonsaantasting in de zin van art. 6:106 sub b BW.
DE Rotterdamse schaal | Deel C 92
Deel C ziet in principe op situaties waarin geen sprake is van lichamelijk of (geob
jectiveerd) geestelijk letsel. Een uitzondering hierop zijn gevallen waarin een norm
schending vaak gepaard gaat met fysiek geweld. In die gevallen is de bandbreedte
ook gebaseerd op uitspraken waarin zeer licht letsel aan de orde is (zoals een blauwe
plek). Dit wordt dan ook aangegeven in de toelichting. In andere gevallen, waarin ook
meer substantieel lichamelijk letsel en/of (geobjectiveerd) geestelijk letsel aan de
orde is, is sprake van een situatie van meervoudigheid waarin (meer) maatwerk is
vereist (zie paragraaf 3.2).
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 93
15Seksuele misdrijven
De categorieën hieronder zijn gebaseerd op uitspraken waarin het recht is toegepast
dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven.37
15.1 Verkrachting (art. 242 Sr oud)
Verkrachting is het tegen de wil van de benadeelde seksueel binnendringen van
diens lichaam.
Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin eventueel geweld jegens de
benadeelde geen of slechts zeer gering letsel tot gevolg heeft (bijvoorbeeld een
blauwe plek of een schaafwond).
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur en de frequentie van de handeling(en);
ii ernst van de seksuele handeling(en) en of sprake was van onbeschermde seks;
iii handelwijze van de dader (manipulatief, mate van dwang, geweld etc.);
iv afhankelijkheidsrelatie of vertrouwensband met de dader;
v locatie;
vi of ook seksueel getint beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd,
verworven, verspreid en/of in bezit is;
vii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;
viii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 15.000 tot € 26.000
Het gaat om meerdere verkrachtingen gedurende een
periode van meer dan ongeveer 2,5 jaar, waarbij sprake is
van uitzonderlijk ernstige omstandigheden. Voorbeelden
zijn het gebruik van ernstig geweld, het creëren van
een afhankelijkheidsrelatie door de dader en zeer
ernstige gevolgen voor de benadeelde, zoals meerdere
zwangerschappen.
37 De Wet seksuele misdrijven (Stb. 2024, 59) trad in werking met ingang van 1 juli 2024.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 94
(b) Ernstig € 7.500 tot € 15.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ meerdere verkrachtingen gedurende een periode van
minder dan ongeveer 2,5 jaar. De benadeelde heeft
vaak een afhankelijke en/of ondergeschikte positie ten
opzichte van de dader. Er kan sprake zijn van enig geweld
of een daarmee vergelijkbare mate van dwang;
■ een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van
bijzonder ernstige omstandigheden, zoals het gebruik
van ernstig geweld en/of ernstige gevolgen voor de
benadeelde, zoals het oplopen van een SOA/HIV en/of
een (afgebroken) zwangerschap.
(c) Tamelijk ernstig € 2.500 tot € 7.500
In deze categorie gaat het doorgaans om een eenmalige
verkrachting. Situaties waarin de benadeelde en de dader
een date of een relatie hadden, vallen vaak in deze categorie.
15.2 Ontucht met binnendringen (art. 244 en 245 Sr oud)
In deze categorie gaat het om verschillende vormen van ontucht met seksueel
binnendringen bij benadeelden tot 16 jaar oud. In bijna alle gevallen is sprake van een
groot leeftijdsverschil tussen de dader en de benadeelde.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur en de frequentie van de handeling(en);
ii ernst van de seksuele handeling(en) en of sprake was van onbeschermde seks;
iii handelwijze van de dader (manipulatief, de mate van dwang, geweld etc.);
iv afhankelijkheidsrelatie of vertrouwensband met de dader;
v locatie;
vi of ook seksueel getint beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd,
verworven, verspreid of in bezit is;
vii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;
viii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 95
(a) Meest ernstig € 12.500 tot € 32.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ ontucht met binnendringen gedurende een periode
van meer dan ongeveer 2,5 jaar. Meestal is sprake van
vergaande seksuele handelingen zoals vaginaal en/of
anaal binnendringen met een geslachtsdeel. In bijna
alle gevallen is sprake van een kwetsbare benadeelde.
De benadeelde heeft vaak een vertrouwensband of
afhankelijkheidsrelatie met de dader;
■ eenmalige ontucht met binnendringen waarbij sprake
is van zeer ernstige omstandigheden en/of ernstige
gevolgen voor de benadeelde zoals het oplopen van een
SOA/HIV en/of een (afgebroken) zwangerschap;
■ situaties waarin niet alleen sprake is van ontucht met
binnendringen, maar ook seksueel getint beeldmateriaal
van de benadeelde is gemaakt en/of verspreid.
(b) Ernstig € 6.000 tot € 12.500
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ ontucht met binnendringen gedurende een periode
van ongeveer 6 maanden tot 2,5 jaar, waarbij sprake kan
zijn van vergaande seksuele handelingen, zoals anaal
binnendringen;
■ eenmalige ontucht met binnendringen, waarbij
sprake is van een combinatie van vergaande seksuele
handelingen. Vaak gaat het om zowel vaginaal en/of anaal
binnendringen met een geslachtsdeel, als orale seksuele
handelingen.
(c) Tamelijk ernstig € 1.500 tot € 6.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ ontucht met binnendringen gedurende een periode
tot ongeveer 6 maanden. Er is geen sprake van anaal
binnendringen;
■ eenmalige ontucht met binnendringen, waarbij geen
sprake is van vaginaal of anaal binnendringen met een
geslachtsdeel.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 96
15.3 Aanranding (art. 246 Sr oud)
Aanranding is het dwingen van de benadeelde tot ontuchtige handelingen. Het gaat
hierbij niet (mede) om seksueel binnendringen. Aanranding kan zowel fysiek als
digitaal plaatsvinden.
Bij aanranding op afstand (digitaal) waarbij de dader beeldmateriaal van de bena
deelde heeft gemaakt of heeft ontvangen, moet de benadeelde leven met het risico
dat dergelijk materiaal niet (volledig en met zekerheid) kan worden verwijderd en
vernietigd.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld
dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de
benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur en de frequentie van de handeling(en);
ii ernst van de seksuele handeling(en);
iii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;
iv locatie;
v handelwijze van de dader (manipulatief, de mate van dwang, geweld etc.);
vi vervaardigen/verwerven/verspreiden/bezitten van seksueel beeldmateriaal van
de benadeelde;
vii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 6.500
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ de benadeelde wordt veelal herhaaldelijk gedwongen
tot ontuchtige handelingen. Het gaat vaak om het
betasten van het ontblote geslachtsdeel van een
vrouwelijke benadeelde. Ook kan sprake zijn van
aanraking van de benadeelde door de dader met
zijn ontblote geslachtsdeel. Er is vaak sprake van
een afhankelijkheidsrelatie tussen de dader en de
benadeelde;
■ digitale aanranding, waarbij de benadeelde herhaaldelijk
wordt gedwongen om voor de camera seksuele
handelingen bij zichzelf te verrichten.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 97
(b) Ernstig € 1.000 tot € 5.000
Het gaat vaak om eenmalige aanranding. Bij vrouwelijke
benadeelden bestaan de seksuele handelingen veelal (mede)
in het betasten van het met kleding bedekte geslachtsdeel
van de benadeelde. De dader betast daarnaast in veel
gevallen andere ontblote lichaamsdelen (borsten, billen etc.).
Bij mannelijke benadeelden gaat het in deze categorie ook
om het betasten van het ontblote geslachtsdeel.
Een hoger bedrag kan passend zijn als de benadeelde zich
tijdens de aanranding bijzonder moeilijk aan de situatie kon
onttrekken, bijvoorbeeld bij aanranding in een treincoupé.
(c) Tamelijk ernstig Tot € 1.000
Er is sprake van eenmalige aanranding, (vaak) in een
openbare ruimte. De seksuele handelingen bestaan vaak
uit het vluchtig betasten van de benadeelde over de
kleding heen, zoals het geven van een tik op de billen. Het
geslachtsdeel van de benadeelde wordt niet betast. De
benadeelde kent de dader doorgaans niet.
15.4 Openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal
In deze gevallen gaat het om schending van de (seksuele) privacy van de bena
deelde door het openbaar maken van seksueel getinte foto’s en/of filmpjes van de
benadeelde. Vaak gaat dit gepaard met strafbare feiten zoals misbruik van seksueel
beeldmateriaal, smaad, laster, belediging en/of dwang. In al deze gevallen kan worden
aangesloten bij onderstaande bandbreedtes.
De benadeelde moet leven met het risico dat het eenmaal verspreide seksueel
getinte beeldmateriaal bijna nooit (volledig en met zekerheid) kan worden verwij
derd en vernietigd.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld
dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de
benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 98
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i handelwijze van de dader (heimelijk beeldmateriaal maken, manipulatief);
ii aard en ernst van de vastgelegde inhoud (foto’s en/of filmpjes, aard van de
verrichte seksuele handelingen en herkenbaarheid van de benadeelde);
iii hoeveelheid verspreid beeldmateriaal;
iv omvang van de verspreiding;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 2.500 tot € 7.500
Het seksueel getinte beeldmateriaal is openbaar gemaakt via
(sociale) media met een groot bereik, zoals (pornografische)
websites, openbare profielen etc.
Het gaat vaak om beeldmateriaal waarop vergaande seksuele
handelingen zijn te zien. Bovendien is de benadeelde bijna
altijd herkenbaar in beeld.
Als de contactgegevens van de benadeelde bij het beeld
materiaal worden gedeeld, kan een bedrag bovenin de
bandbreedte passend zijn. Ook in gevallen waarin het
beeldmateriaal onder dwang en/of heimelijk is vervaardigd,
lijken hogere bedragen passend.
(b) Ernstig Tot € 2.500
Het seksueel getinte beeldmateriaal is vaak verspreid binnen
een beperkte groep mensen. Dit zijn veelal bekenden van de
benadeelde. Er wordt minder beeldmateriaal verspreid dan
in de meest ernstige gevallen. Ook is de benadeelde op het
beeldmateriaal vaak niet of minder goed herkenbaar.
15.5 Sextortion
Sextortion is het chanteren van de benadeelde met het openbaar maken en
verspreiden van seksueel getint beeldmateriaal. Het kan gaan om bestaande naakt
foto’s of video’s, maar ook om deepfakes. De dader is veelal uit op geld, meer seksueel
getint beeldmateriaal of verdergaande (seksuele) handelingen. De dader stelt zich
veelal manipulatief op en doet zich bijna altijd voor als iemand anders.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 99
Sextortion is geen zelfstandig strafrechtelijk delict. In gevallen van sextortion wordt
de verdachte vaak vervolgd wegens dwang (art. 284 Sr) en/of afdreiging (art. 318 Sr).
In de meer ernstige gevallen is sprake van samenloop met aanranding en soms met
andere seksuele misdrijven.
De benadeelde moet leven met de onzekerheid of het beeldmateriaal is verspreid,
wetende dat eenmaal (online) verspreid materiaal bijna nooit (volledig en met zeker
heid) kan worden verwijderd en vernietigd.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld
dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de
benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur van de chantage;
ii aard en ernst van de vastgelegde inhoud (foto’s en/of filmpjes, aard van de
verrichte seksuele handelingen en herkenbaarheid van de benadeelde);
iii hoeveelheid verzameld beeldmateriaal van de benadeelde;
iv aard van de dreiging, en of daarbij naasten en/of de werkgever van de benadeelde
worden betrokken;
v kwetsbaarheid en leeftijd;
vi aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 8.500
Sextortion gedurende een periode van maanden tot jaren. De
benadeelden hebben onder dwang zeer vergaande seksuele
handelingen verricht, zoals seks met derden, seks met
dieren en vergaande seksuele handelingen bij zichzelf. Deze
handelingen worden op beeld vastgelegd voor de dader, die
hiertoe expliciete instructies geeft.
(b) Ernstig € 2.000 tot € 5.000
Sextortion gedurende een periode van ongeveer twee tot zes
maanden. Er is bijna altijd samenloop met aanranding of een
ander seksueel misdrijf. Het gaat veelal om benadeelden die
onder dwang seksueel getint beeldmateriaal hebben gedeeld
met de dader, waarop te zien is dat zij seksuele handelingen
bij zichzelf verrichten.
DE Rotterdamse schaal | 15 Seksuele misdrijven 100
(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.000
In deze categorie gaat het meestal om sextortion gedurende
een periode tot ongeveer twee maanden.
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ de situatie waarin de dader probeert seksueel getint
beeldmateriaal van de benadeelde te krijgen door
te dreigen met het verspreiden van gemanipuleerd
seksueel getint beeldmateriaal (deepfake);
■ de situatie waarin de dader dreigt om seksueel getint
beeldmateriaal van de benadeelde openbaar te maken
als de benadeelde geen geld overmaakt of meer
beeldmateriaal stuurt.
DE Rotterdamse schaal | 16 Mensenhandel (art. 273f Sr) 101
16Mensenhandel (art. 273f Sr)
Mensenhandel is het illegaal onder dwang werven, vervoeren, vasthouden en/
of huisvesten van een persoon met het doel om aan die persoon te verdienen
(uitbuiting). Naast seksuele uitbuiting kan het ook gaan om criminele uitbuiting of
arbeidsuitbuiting.
Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin eventueel geweld jegens de
benadeelde geen of zeer beperkt letsel tot gevolg heeft (bijvoorbeeld een blauwe plek
of een schaafwond).
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur van de uitbuiting;
ii mate van vrijheidsbeperking;
iii mate waarin geweld wordt gebruikt;
iv ernst en frequentie van de afgedwongen (seksuele) handelingen en de
werkomstandigheden;
v handelwijze van de dader (manipulatief, de inzet van (verslavende) middelen, het
achterhouden van het identiteitsbewijs etc.);
vi kwetsbaarheid en leeftijd;
vii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 10.500 tot € 21.000
Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van
ongeveer zes maanden of langer. De benadeelde wordt in
veel gevallen ernstig in zijn bewegingsvrijheid beperkt en
de dader houdt de benadeelde vaak continu in de gaten. De
benadeelde is over het algemeen afhankelijk van de dader,
bijvoorbeeld voor huisvesting, vanwege een drugsverslaving
en/of omdat de benadeelde niet rechtmatig in Nederland
verblijft.
DE Rotterdamse schaal | 16 Mensenhandel (art. 273f Sr) 102
Het gaat vaak om een bedreigende en/of gewelddadige
situatie. Er kan ook sprake zijn van vergaande manipulatie
door de dader, zoals de benadeelde doen geloven dat die een
schuld dient af te betalen en/of misbruik maken van een
vermeende liefdesrelatie. In het geval van prostitutie wordt
de benadeelde vaak ook gedwongen tot onbeschermde
seksuele handelingen.
(b) Ernstig € 5.000 tot € 10.500
Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van
ongeveer één maand tot zes maanden. Over het algemeen
wordt geen fysiek geweld gebruikt jegens de benadeelde;
er kan wel sprake zijn van bedreiging. De benadeelde kan
afhankelijk zijn van de dader, bijvoorbeeld voor woonruimte
of omdat de benadeelde niet rechtmatig in Nederland
verblijft.
(c) Tamelijk ernstig € 2.000 tot € 5.000
Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van
minder dan ongeveer één maand, waarbij soms niet duidelijk
is of dit de dader financieel gewin heeft opgeleverd. Er
wordt geen geweld gebruikt jegens de benadeelde en de
benadeelde wordt niet bedreigd.
DE Rotterdamse schaal | 17 Belaging (art. 285b Sr) 103
17Belaging (art. 285b Sr)
Belaging is het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de privacy van de
benadeelde.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur, frequentie en intensiteit van de belaging;
ii aard van de belaging (bijvoorbeeld een bedreigend karakter);
iii handelwijze van de dader (planmatig, schenden contact- en/of gebiedsverbod,
doorgaan na een stopgesprek etc.);
iv aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
Bij de intensiteit van de belaging kan onder meer worden gedacht aan de (verschei
denheid aan) manier(en) waarop de dader de benadeelde benadert. Dit kan fysiek
zijn, bijvoorbeeld door de benadeelde te achtervolgen of door zich nabij diens
woning te begeven of diens woning te betreden. Daarnaast kan de dader de bena
deelde op afstand benaderen, onder andere via sociale media, telefonisch en fysieke
post. Ook kan de dader diensten afnemen en/of producten bestellen op naam van de
benadeelde. Voor de intensiteit van de belaging is daarnaast relevant in welke mate
de dader (mede) contact zoekt via personen in de omgeving van de benadeelde, zoals
vrienden, familie, de werkgever etc.
(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 8.000
Belaging die langdurig (meestal langer dan één jaar),
frequent en intensief is. De dader benadert de benadeelde
zowel op afstand (bellen, berichten, brieven e.d.) als fysiek
(zoals achtervolgen, ophouden rondom de woning van
de benadeelde, de woning betreden en/of vernieling van
de woning). De dader zoekt ook contact via personen in
de omgeving van de benadeelde. In veel gevallen plaatst
de dader ook informatie over en beeldmateriaal van de
benadeelde op social media of internet, met een lasterlijke of
seksuele strekking.
DE Rotterdamse schaal | 17 Belaging (art. 285b Sr) 104
(b) Ernstig € 2.000 tot € 5.000
Belaging die ernstig is, maar vaak minder lang en/of minder
frequent en/of minder intensief dan de meest ernstige
gevallen. De dader maakt (ook in dit type gevallen) veelal
gebruik van verschillende (communicatie)middelen om de
benadeelde te benaderen.
(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.000
Belaging die minder lang duurt en/of minder frequent en/
of minder intensief is dan de ernstige gevallen. In de meeste
gevallen is de communicatie vanuit de dader niet bedreigend
van aard. Er is vaak nog tot kort voor de belaging contact met
wederzijds goedvinden geweest tussen de benadeelde en de
dader. De dader zoekt over het algemeen geen contact met
de omgeving van de benadeelde.
DE Rotterdamse schaal | 18 Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 105
18Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr)
Bij het opzettelijk onttrekken van een kind aan het wettig gezag, oftewel ‘kinder
ontvoering’, gaat het vaak om een ouder die het kind onttrekt aan het gezag van de
andere (‘achterblijvende’) ouder. Hierdoor kan de achterblijvende ouder niet meer
zijn of haar ouderlijk gezag over het kind uitvoeren.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
18.1 Persoonsaantasting van de ouder
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur van de onttrekking;
ii bestemming van de onttrekking;
iii omstandigheden waaronder de onttrekking plaatsvond (planmatig handelen, het
gebruik van of bedreiging met geweld, abrupte scheiding tussen ouder en kind
etc.);
iv leeftijd van het kind;
v mate van contact met het kind en/of kennis over diens situatie na de onttrekking;
vi aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig € 10.000 tot € 35.000
De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt meer dan
ongeveer vijf jaar. Het kind verblijft in het buitenland. Soms
wordt geweld gebruikt bij het meenemen van het kind.
De achterblijvende ouder kan langdurig in onzekerheid
verkeren over de verblijfplaats en het welzijn van het kind.
Doorgaans heeft de ouder geen tot beperkt contact met het
kind.
DE Rotterdamse schaal | 18 Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 106
(b) Ernstig € 2.500 tot € 10.000
De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt meer dan
ongeveer één jaar (en korter dan ongeveer vijf jaar). Het
kind verblijft in het buitenland. De ouder verkeert vaak in
onzekerheid over de verblijfplaats van het kind.
(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.500
De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt minder
dan ongeveer één jaar. De onttrekking vindt vaak plaats
aansluitend op een periode waarin het kind (bijvoorbeeld
in het kader van een omgangsregeling) rechtmatig bij de
dader verbleef. Vrijwel altijd verblijft het kind in Nederland,
althans Europa. Er kan enige vorm van contact zijn tussen de
achterblijvende ouder en het kind.
18.2 Persoonsaantasting van het kind
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i duur en bestemming van de onttrekking;
ii abruptheid van de scheiding en de mate van contact met de achterblijvende
ouder;
iii leefomstandigheden van het kind gedurende de onttrekking;
iv leeftijd;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde, waaronder voor diens
ontwikkeling.
(a) Meest ernstig
De onttrekking aan het ouderlijk gezag, in het buitenland,
duurt meer dan ongeveer één jaar. Als de onttrekking
een groot effect heeft op de ontwikkeling van het kind,
bijvoorbeeld omdat het geen contact heeft met de
achterblijvende ouder en/of leeftijdsgenoten, kan een hoger
bedrag passend zijn.
€ 2.500 tot € 5.000
DE Rotterdamse schaal | 18 Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 107
(b) Ernstig
De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt minder
dan ongeveer één jaar. De onttrekking vindt vaak plaats
aansluitend op een periode waarin het kind (bijvoorbeeld in
het kader van een omgangsregeling) rechtmatig bij de dader
verbleef. Er kan enig contact zijn tussen de achterblijvende
ouder en het kind. Aannemelijk is dat de weerslag op het
kind minder groot is als het kind zich niet (volledig) bewust
is van de onttrekking.
Tot € 2.500
DE Rotterdamse schaal | 19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 108
19Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties
Er zijn verschillende bedreigende situaties die een persoonsaantasting met zich
brengen. In dit hoofdstuk worden enkel gevaltypen geschetst waarin in het meren
deel van de gevallen een persoonsaantasting blijkt te worden aangenomen. Het enkel
noemen van een bepaald gevalstype in dit hoofdstuk betekent dus niet dat telkens
sprake is van een persoonsaantasting.
19.1 Bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal
(art. 312 Sr) en/of afpersing (art. 317 Sr)
In gevallen van diefstal en/of afpersing waarbij geweld wordt gebruikt jegens
de benadeelde of daarmee wordt gedreigd, kan een persoonsaantasting worden
aangenomen.
Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin géén sprake is van letsel of als
zeer licht letsel aan de orde is, zoals een blauwe plek of schaafwond.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i handelwijze van de dader (bijvoorbeeld met hulp van anderen);
ii intensiteit van de bedreigende situatie (bijvoorbeeld het gebruik van (nep)
wapens of het waarnemen van het gebruik van geweld jegens anderen);
iii mate en duur van vrijheidsbeperking;
iv kwetsbaarheid en leeftijd;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
DE Rotterdamse schaal | 19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 109
(a) Meest ernstig € 3.000 tot € 8.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een overval in de woning van de benadeelde, veelal in
vereniging gepleegd. De benadeelde wordt vaak bedreigd
met een (vuur)wapen en verbaal bedreigd. Er kan ook
geweld worden uitgeoefend jegens de benadeelde.
Regelmatig wordt de benadeelde ook van zijn vrijheid
beroofd, bijvoorbeeld door hem vast te binden en/of
zijn mond en/of hoofd te bedekken. Een hoger bedrag
kan passend zijn in het geval de benadeelde gescheiden
wordt van andere familieleden, partners en/of vrienden
tijdens de overval;
■ afpersing die zich over een zeer lange periode (jaren)
uitstrekt, waarbij de benadeelde herhaaldelijk wordt
bedreigd en wordt gedwongen om (veel) geld af te staan.
(b) Ernstig Tot € 3.000
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een overval op de werkplek van de benadeelde, zoals
een winkel of tankstation, waarbij de benadeelde wordt
bedreigd met een (vuur)wapen. Het kan ook gaan om een
benadeelde wiens werkzaamheden (mede) bestaan uit
het bezorgen of vervoeren van zaken. In dat geval vindt
de diefstal of afpersing met (bedreiging van) geweld
bijvoorbeeld plaats bij het opgegeven bezorgadres of
tijdens het vervoer;
■ planmatige overvallen, waarbij de benadeelde naar
een locatie wordt gelokt, of overvallen met een zeer
manipulatief karakter;
■ gevallen waarin de benadeelde naast de diefstal/
afpersing met (bedreiging van) geweld ook urenlang van
zijn vrijheid wordt beroofd;
■ afpersing met bedreiging van geweld gedurende een
periode van maanden, al dan niet online;
■ een straatroof met meerdere daders.
DE Rotterdamse schaal | 19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 110
19.2 Vrijheidsberoving (art. 282 Sr)
In geval van vrijheidsberoving kan aansluiting worden gezocht bij bovenstaande
bandbreedtes (bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal en/of afpersing,
paragraaf 19.1).
19.3 Bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing
(art. 157 Sr)
Opzettelijke ontploffing in of zeer nabij de woning van de benadeelde, met gevaar
voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van de benadeelde, kan een persoonsaan
tasting met zich brengen.
Strafrechtelijk kan sprake zijn van eendaadse samenloop met bedreiging met onder
meer enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling (art. 285 Sr) of
een poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade (art. 303 Sr).
Voor het smartengeld maakt dat niet uit, omdat het vanuit civielrechtelijk perspec
tief zal gaan om ‘dezelfde’ onrechtmatige daad als grondslag voor de verplichting
tot schadevergoeding. Daarom kan in deze gevallen bij onderstaande bandbreedtes
worden aangesloten.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i handelwijze en motief van de dader;
ii mate van gevaar (bijv. een geblokkeerde uitgang, gedurende slaap);
iii locatie;
iv kwetsbaarheid en leeftijd;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde (waaronder diens woonsitu
atie, de noodzaak van een safehouse, etc.).
(a) Meest ernstig
Een ontploffing die plaatsvindt in de woning van de
benadeelde, waarin de benadeelde op dat moment aanwezig
was, en gevolgen heeft voor de woonsituatie. De woning kan
€ 5.000 tot € 8.000
DE Rotterdamse schaal | 19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 111
bijvoorbeeld tijdelijk onbewoonbaar zijn of de benadeelde
moet tijdelijk onderduiken in safehouses.
(b) Ernstig
Een ontploffing in of vlakbij de woning van de benadeelde,
waar de benadeelde op dat moment aanwezig was, of in een
ander gebouw waarin de benadeelde dichtbij aanwezig was,
zoals een winkel of horeca-aangelegenheid.
€ 1.000 tot € 5.000
19.4 Bedreigende situaties door opzettelijke brandstichting
(art. 157 Sr)
Opzettelijke brandstichting in of zeer nabij de woning van de benadeelde, met gevaar
voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van de benadeelde, kan een persoons
aantasting zijn.
Strafrechtelijk kan sprake zijn van eendaadse samenloop met bedreiging met enig
misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling (art. 285 Sr) of een poging
tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade (art. 303 Sr). Voor het
smartengeld maakt dat niet uit, omdat het vanuit civielrechtelijk perspectief zal gaan
om ‘dezelfde’ onrechtmatige daad als grondslag voor de verplichting tot schade
vergoeding. Daarom kan in deze gevallen bij onderstaande bandbreedtes worden
aangesloten.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i handelwijze en motief van de dader;
ii mate van gevaar (bijv. een geblokkeerde uitgang, gedurende slaap);
iii locatie;
iv kwetsbaarheid en leeftijd;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde (waaronder diens woon
situatie, de noodzaak van een safehouse, etc.).
DE Rotterdamse schaal | 19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 112
(a) Meest ernstig
Brandstichting in de woning van de benadeelde, terwijl de
benadeelde op dat moment in de woning lag te slapen.
€ 2.000 tot € 5.000
(b) Ernstig
Brandstichting in of nabij de woning van de benadeelde,
waar de benadeelde op dat moment (in wakkere toestand)
aanwezig was.
Tot € 2.000
19.5 Bedreiging (art. 285 Sr)
In ernstige gevallen van bedreiging wordt dikwijls een persoonsaantasting
aangenomen.
Indien de bedreiging gepaard gaat met een of meer andere normschendingen (zoals
diefstal, vrijheidsberoving of mensenhandel) kan worden gekeken naar de band
breedtes voor deze normschendingen.
Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat
de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena
deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i handelwijze van de dader;
ii intensiteit van de bedreigende situatie (bijvoorbeeld het gebruik van (nep)
wapens of het waarnemen van het gebruik van geweld jegens anderen);
iii locatie en tijdstip;
iv kwetsbaarheid en leeftijd;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
De bedreiging gaat gepaard met concrete, intimiderende
handelingen die de dreiging versterken en de indruk wekken
dat het dreigement daadwerkelijk ten uitvoer zal worden
gebracht, zoals het bewust naast de benadeelde schieten of
het maken van steekbewegingen met een mes in de richting
van de benadeelde.
Tot € 1.500
DE Rotterdamse schaal | 20 Schending van de eer en goede naam 113
20Schending van de eer en goede naam
Volgens de wet heeft de benadeelde recht op smartengeld indien de benadeelde in
zijn eer of goede naam is geschaad (art. 6:106 aanhef en onder b BW).
20.1 Reputatieschade door smaad, laster, etc.
Schending van de eer en goede naam bestaat vaak uit het verspreiden van een
ongefundeerde of valse beschuldiging over de benadeelde. Vaak gaat het om het
vermeend plegen van strafbare feiten door de benadeelde. Smaad (art. 261 Sr) en
laster (art. 262 Sr) vallen onder de hiernavolgende categorieën.
Indien informatie over de benadeelde via het internet is verspreid, moet de bena
deelde leven met de onzekerheid dat eenmaal verspreide informatie bijna nooit
(volledig en met zekerheid) kan worden verwijderd en vernietigd.
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i aard en ernst van de verspreide informatie over de benadeelde en herkenbaar
heid van de benadeelde;
ii omvang van de verspreiding (bijvoorbeeld publicatie op internet);
iii of de uitlatingen specifiek zijn gedaan aan bekenden van de benadeelde en of de
informatie hen heeft bereikt;
iv duur van de verspreiding;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
(a) Meest ernstig
In deze categorie gaat het om een schending van de eer en
goede naam met ingrijpende gevolgen voor de benadeelde,
waaronder voor diens reputatie. In de meest ernstige
gevallen kan sprake zijn van ernstige bedreigingen.
Het gaat om verspreiding via een website, televisie-
uitzending, of bijvoorbeeld veel gelezen sociale media-
€ 3.000 tot € 13.000
DE Rotterdamse schaal | 20 Schending van de eer en goede naam 114
accounts, krant(en) en/of nieuwsbrief. Vaak heeft de
benadeelde een bepaalde maatschappelijke/politieke positie.
(b) Ernstig
Bovenin de bandbreedte gaat het om de verspreiding naar
een groot aantal personen in de omgeving van de benadeelde
of verspreiding via internet/sociale media. De benadeelde
heeft hiervan nadelige gevolgen ervaren.
Onderin de bandbreedte gaat het om gevallen waarin de
informatie met een beperkt aantal mensen is gedeeld en/of
sprake is van een risico op nadelige gevolgen, dat zich (nog)
niet heeft verwezenlijkt.
Tot € 3.000
20.2 Belediging
Door een beledigende uitlating kan de eer en goede naam van de benadeelde worden
geschaad. Strafrechtelijk kan sprake zijn van eenvoudige belediging (art. 266 Sr),
waaronder belediging van een ambtenaar in functie (art. 267 Sr).
Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:
i aard en ernst van de uitlating(en);
ii discriminatoir karakter;
iii of de belediging (mede) bestaat uit een fysieke handeling (bijvoorbeeld spugen);
iv duur en frequentie;
v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.
Onder deze categorie vallen onder meer:
■ een discriminatoire uitlating, bijvoorbeeld over de
seksualiteit of achtergrond van de benadeelde, in
combinatie met een scheldwoord;
■ een beschuldiging, bijvoorbeeld van racisme, in
combinatie met een scheldwoord;
■ spugen op de benadeelde.
Tot € 550
Al jaren is de vaststelling van smartengeld in Nederland een punt
van discussie en is er behoefte aan meer inzichtelijkheid, meer
consistentie en meer efficiëntie. Het belang van meer ordening
heeft aan gewicht gewonnen door de grote toename van het aantal
uitspraken van de strafrechter waarin hij veelvuldig smarten-
geld vaststelt. Daarmee hebben onderlinge verschillen tussen
uitspraken meer nadrukkelijk de aandacht gekregen.
De Rotterdamse schaal bevat een ordening van smartengeld-
bedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De schaal
biedt in één oogopslag een indicatie voor een passend smarten-
geldbedrag voor een bepaald gevalstype. De schaal beoogt de
rechtspraktijk te faciliteren door op een toegankelijke manier
overzicht en aanknopingspunten te bieden voor de vaststelling
van smartengeld.
Het onderzoek dat deze schaal heeft voortgebracht is verricht in
opdracht van de Raad voor de rechtspraak en gefinancierd door
het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De Engelse Guidelines for
the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases en de
Ierse Personal Injury Guidelines vormden bij het ontwerp een grote
bron van inspiratie.
ISBN 978-94-93458-11-6
9 7 8 9 4 9 3 4 5 8 1 1 6
Heb je een vraag over deze richtlijn?
Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.
Stel je vraag