Letselschade

De Rotterdamse schaal — Ordening van smartengeldbedragen

Ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen, ontwikkeld door onderzoekers van Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Gebaseerd op de Engelse Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases (17e editie, 2024).

De Letselschade Raad Versie: 2025 Originele bron

ROTTERDAMSE SCHAAL Rotterdamse schaal

Ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen

ROTTERDAMSE SCHAAL

Ordening van smartengeldbedragen

bij lichamelijk letsel en andere

persoonsaantastingen

De Rotterdamse schaal is het resultaat van onderzoek verricht door onderzoekers van Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Het project is gefinancierd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Parts A and B of the Rotterdamse schaal are based on an adaptation of the English Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, which were first published in 1992. This adaptation is based on the 17th edition (2024) and was published by arrangement with Oxford University Press. The Dutch Council for the Judiciary is solely responsible for this adaptation from the original work and Oxford University Press shall have no liability for any errors, omissions or inaccuracies or ambiguities in such adaptation or for any losses caused by reliance thereon.

De delen A en B van de Rotterdamse schaal zijn gebaseerd op een bewerking van de Engelstalige Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, die voor het eerst werden gepubliceerd in 1992. Deze bewerking is gebaseerd op de 17e editie (2024) en is gepubliceerd in overleg met Oxford University Press. De Raad voor de rechtspraak is als enige verantwoordelijk voor deze bewerking van het oorspronkelijke werk en Oxford University Press is niet aansprakelijk voor eventuele fouten, weglatingen of onnauwkeurigheden of dubbelzinnigheden in een dergelijke bewerking of voor enige schade veroorzaakt door het vertrouwen daarop.

Opmaak en omslagontwerp: Textcetera, Den Haag

© 2025 Raad voor de rechtspraak | WJS uitgevers

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieen, opnamen of enige ander manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht. nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatie­werken (art. 16 Auteurswet) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.

ISBN 978-94-93458-11-6 NUR 820

wjs-uitgevers.nl

DE Rotterdamse schaal |  v

Inhoudsopgave

Inleiding  1

1 De Rotterdamse schaal  1

2 Inbedding in het wettelijk kader  2

3 Werken met de schaal  6

DEEL A LICHAMELIJK LETSEL

Algemene toelichting  12

1 Verlamming  13

1.1 Tetraplegie 13

1.2 Paraplegie  13

2 Hersenletsel  15

2.1 Hersenletsel 15

2.2 Epilepsie  18

3 Letsel aan zintuigen  20

3.1 Aantasting gezichtsvermogen 20

3.2 Aantasting gehoor  21

3.3 Aantasting smaak- en reukvermogen  23

4 Inwendig letsel  24

4.1 Borstletsel 24

4.2 Longziekten  25

4.3 Asbestgerelateerde ziekten  26

4.4 Astma en ademhalingsaandoeningen  27

4.5 Voortplantingsorganen (mannelijk)  28

4.6 Voortplantingsorganen (vrouwelijk)  29

4.7 Spijsverteringssysteem  30

4.8 Nier  32

4.9 Darmen  32

4.10 Blaas  33

DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave v

DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave vi

4.11 Milt  34

4.12 Buikwandbreuk (waaronder liesbreuk)  35

5  Orthopedisch letsel  36

5.1 Nekletsel 36

5.2 Whiplash Associated Disorder (WAD)  38

5.3 Rugletsel  39

5.4 Schouderletsel  41

5.5 Bekken- en heupletsel  42

5.6 Amputatie van de arm  44

5.7 Ander armletsel  45

5.8 Elleboogletsel  46

5.9 Polsletsel  47

5.10 Amputatie van hand, vinger, duim  49

5.11 Letsel aan hand, vinger, duim  51

5.12 Amputatie van het been  53

5.13 Ander beenletsel  54

5.14 Knieletsel  56

5.15 Enkelletsel  58

5.16 Achillespees  59

5.17 Voetletsel  60

5.18 Teenletsel  62

6 Dodelijke verwondingen  64

6.1 Algemene toelichting 64

6.2 Relevante factoren en bandbreedte  65

7 Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen  67

7.1 Vibratie witte vinger- en/of hand-armvibratiesyndroom 67

7.2 Andere aandoeningen aan bovenste ledematen  68

8 Chronische pijn  70

8.1 Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)  71

8.2 Andere pijnsyndromen  72

DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave vii

9 Gezichtsletsel  73

9.1 Schedelbeschadiging  73

9.2 Misvorming van het gezicht  75

10 Littekens aan andere delen van het lichaam  77

11 Beschadiging van het haar  78

12 Dermatitis en andere huid­aandoeningen  79

13 Licht letsel  80

DEEL B (GEOBJECTIVEERD) GEESTELIJK LETSEL

Algemene toelichting  84

Shockschade  85

Samenloop met vergoeding van ‘affectieschade’  86

14  Geestelijk letsel  87

14.1 Geestelijk letsel algemeen  87

14.2 Posttraumatische stressstoornis (PTSS)  88

DEEL C SMARTENGELD ANDERS DAN VANWEGE (AANGETOOND) LETSEL

Algemene toelichting 90

15 Seksuele misdrijven  93

15.1 Verkrachting (art. 242 Sr oud)  93

15.2 Ontucht met binnendringen (art. 244 en 245 Sr oud)  94

15.3 Aanranding (art. 246 Sr oud)  96

15.4 Openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal  97

15.5 Sextortion  98

DE Rotterdamse schaal | Inhoudsopgave viii

16 Mensenhandel (art. 273f Sr)  101

17 Belaging (art. 285b Sr)  103

18 Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr)  105

18.1 Persoonsaantasting van de ouder  105

18.2 Persoonsaantasting van het kind  106

19 Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties  108

19.1 Bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal (art. 312 Sr) en/of

afpersing (art. 317 Sr)  108

19.2 Vrijheidsberoving (art. 282 Sr)  110

19.3 Bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing (art. 157 Sr)  110

19.4 Bedreigende situaties door opzettelijke brandstichting (art. 157 Sr)  111

19.5 Bedreiging (art. 285 Sr)  112

20 Schending van de eer en goede naam  113

20.1 Reputatieschade door smaad, laster, etc.  113

20.2 Belediging  114

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 1

Inleiding

1 De Rotterdamse schaal

Dit document bevat een ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel

en andere persoonsaantastingen. Het vormt een hulpmiddel bij de vaststelling van

de omvang van smartengeld in concrete gevallen, door de civiele rechter, door de

strafrechter en buiten rechte. De schaal biedt in één oogopslag een indicatie voor

een passend smartengeldbedrag voor een bepaald gevalstype. Het beoogt de rechts­

praktijk te faciliteren door op een toegankelijke manier overzicht en aanknopings­

punten te bieden voor de vaststelling van smartengeldbedragen. Dat draagt bij aan

consistentie in smartengeldbedragen en inzichtelijker motiveringen. Iedereen kan

er zijn voordeel mee doen, terwijl niemand eraan is gebonden.

De schaal biedt een inzichtelijke weergave van het ‘huis van het smartengeld’ en

brengt in dat huis tevens (meer) ordening aan. Daarbij is veel inspiratie geput uit de

Engelse Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases,1

en daarnaast ook uit de Ierse Personal Injury Guidelines2 die eveneens sterk voort­

bouwen op het Engelse model. Voor situaties waarin een aanspraak op smartengeld

niet haar grond vindt in letsel bieden die documenten evenwel geen aanknopings­

punten. Voor die categorie van persoonsaantastingen is daarom uitvoerig jurispru­

dentieonderzoek verricht naar verschillende gevalstypen die zich regelmatig voor­

doen de Nederlandse rechtspraktijk, in het bijzonder binnen het strafproces in het

kader van de vordering benadeelde partij.

De in de schaal vermelde bedragen zijn gebaseerd op de in de Nederlandse

rechtspraak toegewezen smartengeldbedragen, die daartoe zijn geïndexeerd tot

1 juni 2025.

Het onderzoek dat deze schaal heeft voortgebracht is verricht in opdracht van

de Raad voor de rechtspraak en gefinancierd door het Ministerie van Justitie en

Veiligheid. Het project duurde van medio 2023 tot medio 2025. De totstandkoming

1 Judicial College, Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases, Oxford: Oxford University Press 2024. 2 The Judicial Council, Personal Injuries Guidelines, 2021. Te raadplegen via https://judicialcouncil.ie/ personal-injuries-guidelines-committee/.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 2

van de Rotterdamse schaal wordt uitvoerig verantwoord in een afzonderlijk

onderzoeksverslag.3

2 Inbedding in het wettelijk kader

2.1 Wanneer smartengeld?

Smartengeld is de vergoeding voor ander nadeel dan vermogensschade. Volgens

art. 6:95 lid 1 BW bestaat daarop alleen aanspraak als de wet daarin voorziet. De

rechter dient dan ook eerst vast te stellen dat is voldaan aan de vereisten voor een

aanspraak op smartengeld.4 Is aan de wettelijke vereisten voor het bestaan van een

aanspraak op smartengeld voldaan, dan komt de rechter toe aan de vaststelling van

de omvang van het te vergoeden nadeel (de begroting). Voor die laatste stap beoogt

dit document aanknopingspunten te bieden.

De belangrijkste grondslagen voor een aanspraak op smartengeld zijn vastgelegd in

art. 6:106 BW:

‘Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op

een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:

a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te

brengen;

b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede

naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;

c. indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een over­

ledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot,

de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van

de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene,

ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoe­

ding wegens het schenden van zijn eer of goede naam.’

3 M.R. Hebly, S.D. Lindenbergh, A.I. Schreuder, W. Oudijk, De Rotterdamse schaal. Ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. Onderzoeksverslag, Research Memoranda 2025-4, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2025 (hierna: ‘het onderzoeksverslag’). Het rapport kan worden geraadpleegd via https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/ Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Wetenschappelijk-onderzoek/Research-Memoranda. 4 Op dat punt volstaat dus geen billijkheidsoordeel. Zie uitdrukkelijk in deze zin HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465, NJ 2019/468, m.nt. W.H. Vellinga, r.o. 2.4.2.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 3

In de praktijk draait het meestal om het bepaalde onder b, en dan met name licha­

melijk letsel, (in mindere mate) schending van eer en goede naam, en aantasting in

de persoon ‘op andere wijze’. Onder de categorie aantasting in de persoon ‘op andere

wijze’ vallen volgens de rechtspraak van de Hoge Raad enerzijds naar objectieve

maatstaven vastgesteld geestelijk letsel en anderzijds gevallen waarin de aard en ernst

van de normschending en van de gevolgen daarvan een aanspraak op smartengeld

rechtvaardigen.5 Het gaat in dat laatste geval bijvoorbeeld om gevallen van ernstige

bedreiging,6 verkrachting7 of belaging.8

Ook in andere gevallen dan persoonsaantastingen voorziet de wet in grondslagen

voor een aanspraak op smartengeld. Denk aan gevallen waarin de aansprakelijke

het oogmerk had om ander nadeel dan vermogensschade toe te brengen (art. 6:106,

aanhef en onder a, BW) of aan aantasting van de nagedachtenis van een overledene

(art. 6:106, aanhef en onder c, BW). Deze gevallen komen in de praktijk (zeer)

weinig voor en worden in de schaal daarom buiten beschouwing gelaten. Maar ook

buiten art. 6:106 BW bestaan grondslagen voor een aanspraak op smartengeld.

Denk aan art. 6:107 en 6:108 BW (‘affectieschade’), art. 533 lid 1 van het Wetboek van

Strafvordering (de verdachte die, naar achteraf blijkt, zonder geldige grondslag in

voorlopige hechtenis heeft gezeten), art. 10:11 en art. 10:12 van de Wet verplichte gees­

telijke gezondheidszorg (Wvggz),9 het EU-recht (waaronder art. 82 lid 1 Algemene

Verordening Gegevensbescherming (AVG)) en gevallen waarin uit art. 13 EVRM de

verplichting volgt om te voorzien in een aanspraak op vergoeding van ander nadeel,

zoals bij schending van de redelijke termijn. Deze andere grondslagen hebben

gemeen dat vragen rijzen over de verhouding tot art. 6:106 BW. In veel gevallen is

(nog) niet duidelijk in hoeverre aansluiting kan of moet worden gezocht bij de in het

kader van art. 6:106 BW ontwikkelde lijnen. In dit document, dat is toegespitst op

persoonsaantastingen, wordt niet ingegaan op deze andere grondslagen.

2.2 Vaststelling van de omvang van het smartengeld

De rechter stelt volgens art. 6:106 BW de omvang van het smartengeld vast naar

billijkheid. Er staat niet ‘naar redelijkheid en billijkheid’, omdat de maat van ander

5 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI). 6 Bijv. HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2012, NJ 2021/68, m.nt. S.D. Lindenbergh en HR 14 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1243, RvdW 2021/913. 7 Bijv. HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1496, RvdW 2021/1094. 8 Bijv. HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1956, NJ 2021/66 en HR 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1002, RvdW 2021/797. 9 In verband daarmee publiceerde het Landelijk Overleg Vakinhoud Familierecht (LOVF) medio 2024 de (eerste versie van de) Oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorgzaken.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 4

nadeel dan vermogensschade zich niet op rationele gronden in een geldbedrag laat

uitdrukken. Vaststelling naar billijkheid kan in wezen worden gezien als vorm van

schadebegroting in overeenstemming met de aard van de schade, zoals voorge­

schreven door art. 6:97 BW. Aan smartengeld worden verschillende functies toege­

dicht: compensatie, genoegdoening, erkenning en rechtshandhaving. Deze verschil­

lende functies kunnen per gevaltype meer of minder een rol spelen bij de vraag naar

de omvang van het smartengeld.10

Toegespitst op gevallen van letsel heeft de Hoge Raad een aantal nadere aanwijzingen

gegeven voor de vaststelling van de omvang van smartengeld in concrete gevallen:

‘De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inacht­

neming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de

aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt,

alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel

(waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel

en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien

mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare

gevallen zijn toegekend.’11

De rechter dient verder de geldontwaarding in acht te nemen en hij mag letten op

ontwikkelingen in ons omringende landen, maar die zijn niet beslissend. Ook de

door de benadeelde gestelde voorgenomen wijze van besteding van het smartengeld

is niet beslissend.12

De omvang van het ‘leed’ van de benadeelde moet (noodgedwongen) worden afgeleid

uit min of meer objectieve factoren, waarbij vooral betekenis toekomt aan de aard en

ernst van het letsel. De Hoge Raad heeft het als volgt verwoord:

‘Bij de bepaling van de omvang van de vergoeding zullen de persoonlijke omstan­

digheden van de benadeelde een rol spelen, doch de rechter zal de zwaarte van

het verdriet, de ernst van de pijn, het gemis aan levensvreugde en het geschokte

rechtsgevoel met name moeten afleiden uit min of meer objectieve factoren

en concrete aanwijzingen, zoals de aard van het letsel en de gevolgen daarvan

10 Zie S.D. Lindenbergh, Smartengeld, Deventer: Wolters Kluwer 2023, par. 3.5 en 3.6. 11 HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7. 12 HR 17 november 2001, ECLI:NL:HR:2000:AA8358, NJ 2001/215, m.nt. A.R. Bloembergen (D./B.).

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 5

voor de benadeelde. De wijze waarop en de intensiteit waarmee het derven van

levensvreugde door de benadeelde is of zal worden beleefd, zullen in rechte vaak

niet, of niet anders dan zeer globaal, kunnen worden vastgesteld, zodat bij de

begroting van het nadeel zal moeten worden geabstraheerd van de concrete bele­

ving en in meer objectieve zin moet worden vastgesteld in welke mate van nadeel

als hier bedoeld sprake is geweest.’13

In de kern gaat het erom dat de individuele, subjectieve beleving van de getroffene in

kwestie zich niet goed laat vaststellen en op geld waarderen, en dus ook een weinig

tastbaar aanknopingspunt vormt voor gevalsvergelijking. Vaststelling van de omvang

van smartengeld houdt daarom – onvermijdelijk – enige ‘abstractie’ in van het nadeel

dat in het concrete geval wordt geleden. De aard en ernst van het letsel vormen

als het ware een eerste, meer objectieve indicatie van het subjectieve leed dat er

doorgaans uit volgt, en lenen zich daarmee relatief goed voor onderlinge vergelijking

en ‘rangschikking’. De categorisering in dit document en de daaraan gekoppelde

bandbreedtes geven daar uitdrukking aan. Daarnaast kan betekenis toekomen

aan meer concrete, subjectieve omstandigheden. Dit wordt gefaciliteerd door de

factoren die relevant zijn voor differentiatie binnen de per letseltype onderscheiden

bandbreedtes. Dit geldt zowel voor lichamelijk letsel (deel A) als voor naar objectieve

maat­staven vastgesteld geestelijk letsel (deel B).

Ook in gevallen waarin de aanspraak op smartengeld is gegrond op ‘de aard en ernst

van de normschending en van de gevolgen daarvan’ (deel C), zal het fundament

voor de aanspraak het perspectief bij de begroting bepalen en dient de rechter bij

de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rech­

ters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Anders gezegd: waar bij smartengeld

wegens letsel de aard en ernst van het letsel de belangrijkste aanknopingspunten

vormen voor waardering en gevalsvergelijking, liggen bij smartengeld vanwege de

aard en ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan de aanknopings­

punten voor waardering en gevalsvergelijking in enerzijds de aard en ernst van

de normschending in kwestie en anderzijds de aard en ernst van de (al dan niet

veronder­stelde) gevolgen daarvan.

13 HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149, NJ 2004/112, m.nt. J.B.M. Vranken (Coma), r.o. 3.5.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 6

3 Werken met de schaal

3.1 Het model: categorieën, bandbreedtes en factoren

De Rotterdamse schaal beschrijft welke smartengeldbedragen in het algemeen

passen bij welke categorieën van gevallen. De schaal is ingedeeld in drie hoofddelen.

In de eerste twee delen zijn alle letselcategorieën samengebracht: in deel A gaat het

om lichamelijk letsel, in deel B om (geobjectiveerd) geestelijk letsel. Gevallen waarin

een aanspraak op smartengeld bestaat anders dan vanwege (aangetoond) letsel zijn

te vinden in deel C.

De basisstructuur is dat telkens een letselcategorie of smartengeldwaardige norm­

schending wordt omschreven, waarbij in de regel een bandbreedte wordt vermeld

die het bijpassende smartengeld indiceert. De bij de categorie genoemde factoren

zijn relevant voor de inpassing van het concrete geval binnen de bandbreedte. De

bij de categorieën opgesomde begrotingsfactoren hoeven niet ieder telkens van

betekenis te zijn. Zij zijn bovendien ook niet uitputtend: steeds geldt dat ook andere

dan de genoemde omstandigheden relevant kunnen zijn voor de omvang van het

smartengeld.

Voor veel categorieën geldt dat ‘psychische gevolgen’ een relevante begrotings­

factor is. Gedacht kan worden aan psychische klachten zoals stress, verdriet,

somberheid, piekeren, angst, slaapproblemen etc. Wanneer sprake is van naar

objectieve maatstaven vastgesteld geestelijk letsel, komt (ook) deel B in beeld en kan

sprake zijn van meervoudigheid (zie hierna par. 3.2).

Ook ‘cosmetische gevolgen’ vormt een regelmatig terugkerende begrotingsfactor.

Daarmee wordt gedoeld op gevolgen die de fysieke schoonheid en het uiterlijk

betreffen, zoals een ontsiering van het lichaam of gelaat, maar ook bemoeilijkte

beweging. Wanneer sprake is van een misvorming van het gezicht of van littekens

aan andere delen van het lichaam zoals omschreven in hoofdstuk 9 respectievelijk 10,

kan sprake zijn van meervoudigheid (zie hierna par. 3.2).

3.2 Meervoudigheid

Regelmatig is sprake van meervoudigheid, dat wil zeggen dat meer dan één categorie

van de schaal in beeld komt: een ongeval leidt tot zowel arm- als beenletsel, of er

is sprake van zowel onttrekking aan het ouderlijk gezag als ontucht met binnen­

dringen. Dan moet worden vastgesteld hoe wordt omgegaan met samenloop van

categorieën. Dat kan zich in principe voordoen tussen alle subcategorieën binnen

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 7

de delen A, B en C van de schaal (armletsel en beenletsel) én tussen de categorieën

A, B en C (lichamelijk letsel en geobjectiveerd geestelijk letsel; aard en ernst van de

normschending en geobjectiveerd geestelijk letsel, etc.). Bij meervoudigheid is niet

in één oogopslag duidelijk over welke orde van grootte het gaat en welke factoren

relevant zijn voor het ‘vinden’ van het passende bedrag. Ook in gevallen van meer­

voudigheid kan de Rotterdamse schaal worden toegepast, zij het dat (meer) maat­

werk nodig is.14

In veel gevallen leidt een optelsom van afzonderlijke bedragen ‘per letsel’ niet

zonder meer tot een passend totaalbedrag. In sommige gevallen zal bij samenloop

van letsels sprake zijn van ‘overlap’ wat betreft de weerslag op de benadeelde.

Dat wil zeggen dat de voor de afzonderlijke letsels relevante factoren elkaar over­

lappen, waardoor sprake kan zijn van ‘dubbeltelling’ wanneer eerst ieder letsel

afzonderlijk wordt gewaardeerd en de daaruit volgende deelbedragen vervolgens

bij elkaar worden opgeteld (denk aan een geval van letsel aan de elleboog en de pols

aan dezelfde arm). De impact van de gebeurtenis kan evenwel ook omvangrijker

zijn dan tot uitdrukking komt in een optelsom van de op zichzelf gewaardeerde

letsels. Is bijvoorbeeld sprake van letsel aan de onderste ledematen waardoor het

loopvermogen is aangetast, en is daarnaast ook sprake van armletsel, dan kan de

‘totale impact’ groter zijn, omdat het armletsel het gebruik van (loop)hulpmiddelen

belemmert. Het geheel is dan dus meer dan de ‘som der (na)delen’. Niet steeds leidt

‘optellen’ tot over- of onderwaardering van het nadeel: dat kan wel degelijk in een

passend bedrag resulteren wanneer de begrotingsfactoren die voor elk van de letsels

relevant zijn (vrijwel) geen overlap vertonen en de te vergoeden immateriële nadelen

in feite gewoon ‘cumuleren’. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een

ongeval of misdrijf leidt tot orthopedisch letsel (zoals armletsel) en een ontsierend

litteken in het gezicht.

In de Engelse rechtspraak is op dit punt de ‘stand back-benadering’ ontwikkeld,

die erop neerkomt dat eerst per ‘geïsoleerd’ letsel een smartengeldbedrag wordt

vastgesteld, om vervolgens een ‘stap achteruit’ te doen en te bezien of aldus een

passend ‘totaalbedrag’ is gevonden.15 De benadering gaat dus uit van de mogelijk­

heid van correctie van de initiële optelsom van de gevonden deelbedragen, door

ophoging (vanwege de grotere impact door de combinatie van letsels) of door

14 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.3. 15 Sadler v Filipiak [2011] EWCA Civ 1728. Zie eerder ook Brown v Woodall [1995] PIQR Q36 ‘no doubt having considered the various injuries and fixed a particular figure as reasonable compensation for each’.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 8

bijstelling omlaag (ter voorkoming van ‘dubbeltelling’). In Ierland is het ‘proportiona­

liteitsbeginsel’ richtinggevend, dat inhoudt dat het bedrag aan smartengeld voor de

combinatie van letsels in een redelijke verhouding dient te staan tot het ‘topbedrag’

en de omvang van het smartengeld bij ander letsel. Eerst wordt bezien of een van

de aanwezige letsels kan worden aangemerkt als het meest ernstig, afgaande op de

in de Guidelines neergelegde schaal (het letsel waarbij de hoogste bandbreedte is

vermeld), om eerst voor dat letsel een passend bedrag te bepalen. Dat bedrag kan

vervolgens worden verhoogd ter ‘aanvullende’ compensatie van de invloed van het

lichtere letsel.16 Bij hantering van de Ierse werkwijze is dus geen ‘bijstelling naar

beneden’ aan de orde van de initiële optelsom van bedragen per letsel. In Ierse recht­

spraak is opgemerkt dat voor de toets of het totaalbedrag voor alle letsels ‘propor­

tioneel’ is, het behulpzaam kan zijn om te bezien hoe dit zich verhoudt tot andere

letselcategorieën uit de Guidelines.17

De rechter kan elk van de hier genoemde werkwijzen toepassen en zal afhankelijk

van het concrete geval een keuze moeten maken.

3.3 Begrotingsmoment en wettelijke rente

De bedragen die in de Rotterdamse schaal worden vermeld bieden steeds een indi­

catie van het ‘huidige smartengeldpeil’: in dit document worden bedragen genoemd

die medio 2025 actueel zijn. Dit leidt tot twee vragen: 1) hoe moet worden omgegaan

met geldontwaarding sinds het verschijnen van de schaal?, en 2) hoe moet in een

concrete zaak worden omgegaan met het ingangsmoment van de wettelijke rente?

Wat betreft de eerste vraag ligt het in de rede om de schaal regelmatig aan de geld­

ontwaarding aan te passen. Tot dat moment kan bij de vaststelling van de omvang

van het smartengeld in een concreet geval met sinds de verschijning van de schaal

opgetreden geldontwaarding rekening worden gehouden.

Wat betreft de tweede vraag (ingangsmoment wettelijke rente) bestaat enige

onzeker­heid. Verdedigbaar is om bij de vaststelling van de omvang van het smarten­

geld de bedragen in de schaal tot uitgangspunt te nemen en de wettelijke rente te

laten ingaan op het moment van de vaststelling van het bedrag.18

16 Zie The Judicial Council, Personal Injuries Guidelines, 2021, p. 6-7. 17 Agnieszka Zaganczyk v John Pettit Wexford Unlimited Company and C & M Delaney Limited [2023] IECA 223, par. 27. 18 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.5.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 9

3.4 Betekenis van ‘schuld’ in gevallen van letsel

Uit de parlementaire geschiedenis en rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in

geval van letsel de aard van de aansprakelijkheid en de mate van verwijtbaarheid

aan de zijde van de aansprakelijke als generieke factoren van betekenis zijn bij het

vaststellen van de omvang van het smartengeld.19 Uit rechtspraak valt echter zelden

direct af te leiden welk gewicht de aard van de aansprakelijkheid en de mate van

verwijtbaarheid precies in de schaal leggen bij de begroting. Een en ander maakt

het onmogelijk om in de schaal op dit punt op rechtspraak gebaseerde aanknopings­

punten te bieden. In de Engelse en Ierse Guidelines komt de mate van verwijtbaar­

heid bovendien niet voor als relevante factor bij de vaststelling van het smartengeld,

waardoor op dit punt ook niet op hun voorbeelden kan worden teruggevallen. De

rechter zal zich van de betekenis van deze factor dus telkens in het individuele geval

rekenschap moeten geven. Het model van de schaal leent zich op zich niettemin

goed voor een vorm van standaardisering op dit punt.20

19 HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665, NJ 1992/714 (Hiv-besmetting), r.o. 3.3 (‘aard van de aansprakelijkheid’); HR 9 augustus 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2117, NJ 2010/61, m.nt. M.H. Wissink (Wrongful birth II), r.o. 5.3 (‘de aard van de aansprakelijkheid en de zwaarte van het aan de aansprakelijke gemaakte verwijt’); HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2149, NJ 2004/112, m.nt. J.B.M. Vranken (Coma), r.o. 3.5 (‘aard van de aansprakelijkheid’); HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7 (‘de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt’). 20 Zie hierover meer uitgebreid het onderzoeksverslag, par. 4.2.4.

DE Rotterdamse schaal | Inleiding 11

DEEL A LICHAMELIJK LETSEL

DE Rotterdamse schaal | Deel A 12

Algemene toelichting

Lichamelijk letsel vormt in de praktijk de belangrijkste categorie van gevallen waarin

een recht op smartengeld bestaat. Staat eenmaal vast dat de benadeelde lichamelijk

letsel heeft opgelopen, dan moet de omvang van het smartengeld ‘naar billijkheid’

worden vastgesteld (art. 6:106 BW).

Bij lichamelijk letsel zijn voor de vaststelling van de omvang van het smartengeld

in het bijzonder de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en intensiteit)

richting­gevend; zij vormen belangrijke aanknopingspunten voor gevals­vergelijking.

De Rotterdamse schaal kan worden gezien als ‘operationalisering’ hiervan: wat

hierna volgt is een uitgebreid overzicht van letsels en aandoeningen, waarbij

doorgaans per categorie wordt voorzien in een onderverdeling naar ernst. In de

relevante begrotingsfactoren komt tot uitdrukking dat daarnaast betekenis toekomt

aan persoonlijke omstandigheden, zoals de leeftijd van de benadeelde en specifieke

gevolgen van het letsel voor deze benadeelde.

Er is in principe geen ‘ondergrens’ met betrekking tot de ernst van het letsel: ook bij

gering lichamelijk letsel, zoals een blauw oog dat vlot herstelt, heeft de benadeelde

in beginsel aanspraak op smartengeld.21 Voor lichamelijk letsel van geringe ernst

bevat hoofdstuk 13 aanknopingspunten voor de vaststelling van het smartengeld,

namelijk de met het oog op licht letsel opgestelde indicatieve standaarden van de

Letselschade Raad. Bij licht letsel gaat het, anders dan bij de daaraan voorafgaande,

meer concreet beschreven letsels en aandoeningen om een generieke categorie, die

met name wordt gekenmerkt door de tijdelijkheid van het letsel en ‘restloos’ herstel.

Bij de in de volgende hoofdstukken concreet beschreven letsels en aandoeningen

gaat het om letsel met een grotere en/of langduriger weerslag op de benadeelde;

‘overlap’ met de categorie licht letsel is dus in principe uitgesloten. Waar nodig wordt

bij de lichtste subcategorieën in deel A ‘doorverwezen’ naar hoofdstuk 13.

Gevallen waarin geen sprake is van lichamelijk letsel, maar wel van (geobjectiveerd)

geestelijk letsel vallen onder deel B. In gevallen waarin naast lichamelijk letsel ook

(geobjectiveerd) geestelijk letsel aan de orde is, is sprake van een situatie van meer­

voudigheid waarin (meer) maatwerk is vereist (zie par. 3.2).

21 HR 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1519, NJ 2012/410 (Blauw oog).

DE Rotterdamse schaal | 1  Verlamming 13

1Verlamming

1.1 Tetraplegie

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate van fysieke beperkingen en resterende beweging;

iii aantasting van zintuigen;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

Tetraplegie (ook wel quadriplegie genoemd) betekent dat

alle vier de ledematen, de armen en benen, zijn verlamd.

€ 220.000 tot € 275.000

1.2 Paraplegie

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate van fysieke beperkingen en resterende beweging;

iii aantasting van zintuigen;

iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;

v benodigde medische behandeling;

vi mate van pijn;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 1  Verlamming 14

Paraplegie betekent dat het ruggenmerg onder de

halswervels is beschadigd. Er is sprake van volledige

of gedeeltelijke uitval van de benen en romp, en

mogelijk verlies van controle over de blaas en darmen.

De benadeelde kan de armen en handen nog volledig

gebruiken. Bij toenemende verlamming of een risico

hierop, bijvoorbeeld door syringomyelie (holtevorming in

het ruggenmerg), kan een bedrag boven de bandbreedte

passend zijn.

€ 150.000 tot € 195.000

DE Rotterdamse schaal | 2  Hersenletsel 15

2Hersenletsel

2.1 Hersenletsel

(a) Zeer ernstig hersenletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate van ziekte-inzicht en bewustzijn;

iii mate van fysieke beperkingen;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

Aan de top van de bandbreedte gaat het om gevallen waarin

sprake is van enig vermogen om simpele opdrachten uit

te voeren, herstel van het vermogen om ogen te openen,

terugkeer van slaap- en waakpatronen en posturale

reflexen (houdingsreflexen). Er zijn weinig of geen tekenen

van zinvolle reactie op de omgeving, en weinig of geen

taalfunctie. Daarnaast is sprake van dubbele incontinentie

en is fulltime verpleegkundige zorg noodzakelijk.

Onder deze categorie vallen daarnaast onder meer:

■ quadriplegische cerebrale parese (een houdings-

en bewegingsstoornis die alle vier de ledematen

aantast) leidend tot ernstige cognitieve en fysieke

beperkingen;

■ locked-in-syndroom. Als sprake is van een minimaal

bewuste toestand is waarschijnlijk een bedrag onderin

de bandbreedte passend.

€ 195.000 tot € 275.000

DE Rotterdamse schaal | 2  Hersenletsel 16

(b) Ernstig hersenletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate van fysieke beperkingen;

iii weerslag op de mate van zelfstandigheid;

iv mate van ziekte-inzicht;

v weerslag op het vermogen tot communiceren;

vi persoonlijkheidsverandering en/of gedragsproblemen;

vii epilepsie en de ernst daarvan;

viii benodigde medische behandeling;

ix mate van pijn;

x cosmetische gevolgen;

xi psychische gevolgen;

xii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

De benadeelde is ernstig beperkt en is sterk afhankelijk

van anderen. Er is continue zorg nodig. Beperkingen

kunnen fysiek zijn, bijvoorbeeld verlamming van

ledematen, of cognitief, met een duidelijke aantasting van

het intellect en de persoonlijkheid.

€ 150.000 tot € 195.000

(c) Middelzwaar hersenletsel

Deze categorie onderscheidt zich van de vorige categorie (b) ‘ernstig hersenletsel’,

doordat sprake is van minder afhankelijkheid. Er kan sprake zijn van zintuiglijke

beperkingen en evenwichtsstoornissen.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii ernst van het initiële letsel;

iii prognose;

iv mate van blijvende fysieke beperkingen;

v persoonlijkheidsverandering en/of gedragsproblemen;

vi duur van de klachten;

vii benodigde medische behandeling;

viii mate van pijn;

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 2  Hersenletsel 17

I Middelzware tot ernstige cognitieve beperkingen.

De benadeelde is niet volledig afhankelijk van anderen,

maar heeft wel continue zorg nodig. Beperkingen kunnen

een persoonlijkheidsverandering, aantasting van zicht,

spraak en zintuigen omvatten. Daarnaast kan sprake zijn

van (een aanzienlijk risico op) epilepsie.

€ 105.000 tot € 150.000

II Matige tot lichte cognitieve beperkingen. De

benadeelde heeft geen continue zorg nodig. Er is enige

zelfstandigheid, maar het vermogen om arbeid te

verrichten is sterk afgenomen of weggevallen, en er is

enig risico op epilepsie.

€ 62.000 tot € 105.000

III Het concentratievermogen en het geheugen zijn

aangetast, er is een verminderd vermogen om arbeid te

verrichten. De afhankelijkheid van anderen is beperkt.

Sprake kan zijn van een gering risico op epilepsie en

mogelijk zijn het evenwicht en/of de zintuigen aangetast.

€ 29.000 tot € 62.000

(d) Minder ernstig hersenletsel € 10.000 tot € 29.000

In deze gevallen is de benadeelde voldoende hersteld

om deel te nemen aan het normale sociale verkeer en

om arbeid te verrichten. Mogelijk zijn niet alle functies

hersteld en is sprake van bijvoorbeeld concentratie- of

geheugenproblemen of ontremd gedrag, waardoor het

dagelijks leven wordt beïnvloed.

(e) Gering hersenletsel

De hersenbeschadiging is minimaal geweest.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i ernst van het initiële letsel;

ii duur van het herstel;

iii mate waarin klachten zoals hoofdpijn of duizeligheid aanhouden.

I Geringe aanhoudende klachten. € 4.500 tot € 8.500

II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.500 tot € 4.500

DE Rotterdamse schaal | 2  Hersenletsel 18

III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt

herstel plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze

laatste categorie niet van toepassing maar gaat het om

licht letsel als bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.500

2.2 Epilepsie

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate waarin de aanvallen onder controle kunnen worden gehouden;

iii prognose;

iv bijkomende gedragsproblemen;

v weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vi benodigde medische behandeling;

vii mate van pijn;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Grand mal epilepsie € 70.000 tot € 105.000

Tonisch-clonische aanvallen, waarbij sprake is van

verkramping, op de grond vallen en schokkende

bewegingen, die gepaard gaan met bewusteloosheid.

(b) Petit mal epilepsie € 37.000 tot € 90.000

Absences: kortdurende aanvallen van bewustzijnsverlies.

(c) Overige epileptische aandoeningen

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii frequentie en ernst van de aanvallen;

iii duur van de periode waarin de aanvallen plaatsvonden;

iv mate van pijn;

v psychische gevolgen;

vi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 2  Hersenletsel 19

Gevallen waarin sprake is van een of enkele afzonderlijke

epileptische aanval(len), of een tijdelijke herleving van

epilepsie. Er is geen risico op verdere herhaling dat het

algemene, normale risico op epilepsie overstijgt.

€ 7.500 tot € 18.000

DE Rotterdamse schaal | 3  Letsel aan zintuigen 20

3Letsel aan zintuigen

3.1 Aantasting gezichtsvermogen

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii bij tijdelijke klachten: de duur en de prognose;

iii weerslag op de mate van zelfstandigheid;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Volledige blindheid en doofheid Rond € 275.000

(b) Volledige blindheid Rond € 185.000

(c) Verlies van het zicht in één oog met verminderd zicht in het

andere oog

I Er is sprake van een ernstig risico op verdere

verslechtering van het ‘goede’ oog, dat verder gaat dan enig

risico op sympathische ophthalmie (ontsteking van het

traumatische oog die zich kan uitbreiden naar het niet-

aangedane oog).

€ 66.000 tot € 125.000

II Vermindering van het zicht in het ‘goede’ oog en/of

aanvullende problemen zoals dubbelzien

€ 44.000 tot € 72.000

(d) Volledig verlies van één oog € 37.000 tot € 45.000

(e) Volledig verlies van het zicht in één oog

In de waardering is enig risico op sympathische ophthalmie

(ontsteking van het traumatische oog die zich kan uitbreiden

naar het niet-aangedane oog) betrokken.

€ 34.000 tot € 37.000

DE Rotterdamse schaal | 3  Letsel aan zintuigen 21

(f) Ernstig, maar geen volledig verlies van het zicht in één oog

Relevant voor de omvang van het smartengeld in deze

categorie is:

€ 16.000 tot € 27.000

i de mate waarin het verlies van het zicht kan worden

gecorrigeerd of verminderd door oogheelkundige

behandeling;

ii of sprake is van voortdurend wazig zicht of dubbelzien

en gevoeligheid voor licht (waarvoor het nodig is om

constant een donkere bril te dragen).

(g) Geringe, blijvende aantasting van het zicht in één oog

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ enig dubbelzien dat niet voortdurend is;

■ blijvende gevoeligheid voor fel licht waarbij het niet

noodzakelijk is om voortdurend een donkere bril te

dragen.

€ 6.000 tot € 14.000

(h) Gering oogletsel

Bij gering oogletsel kan het gaan om fysiek geraakt worden

in het oog, blootstelling aan dampen of rook, of spetters van

vloeistoffen die in het oog terechtkomen. Dit veroorzaakt

aanvankelijk pijn en een tijdelijke verstoring van het zicht.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 6.000

3.2 Aantasting gehoor

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mogelijkheid tot aanpassing (bij geleidelijk intreden);

iii gevolgen voor het spraakvermogen;

iv aantasting van het evenwicht;

v mate waarin verbetering mogelijk is door technologie of behandeling;

vi aanwezigheid en ernst van tinnitus;

vii weerslag op de mate van zelfstandigheid;

DE Rotterdamse schaal | 3  Letsel aan zintuigen 22

viii benodigde medische behandeling;

ix mate van pijn;

x cosmetische gevolgen;

xi psychische gevolgen;

xii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Volledige doofheid en een grote aantasting van of verlies van

spraakvermogen

€ 75.000 tot € 96.000

(b) Volledige doofheid € 62.000 tot € 75.000

(c) Volledig gehoorverlies aan één oor

Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als sprake

is van bijkomende problemen zoals tinnitus, duizeligheid of

hoofdpijn.

€ 21.000 tot € 31.000

(d) Gedeeltelijk gehoorverlies en/of tinnitus

Deze categorie betreft het merendeel van de gevallen van

doofheid, vaak veroorzaakt door langdurige blootstelling

aan lawaai. De beperkingen moeten niet alleen worden

beoordeeld op basis van het gemeten gehoorverlies; er is

vaak ook sprake van tinnitus.

I Ernstige tinnitus en lawaaidoofheid. € 20.000 tot € 31.000

II Middelzware tinnitus en lawaaidoofheid of middelzware

tot ernstige tinnitus of lawaaidoofheid.

€ 10.000 tot € 20.000

III Milde tinnitus en enige lawaaidoofheid. € 8.500 tot € 10.000

IV Alleen milde tinnitus of alleen mild gehoorverlies door

lawaaidoofheid.

Rond € 8.000

V Lichte of incidentele tinnitus met licht gehoorverlies.

door lawaaidoofheid

€ 5.000 tot € 8.500

VI Licht gehoorverlies door lawaaidoofheid zonder tinnitus

of lichte tinnitus zonder lawaaidoofheid.

Tot € 5.000

DE Rotterdamse schaal | 3  Letsel aan zintuigen 23

3.3 Aantasting smaak- en reukvermogen

Letsel dat uitsluitend verlies van smaak- en/of reukvermogen veroorzaakt, is zeld­

zaam. Dergelijke klachten doen zich veelal voor bij hersenletsel of infecties, catego­

rieën die elders de schaal zijn opgenomen.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate waarin verbetering mogelijk is door technologie of behandeling;

iii benodigde medische behandeling;

iv psychische gevolgen;

v weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Volledig verlies van smaak en het reukvermogen Rond € 27.000

(b) Volledig verlies van het reukvermogen en substantieel verlies

van smaak

Verlies van het reukvermogen tast in vrijwel alle gevallen de

smaak in enige mate aan. Hier gaat het om een substantiële

aantasting van de smaak.

€ 22.000 tot € 27.000

(c) Verlies van het reukvermogen

De smaak is bijna altijd in enige mate aangetast.

€ 17.000 tot € 22.000

(d) Verlies van smaak € 13.000 tot € 17.000

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 24

4Inwendig letsel

4.1 Borstletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de verstoring van de longfunctie;

iii mate van fysieke beperkingen en resterende klachten;

iv prognose en verminderde levensverwachting;

v weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vi benodigde medische behandeling;

vii mate van pijn;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig borstletsel € 69.000 tot € 105.000

In het ergste geval is sprake van volledige verwijdering van

een long en/of ernstig letsel aan het hart dat gepaard gaat

met langdurige pijn, langdurig lijden, fysieke beperkingen,

vermindering van de levensverwachting en blijvende en

aanzienlijke littekenvorming.

Als de levensverwachting aanzienlijk is verminderd, is

hoofdstuk 6 over dodelijke verwondingen richtinggevend.

(b) Ernstig borstletsel € 45.000 tot € 69.000

Traumatisch letsel aan borst, long(en), en/of hart met als

gevolg blijvende schade, aantasting van de functie, fysieke

beperkingen en mogelijk een beperkte vermindering van de

levensverwachting.

(c) Middelzwaar borstletsel € 21.000 tot € 37.000

Letsel aan borst en/of long(en) met enige blijvende

beperkingen.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 25

(d) Minder ernstig borstletsel € 8.500 tot € 12.000

Relatief mild letsel (zoals enkel een diepe wond) met enige

blijvende aantasting van het weefsel als gevolg, maar zonder

noemenswaardig langetermijneffect op de longfunctie.

(e) Gering borstletsel € 3.500 tot € 8.500

Inhalatie van giftige gassen/rook met enige restschade, die

niet zo ernstig is dat de longfunctie blijvend is aangetast.

(f) Minst ernstige borstletsel € 2.675 tot € 3.500

Gebeurtenissen die leiden tot klaplongen, waarvan de

benadeelde volledig en zonder complicaties herstelt, maar

waarbij het herstel langer dan zes maanden vergt.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

4.2 Longziekten

De bedragen voor longziekten weerspiegelen vooral de prognose van wat vaak een

progressieve aandoening is en/of het risico op secundaire gevolgen.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van het letsel en de daaruit volgende klachten;

iii prognose en verminderde levensverwachting;

iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;

v benodigde medische behandeling;

vi mate van pijn;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 26

(a) Zeer ernstige longziekte € 69.000 tot € 93.000

Een jong persoon met ernstige beperkingen met een kans op

progressieve verslechtering die leidt tot levensbekorting.

Als de levensverwachting aanzienlijk is verminderd, is

hoofdstuk 6 over dodelijke verwondingen richtinggevend

(b) Ernstige longziekte € 48.000 tot € 67.000

Longkanker (meestal bij een ouder iemand) met ernstige

pijn en aantasting van zowel de functie als de kwaliteit van

het leven tot gevolg.

(c) Middelzware longziekte € 37.000 tot € 48.000

Ziekten, zoals emfyseem (permanente beschadiging

longblaasjes), met aanzienlijke verslechtering van de

longfunctie en aantasting van de ademhaling, langdurig en

frequent hoesten, verstoring van de slaap, beperkingen

van lichamelijke activiteit en/of het vermogen om arbeid te

verrichten tot gevolg.

4.3 Asbestgerelateerde ziekten

Bij asbestgerelateerde ziekten wordt in de rechtspraak teruggevallen op de hier­

onder genoemde normbedragen die het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) in zijn

bemiddelingspraktijk hanteert op grond van het Convenant.22

(a) Mesothelioom € 81.554

(b) Asbestose

Voor asbestose wordt een onderverdeling gemaakt in de

mate waarin de longfunctie is aangetast, die bepalend is

voor de hoogte van het normbedrag. Sprake moet zijn van

longfunctieverlies klasse 2, 3 of 4 volgens de normen van de

American Medical Association (AMA) en beschreven in hun

‘Guides to the evaluation of permanent impairment’.

22 Zie https://asbestslachtoffers.nl/onze-organisatie/convenant-instituut-asbestslachtoffers/.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 27

I Longfunctieverlies AMA-klasse 4

Ernstige stoornis: de benadeelde is niet meer in staat

tot lichamelijke inspanning en heeft bijna alle dagelijkse

activiteiten gestaakt wegens kortademigheid; de

levensverwachting wordt zeer beperkt geacht.

€ 77.470

II Longfunctieverlies AMA-klasse 3

Matige stoornis: één of meer werkzaamheden moeten

worden opgegeven als gevolg van kortademigheid.

€ 53.617

III Longfunctieverlies AMA-klasse 2

Lichte stoornis: duidelijke beperkingen als gevolg van

kortademigheid in ten minste één normale activiteit.

€ 29.763

4.4 Astma en ademhalingsaandoeningen

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate van fysieke beperkingen;

iii duur van de klachten;

iv prognose;

v benodigde medische behandeling;

vi mate van pijn;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstige astma en ademhalingsaandoeningen € 29.000 tot € 45.000

Ernstige en blijvend beperkende astma die langdurig en

regelmatig hoesten en verstoring van de slaap veroorzaakt,

fysieke activiteit ernstig beperkt en tot ernstige derving

van levensvreugde leidt. Geen of een drastisch beperkt

vermogen om arbeid te verrichten.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 28

(b) Middelzware astma en ademhalingsaandoeningen

Chronische astma of andere ademhalingsproblemen die

regelmatig gebruik van een inhalator nodig maken. De

prognose is onzeker. Er is een verminderd vermogen om

arbeid te verrichten.

€ 18.000 tot € 29.000

(c) Minder ernstige astma en ademhalingsaandoeningen

Bronchitis met piepende ademhaling die tijdelijk het

vermogen om arbeid te verrichten en/of het sociale leven

beïnvloedt. Er wordt substantieel herstel binnen een paar

jaar na de blootstelling verwacht.

€ 13.000 tot € 18.000

(d) Geringe astma en ademhalingsaandoeningen

Relatief milde, astma-achtige klachten die vaak het resultaat

zijn van bijvoorbeeld blootstelling aan schadelijke damp.

€ 7.500 tot € 13.000

4.5 Voortplantingsorganen (mannelijk)

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii mate waarin de seksuele functie is aangetast;

iii gevolgen voor de vruchtbaarheid;

iv er zijn al kinderen en/of het beoogde gezin was compleet;

v benodigde medische behandeling;

vi mate van pijn;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Volledig verlies van voortplantingsorganen Vanaf € 105.000

(b) Impotentie en verlies van seksuele functie

I Blijvende, volledige impotentie, verlies van seksuele

functie en vruchtbaarheid bij een jonge man.

€ 79.000 tot € 100.000

II Volledige impotentie en verlies van seksuele functie bij

een man op middelbare leeftijd, die kinderen heeft.

€ 26.000 tot € 51.000

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 29

III Volledige impotentie en verlies van seksuele functie bij

een oudere man.

€ 5.000 tot € 26.000

(c) Onvruchtbaarheid zonder impotentie

I Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een jonge man. € 38.000 tot € 49.000

II Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een man met

kinderen, die mogelijk meer kinderen had gewild.

€ 21.000 tot € 41.000

III Onvruchtbaarheid zonder impotentie bij een oudere

man met kinderen.

€ 5.000 tot € 10.000

(d) Verlies van testikel(s)

Gevallen waarin één of beide testikel(s) zijn verwijderd

(orchidectomie), met enige psychische gevolgen, maar

zonder verlies van seksuele functie of impotentie.

€ 14.000 tot € 15.000

4.6 Voortplantingsorganen (vrouwelijk)

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii weerslag op hormonale functie of menopauze;

iii mate waarin de seksuele functie is aangetast;

iv gevolgen voor de vruchtbaarheid;

v de benadeelde heeft abortus laten uitvoeren;

vi er zijn al kinderen en/of het beoogde gezin was compleet;

vii benodigde medische behandeling;

viii mate van pijn;

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Onvruchtbaarheid met seksuele problemen

I Onvruchtbaarheid met seksuele problemen bij een

jonge vrouw zonder kinderen.

€ 79.000 tot € 115.000

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 30

II Onvruchtbaarheid met seksuele problemen bij een

vrouw met kinderen, of bij een vrouw die geen kinderen zou

hebben gekregen.

€ 29.000 tot € 70.000

(b) Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden of

seksuele problemen

I Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden

of seksuele problemen bij een jonge vrouw zonder kinderen.

€ 38.000 tot € 49.000

II Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden

of seksuele problemen bij een vrouw die al kinderen heeft.

€ 12.000 tot € 25.000

III Onvruchtbaarheid zonder verzwarende omstandigheden

of seksuele problemen, bij een vrouw die geen kinderen zou

hebben gekregen.

€ 4.500 tot € 13.000

(c) Een diagnostisch delay ten aanzien van een buitenbaar­

moeder­lijke zwangerschap, zonder gevolgen voor de vruchtbaarheid

€ 2.500 tot € 14.000

4.7 Spijsverteringssysteem

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de verstoring van de spijsvertering en overige klachten;

iii prognose;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Traumatisch letsel

I Ernstig letsel met aanhoudend(e) pijn en ongemak tot

gevolg.

€ 29.000 tot € 42.000

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 31

II Ernstig, oppervlakkig letsel dat leidt tot langdurige of

blijvende complicaties, zoals ernstige indigestie die wordt

verergerd bij fysieke belasting.

€ 11.000 tot € 19.000

III Diepe steek- en snijwonden of ernstige gevallen van

gordelverwonding.

€ 4.500 tot € 8.500

(b) (Voedsel)vergiftiging

Er is een duidelijk verschil tussen de relatief zeldzame gevallen waarin sprake is van

langdurige of zelfs blijvende gevolgen voor de kwaliteit van leven, en situaties waarin

een allergie voor bepaald voedsel en het daarmee gepaard gaande risico op kortdu­

rende ziekte de enige blijvende klachten (kunnen) zijn.

I Ernstige (voedsel)vergiftiging die ernstige acute pijn,

overgeven, diarree en koorts veroorzaakt, waarvoor een

opname in het ziekenhuis nodig is van enkele dagen of

weken. Er is enige aanhoudende incontinentie, aambeien en

er is sprake van het prikkelbare darm syndroom (PDS). De

klachten hebben een aanzienlijke weerslag op het vermogen

om arbeid te verrichten en de levensvreugde.

€ 26.000 tot € 36.000

II Zware maar kortdurende voedselvergiftiging, diarree

en overgeven; klachten die binnen twee tot vier weken

afnemen. Gedurende enkele jaren resteert er ongemak en

is sprake van enige verstoring van de darmfunctie en een

weerslag op het seksleven en het eetgenot.

€ 6.500 tot € 13.000

III Voedselvergiftiging die een aanzienlijk ongemak geeft

en leidt tot buikkrampen, verstoorde darmfunctie en

vermoeidheid. Hieronder valt ook een ziekenhuisopname

van enkele dagen, waarbij de klachten een aantal weken

aanhouden. Binnen ongeveer twee jaar vindt herstel plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 6.500

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 32

4.8 Nier

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii prognose;

iii mate van pijn en andere klachten;

iv benodigde medische behandeling;

v cosmetische gevolgen;

vi psychische gevolgen;

vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig nierletsel € 115.000 tot € 145.000

Ernstige en blijvende aantasting of verlies van beide nieren.

(b) Ernstig nierletsel Tot € 44.000

Ernstig letsel dat leidt tot een aanzienlijk risico op geheel

verlies van de nierfunctie.

(c) Middelzwaar nierletsel € 21.000 tot € 31.000

Verlies van een nier, zonder dat de andere nier wordt

aangetast.

4.9 Darmen

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de beperkingen;

iii prognose;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 33

(a) Zeer ernstige aantasting van de darmen Tot € 125.000

Dubbele incontinentie, dat wil zeggen geheel verlies van

de natuurlijke darmfunctie en volledig verlies van de

blaasfunctie en controle over de blaas, in combinatie met

andere medische complicaties.

(b) Ernstige aantasting van de darmen Tot € 105.000

Volledig verlies van de natuurlijke darmfunctie; de

benadeelde is afhankelijk van een stoma.

(c) Middelzware aantasting van de darmen

I Fecale urgentie (plotselinge verhoogde aandrang) en

passieve incontinentie, die na medische behandeling aan-

houdt. Dit kan leiden tot schaamte en mentale problemen.

Tot € 55.000

II Ernstig buikletsel waarbij de darmfunctie wordt

aangetast. Vaak is een tijdelijke stoma nodig, zijn er

beperkingen in het dieet en/of is het vermogen om arbeid te

verrichten verminderd.

€ 30.000 tot € 48.000

(d) Minder ernstige aantasting van de darmen € 8.500 tot € 17.000

Diepe verwondingen die tot enige blijvende schade leiden.

De natuurlijke darmfunctie en controle over de ontlasting

herstellen zich uiteindelijk.

4.10 Blaas

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de beperkingen;

iii prognose;

iv benodigde medische behandeling;

v mate van pijn;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 34

(a) Zeer ernstige aantasting van de blaas Tot € 125.000

Dubbele incontinentie, dat wil zeggen volledig verlies van

de blaasfunctie en controle over de blaas en geheel verlies

van de natuurlijke darmfunctie, in combinatie met andere

medische complicaties.

(b) Ernstige aantasting van de blaas Tot € 96.000

Volledig verlies van functie en controle over de blaas.

(c) Middelzware aantasting van de blaas € 44.000 tot € 55.000

Controle over de blaas is ernstig beperkt; er is enige pijn en

incontinentie.

(d) Minder ernstige aantasting van de blaas € 16.000 tot € 21.000

De blaas herstelt vrijwel volledig, maar de natuurlijke functie

is geruime tijd verstoord.

4.11 Milt

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii prognose;

iii benodigde medische behandeling;

iv mate van pijn;

v cosmetische gevolgen;

vi psychische gevolgen;

vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Verlies van de milt met een aanhoudend risico op een interne

infectie en op andere aandoeningen vanwege de aantasting van het immuunsysteem.

€ 14.000 tot € 18.000

(b) De hierboven genoemde risico’s zijn afwezig of minimaal. € 3.000 tot € 6.000

DE Rotterdamse schaal | 4  Inwendig letsel 35

4.12 Buikwandbreuk (waaronder liesbreuk)

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii prognose;

iii benodigde medische behandeling;

iv mate van pijn;

v cosmetische gevolgen;

vi psychische gevolgen;

vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Tamelijk ernstig € 10.000 tot € 17.000

Na herstel is er aanhoudende pijn en/of zijn er beperkingen.

(b) Middelzwaar € 5.000 tot € 6.000

Directe liesbreuk met enig risico op herhaling na herstel.

(c) Gering € 2.675 tot € 5.000

Ongecompliceerde, indirecte liesbreuk. Er is geen ander

buikletsel of andere beschadiging.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 36

5Orthopedisch letsel

5.1 Nekletsel

Nekletsel omvat een breed scala aan aandoeningen. Veel ervan komen voor in combi­

natie met rug- en schouderklachten.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv prognose;

v mate van pijn;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) (Zeer) ernstig nekletsel

I Nekletsel met als gevolg een incomplete paraplegie (de

zenuwen zijn niet geheel door, of zijn licht beschadigd) of

een quadriparese (permanente, spastische verzwakking).

Deze categorie ziet ook op gevallen waarin de benadeelde

– ondanks dat gedurende enkele jaren 24 uur per dag een

kraag wordt gedragen – de nek nog steeds niet of nauwelijks

kan bewegen en last heeft van ernstige en hardnekkige

hoofdpijnen.

Rond € 100.000

II In deze categorie gaat het vaak om ernstige breuken of

beschadiging van de cervicale wervelkolom. Dit leidt tot

aanzienlijke beperkingen maar deze zijn minder ernstig dan

in categorie (I). Voorbeelden zijn een blijvende aantasting

aan de plexus brachialis, het niet goed kunnen bewegen van

de nek en functieverlies in één of meer ledematen.

€ 45.000 tot € 89.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 37

(b) Middelzwaar nekletsel

I Ernstige klachten door breuken of luxaties of ernstige

beschadiging van weke delen en/of gescheurde pezen met

chronische aandoeningen en aanzienlijke en blijvende

beperkingen tot gevolg.

€ 31.000 tot € 38.000

II Minder ernstige breuken of luxaties, die niettemin

ernstige klachten en/of blijvende of terugkerende pijn

veroorzaken.

€ 17.000 tot € 26.000

III Letsel aan weke delen of meer ernstige beschadigingen

van de tussenwervelschijf leidend tot cervicale spondylose

(degeneratie, slijtage of artrose van de wervelkolom). Er

is sprake van ernstige bewegingsbeperkingen, blijvende

of terugkerende pijn, stijfheid of ongemak; mogelijk is

een volgende operatie nodig en/of bestaat een verhoogde

kwetsbaarheid voor verder trauma.

€ 9.500 tot € 17.000

IV Middelzware aantastingen van weke delen, met

een relatief lange herstelduur. Er blijft een verhoogde

kwetsbaarheid bestaan voor verder trauma en/of er zijn

blijvende, maar minimale klachten.

€ 5.500 tot € 9.500

(c) Gering nekletsel

I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 5.500

II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 38

5.2 Whiplash Associated Disorder (WAD)

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de beperkingen en de daaruit voortvloeiende klachten;

iii prognose;

iv mate van pijn;

v benodigde medische behandeling;

vi psychische gevolgen;

vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstige WAD € 10.000 tot € 25.000

In deze categorie is veelal sprake van een combinatie van

spiergerelateerde klachten aan de nek, schouder en/of rug

en bijkomende (mentale) klachten.

De benadeelde is veelal blijvend (gedeeltelijk)

arbeidsongeschikt en ervaart aanzienlijke beperkingen in

het dagelijks leven.

(b) Middelzware WAD € 2.675 tot € 10.000

De benadeelde heeft langer dan zes maanden

spiergerelateerde klachten aan de nek, schouder en/of

rug. De benadeelde is meestal minder dan één jaar volledig

arbeidsongeschikt.

Als sprake is van lichte blijvende beperkingen, is een bedrag

bovenin de bandbreedte passend. In geval van tijdelijke

beperkingen kan een bedrag onderin de bandbreedte

passend zijn.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 39

5.3 Rugletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv prognose;

v mate van pijn;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) (Zeer) ernstig rugletsel

I Het meest ernstige letsel, waarbij sprake is van

aantasting van het ruggenmerg en de zenuwwortels. Er

is sprake van ernstige pijn en beperkingen, en zowel een

incomplete verlamming als een aanzienlijke aantasting van

de functie van de blaas, darm en seksuele functie.

€ 62.000 tot € 110.000

II Deze categorie ziet op gevallen waarin bijzondere

omstandigheden aanleiding vormen om boven de

(hiernavolgende) lagere categorieën uit te stijgen. Denk aan

beschadiging van de zenuwwortel die leidt tot een verlies

van gevoel, aantasting van de mobiliteit, aantasting van de

blaas- en darmfunctie en seksuele problemen.

€ 51.000 tot € 60.000

III Beschadiging van tussenwervelschijven, breuken van

tussenwervelschijven of wervellichamen, of letsel aan

weke delen leidend tot chronische aandoeningen. Ondanks

(veelal operatieve) behandeling resteren beperkingen, zoals

aanhoudend(e) ernstig(e) pijn en ongemak, verminderde

behendigheid, aantasting van de seksuele functie, en een

risico op artritis.

€ 26.000 tot € 48.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 40

(b) Middelzwaar rugletsel

I Er resteren enige beperkingen, maar deze zijn minder

ernstig dan bij bovenstaande categorieën. Onder deze

categorie vallen onder meer:

■ het samendrukken/verbrijzelen van de lumbale wervels

met een substantieel risico op artrose en aanhoudend(e)

pijn en ongemak;

■ een traumatische spondylolisthesis (wervelafglijding)

met aanhoudende pijn, waarvoor vermoedelijk een

spondylodese nodig is;

■ een verzakte tussenwervelschijf waarvoor een operatie

nodig is, of beschadiging van een tussenwervelschijf

waarbij sprake is van irritatie in de zenuwwortel en

verminderde mobiliteit.

€ 19.000 tot € 26.000

II Veelvoorkomend rugletsel zoals aantasting van liga­

menten en spieren leidend tot pijn en ongemak. Denk

ook aan ingezakte tussenwervelschijven waarvoor een

laminectomie (operatie aan een vernauwing in het wervel­

kanaal) nodig is, of die leiden tot meerdere terugvallen.

€ 8.500 tot € 19.000

(c) Gering rugletsel

Minder ernstig letsel, zoals verstuikingen, verrekkingen,

letsel aan weke delen en breuken die zonder operatie

herstellen.

I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 5.500 tot € 8.500

II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats,

zonder dat daarvoor een operatie nodig is.

€ 3.000 tot € 5.500

III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats, zonder dat daarvoor een operatie nodig is.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 41

5.4 Schouderletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iii letsel aan de dominante arm;

iv (risico op) degeneratieve veranderingen;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstig schouderletsel € 13.000 tot € 33.000

Dit doet zich vaak voor bij nekletsel en bestaat uit

beschadiging van de plexus brachialis, leidend tot

aanzien­lijke beperkingen. In geval van ernstig letsel aan

de plexus brachialis dat ernstige klachten aan de nek

en/of arm veroorzaakt, gaat het om ernstig nekletsel

(categorie 5.1 (a) (II)) en/of zeer ernstig armletsel

(categorie 5.7 (a)).

(b) Middelzwaar schouderletsel

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ het uit de kom schieten van de schouder en beschadiging

van het onderste deel van de plexus brachialis, wat leidt

tot pijn in de schouder en nek en elleboog, verstoring van

de gevoelswaarneming in de onderarm en hand en een

zwakke grip;

■ een gebroken humerus (bovenarmbot), die de

schoudermobiliteit blijvend beperkt;

■ letsel aan de ‘rotator cuff’, waarbij ook na een operatie

klachten aanhouden;

■ letsel aan weke delen met blijvende klachten.

€ 8.500 tot € 13.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 42

(c) Minder ernstig schouderletsel

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een ‘frozen shoulder’, waarbij de beweging beperkt is,

sprake is van ongemak, en de klachten enkele jaren

aanhouden;

■ letsel aan weke delen dat meer dan minimale klachten

veroorzaakt, die meestal langer dan twee jaar

aanhouden, maar niet blijvend zijn.

€ 5.500 tot € 8.500

(d) Gering schouderletsel

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ letsel aan weke delen van de schouder met aanzienlijke

pijn, maar waarvan de benadeelde (vrijwel) volledig

herstelt;

■ een eenvoudige breuk van het sleutelbeen die goed

herstelt.

I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 5.500

II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

5.5 Bekken- en heupletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv prognose;

v mate van pijn;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 43

Het meest ernstige letsel aan het bekken en de heup kan even ingrijpend zijn als het

amputeren van een been, reden waarom een vergelijkbaar bedrag passend is.

(a) (Zeer) ernstig bekken- en heupletsel

I Onder deze categorie vallen onder meer:

■ omvangrijke breuk van het bekken, waarbij bijvoor­

beeld sprake is van het uit de kom schieten van een

gewricht in de onderrug en een gescheurde blaas;

■ heupletsel met als gevolg een spondylolisthesis

(afgeschoven wervel) in een gewricht in de

onderrug, dat ondraaglijke pijn veroorzaakt en een

spondylodese noodzakelijk maakt.

Er zijn substantiële blijvende beperkingen, zoals een

complexe arthrodese (het operatief vastzetten van een

gewricht) met als gevolg verlies van controle over de

blaas en darmen, seksuele problemen of een misvorming

van de heup, waardoor gebruik van een beenbeugel

noodzakelijk is. Er kunnen ook moeilijkheden zijn bij een

natuurlijke bevalling.

€ 54.000 tot € 89.000

II Letsel dat minder ernstig is dan beschreven bij

categorie (I). Bijzondere omstandigheden rechtvaardigen

een hoger bedrag dan bij de hieronder beschreven situaties.

€ 42.000 tot € 54.000

III Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een breuk van het acetabulum (de heupkom),

die leidt tot degeneratieve veranderingen en

instabiliteit in het been, waarvoor een osteotomie

(standcorrectie) en in de toekomst waarschijnlijk een

heupprothese nodig is;

■ een breuk van een door artritis aangetast femur

(dijbeen), of een breuk van de heup die een

heupprothese nodig maakt.

■ een breuk die leidt tot een heupvervanging die niet

volledig slaagt, wat een duidelijk risico op een extra

operatie met zich brengt.

€ 27.000 tot € 36.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 44

(b) Middelzwaar bekken- en heupletsel

I Er is aanzienlijk letsel aan het bekken of de heup, maar

er zijn geen grote blijvende beperkingen. Een eventueel

risico voor de toekomst is niet groot.

€ 18.000 tot € 27.000

II Letsel aan het bekken dat een natuurlijke geboorte

belemmert en een keizersnede nodig maakt. Als de

benadeelde bijvoorbeeld een jonge vrouw zonder kinderen

is, is een bedrag bovenin de bandbreedte passend.

€ 15.000 tot € 23.000

(c) Gering bekken- en heupletsel

I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 10.000

II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000

III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

5.6 Amputatie van de arm

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii niveau van de amputatie;

iii amputatie van de dominante arm;

iv mate waarin een prothese de functie kan herstellen;

v weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vi mate van (fantoom)pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 45

(a) Verlies van beide armen € 165.000 tot € 205.000

(b) Verlies van één arm

I Amputatie van de arm bij de schouder. Vanaf € 94.000

II Amputatie boven de elleboog. € 75.000 tot € 89.000

III Amputatie onder de elleboog. € 66.000 tot € 75.000

5.7 Ander armletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii letsel aan de dominante arm;

iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iv prognose;

v mate van pijn;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig armletsel

Letsel dat geen amputatie omvat, maar wel zeer ernstig is,

met vrijwel geen resterende functie van de arm.

€ 66.000 tot € 89.000

(b) Middelzwaar armletsel

Ernstige breuken van één of beide onderarmen. Er resteren

aanzienlijke, blijvende beperkingen (functioneel en/of

cosmetisch).

€ 27.000 tot € 41.000

(c) Minder ernstig armletsel

Hoewel er aanzienlijke beperkingen zijn geweest, heeft

aanzienlijk herstel plaatsgevonden of wordt dit verwacht.

€ 10.000 tot € 26.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 46

(d) Gering armletsel

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een eenvoudige breuk van de onderarm zonder risico op

artritis;

■ gevallen waarin het letsel geen blijvende gevolgen heeft.

I Het herstel duurt langer dan twee jaar en er is mogelijk

een behoorlijk ingrijpende behandeling nodig.

€ 4.500 tot € 10.000

II Herstel vindt plaats binnen ongeveer één tot twee jaar € 3.500 tot € 4.500

III Herstel vindt plaats tussen ongeveer zes maanden tot

één jaar.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.500

5.8 Elleboogletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii letsel aan de dominante arm;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstig elleboogletsel

Letsel met blijvende gevolgen wat betreft functie en pijn.

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een ernstige breuk die leidt tot secundaire artritis;

€ 27.000 tot € 37.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 47

■ letsel door verbrijzeling met blijvende functionele

beperkingen;

■ aantasting van de elleboogzenuw met slechts gedeeltelijk

herstel.

(b) Middelzwaar elleboogletsel

Er zijn beperkingen in de functie, maar deze zijn niet groot.

Er heeft geen ingrijpende operatie plaatsgevonden.

€ 11.000 tot € 22.000

(c) Gering elleboogletsel

Het meeste elleboogletsel valt in deze categorie. Het letsel

veroorzaakt geen blijvende gevolgen en leidt niet tot

blijvende functionele beperkingen. Onder deze categorie

vallen onder meer:

■ een eenvoudige breuk die zonder complicaties herstelt;

■ letsel aan weke delen dat leidt tot pijn;

■ een tenniselleboog van een beperkte ernst;

■ relatief geringe onregelmatige snijwonden.

I Na twee jaar vindt herstel plaats; mogelijk houden

hinderlijke klachten aan en/of is een operatie nodig.

€ 4.500 tot € 8.500

II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 4.500

III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

€ 2.675 tot € 3.000

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

5.9 Polsletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii letsel aan de dominante arm;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 48

iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstig polsletsel

Een volledig verlies van de functie van de pols, bijvoorbeeld

als een arthrodese (het vastzetten van een gewricht) heeft

plaatsgevonden.

€ 33.000 tot € 41.000

(b) Middelzwaar polsletsel

Er zijn aanzienlijke, blijvende beperkingen, maar er resteert

nog enige belastbaarheid.

€ 17.000 tot € 27.000

(c) Minder ernstig polsletsel

Minder ernstig letsel leidend tot enige, blijvende

beperkingen, zoals aanhoudende pijn en/of stijfheid.

€ 8.500 tot € 17.000

(d) Gering polsletsel

Letsel dat niet resulteert in blijvende gevolgen of een

blijvend verlies van functie, zoals een breuk van het

spaakbeen, breuken waarbij de botdelen niet of minimaal

zijn verschoven of letsel aan weke delen.

I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 5.000 tot € 8.500

II Tussen ongeveer zes maanden tot twee jaar vindt herstel

plaats.

€ 2.675 tot € 5.000

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 49

5.10 Amputatie van hand, vinger, duim

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii letsel aan de dominante hand;

iii niveau van de amputatie;

iv mate waarin een prothese de functie kan herstellen;

v (risico op) degeneratieve veranderingen;

vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vii mate van (fantoom)pijn;

viii benodigde medische behandeling;

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Volledig of effectief verlies van beide handen

Een bedrag aan de top van de bandbreedte is passend

wanneer geen effectieve prothese voorhanden is.

€ 96.000 tot € 140.000

(b) Volledig of effectief verlies van één hand

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een verbrijzelde hand die (operatief) is geamputeerd;

■ alle vingers en het grootste gedeelte van de handpalm

zijn (operatief) geamputeerd.

Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als het om de

dominante hand van de benadeelde gaat.

€ 66.000 tot € 75.000

(c) Amputatie van wijsvingers, middelvingers en/of ringvingers

De hand heeft nog een slechts zeer beperkte functie, en voor

zover enige grip resteert, is deze buitengewoon zwak.

€ 42.000 tot € 62.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 50

(d) Ernstig handletsel

Er blijft enige functionaliteit van de hand over, maar deze is

aanzienlijk verminderd. Er kan worden gedacht aan:

■ amputatie van meerdere vingers die later opnieuw zijn

vastgezet, waardoor de hand in een geklauwde positie

verkeert, onhandig en visueel onaantrekkelijk is;

■ enkele vingers en mogelijk een deel van de handpalm zijn

geamputeerd, wat leidt tot een ernstige vermindering

van grip en behendigheid, evenals een aanzienlijke

cosmetische misvorming.

€ 20.000 tot € 42.000

(e) Gedeeltelijke amputatie van vingers

Onder deze categorie vallen onder meer gedeeltelijke

amputaties die leiden tot misvorming, verminderde grip en

functie, en een verstoorde gevoelswaarneming.

Tot € 25.000

(f) Gedeeltelijk of volledig verlies van duim

Onder deze categorie valt onder meer een duim die na een

trauma weer is vastgezet, maar daarna zo goed als geen

functie meer heeft en misvormd is.

€ 13.000 tot € 37.000

(g) Gedeeltelijk of volledig verlies van wijsvinger

Bij verlies van de wijsvinger is een bedrag aan de top van

de bandbreedte passend. In deze bandbreedte valt ook

misvorming van de wijsvinger en een aantasting van de grip

of behendigheid.

€ 7.500 tot € 18.000

(h) Gedeeltelijk of volledig verlies van ring- of middelvinger

Onder deze categorie valt onder meer letsel dat leidt tot

misvorming en vermindering van grip of behendigheid.

€ 5.000 tot € 15.000

(i) Gedeeltelijk of volledig verlies van pink € 5.000 tot € 14.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 51

5.11 Letsel aan hand, vinger, duim

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii letsel aan de dominante hand;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

v prognose;

vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vii mate van pijn;

viii benodigde medische behandeling;

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

Handletsel

(a) Zwaar handletsel

Er zijn blijvende cosmetische beperkingen, en een

aanzienlijk verlies van de functie van de beide handen.

€ 38.000 tot € 58.000

(b) Middelzwaar handletsel

Onder deze categorie valt onder meer verbrijzeling,

resulterend in aanzienlijke beperkingen in de functie

van de hand. Er volgt geen operatie meer, of er resteren

beperkingen ondanks eerdere operatie(s).

€ 10.000 tot € 20.000

(c) Minder ernstig handletsel

Onder deze categorie vallen onder meer verbrijzeling,

diepe wonden, letsel aan weke delen en diepe snijwonden.

Een bedrag aan de top van de bandbreedte is passend als

een operatieve behandeling niet succesvol is geweest en

blijvende beperkingen resteren.

€ 4.000 tot € 10.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 52

Duimletsel

(d) Ernstig duimletsel

Het kan gaan om zenuwbeschadiging of een breuk waarvoor

ijzeren draden moeten worden geplaatst. Dit zorgt ervoor

dat de duim koud en zeer gevoelig is, de grip aanzienlijk is

aangetast en de behendigheid is verminderd.

€ 8.500 tot € 11.000

(e) Middelzwaar duimletsel

Onder deze categorie valt onder meer letsel waarbij

een arthrodese van het interphalangeale gewricht (het

vastzetten van het gewricht dicht bij de punt van de duim)

noodzakelijk is of waarbij pezen of zenuwen zijn beschadigd.

Dergelijk letsel veroorzaakt enige aantasting van de

gevoelswaarneming en functie, evenals een cosmetische

misvorming.

€ 6.500 tot € 8.500

Vingerletsel

(f) Ander letsel aan of breuk van wijsvinger

Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is

blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is

waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.

€ 2.675 tot € 7.500

(g) Ander letsel aan of breuk van ring- of middelvinger

Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is

blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is

waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.

€ 2.675 tot € 6.000

(h) Ander letsel aan of breuk van pink

Een eventuele breuk is snel hersteld, maar de grip is

blijvend aangetast, er is pijn bij intensief gebruik en het is

waarschijnlijk dat zich op termijn artrose zal voordoen.

€ 2.675 tot € 4.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 53

Gering letsel aan hand, vinger, duim

(i) Gering letsel aan de hand, vinger of duim

In deze categorie kan worden gedacht aan letsel met als

gevolg gevoeligheid en een reactie op kou, nadat herstel

heeft plaatsgevonden.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

Tot € 3.000

5.12 Amputatie van het been

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii niveau van de amputatie;

iii mate waarin een prothese de functie kan herstellen;

iv neveneffecten van de amputatie, zoals rugpijn en/of het risico op toekomstige

degeneratieve veranderingen in de heupen en wervelkolom;

v weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vi mate van (fantoom)pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen.

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Verlies van beide benen € 165.000 tot € 195.000

(b) Amputatie van beide benen beneden de knie € 140.000 tot € 185.000

(c) Amputatie van één been boven de knie € 72.000 tot € 94.000

(d) Amputatie van één been beneden de knie € 67.000 tot € 91.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 54

5.13 Ander beenletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;

iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iv (risico op) degeneratieve veranderingen;

v prognose;

vi weerslag op de mate van zelfstandigheid;

vii mate van pijn;

viii benodigde medische behandeling;

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig beenletsel € 66.000 tot € 93.000

Dit letsel kan zo ernstig zijn dat een vergelijkbaar bedrag

passend is als in geval van een amputatie. Dit kan zich

voordoen bij degloving (‘afstroping’) van het been, waarbij

het been zeer duidelijk korter is, of als breuken niet zijn

hersteld en een omvangrijke bottransplantatie heeft

plaatsgevonden.

(b) Ernstig beenletsel € 37.000 tot € 61.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ letsel dat resulteert in blijvende mobiliteitsproblemen,

waardoor de betrokkene voor de rest van zijn leven

afhankelijk is van een kruk of andere hulpmiddelen;

■ meerdere breuken die langdurige herstelperiodes

en ingrijpende behandelingen vereisen, met ernstige

misvormingen en beperkingen in beweging als gevolg;

■ artritis in een gewricht, waarvoor waarschijnlijk verdere

operaties nodig zijn.

(c) Tamelijk ernstig beenletsel

In deze categorie gaat het doorgaans om een combinatie van

de volgende omstandigheden: ernstige open botbreuken en

letsels aan de gewrichten of ligamenten die leiden tot

€ 27.000 tot € 37.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 55

instabiliteit, voortdurende behandelingen en een lange

periode waarin het been niet mag worden belast. Het is

vrijwel zeker dat artritis zal ontstaan. Het vermogen om te

lopen is vaak ernstig beperkt.

(d) Middelzwaar beenletsel € 19.000 tot € 27.000

Deze categorie omvat gecompliceerde of meervoudige

breuken of ernstig letsel door verbrijzeling, doorgaans aan

één ledemaat.

(e) Minder ernstig beenletsel € 12.000 tot € 19.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een breuk aan het been waarbij een redelijk herstel is

bereikt. De benadeelde kan nog wel te maken hebben

met een metalen implantaat, mank lopen, aangetaste

mobiliteit en/of verlies van gevoelswaarneming;

■ ernstig letsel aan weke delen van één of beide benen,

zoals letsel dat aanzienlijke cosmetische gevolgen

heeft, en leidt tot functionele beperkingen en/of enige

zenuwschade in de onderste ledematen.

(f) Gering beenletsel

I Eenvoudige breuk van het dijbeen zonder beschadiging

van gewrichtsoppervlakken.

€ 6.000 tot € 9.500

II Eenvoudige breuk van het tibia (scheenbeen) of fibula

(kuitbeen), of letsel aan weke delen.

Bij eenvoudige breuken waarbij geringe klachten aanhouden

en/of beperkingen van de beweging resteren, is een bedrag

bovenin de bandbreedte passend.

€ 4.000 tot € 7.500

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 56

III In deze categorie valt een grote verscheidenheid aan

letsels aan weke delen, spierscheuringen, (onregelmatige)

snijwonden of kneuzingen waarvan de benadeelde

(nagenoeg) volledig is hersteld. Eventuele resterende

(cosmetische) beperkingen zijn gering.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 4.000

5.14 Knieletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;

iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iv (risico op) degeneratieve veranderingen;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) (Zeer) ernstig knieletsel

I Ernstig knieletsel waarbij er een verstoring is van het

gewricht, zich artrose voordoet en er een grote beschadiging

is van de ligamenten. Langdurige behandeling is nodig en de

pijn en het verlies van functie zijn aanzienlijk. Er heeft een

operatie ter vervanging van (een gedeelte van) het gewricht

of een arthrodese (operatief vastzetten van het gewricht)

plaatsgevonden, of deze gaat plaatsvinden.

€ 48.000 tot € 66.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 57

II Een beenbreuk die zich uitstrekt tot het kniegewricht,

en leidt tot continue, blijvende pijn die de beweging beperkt

of de behendigheid aantast, en die de benadeelde kwetsbaar

maakt voor artrose. Er is een risico dat een operatie om (een

gedeelte van) het gewricht te vervangen of een arthrodese

(operatief vastzetten van het gewricht) nodig is.

€ 36.000 tot € 48.000

III Minder ernstig knieletsel dan onder (a) (II) en/

of letsel dat leidt tot minder ernstige beperkingen. Er

kunnen aanhoudende klachten zijn zoals pijn en ongemak,

beperkingen van de beweging of instabiliteit, of misvorming

met het risico op degeneratieve veranderingen. Op de

lange termijn kan een operatie noodzakelijk zijn vanwege

een beschadiging van de knieschijf, beschadiging van de

gewrichtsband of meniscus, of spieratrofie.

€ 18.000 tot € 30.000

(b) Middelzwaar knieletsel € 10.000 tot € 18.000

Het uit de kom schieten van het gewricht, een gescheurd

kraakbeen of een gescheurde meniscus, leidend tot

geringe instabiliteit, spieratrofie, zwakte of andere milde

toekomstige beperkingen.

(c) Gering knieletsel

Letsel dat vergelijkbaar is met bovenstaande categorie (b)

‘middelzwaar knieletsel’, maar minder ernstig. Onder deze

categorie vallen onder meer onregelmatige snijwonden en

verdraaiingen.

I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000

II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 58

5.15 Enkelletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii beperking van beweging of instabiliteit in het gewricht;

iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iv (risico op) degeneratieve veranderingen;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig enkelletsel

Letsel dat in deze categorie valt, doet zich niet vaak voor.

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een drievoudige breuk van de enkel in combinatie met

omvangrijk letsel aan weke delen, dat resulteert in een

misvorming en een risico dat bij eventueel toekomstig

letsel aan het been een amputatie beneden de knie

noodzakelijk is;

■ enkelbreuken die leiden tot ernstige

gewrichtsdegeneratie, waardoor een arthrodese

(operatief vastzetten van het gewricht) noodzakelijk is.

€ 34.000 tot € 48.000

(b) Ernstig enkelletsel

Er is een langdurige behandeling nodig, of er is

osteosynthesemateriaal geplaatst, waarna aanzienlijke

beperkingen resteren die bestaan uit instabiliteit van de

enkel en een zeer beperkt vermogen om te lopen.

€ 21.000 tot € 34.000

(c) Middelzwaar enkelletsel

Letsel zoals botbreuken en scheuringen van ligamenten met

minder ernstige beperkingen tot gevolg, zoals moeilijkheden

bij lopen op een ongelijke ondergrond en traplopen en

irritatie door osteosynthesemateriaal. Er kan ook risico op

artrose zijn.

€ 9.500 tot € 18.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 59

(d) Gering enkelletsel

Deze categorie omvat minder ernstige, kleinere botbreuken

of breuken waarbij de botdelen niet zijn verplaatst, evenals

verstuikingen en letsel aan de gewrichtsbanden.

I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 9.500

II Tussen ongeveer zes maanden tot twee jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 6.000

5.16 Achillespees

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii beperking van beweging;

iii (risico op) degeneratieve veranderingen;

iv prognose;

v mate van pijn;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstig letsel aan de achillespees

Hieronder valt het doorsnijden van de achillespees en de

musculus peroneus longus. Dit leidt tot kramp, zwelling

en een beperkte beweging van de enkel. Het is niet langer

mogelijk om een actieve sport te beoefenen.

Rond € 26.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 60

(b) Middelzwaar letsel aan de achillespees

Het volledig afscheuren van de achillespees is succesvol

hersteld, maar er zijn beperkingen in de beweeglijkheid van

de enkel. De benadeelde loopt mank en het blijft een zwakke

plek. Verdere verbetering is onwaarschijnlijk.

€ 17.000 tot € 21.000

(c) Minder ernstig letsel aan de achillespees

Er is sprake is van een gedeeltelijke scheuring of aanzienlijk

letsel aan de achillespees. Er is aanzienlijk herstel bereikt,

maar er kunnen nog steeds milde klachten en functionele

beperkingen zijn.

€ 8.500 tot € 14.000

(d) Gering letsel aan de achillespees

Een verzwikking van de enkel, met enige beschadiging van

de achillespees en een onzeker gevoel over de mate van

steun van de enkel tot gevolg.

I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000

II Tussen ongeveer zes maanden en één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

5.17 Voetletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii beperking van beweging/weerslag op de functie van de voet;

iii duur van het letsel en de daaruit voortvloeiende klachten;

iv (risico op) degeneratieve veranderingen;

v niveau van de amputatie;

vi prognose;

vii mate van (fantoom)pijn;

viii benodigde medische behandeling;

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 61

ix cosmetische gevolgen;

x psychische gevolgen;

xi weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstig voetletsel

Er is sprake van permanente en ernstige pijn, of er zijn

zeer ernstige blijvende beperkingen. Voorbeelden zijn een

traumatische amputatie van de voorvoet of het verlies van

een substantieel gedeelte van de hiel, waardoor de mobiliteit

ernstig is beperkt.

€ 57.000 tot € 75.000

(b) Ernstig voetletsel

Breuken van beide hielen of voeten die de mobiliteit

substantieel beperken of leiden tot aanzienlijke, blijvende

pijn of ongewoon ernstig letsel aan één voet. Denk aan letsel

dat leidt tot ernstige degloving (‘afstroping’), uitgebreid

operatief ingrijpen, het vastzetten van gewrichten in de hiel,

osteoporose, ulceratie of andere beperkingen die ervoor

zorgen dat de benadeelde geen reguliere schoenen kan

dragen. Deze bandbreedte is ook van toepassing bij een

klapvoet die wordt gecorrigeerd door een brace.

€ 29.000 tot € 48.000

(c) Middelzwaar voetletsel

Letsel dat minder ernstig is dan de categorie ‘ernstig

voetletsel’ (b), maar wel leidt tot aanhoudende pijn vanwege

traumatische artritis of een risico op artritis, leidt tot

langdurige behandeling, en leidt tot het risico dat een

operatie nodig zal zijn om gewrichten vast te zetten.

€ 17.000 tot € 27.000

(d) Minder ernstig voetletsel

Breuken van het middenvoetsbeentje waarbij de botstukken

zijn verplaatst, met blijvende misvorming en aanhoudende

klachten tot gevolg. Er kan op de lange termijn risico op

artrose zijn en/of risico dat een operatie nodig zal zijn.

€ 9.500 tot € 17.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 62

(e) Gering voetletsel

Eenvoudige breuken van de middenvoetsbeentjes,

gescheurde ligamenten, steekwonden en dergelijke.

Als er aanhoudende klachten zijn zoals mank lopen of

(scherpe) pijn, is een bedrag tussen € 8.500 en € 9.500

passend.

I Binnen ongeveer twee tot vijf jaar vindt herstel plaats. € 6.000 tot € 9.500

II Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.000 tot € 6.000

III Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.000

5.18 Teenletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii weerslag op de functie van de voet/beperking van beweging;

iii niveau van de amputatie;

iv (risico op) artrose;

v prognose;

vi mate van (fantoom)pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Amputatie van alle tenen aan één voet € 25.000 tot € 38.000

(b) Amputatie van de grote teen Rond € 21.000

DE Rotterdamse schaal | 5  Orthopedisch letsel 63

(c) Ernstig teenletsel

Deze categorie ziet op ernstig letsel door verbrijzeling of

ander letsel dat leidt tot aanzienlijke, blijvende klachten.

Hieronder valt ook een (gedeeltelijke) amputatie van één of

twee tenen (andere tenen dan de grote teen).

€ 9.500 tot € 14.000

(d) Middelzwaar teenletsel

Dit gaat om ernstig letsel aan de grote teen, breuken door

verbrijzeling, of meerdere breuken van twee of meer tenen.

Er zijn enige blijvende beperkingen en aanhoudend(e)

ongemak, pijn en gevoeligheid.

€ 6.500 tot € 9.500

(e) Gering teenletsel

Dit gaat om relatief eenvoudige breuken of verbrijzelings­

letsel, of onregelmatige snijwonden aan één of meer tenen.

Als er aanhoudende minimale klachten zijn en/of een

operatie nodig is met langdurig ongemak tot gevolg, is een

bedrag tussen € 5.000 en € 6.500 passend.

I Binnen ongeveer één tot twee jaar vindt herstel plaats. € 3.500 tot € 5.000

II Tussen ongeveer zes maanden tot één jaar vindt herstel

plaats.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.500

DE Rotterdamse schaal | 6  Dodelijke verwondingen 64

6Dodelijke verwondingen

6.1 Algemene toelichting

Door een ongeval of misdrijf veroorzaakt letsel kan leiden tot het overlijden van de

benadeelde. Soms is deze ‘op slag dood’. In dat geval bestaat geen eigen aanspraak op

smartengeld van de overledene: het verlies van het leven als zodanig geeft voor de

benadeelde (overledene) immers geen aanspraak op schadevergoeding. Soms gaat

het om overlijden relatief snel na de gebeurtenis (bijvoorbeeld binnen enkele uren of

dagen), soms duurt dat langer en kan het gaan om een periode van enkele maanden

of jaren. Leed dat niet kenbaar door de benadeelde persoonlijk kon worden ervaren,

doordat deze door de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis direct het bewustzijn

heeft verloren en vervolgens is overleden, zonder nog op enig moment bij bewustzijn

te zijn geweest waardoor het leed niet kenbaar kon worden ervaren, wordt niet

vergoed met smartengeld.23

Dit hoofdstuk ziet op gevallen waarin het overlijden voortvloeit uit de aansprakelijk­

heidvestigende gebeurtenis en daar relatief kort op volgt. Als de benadeelde overlijdt

door een oorzaak die niet in verband staat met deze gebeurtenis, vormt de categorie

met betrekking tot het veroorzaakte letsel het eerste aanknopingspunt voor het

bepalen van de omvang van het smartengeld. Daarbij kan dan betekenis toekomen

aan de kortere duur van het lijden.

In geval van overlijden als gevolg van de aansprakelijkheidvestigende gebeurtenis

is relevant of de benadeelde bij leven aanspraak heeft gemaakt op vergoeding van

ander nadeel dan vermogensschade. Volgens het bepaalde in art 6:95 lid 2 BW is voor

overgang onder algemene titel immers vereist dat de gerechtigde aan de wederpartij

heeft medegedeeld aanspraak op de vergoeding te maken. Het recht op smartengeld

heeft volgens de wetgever namelijk ‘een hoogstpersoonlijk karakter’, reden waarom

het geld zo veel mogelijk aan de benadeelde zelf moet toekomen en hij zelf moet

kunnen beslissen of hij aanspraak wil maken op smartengeld.24

23 HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1055, r.o. 4.5.1-4.5.2 (Mallorca). 24 TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 378.

DE Rotterdamse schaal | 6  Dodelijke verwondingen 65

Bij de vaststelling van de omvang van het smartengeld bij dodelijke verwondingen

lijken twee belangrijke begrotingsfactoren in tegengestelde richting te wijzen:

enerzijds de omvang of intensiteit van het veroorzaakte leed en anderzijds de duur

van het lijden. Dat het leed zich gedurende een relatief korte periode voordoet, kan

wijzen in de richting van een lager bedrag: de benadeelde hoeft de gevolgen van het

letsel immers minder lang te dragen. Daartegenover staat dat het letsel zo ernstig is

dat het dodelijk is en het leed bovendien ook het vooruitzicht van de naderende dood

kan omvatten, wat juist kan wijzen in de richting van een hoog bedrag.25

Ondanks het zeer beperkte aantal rechterlijke uitspraken in Nederland lijkt duidelijk

dat de ‘top’ van de bedragen die in Nederland in deze categorie worden toegewezen

ligt rond € 195.000. Voor dodelijke verwondingen wordt hier volstaan met dit oriën­

tatiepunt. Dat betekent dat in het concrete geval een (aanmerkelijk) lager bedrag

passend kan zijn, afhankelijk van een weging van onder meer de bij de categorie

vermelde factoren.

6.2 Relevante factoren en bandbreedte

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii levensbekorting;

iii mate van pijn;

iv benodigde medische behandeling;

v cosmetische gevolgen;

vi psychische gevolgen;

vii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

25 Zie in dit verband ook HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665, NJ 1992/174 (AMC/O), r.o. 3.3: onder het verdriet is ook begrepen het verdriet dat de benadeelde heeft doordat als gevolg van de gebeurtenis zijn levensverwachting is bekort.

DE Rotterdamse schaal | 6  Dodelijke verwondingen 66

Ieder geval vergt een zorgvuldige afweging van alle omstan­

digheden van het geval. In de buurt van het hier genoemde

bedrag liggen gevallen waarin de benadeelde gedurende

enige tijd ernstige pijn en leed ondervindt door het letsel en

de daarvoor benodigde behandeling. De benadeelde moet

leven met het vooruitzicht op het afscheid van kinderen en

partner, en heeft een substantieel beperkte levensverwach­

ting. Bij trauma zoals ernstige brandwonden met bescha­

diging van de longen en ondraaglijke pijn gedurende een

aanzienlijke periode is een hoog bedrag passend. Een lager

bedrag is passend als de benadeelde geen inzicht heeft in het

verlies, beperkt pijn en leed ervaart of als de bekorting in de

levensverwachting beperkt is.

Tot € 195.000

Voor dodelijke asbestziekten (mesothelioom, ernstige

asbestose), ten aanzien waarvan in de praktijk pleegt

te worden teruggevallen op vaste normbedragen, zie

paragraaf 4.3.

DE Rotterdamse schaal | 7  Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 67

7Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen

7.1 Vibratie witte vinger- en/of hand-armvibratiesyndroom

Het vibratie witte vinger- (VWF) en/of hand-armvibratiesyndroom (HAVS), dat wordt

veroorzaakt door blootstelling aan trillingen, is een langzaam progressieve aandoe­

ning. De ontwikkeling en ernst ervan worden beïnvloed door de mate van blootstel­

ling, in het bijzonder de kracht, frequentie, duur en overdracht van de trillingen.

De klachten zijn vergelijkbaar met de ziekte van Raynaud.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii aantasting van één of beide handen en het aantal aangetaste vingers;

iii letsel aan de dominante hand;

iv mate waarin de behendigheid wordt beperkt en/of de kracht van de grip is

aangetast;

v prognose;

vi frequentie en duur van pijnlijke aanvallen;

vii benodigde medische behandeling;

viii cosmetische gevolgen;

ix psychische gevolgen;

x weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstig

Aanhoudende, bilaterale (aan beide handen) klachten die het

dagelijks leven aanzienlijk verstoren.

€ 22.000 tot € 26.000

(b) Middelzwaar

Aanhoudende klachten aan één hand die het dagelijks leven

aanzienlijk verstoren.

€ 11.000 tot € 22.000

DE Rotterdamse schaal | 7  Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 68

(c) Minder ernstig

Er zijn aanhoudende klachten, maar deze doen zich

onderbroken of vooral bij koud weer voor.

€ 6.000 tot € 11.000

(d) Gering

Af en toe doen zich klachten voor in enkele vingers.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.000 tot € 6.000

7.2 Andere aandoeningen aan bovenste ledematen

Dit gedeelte ziet op een verscheidenheid aan letsels aan de bovenste ledematen,

waarbij kan worden gedacht aan de volgende aandoeningen:

a Tenosynovitis (ontsteking van de peesschede die met rust veelal snel herstelt)

b De Quervain tenosynovitis

c Tenosynovitis stenosans (‘trigger finger’)

d Carpaal tunnel syndroom

e Epicondylitis (tenniselleboog, golferselleboog)

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii aantasting van één of beide handen;

iii letsel aan de dominante hand;

iv duur van de pijn en andere klachten, zoals zwellingen en ontstekingen;

v prognose, en of een terugkeer van klachten kan worden voorkomen;

vi benodigde medische behandeling;

vii cosmetische gevolgen;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Aanhoudende beperkingen, waarbij een operatie heeft

plaatsgevonden

€ 10.000 tot € 21.000

(b) Voortdurende, maar wisselende klachten € 6.000 tot € 10.000

DE Rotterdamse schaal | 7  Werkgerelateerde aandoeningen aan ledematen 69

(c) Klachten die binnen ongeveer één tot twee jaar herstellen € 3.000 tot € 6.000

(d) Klachten die langer dan zes maanden aanhouden, maar

binnen ongeveer één jaar herstellen

€ 2.675 tot € 3.000

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

DE Rotterdamse schaal | 8  Chronische pijn 70

8Chronische pijn

Dit hoofdstuk behandelt een verscheidenheid aan aandoeningen, die globaal

omschreven kunnen worden als ‘pijnstoornissen’. Hieronder vallen fibromyalgie,

chronisch pijnsyndroom, chronisch vermoeidheidssyndroom/myalgische encefalo­

myelitis (ME/CVS), conversiestoornissen en somatisch-symptoomstoornissen. Veel

van deze aandoeningen worden gekenmerkt door subjectieve pijn, waarbij er geen

of een beperkt medisch substraat is. Klachten kunnen omvatten: vermoeidheid,

gerelateerde beperkingen van cognitieve functies, spierzwakte, hoofdpijn en andere

fluctuerende klachten.

Gevallen van kortdurende pijnstoornissen vallen buiten de hier genoemde catego­

rieën en vergen een afzonderlijke beoordeling.

Met uitzondering van gevallen waarin sprake is van een complex regionaal pijnsyn­

droom (CRPS), is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende klinische

aandoeningen. De bedragen reflecteren de ernst, impact en prognose van de aandoe­

ning. Als de aandoening primair één onderdeel van het menselijk lichaam aantast,

kan het behulpzaam zijn ook het daarvoor relevante hoofdstuk te raadplegen. In

dergelijke gevallen is veelal sprake van samenloop met geestelijk letsel (zie deel B).

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii aantasting van één of meerdere lichaamsdelen;

iii prognose;

iv weerslag op de mate van zelfstandigheid;

v mate van ervaren pijn;

vi afzonderlijk te identificeren psychische aandoening en de weerslag daarvan op

de ervaren pijn;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

DE Rotterdamse schaal | 8  Chronische pijn 71

8.1 Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) wordt gekenmerkt door intense, bran­

dende pijn die bewegen of een aanraking van de aangetaste ledemaat ondraaglijk kan

maken.

(a) Ernstig CRPS

De prognose is slecht. De benadeelde is ernstig beperkt

in zijn vermogen om arbeid te verrichten. Er is een grote

zorgvraag. Er kunnen ook psychische problemen zijn. Een

bedrag bovenin de bandbreedte is passend als de klachten

zich hebben verspreid naar andere ledematen.

€ 36.000 tot € 57.000

(b) Middelzwaar CRPS

Een bedrag bovenin de bandbreedte is passend als de

benadeelde lange tijd aanzienlijke pijn heeft gehad, maar de

prognose is dat er enige verbetering zal optreden, ook ten

aanzien van het vermogen om arbeid te verrichten, en de

benadeelde slechts beperkte zorg nodig zal hebben.

Een bedrag onderin de bandbreedte is passend als de

klachten enkele jaren hebben aangehouden, maar meer

variëren in intensiteit. In deze gevallen kan medicatie de

klachten beperken en/of is de prognose aanmerkelijk beter,

hoewel niet noodzakelijkerwijs een volledig herstel wordt

verwacht. Voor zover er een zorgbehoefte is, zal deze in de

toekomst minimaal zijn.

€ 19.000 tot € 36.000

DE Rotterdamse schaal | 8  Chronische pijn 72

8.2 Andere pijnsyndromen

(a) Ernstig

Ondanks behandeling houdt de benadeelde aanzienlijke

klachten en is de verwachting dat deze in de toekomst

blijven voortduren. Dit heeft een negatieve invloed op het

vermogen om arbeid te verrichten. Daarnaast is enige mate

van zorg/ondersteuning nodig. De meeste gevallen van

fibromyalgie met zware aanhoudende klachten vallen binnen

deze bandbreedte.

€ 29.000 tot € 43.000

(b) Middelzwaar

Bovenin de bandbreedte houden de klachten aan, maar in

een mindere mate dan bij de categorie ‘ernstig’ (a) en met

een minder grote weerslag op het vermogen om arbeid te

verrichten.

Een bedrag onderin de bandbreedte is passend als klachten

een aantal jaren aanhouden, maar daarna een (nagenoeg)

volledig herstel is bereikt of dit wordt verwacht.

€ 14.000 tot € 26.000

DE Rotterdamse schaal | 9  Gezichtsletsel 73

9Gezichtsletsel

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii duur van de klachten;

iii prognose;

iv mate van pijn;

v benodigde medische behandeling;

vi cosmetische gevolgen;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

9.1 Schedelbeschadiging

(a) Le Fort-breuken van botten aan de voorzijde van het gezicht € 16.000 tot € 25.000

(b) Meerdere breuken van botten in het gezicht

Er is enige blijvende misvorming.

€ 10.000 tot € 16.000

(c) Breuken van de neus of voorkant van het hoofd gerelateerd

aan de neus

I Complexe of meervoudige breuken, waarvoor meerdere

operaties nodig kunnen zijn. Er kan sprake zijn van een

blijvende aantasting van luchtwegen, moeilijkheden met

ademhalen, blijvende beschadiging van de zenuwen of

traankanalen en/of een misvorming in het gezicht.

€ 7.500 tot € 16.000

II Een breuk waarbij de botdelen zijn verschoven. Na een

operatie wordt volledig herstel bereikt.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

€ 2.675 tot € 3.500

DE Rotterdamse schaal | 9  Gezichtsletsel 74

(d) Breuken van jukbeenderen

I Complexe breuken waarvoor een operatieve behandeling

nodig is. Er zijn blijvende gevolgen zoals paresthesie (een

stoornis in de gevoelswaarneming) in de wangen of lippen, of

enige misvorming.

€ 7.000 tot € 11.000

II Eenvoudige breuken van de jukbeenderen waarbij enige

reconstructieve chirurgie nodig is. Er wordt volledig herstel

bereikt en er zijn geen of minimale cosmetische gevolgen.

€ 3.000 tot € 4.500

(e) Breuken van de kaak

I Zeer complexe, meervoudige breuken, gevolgd door

een langdurige behandeling. Er zijn blijvende gevolgen,

zoals ernstige pijn, beperkingen bij het eten, paresthesie

(een stoornis in de gevoelswaarneming) en/of een risico op

artritis in de gewrichten.

€ 21.000 tot € 31.000

II Complexe breuk met blijvende gevolgen, zoals

beperkingen bij het openen van de mond of bij eten, of

paresthesie (een stoornis in de gevoelswaarneming) rond de

kaak.

€ 12.000 tot € 21.000

III Een eenvoudige breuk waarvoor immobilisatie van de

kaak nodig is, maar die volledig herstelt.

€ 4.500 tot € 6.000

(f) Beschadiging van tand(en)

Doorgaans heeft een reeks behandelingen plaatsgevonden.

De hoogte van het bedrag hangt vooral af van de duur

daarvan en het veroorzaakte ongemak, zoals problemen met

eten.

I Aanzienlijke, chronische pijn (zoals bij een onbehandeld

abces) die zich uitstrekt over een aantal jaren, waarbij de

algehele conditie van de tanden aanzienlijk achteruitgaat.

Tot € 26.000

DE Rotterdamse schaal | 9  Gezichtsletsel 75

II Verlies of ernstige beschadiging van meerdere

voortanden

€ 6.000 tot € 8.000

III Verlies of ernstige beschadiging van twee voortanden. € 3.000 tot € 5.000

IV Verlies of ernstige beschadiging van één voortand. € 1.500 tot € 2.500

V Verlies of ernstige beschadiging van achterste tanden/

kiezen; bedrag per tand.

€ 500 tot € 1.000

9.2 Misvorming van het gezicht

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii aard van het onderliggende letsel dat heeft geleid tot de misvorming/

littekenvorming;

iii aard en omvang van de littekens of misvorming (cosmetische gevolgen);

iv duur van de klachten;

v prognose;

vi mate van pijn;

vii benodigde medische behandeling;

viii psychische gevolgen;

ix weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Zeer ernstige littekenvorming

Een relatief jonge benadeelde (tieners tot en met begin

dertig) bij wie zich een zeer ernstige misvorming en een

ernstige psychische reactie voordoet.

€ 20.000 tot € 67.000

(b) Ernstige littekenvorming

Er is een substantiële misvorming, en een aanzienlijke

psychische reactie.

€ 12.000 tot € 33.000

DE Rotterdamse schaal | 9  Gezichtsletsel 76

(c) Middelzware littekenvorming

De ergste gevolgen (kunnen) worden verminderd met

plastische chirurgie. Daarna resteren enige cosmetische

gevolgen. De psychische reactie is niet (langer) groot. Het

kan gaan om littekens die zichtbaar zijn op gespreksafstand.

€ 6.000 tot € 21.000

(d) Minder ernstige littekenvorming

Het kan gaan om één litteken of meerdere kleine littekens

die het uiterlijk in enige mate, maar niet duidelijk

aantast(en). De reactie van de benadeelde is niet groter

dan die van een gemiddeld gevoelig persoon. Als sprake is

van één litteken (zonder dat hyperpigmentatie optreedt of

een keloïd-litteken ontstaat) dat kan worden verborgen of

gecamoufleerd en geen grote ontsiering vormt, is een bedrag

onderaan de bandbreedte passend.

€ 2.500 tot € 9.500

(e) Geringe littekenvorming

In deze gevallen zijn de gevolgen gering.

€ 1.000 tot € 2.500

DE Rotterdamse schaal | 10  Littekens aan andere delen van het lichaam 77

10Littekens aan andere delen van het lichaam

Veel van de fysieke letsels zoals hiervoor beschreven, omvatten reeds het element

van misvorming. In sommige gevallen wordt de omvang van het smartengeld hoofd­

zakelijk bepaald door de misvorming.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii percentage van het lichaamsoppervlakte dat is aangetast;

iii aard en omvang van littekens of misvorming (cosmetische gevolgen);

iv eerstegraads, tweedegraads of derdegraads brandwonden;

v mate van pijn en andere klachten;

vi benodigde medische behandeling;

vii psychische gevolgen;

viii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Brandwonden

Brandwonden zullen doorgaans als ernstiger worden geduid

dan andere littekens, omdat deze veelal gepaard gaan met

meer pijn en kunnen leiden tot aanhoudend fysiek letsel en

psychisch leed.

Als er aanzienlijke brandwonden zijn aan 40% of meer van

het oppervlakte van het lichaam, ligt een bedrag van meer

dan € 72.000 voor de hand.

(b) Middelzware littekenvorming € 5.500 tot € 16.000

Een aantal duidelijk zichtbare littekens, of één misvormend

litteken.

(c) Minder ernstige littekenvorming € 1.500 tot € 5.500

Eén duidelijk zichtbaar litteken, of een groot aantal

oppervlakkige littekens met geringe cosmetische gevolgen.

DE Rotterdamse schaal | 11  Beschadiging van het haar 78

11Beschadiging van het haar

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii cosmetische gevolgen;

iii omvang van haarverlies;

iv psychische gevolgen;

v weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Ernstige beschadiging van het haar € 5.000 tot € 7.500

Beschadiging van het haar door slecht uitgevoerde perma­

nenten, haarkleuringen of vergelijkbare behandelingen kan

leiden tot bijvoorbeeld dermatitis, eczeem, of een tintelend

of branderig gevoel op de hoofdhuid. Dit kan resulteren in

droog en broos haar dat breekt of uitvalt, wat schaamte en

verlies van zelfvertrouwen kan veroorzaken en het sociale

leven kan beïnvloeden. In ernstigere gevallen blijft het haar

dunner en zijn de vooruitzichten voor hergroei slecht, of

is er volledig haarverlies op bepaalde plekken en groeit het

haar slechts langzaam weer aan.

Een hoger bedrag kan passend zijn bij een grote psychische

impact, of als een operatie (zoals een huidtransplantatie)

nodig is.

(b) Minder ernstige beschadiging van het haar € 2.675 tot € 5.000

Minder ernstige klachten dan bij ernstige beschadiging van

het haar (a). Het kan gaan om gevallen waarin het haar is

uitgetrokken, met kale plekken tot gevolg. De hoogte van het

bedrag hangt af van de snelheid waarmee het haar opnieuw

aangroeit. Deze categorie omvat ook alopecia dat wordt

veroorzaakt door stress en waarvan de benadeelde binnen

twee jaar volledig herstelt.

Vindt herstel binnen zes maanden plaats, dan is deze laatste

categorie niet van toepassing maar gaat het om licht letsel als

bedoeld in hoofdstuk 13.

DE Rotterdamse schaal | 12  Dermatitis en andere huid­aandoeningen 79

12Dermatitis en andere huid­ aandoeningen

Hogere bedragen zijn passend als het gezicht is aangedaan.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii cosmetische gevolgen;

iii psychische gevolgen;

iv weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.

(a) Dermatitis aan beide handen, waarbij sprake is van

een gebarsten huid en pijn, die van invloed is op het

vermogen om arbeid te verrichten van de benadeelde

en de mate waarin de benadeelde huishoudelijke taken

kan verrichten. Er kunnen psychische gevolgen zijn die

enkele jaren voortduren of mogelijk van blijvende aard

zijn.

€ 9.500 tot € 13.000

(b) Dermatitis aan één of beide handen die gedurende een

lange periode aanhoudt, maar kan worden verlicht met

behandeling en/of het dragen van handschoenen bij

specifieke taken.

€ 6.000 tot € 8.000

DE Rotterdamse schaal | 13  Licht letsel 80

13Licht letsel

De ‘Richtlijn Licht letsel inclusief smartengeld’ van De Letselschade Raad beoogt

bij te dragen aan een efficiënte en slachtoffervriendelijke afwikkeling van schades

bij licht letsel.26 In de richtlijn zijn voor drie categorieën van licht letsel indicatieve

bedragen opgenomen, gebaseerd op de Smartengeldgids van de ANWB. Rechters

refereren soms aan de in deze richtlijn genoemde smartengeldbedragen.27 Omdat

voor licht letsel aldus reeds indicatieve smartengeldstandaarden zijn ontwikkeld en

in de praktijk worden gebruikt, en de systematiek ervan bovendien in lijn is met die

van de Rotterdamse schaal (categorisering met bandbreedtes voor maatwerk), zijn

deze hier overgenomen.

Bij licht letsel gaat het, anders dan bij de hiervoor meer concreet beschreven letsels

en aandoeningen, om een generieke categorie die met name wordt afgebakend door

de tijdelijkheid van het letsel en ‘restloos’ herstel. Bij de in de vorige hoofdstukken

beschreven categorieën ging het om letsels en aandoeningen met een grotere en/of

langduriger weerslag op de benadeelde; ‘overlap’ met de categorie licht letsel is dus

in principe uitgesloten.

Van ‘licht letsel’ is sprake als:

i het letsel binnen zes maanden restloos geneest (met uitzondering van niet

ontsierende littekens) en er geen complicaties optreden,

ii het letsel niet of maximaal voor een periode van drie maanden tot beperkingen

voor het verrichten van arbeid of beperkingen voor het verrichten van huishou­

delijke werkzaamheden en/of zelfwerkzaamheid leidt,

iii en er na 6 maanden geen verdere medische behandelingen of controles nodig

zijn.

26 Te raadplegen via https://deletselschaderaad.nl/richtlijnen/licht-letsel-inclusief-smartengeld/. 27 Zie bijv. Rb. Amsterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6765, Rb. Rotterdam 16 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7786, Hof Den Haag 25 mei 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1076.

DE Rotterdamse schaal | 13  Licht letsel 81

(a) Herstelperiode van ongeveer vier tot zes maanden

Er is sprake van enkele weken of maanden medische en/

of therapeutische behandeling. Denk hierbij aan een

korte ziekenhuisopname, aan ‘eenvoudige’ botbreuken,

aan gevallen waarin sprake is van een aantal weken tot

enkele maanden beperkingen voor het verrichten van

arbeid of enkele weken tot maanden beperkingen voor

het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en/of

zelfwerkzaamheid en gevallen waarin sprake is van tijdelijke

hulpbehoevendheid.

€ 1.450 tot € 2.675

(b) Herstelperiode van ongeveer twee tot vier maanden

Er is sprake van korte medische en/of therapeutische

behandeling met uiteindelijk restloos herstel. Denk hierbij

aan een (lichte) hersenschudding, nekklachten na een

(verkeers)ongeval met restloos herstel, forse verzwikking

of verstuiking, een gebroken rib en enkele dagen tot weken

beperkingen voor het verrichten van arbeid of enkele

dagen tot weken beperkingen voor het verrichten van

huishoudelijke werkzaamheden en/of zelfwerkzaamheid.

€ 725 tot € 2.175

(c) Herstelperiode van ongeveer twee maanden

Er is sprake van oppervlakkig en beperkt letsel. Denk hierbij

aan schaafwonden, kneuzingen, eerstegraads brandwonden

en beperkte, niet-ontsierende littekens.

Tot € 1.100

DE Rotterdamse schaal | 13  Licht letsel 83

DEEL B (GEOBJECTIVEERD) GEESTELIJK LETSEL

DE Rotterdamse schaal | Deel B 84

Algemene toelichting

Op grond van art. 6:106 sub b BW bestaat niet alleen aanspraak op smartengeld als

de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, maar ook wanneer deze door

aantasting van diens eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in de persoon is aange­

tast. Volgens vaste rechtspraak kwalificeert de veroorzaking van geestelijk letsel,

waarvan het bestaan naar objectieve maatstaven is vastgesteld, als een aantasting in

de persoon ‘op andere wijze’.28

Deel B biedt aanknopingspunten voor de begroting van ander nadeel dan vermo­

gensschade dat zijn oorzaak vindt in naar objectieve maatstaven vastgesteld geeste­

lijk letsel. In gevallen waarin zowel lichamelijk letsel als (geobjectiveerd) geestelijk

letsel aan de orde is, is sprake van een situatie van meervoudigheid waarin (meer)

maatwerk is vereist (zie paragraaf 3.2). Ook bij fysiek letsel (deel A) en bij smarten­

geld zonder (aangetoond) letsel (deel C) kunnen gevolgen op het psychische vlak

relevant zijn voor de omvang van het smartengeld, maar dan is geen sprake van een

aantasting van de psychische gezondheid, waar dit deel B op ziet.

Dit deel biedt zicht op smartengeldbedragen voor gevallen waarin de ‘drempel’ van

geobjectiveerd geestelijk letsel is gepasseerd en dus vaststaat dat om die reden

een aanspraak op smartengeld bestaat. Daartoe worden gradaties van ernst onder­

scheiden waarin een aantasting van de geestelijke gezondheid zich kan voordoen,

en worden per categorie indicaties gegeven voor een passend smartengeldbedrag.

Voor de vaststelling van het smartengeld is dus niet alleen van belang of sprake is

van geestelijk letsel, maar moet ook worden bezien wat de ernst daarvan is, die in

belangrijke mate samenhangt met de impact ervan op het leven en functioneren van

de benadeelde en de prognose (behandeling, herstel etc.).

Van geestelijk letsel is sprake als de benadeelde niet enkel ‘psychisch is aange­

daan’, maar diens psychische gezondheid is aangetast. Anders dan bij lichamelijk

letsel geldt hier dus wel een zekere ondergrens: meer of minder sterk psychisch

onbehagen is niet voldoende om geestelijk letsel te kunnen aannemen.29 Voor een

aanspraak op smartengeld is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel naar

28 HR 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4606, NJ 2005/168, m.nt. W.D.H. Asser (B/Noord-Brabant); HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL7053, NJ 2004/348 (J/Staat); HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.1 en HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij). 29 HR 13 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1608, NJ 1997/366, m.nt. C.J.H. Brunner (Ontvanger/B.) en HR 21 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2286, NJ 1999/145, m.nt. C.J.H Brunner (Wrongful birth I), r.o. 3.14.

DE Rotterdamse schaal | Deel B 85

‘objectieve maatstaven’ is vastgesteld.30 Aan dit vereiste is in ieder geval voldaan als

een daartoe bevoegde en bekwame deskundige een in de psychiatrie erkend ziek­

tebeeld heeft vastgesteld. Aan die vaststelling zal doorgaans ook informatie kunnen

worden ontleend over de aard en ernst van het geestelijk letsel.

In zijn recente jurisprudentie laat de Hoge Raad weliswaar ruimte om ook geestelijk

letsel aan te nemen op basis van een rapportage van een deskundige waarin geen

diagnose van een specifiek ziektebeeld wordt gesteld, maar hij maakt niet inzichte­

lijk wat daarvoor dan volstaat.31

Shockschade

Geestelijk letsel kan verschillende oorzaken hebben, zoals overbelasting of confron­

tatie met een schokkende gebeurtenis, in welk laatste geval ook wel wordt gesproken

van ‘shockschade’. Gevallen van ‘shockschade’ vormen geen eigen letselcategorie,

omdat ‘shockschade’ niet ziet op een bepaald type (geestelijke) aandoening, maar

vooral de wijze van ontstaan van schade aanduidt: het gaat om schade als gevolg van

confrontatie met een schokkende gebeurtenis voor het ontstaan waarvan een ander

aansprakelijk is. Vaststelling van de omvang van het smartengeld na confrontatie met

een schokkende gebeurtenis zal moeten plaatsvinden aan de hand van de rapportage

van de deskundige die het geestelijk letsel heeft vastgesteld: om welk type geestelijk

letsel gaat het en wat zijn daarvan de ernst, de te verwachten duur en de gevolgen

voor de benadeelde?32

30 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI). 31 HR 29 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:1024, NJ 2021/284, m.nt. S.D. Lindenbergh, r.o. 2.6.1 en HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, NJ 2023/285, m.nt. J.L. Smeehuijzen onder NJ 2023/287 (Hoogeveen). 32 Vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga (Overzichtsarrest benadeelde partij), r.o. 2.8.7: ‘De begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.’

DE Rotterdamse schaal | Deel B 86

Samenloop met vergoeding van ‘affectieschade’

Naast een aanspraak op vergoeding van ‘shockschade’ kan iemand als naaste van het

primaire slachtoffer aanspraak hebben op een vaste vergoeding van affectieschade

(art. 6:107 lid 1 onder b en art. 6:108 lid 3 BW). De Hoge Raad heeft overwogen dat bij

een dergelijk geval van samenloop van deze aanspraken de rechter ‘aan de hand van

de omstandigheden van het geval naar billijkheid en schattenderwijs’ zal moeten

afwegen in hoeverre bij het vaststellen van de omvang van het smartengeld wegens

‘shockschade’ rekening wordt gehouden met de aanspraak op vergoeding van

affectieschade.33 De bestaande rechtspraak biedt (nog) geen eenduidigheid over de

invloed van toewijzing van een bedrag wegens affectieschade op de begroting van de

omvang van het smartengeld wegens geestelijk letsel na confrontatie met een schok­

kende gebeurtenis.34

33 HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, NJ 2023/285, m.nt. J.L. Smeehuijzen onder NJ 2023/287 (Hoogeveen), r.o. 3.9. 34 Zie nader het onderzoeksverslag, par. 4.2.6.

DE Rotterdamse schaal | 14  Geestelijk letsel 87

14Geestelijk letsel

Geestelijk letsel kan door een verscheidenheid aan gebeurtenissen ontstaan, en

kent diverse verschijningsvormen. Gedacht kan worden aan angststoornissen, stem­

mingsstoornissen (bijvoorbeeld een depressie), slaapstoornissen en posttraumati­

sche stressstoornis (PTSS). Voor PTSS worden hieronder afzonderlijke categorieën

en bandbreedtes onderscheiden. In geval van geestelijk letsel door confrontatie met

een schokkende gebeurtenis (‘shockschade’ of ‘schokschade’), zal dit doorgaans

(ook) bestaan uit PTSS.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i leeftijd;

ii weerslag op sociaal leven, tijdsbesteding, werk/opleiding, etc.;

iii medische behandeling;

iv kans dat behandeling succesvol is;

v prognose, waaronder toekomstige kwetsbaarheid.

14.1 Geestelijk letsel algemeen

(a) Zeer ernstig

In deze gevallen heeft de benadeelde duidelijke problemen

op het gebied van werk/opleiding, sociale relaties etc., en is

de prognose zeer slecht.

€ 37.000 tot € 79.000

(b) Ernstig

In deze gevallen zijn er aanzienlijke problemen op het gebied

van werk/opleiding, sociale relaties etc., maar is de prognose

gunstiger.

€ 13.000 tot € 37.000

(c) Middelzwaar

Hoewel er problemen kunnen zijn geweest op het gebied van

werk/opleiding, sociale relaties etc. heeft er een duidelijke

verbetering plaatsgevonden. De prognose is gunstig.

€ 4.000 tot € 13.000

DE Rotterdamse schaal | 14  Geestelijk letsel 88

(d) Minder ernstig

Bepalend voor de hoogte van het bedrag zijn de duur van

de beperkingen en de mate waarin het dagelijks leven en de

slaap worden beïnvloed.

€ 2.675 tot € 4.000

14.2 Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

PTSS kan ontstaan als gevolg van traumatische gebeurtenissen zoals (gewelds)

misdrijven, ernstig letsel of seksueel misbruik. Er kunnen zich klachten voordoen

zoals nachtmerries, flashbacks, slaapproblemen, vermijding, stemmingsstoornissen

en suïcidale gedachten. Ook kan sprake zijn van een verhoogde staat van spanning

en alertheid. Deze klachten kunnen ook een fysieke uitwerking hebben, en functies

zoals de ademhaling, hartslag en controle van de darmen en/of blaas beïnvloeden.

(a) Zeer ernstig

Er zijn blijvende gevolgen, die maken dat de benadeelde

in het geheel niet in staat is om arbeid te verrichten of

ervoor zorgen dat de benadeelde op een veel lager niveau

functioneert dan voor het trauma. Alle facetten van het leven

van de benadeelde zijn ernstig geraakt.

€ 41.000 tot € 69.000

(b) Ernstig

Deze categorie onderscheidt zich van de categorie ‘ernstig’

(a) wat betreft de prognose: met professionele hulp kan

een bepaalde mate van herstel worden bereikt. In de nabije

toekomst blijven aanzienlijke beperkingen bestaan.

€ 16.000 tot € 41.000

(c) Middelzwaar

In deze gevallen is de benadeelde grotendeels hersteld en

leiden de resterende klachten niet tot ernstige beperkingen.

€ 5.500 tot € 16.000

(d) Minder ernstig

In deze gevallen is de benadeelde binnen ongeveer één

tot twee jaar nagenoeg volledig hersteld en houden alleen

geringe klachten langere tijd aan.

€ 2.675 tot € 5.500

DE Rotterdamse schaal | 14  Geestelijk letsel 89

DEEL C SMARTENGELD ANDERS DAN VANWEGE (AANGETOOND) LETSEL

DE Rotterdamse schaal | Deel C 90

Algemene toelichting

Ook buiten gevallen van lichamelijk letsel (deel A) en geobjectiveerd geestelijk letsel

(deel B) bestaat onder omstandigheden een aanspraak op smartengeld wegens

aantasting in de persoon. Art. 6:106 onder b BW noemt reeds schending van de

eer en goede naam. In 2019 verduidelijkte de Hoge Raad dat daarnaast de ‘aard en

de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde’

kunnen meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting ‘op andere wijze’

die een aanspraak op smartengeld rechtvaardigt. Van een dergelijke aantasting in

de persoon op andere wijze is volgens de Hoge Raad niet reeds sprake bij de enkele

schending van een fundamenteel recht.35

Uitgangspunt is dat de benadeelde niet alleen de aard en ernst van de normschen­

ding, maar ook de aard en ernst van de gevolgen daarvan moet onderbouwen. Het

is evenwel niet steeds duidelijk wat in verband met bepaalde normschendingen de

gevolgen zijn die mede bepalen of inderdaad een aanspraak op smartengeld bestaat.

In sommige gevallen wordt een ‘bewijsvermoeden’ gehanteerd: de aard en ernst

van de normschending kunnen meebrengen dat ook zonder nadere onderbouwing

aannemelijk is dat de benadeelde hiervan relevante nadelige gevolgen ondervindt.

Die gevolgen liggen dan in het licht van de normschending zozeer voor de hand dat

een persoonsaantasting kan worden aangenomen.36

De gronden om een aanspraak op smartengeld te aanvaarden, bepalen ook het

perspectief voor de begroting. De aard en ernst van de normschending en van de

gevolgen daarvan voor de benadeelde zijn niet alleen bepalend voor de vraag of

smartengeld gerechtvaardigd is, maar – logischerwijs – ook voor de (vervolg)vraag

hoeveel smartengeld billijk is. Bij de aard van de normschending kan in het bijzonder

worden gedacht aan de mate waarin de normschending is gericht tegen de persoon

dan wel deze rechtstreeks raakt. Bij de ernst van de normschending kan worden

gedacht aan omstandigheden zoals de aard van de aansprakelijkheid en de mate van

schuld, alsmede de duur en frequentie van een schending. In gevallen waarin zonder

nadere onderbouwing aannemelijk is dat de benadeelde nadelige gevolgen van de

normschending ondervindt die relevant zijn voor het bestaan van een smarten­

geldaanspraak, ligt het voor de hand dat ook de vaststelling van de omvang van het

smartengeld mede berust op de veronderstelde gevolgen.

35 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.2. 36 HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, NJ 2019/162, m.nt. S.D. Lindenbergh (EBI), r.o. 4.2.1.

DE Rotterdamse schaal | Deel C 91

Met de vrij open formulering (‘aard en ernst van de normschending en van de

gevolgen daarvan’) heeft de Hoge Raad ruimte geboden voor verdere rechtsontwik­

keling. In de rechtspraak is en wordt afgetast in welke gevallen zich een dergelijke

persoonsaantasting ‘op andere wijze’ voordoet en welke onderbouwing daarvoor

nodig is. Het is een terrein dat nog volop in ontwikkeling is, en de (onder)grenzen

zijn nog niet uitgekristalliseerd. Wel tekenen zich de eerste contouren af van

gevalstypen waarin de aard en de ernst van de normschending en van de (veronder­

stelde) gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat sprake is van een

persoonsaantasting ‘op andere wijze’. Zo volgt uit rechtspraak van de Hoge Raad dat

bij verschillende ‘misdrijven tegen de persoon’ een persoonsaantasting kan worden

aangenomen, zonder dat hiervoor een onderbouwing van specifieke gevolgen is

vereist.

Dit document beoogt primair aanknopingspunten te bieden voor de vaststelling van

de omvang van het smartengeld indien (en dus nadat) is vastgesteld dat sprake is van

een aantasting in de persoon. Dat een bepaalde categorie hier in de schaal is opge­

nomen betekent op zichzelf dus nog niet dat kan worden gezegd dat in alle gevallen

die eronder kunnen worden geschaard een aanspraak bestaat op smartengeld. Toch

zegt het natuurlijk wel iets: voor de gevallen die in de schaal zijn beschreven geldt

immers dat in rechte meestal wel een persoonsaantasting wordt aangenomen. Bij

sommige normschendingen wordt uitsluitend of met name een persoonsaantasting

aangenomen bij meer ernstige vormen, en bij minder ernstige varianten in de regel

niet (denk aan bedreiging). De schaal bevat dan geen subcategorie voor lichtere

vormen.

Bij de beschrijving van categorieën in dit deel wordt veelvuldig aansluiting gezocht

bij strafrechtelijke delicten. Bij bepaalde delicten zal immers dikwijls sprake zijn

van een persoonsaantasting ‘op andere wijze’ vanwege de aard en ernst van de

normschending en van de (veronderstelde) gevolgen daarvan (‘misdrijven tegen

de persoon’) of van een schending van de eer en goede naam. Bovendien gaat het

om gevallen die dikwijls in het strafproces worden beoordeeld in het kader van de

behandeling van de vordering van de benadeelde partij. Het blijft evenwel onvermin­

derd gaan om een naar civielrechtelijke maatstaven vast te stellen aanspraak. Het

gaat er telkens om of een onrechtmatige daad is gepleegd jegens de benadeelde die

aanspraak geeft op schadevergoeding, die (ook) uit smartengeld bestaat als sprake is

van een persoonsaantasting in de zin van art. 6:106 sub b BW.

DE Rotterdamse schaal | Deel C 92

Deel C ziet in principe op situaties waarin geen sprake is van lichamelijk of (geob­

jectiveerd) geestelijk letsel. Een uitzondering hierop zijn gevallen waarin een norm­

schending vaak gepaard gaat met fysiek geweld. In die gevallen is de bandbreedte

ook gebaseerd op uitspraken waarin zeer licht letsel aan de orde is (zoals een blauwe

plek). Dit wordt dan ook aangegeven in de toelichting. In andere gevallen, waarin ook

meer substantieel lichamelijk letsel en/of (geobjectiveerd) geestelijk letsel aan de

orde is, is sprake van een situatie van meervoudigheid waarin (meer) maatwerk is

vereist (zie paragraaf 3.2).

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 93

15Seksuele misdrijven

De categorieën hieronder zijn gebaseerd op uitspraken waarin het recht is toegepast

dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven.37

15.1 Verkrachting (art. 242 Sr oud)

Verkrachting is het tegen de wil van de benadeelde seksueel binnendringen van

diens lichaam.

Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin eventueel geweld jegens de

benadeelde geen of slechts zeer gering letsel tot gevolg heeft (bijvoorbeeld een

blauwe plek of een schaafwond).

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur en de frequentie van de handeling(en);

ii ernst van de seksuele handeling(en) en of sprake was van onbeschermde seks;

iii handelwijze van de dader (manipulatief, mate van dwang, geweld etc.);

iv afhankelijkheidsrelatie of vertrouwensband met de dader;

v locatie;

vi of ook seksueel getint beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd,

verworven, verspreid en/of in bezit is;

vii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;

viii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 15.000 tot € 26.000

Het gaat om meerdere verkrachtingen gedurende een

periode van meer dan ongeveer 2,5 jaar, waarbij sprake is

van uitzonderlijk ernstige omstandigheden. Voorbeelden

zijn het gebruik van ernstig geweld, het creëren van

een afhankelijkheidsrelatie door de dader en zeer

ernstige gevolgen voor de benadeelde, zoals meerdere

zwangerschappen.

37 De Wet seksuele misdrijven (Stb. 2024, 59) trad in werking met ingang van 1 juli 2024.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 94

(b) Ernstig € 7.500 tot € 15.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ meerdere verkrachtingen gedurende een periode van

minder dan ongeveer 2,5 jaar. De benadeelde heeft

vaak een afhankelijke en/of ondergeschikte positie ten

opzichte van de dader. Er kan sprake zijn van enig geweld

of een daarmee vergelijkbare mate van dwang;

■ een eenmalige verkrachting, waarbij sprake is van

bijzonder ernstige omstandigheden, zoals het gebruik

van ernstig geweld en/of ernstige gevolgen voor de

benadeelde, zoals het oplopen van een SOA/HIV en/of

een (afgebroken) zwangerschap.

(c) Tamelijk ernstig € 2.500 tot € 7.500

In deze categorie gaat het doorgaans om een eenmalige

verkrachting. Situaties waarin de benadeelde en de dader

een date of een relatie hadden, vallen vaak in deze categorie.

15.2 Ontucht met binnendringen (art. 244 en 245 Sr oud)

In deze categorie gaat het om verschillende vormen van ontucht met seksueel

binnendringen bij benadeelden tot 16 jaar oud. In bijna alle gevallen is sprake van een

groot leeftijdsverschil tussen de dader en de benadeelde.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur en de frequentie van de handeling(en);

ii ernst van de seksuele handeling(en) en of sprake was van onbeschermde seks;

iii handelwijze van de dader (manipulatief, de mate van dwang, geweld etc.);

iv afhankelijkheidsrelatie of vertrouwensband met de dader;

v locatie;

vi of ook seksueel getint beeldmateriaal van de benadeelde is vervaardigd,

verworven, verspreid of in bezit is;

vii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;

viii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 95

(a) Meest ernstig € 12.500 tot € 32.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ ontucht met binnendringen gedurende een periode

van meer dan ongeveer 2,5 jaar. Meestal is sprake van

vergaande seksuele handelingen zoals vaginaal en/of

anaal binnendringen met een geslachtsdeel. In bijna

alle gevallen is sprake van een kwetsbare benadeelde.

De benadeelde heeft vaak een vertrouwensband of

afhankelijkheidsrelatie met de dader;

■ eenmalige ontucht met binnendringen waarbij sprake

is van zeer ernstige omstandigheden en/of ernstige

gevolgen voor de benadeelde zoals het oplopen van een

SOA/HIV en/of een (afgebroken) zwangerschap;

■ situaties waarin niet alleen sprake is van ontucht met

binnendringen, maar ook seksueel getint beeldmateriaal

van de benadeelde is gemaakt en/of verspreid.

(b) Ernstig € 6.000 tot € 12.500

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ ontucht met binnendringen gedurende een periode

van ongeveer 6 maanden tot 2,5 jaar, waarbij sprake kan

zijn van vergaande seksuele handelingen, zoals anaal

binnendringen;

■ eenmalige ontucht met binnendringen, waarbij

sprake is van een combinatie van vergaande seksuele

handelingen. Vaak gaat het om zowel vaginaal en/of anaal

binnendringen met een geslachtsdeel, als orale seksuele

handelingen.

(c) Tamelijk ernstig € 1.500 tot € 6.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ ontucht met binnendringen gedurende een periode

tot ongeveer 6 maanden. Er is geen sprake van anaal

binnendringen;

■ eenmalige ontucht met binnendringen, waarbij geen

sprake is van vaginaal of anaal binnendringen met een

geslachtsdeel.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 96

15.3 Aanranding (art. 246 Sr oud)

Aanranding is het dwingen van de benadeelde tot ontuchtige handelingen. Het gaat

hierbij niet (mede) om seksueel binnendringen. Aanranding kan zowel fysiek als

digitaal plaatsvinden.

Bij aanranding op afstand (digitaal) waarbij de dader beeldmateriaal van de bena­

deelde heeft gemaakt of heeft ontvangen, moet de benadeelde leven met het risico

dat dergelijk materiaal niet (volledig en met zekerheid) kan worden verwijderd en

vernietigd.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld

dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de

benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur en de frequentie van de handeling(en);

ii ernst van de seksuele handeling(en);

iii kwetsbaarheid en leeftijd, en het leeftijdsverschil met de dader;

iv locatie;

v handelwijze van de dader (manipulatief, de mate van dwang, geweld etc.);

vi vervaardigen/verwerven/verspreiden/bezitten van seksueel beeldmateriaal van

de benadeelde;

vii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 6.500

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ de benadeelde wordt veelal herhaaldelijk gedwongen

tot ontuchtige handelingen. Het gaat vaak om het

betasten van het ontblote geslachtsdeel van een

vrouwelijke benadeelde. Ook kan sprake zijn van

aanraking van de benadeelde door de dader met

zijn ontblote geslachtsdeel. Er is vaak sprake van

een afhankelijkheidsrelatie tussen de dader en de

benadeelde;

■ digitale aanranding, waarbij de benadeelde herhaaldelijk

wordt gedwongen om voor de camera seksuele

handelingen bij zichzelf te verrichten.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 97

(b) Ernstig € 1.000 tot € 5.000

Het gaat vaak om eenmalige aanranding. Bij vrouwelijke

benadeelden bestaan de seksuele handelingen veelal (mede)

in het betasten van het met kleding bedekte geslachtsdeel

van de benadeelde. De dader betast daarnaast in veel

gevallen andere ontblote lichaamsdelen (borsten, billen etc.).

Bij mannelijke benadeelden gaat het in deze categorie ook

om het betasten van het ontblote geslachtsdeel.

Een hoger bedrag kan passend zijn als de benadeelde zich

tijdens de aanranding bijzonder moeilijk aan de situatie kon

onttrekken, bijvoorbeeld bij aanranding in een treincoupé.

(c) Tamelijk ernstig Tot € 1.000

Er is sprake van eenmalige aanranding, (vaak) in een

openbare ruimte. De seksuele handelingen bestaan vaak

uit het vluchtig betasten van de benadeelde over de

kleding heen, zoals het geven van een tik op de billen. Het

geslachtsdeel van de benadeelde wordt niet betast. De

benadeelde kent de dader doorgaans niet.

15.4 Openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal

In deze gevallen gaat het om schending van de (seksuele) privacy van de bena­

deelde door het openbaar maken van seksueel getinte foto’s en/of filmpjes van de

benadeelde. Vaak gaat dit gepaard met strafbare feiten zoals misbruik van seksueel

beeldmateriaal, smaad, laster, belediging en/of dwang. In al deze gevallen kan worden

aangesloten bij onderstaande bandbreedtes.

De benadeelde moet leven met het risico dat het eenmaal verspreide seksueel

getinte beeldmateriaal bijna nooit (volledig en met zekerheid) kan worden verwij­

derd en vernietigd.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld

dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de

benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 98

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i handelwijze van de dader (heimelijk beeldmateriaal maken, manipulatief);

ii aard en ernst van de vastgelegde inhoud (foto’s en/of filmpjes, aard van de

verrichte seksuele handelingen en herkenbaarheid van de benadeelde);

iii hoeveelheid verspreid beeldmateriaal;

iv omvang van de verspreiding;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 2.500 tot € 7.500

Het seksueel getinte beeldmateriaal is openbaar gemaakt via

(sociale) media met een groot bereik, zoals (pornografische)

websites, openbare profielen etc.

Het gaat vaak om beeldmateriaal waarop vergaande seksuele

handelingen zijn te zien. Bovendien is de benadeelde bijna

altijd herkenbaar in beeld.

Als de contactgegevens van de benadeelde bij het beeld­

materiaal worden gedeeld, kan een bedrag bovenin de

bandbreedte passend zijn. Ook in gevallen waarin het

beeldmateriaal onder dwang en/of heimelijk is vervaardigd,

lijken hogere bedragen passend.

(b) Ernstig Tot € 2.500

Het seksueel getinte beeldmateriaal is vaak verspreid binnen

een beperkte groep mensen. Dit zijn veelal bekenden van de

benadeelde. Er wordt minder beeldmateriaal verspreid dan

in de meest ernstige gevallen. Ook is de benadeelde op het

beeldmateriaal vaak niet of minder goed herkenbaar.

15.5 Sextortion

Sextortion is het chanteren van de benadeelde met het openbaar maken en

verspreiden van seksueel getint beeldmateriaal. Het kan gaan om bestaande naakt­

foto’s of video’s, maar ook om deepfakes. De dader is veelal uit op geld, meer seksueel

getint beeldmateriaal of verdergaande (seksuele) handelingen. De dader stelt zich

veelal manipulatief op en doet zich bijna altijd voor als iemand anders.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 99

Sextortion is geen zelfstandig strafrechtelijk delict. In gevallen van sextortion wordt

de verdachte vaak vervolgd wegens dwang (art. 284 Sr) en/of afdreiging (art. 318 Sr).

In de meer ernstige gevallen is sprake van samenloop met aanranding en soms met

andere seksuele misdrijven.

De benadeelde moet leven met de onzekerheid of het beeldmateriaal is verspreid,

wetende dat eenmaal (online) verspreid materiaal bijna nooit (volledig en met zeker­

heid) kan worden verwijderd en vernietigd.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld

dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de

benadeelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur van de chantage;

ii aard en ernst van de vastgelegde inhoud (foto’s en/of filmpjes, aard van de

verrichte seksuele handelingen en herkenbaarheid van de benadeelde);

iii hoeveelheid verzameld beeldmateriaal van de benadeelde;

iv aard van de dreiging, en of daarbij naasten en/of de werkgever van de benadeelde

worden betrokken;

v kwetsbaarheid en leeftijd;

vi aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 8.500

Sextortion gedurende een periode van maanden tot jaren. De

benadeelden hebben onder dwang zeer vergaande seksuele

handelingen verricht, zoals seks met derden, seks met

dieren en vergaande seksuele handelingen bij zichzelf. Deze

handelingen worden op beeld vastgelegd voor de dader, die

hiertoe expliciete instructies geeft.

(b) Ernstig € 2.000 tot € 5.000

Sextortion gedurende een periode van ongeveer twee tot zes

maanden. Er is bijna altijd samenloop met aanranding of een

ander seksueel misdrijf. Het gaat veelal om benadeelden die

onder dwang seksueel getint beeldmateriaal hebben gedeeld

met de dader, waarop te zien is dat zij seksuele handelingen

bij zichzelf verrichten.

DE Rotterdamse schaal | 15  Seksuele misdrijven 100

(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.000

In deze categorie gaat het meestal om sextortion gedurende

een periode tot ongeveer twee maanden.

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ de situatie waarin de dader probeert seksueel getint

beeldmateriaal van de benadeelde te krijgen door

te dreigen met het verspreiden van gemanipuleerd

seksueel getint beeldmateriaal (deepfake);

■ de situatie waarin de dader dreigt om seksueel getint

beeldmateriaal van de benadeelde openbaar te maken

als de benadeelde geen geld overmaakt of meer

beeldmateriaal stuurt.

DE Rotterdamse schaal | 16  Mensenhandel (art. 273f Sr) 101

16Mensenhandel (art. 273f Sr)

Mensenhandel is het illegaal onder dwang werven, vervoeren, vasthouden en/

of huisvesten van een persoon met het doel om aan die persoon te verdienen

(uitbuiting). Naast seksuele uitbuiting kan het ook gaan om criminele uitbuiting of

arbeidsuitbuiting.

Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin eventueel geweld jegens de

benadeelde geen of zeer beperkt letsel tot gevolg heeft (bijvoorbeeld een blauwe plek

of een schaafwond).

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur van de uitbuiting;

ii mate van vrijheidsbeperking;

iii mate waarin geweld wordt gebruikt;

iv ernst en frequentie van de afgedwongen (seksuele) handelingen en de

werkomstandigheden;

v handelwijze van de dader (manipulatief, de inzet van (verslavende) middelen, het

achterhouden van het identiteitsbewijs etc.);

vi kwetsbaarheid en leeftijd;

vii aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 10.500 tot € 21.000

Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van

ongeveer zes maanden of langer. De benadeelde wordt in

veel gevallen ernstig in zijn bewegingsvrijheid beperkt en

de dader houdt de benadeelde vaak continu in de gaten. De

benadeelde is over het algemeen afhankelijk van de dader,

bijvoorbeeld voor huisvesting, vanwege een drugsverslaving

en/of omdat de benadeelde niet rechtmatig in Nederland

verblijft.

DE Rotterdamse schaal | 16  Mensenhandel (art. 273f Sr) 102

Het gaat vaak om een bedreigende en/of gewelddadige

situatie. Er kan ook sprake zijn van vergaande manipulatie

door de dader, zoals de benadeelde doen geloven dat die een

schuld dient af te betalen en/of misbruik maken van een

vermeende liefdesrelatie. In het geval van prostitutie wordt

de benadeelde vaak ook gedwongen tot onbeschermde

seksuele handelingen.

(b) Ernstig € 5.000 tot € 10.500

Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van

ongeveer één maand tot zes maanden. Over het algemeen

wordt geen fysiek geweld gebruikt jegens de benadeelde;

er kan wel sprake zijn van bedreiging. De benadeelde kan

afhankelijk zijn van de dader, bijvoorbeeld voor woonruimte

of omdat de benadeelde niet rechtmatig in Nederland

verblijft.

(c) Tamelijk ernstig € 2.000 tot € 5.000

Mensenhandel die plaatsvindt gedurende een periode van

minder dan ongeveer één maand, waarbij soms niet duidelijk

is of dit de dader financieel gewin heeft opgeleverd. Er

wordt geen geweld gebruikt jegens de benadeelde en de

benadeelde wordt niet bedreigd.

DE Rotterdamse schaal | 17  Belaging (art. 285b Sr) 103

17Belaging (art. 285b Sr)

Belaging is het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de privacy van de

benadeelde.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur, frequentie en intensiteit van de belaging;

ii aard van de belaging (bijvoorbeeld een bedreigend karakter);

iii handelwijze van de dader (planmatig, schenden contact- en/of gebiedsverbod,

doorgaan na een stopgesprek etc.);

iv aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

Bij de intensiteit van de belaging kan onder meer worden gedacht aan de (verschei­

denheid aan) manier(en) waarop de dader de benadeelde benadert. Dit kan fysiek

zijn, bijvoorbeeld door de benadeelde te achtervolgen of door zich nabij diens

woning te begeven of diens woning te betreden. Daarnaast kan de dader de bena­

deelde op afstand benaderen, onder andere via sociale media, telefonisch en fysieke

post. Ook kan de dader diensten afnemen en/of producten bestellen op naam van de

benadeelde. Voor de intensiteit van de belaging is daarnaast relevant in welke mate

de dader (mede) contact zoekt via personen in de omgeving van de benadeelde, zoals

vrienden, familie, de werkgever etc.

(a) Meest ernstig € 5.000 tot € 8.000

Belaging die langdurig (meestal langer dan één jaar),

frequent en intensief is. De dader benadert de benadeelde

zowel op afstand (bellen, berichten, brieven e.d.) als fysiek

(zoals achtervolgen, ophouden rondom de woning van

de benadeelde, de woning betreden en/of vernieling van

de woning). De dader zoekt ook contact via personen in

de omgeving van de benadeelde. In veel gevallen plaatst

de dader ook informatie over en beeldmateriaal van de

benadeelde op social media of internet, met een lasterlijke of

seksuele strekking.

DE Rotterdamse schaal | 17  Belaging (art. 285b Sr) 104

(b) Ernstig € 2.000 tot € 5.000

Belaging die ernstig is, maar vaak minder lang en/of minder

frequent en/of minder intensief dan de meest ernstige

gevallen. De dader maakt (ook in dit type gevallen) veelal

gebruik van verschillende (communicatie)middelen om de

benadeelde te benaderen.

(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.000

Belaging die minder lang duurt en/of minder frequent en/

of minder intensief is dan de ernstige gevallen. In de meeste

gevallen is de communicatie vanuit de dader niet bedreigend

van aard. Er is vaak nog tot kort voor de belaging contact met

wederzijds goedvinden geweest tussen de benadeelde en de

dader. De dader zoekt over het algemeen geen contact met

de omgeving van de benadeelde.

DE Rotterdamse schaal | 18  Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 105

18Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr)

Bij het opzettelijk onttrekken van een kind aan het wettig gezag, oftewel ‘kinder­

ontvoering’, gaat het vaak om een ouder die het kind onttrekt aan het gezag van de

andere (‘achterblijvende’) ouder. Hierdoor kan de achterblijvende ouder niet meer

zijn of haar ouderlijk gezag over het kind uitvoeren.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

18.1 Persoonsaantasting van de ouder

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur van de onttrekking;

ii bestemming van de onttrekking;

iii omstandigheden waaronder de onttrekking plaatsvond (planmatig handelen, het

gebruik van of bedreiging met geweld, abrupte scheiding tussen ouder en kind

etc.);

iv leeftijd van het kind;

v mate van contact met het kind en/of kennis over diens situatie na de onttrekking;

vi aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig € 10.000 tot € 35.000

De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt meer dan

ongeveer vijf jaar. Het kind verblijft in het buitenland. Soms

wordt geweld gebruikt bij het meenemen van het kind.

De achterblijvende ouder kan langdurig in onzekerheid

verkeren over de verblijfplaats en het welzijn van het kind.

Doorgaans heeft de ouder geen tot beperkt contact met het

kind.

DE Rotterdamse schaal | 18  Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 106

(b) Ernstig € 2.500 tot € 10.000

De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt meer dan

ongeveer één jaar (en korter dan ongeveer vijf jaar). Het

kind verblijft in het buitenland. De ouder verkeert vaak in

onzekerheid over de verblijfplaats van het kind.

(c) Tamelijk ernstig Tot € 2.500

De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt minder

dan ongeveer één jaar. De onttrekking vindt vaak plaats

aansluitend op een periode waarin het kind (bijvoorbeeld

in het kader van een omgangsregeling) rechtmatig bij de

dader verbleef. Vrijwel altijd verblijft het kind in Nederland,

althans Europa. Er kan enige vorm van contact zijn tussen de

achterblijvende ouder en het kind.

18.2 Persoonsaantasting van het kind

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i duur en bestemming van de onttrekking;

ii abruptheid van de scheiding en de mate van contact met de achterblijvende

ouder;

iii leefomstandigheden van het kind gedurende de onttrekking;

iv leeftijd;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde, waaronder voor diens

ontwikkeling.

(a) Meest ernstig

De onttrekking aan het ouderlijk gezag, in het buitenland,

duurt meer dan ongeveer één jaar. Als de onttrekking

een groot effect heeft op de ontwikkeling van het kind,

bijvoorbeeld omdat het geen contact heeft met de

achterblijvende ouder en/of leeftijdsgenoten, kan een hoger

bedrag passend zijn.

€ 2.500 tot € 5.000

DE Rotterdamse schaal | 18  Onttrekking aan het ouderlijk gezag (art. 279 Sr) 107

(b) Ernstig

De onttrekking aan het ouderlijk gezag duurt minder

dan ongeveer één jaar. De onttrekking vindt vaak plaats

aansluitend op een periode waarin het kind (bijvoorbeeld in

het kader van een omgangsregeling) rechtmatig bij de dader

verbleef. Er kan enig contact zijn tussen de achterblijvende

ouder en het kind. Aannemelijk is dat de weerslag op het

kind minder groot is als het kind zich niet (volledig) bewust

is van de onttrekking.

Tot € 2.500

DE Rotterdamse schaal | 19  Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 108

19Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties

Er zijn verschillende bedreigende situaties die een persoonsaantasting met zich

brengen. In dit hoofdstuk worden enkel gevaltypen geschetst waarin in het meren­

deel van de gevallen een persoonsaantasting blijkt te worden aangenomen. Het enkel

noemen van een bepaald gevalstype in dit hoofdstuk betekent dus niet dat telkens

sprake is van een persoonsaantasting.

19.1 Bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal

(art. 312 Sr) en/of afpersing (art. 317 Sr)

In gevallen van diefstal en/of afpersing waarbij geweld wordt gebruikt jegens

de benadeelde of daarmee wordt gedreigd, kan een persoonsaantasting worden

aangenomen.

Onderstaande bandbreedtes zien op gevallen waarin géén sprake is van letsel of als

zeer licht letsel aan de orde is, zoals een blauwe plek of schaafwond.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i handelwijze van de dader (bijvoorbeeld met hulp van anderen);

ii intensiteit van de bedreigende situatie (bijvoorbeeld het gebruik van (nep)

wapens of het waarnemen van het gebruik van geweld jegens anderen);

iii mate en duur van vrijheidsbeperking;

iv kwetsbaarheid en leeftijd;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

DE Rotterdamse schaal | 19  Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 109

(a) Meest ernstig € 3.000 tot € 8.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een overval in de woning van de benadeelde, veelal in

vereniging gepleegd. De benadeelde wordt vaak bedreigd

met een (vuur)wapen en verbaal bedreigd. Er kan ook

geweld worden uitgeoefend jegens de benadeelde.

Regelmatig wordt de benadeelde ook van zijn vrijheid

beroofd, bijvoorbeeld door hem vast te binden en/of

zijn mond en/of hoofd te bedekken. Een hoger bedrag

kan passend zijn in het geval de benadeelde gescheiden

wordt van andere familieleden, partners en/of vrienden

tijdens de overval;

■ afpersing die zich over een zeer lange periode (jaren)

uitstrekt, waarbij de benadeelde herhaaldelijk wordt

bedreigd en wordt gedwongen om (veel) geld af te staan.

(b) Ernstig Tot € 3.000

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een overval op de werkplek van de benadeelde, zoals

een winkel of tankstation, waarbij de benadeelde wordt

bedreigd met een (vuur)wapen. Het kan ook gaan om een

benadeelde wiens werkzaamheden (mede) bestaan uit

het bezorgen of vervoeren van zaken. In dat geval vindt

de diefstal of afpersing met (bedreiging van) geweld

bijvoorbeeld plaats bij het opgegeven bezorgadres of

tijdens het vervoer;

■ planmatige overvallen, waarbij de benadeelde naar

een locatie wordt gelokt, of overvallen met een zeer

manipulatief karakter;

■ gevallen waarin de benadeelde naast de diefstal/

afpersing met (bedreiging van) geweld ook urenlang van

zijn vrijheid wordt beroofd;

■ afpersing met bedreiging van geweld gedurende een

periode van maanden, al dan niet online;

■ een straatroof met meerdere daders.

DE Rotterdamse schaal | 19  Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 110

19.2 Vrijheidsberoving (art. 282 Sr)

In geval van vrijheidsberoving kan aansluiting worden gezocht bij bovenstaande

bandbreedtes (bedreigende situaties die gepaard gaan met diefstal en/of afpersing,

paragraaf 19.1).

19.3 Bedreigende situaties door opzettelijke ontploffing

(art. 157 Sr)

Opzettelijke ontploffing in of zeer nabij de woning van de benadeelde, met gevaar

voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van de benadeelde, kan een persoonsaan­

tasting met zich brengen.

Strafrechtelijk kan sprake zijn van eendaadse samenloop met bedreiging met onder

meer enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling (art. 285 Sr) of

een poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade (art. 303 Sr).

Voor het smartengeld maakt dat niet uit, omdat het vanuit civielrechtelijk perspec­

tief zal gaan om ‘dezelfde’ onrechtmatige daad als grondslag voor de verplichting

tot schadevergoeding. Daarom kan in deze gevallen bij onderstaande bandbreedtes

worden aangesloten.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i handelwijze en motief van de dader;

ii mate van gevaar (bijv. een geblokkeerde uitgang, gedurende slaap);

iii locatie;

iv kwetsbaarheid en leeftijd;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde (waaronder diens woonsitu­

atie, de noodzaak van een safehouse, etc.).

(a) Meest ernstig

Een ontploffing die plaatsvindt in de woning van de

benadeelde, waarin de benadeelde op dat moment aanwezig

was, en gevolgen heeft voor de woonsituatie. De woning kan

€ 5.000 tot € 8.000

DE Rotterdamse schaal | 19  Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 111

bijvoorbeeld tijdelijk onbewoonbaar zijn of de benadeelde

moet tijdelijk onderduiken in safehouses.

(b) Ernstig

Een ontploffing in of vlakbij de woning van de benadeelde,

waar de benadeelde op dat moment aanwezig was, of in een

ander gebouw waarin de benadeelde dichtbij aanwezig was,

zoals een winkel of horeca-aangelegenheid.

€ 1.000 tot € 5.000

19.4 Bedreigende situaties door opzettelijke brandstichting

(art. 157 Sr)

Opzettelijke brandstichting in of zeer nabij de woning van de benadeelde, met gevaar

voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van de benadeelde, kan een persoons­

aantasting zijn.

Strafrechtelijk kan sprake zijn van eendaadse samenloop met bedreiging met enig

misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling (art. 285 Sr) of een poging

tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade (art. 303 Sr). Voor het

smartengeld maakt dat niet uit, omdat het vanuit civielrechtelijk perspectief zal gaan

om ‘dezelfde’ onrechtmatige daad als grondslag voor de verplichting tot schade­

vergoeding. Daarom kan in deze gevallen bij onderstaande bandbreedtes worden

aangesloten.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i handelwijze en motief van de dader;

ii mate van gevaar (bijv. een geblokkeerde uitgang, gedurende slaap);

iii locatie;

iv kwetsbaarheid en leeftijd;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde (waaronder diens woon­

situatie, de noodzaak van een safehouse, etc.).

DE Rotterdamse schaal | 19  Persoonsaantastingen bij bedreigende situaties 112

(a) Meest ernstig

Brandstichting in de woning van de benadeelde, terwijl de

benadeelde op dat moment in de woning lag te slapen.

€ 2.000 tot € 5.000

(b) Ernstig

Brandstichting in of nabij de woning van de benadeelde,

waar de benadeelde op dat moment (in wakkere toestand)

aanwezig was.

Tot € 2.000

19.5 Bedreiging (art. 285 Sr)

In ernstige gevallen van bedreiging wordt dikwijls een persoonsaantasting

aangenomen.

Indien de bedreiging gepaard gaat met een of meer andere normschendingen (zoals

diefstal, vrijheidsberoving of mensenhandel) kan worden gekeken naar de band­

breedtes voor deze normschendingen.

Voordat een bedrag wordt bepaald, dient eerst uitdrukkelijk te worden vastgesteld dat

de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de bena­

deelde meebrengen dat sprake is van een persoonsaantasting.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i handelwijze van de dader;

ii intensiteit van de bedreigende situatie (bijvoorbeeld het gebruik van (nep)

wapens of het waarnemen van het gebruik van geweld jegens anderen);

iii locatie en tijdstip;

iv kwetsbaarheid en leeftijd;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

De bedreiging gaat gepaard met concrete, intimiderende

handelingen die de dreiging versterken en de indruk wekken

dat het dreigement daadwerkelijk ten uitvoer zal worden

gebracht, zoals het bewust naast de benadeelde schieten of

het maken van steekbewegingen met een mes in de richting

van de benadeelde.

Tot € 1.500

DE Rotterdamse schaal | 20  Schending van de eer en goede naam 113

20Schending van de eer en goede naam

Volgens de wet heeft de benadeelde recht op smartengeld indien de benadeelde in

zijn eer of goede naam is geschaad (art. 6:106 aanhef en onder b BW).

20.1 Reputatieschade door smaad, laster, etc.

Schending van de eer en goede naam bestaat vaak uit het verspreiden van een

ongefundeerde of valse beschuldiging over de benadeelde. Vaak gaat het om het

vermeend plegen van strafbare feiten door de benadeelde. Smaad (art. 261 Sr) en

laster (art. 262 Sr) vallen onder de hiernavolgende categorieën.

Indien informatie over de benadeelde via het internet is verspreid, moet de bena­

deelde leven met de onzekerheid dat eenmaal verspreide informatie bijna nooit

(volledig en met zekerheid) kan worden verwijderd en vernietigd.

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i aard en ernst van de verspreide informatie over de benadeelde en herkenbaar­

heid van de benadeelde;

ii omvang van de verspreiding (bijvoorbeeld publicatie op internet);

iii of de uitlatingen specifiek zijn gedaan aan bekenden van de benadeelde en of de

informatie hen heeft bereikt;

iv duur van de verspreiding;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

(a) Meest ernstig

In deze categorie gaat het om een schending van de eer en

goede naam met ingrijpende gevolgen voor de benadeelde,

waaronder voor diens reputatie. In de meest ernstige

gevallen kan sprake zijn van ernstige bedreigingen.

Het gaat om verspreiding via een website, televisie-

uitzending, of bijvoorbeeld veel gelezen sociale media-

€ 3.000 tot € 13.000

DE Rotterdamse schaal | 20  Schending van de eer en goede naam 114

accounts, krant(en) en/of nieuwsbrief. Vaak heeft de

benadeelde een bepaalde maatschappelijke/politieke positie.

(b) Ernstig

Bovenin de bandbreedte gaat het om de verspreiding naar

een groot aantal personen in de omgeving van de benadeelde

of verspreiding via internet/sociale media. De benadeelde

heeft hiervan nadelige gevolgen ervaren.

Onderin de bandbreedte gaat het om gevallen waarin de

informatie met een beperkt aantal mensen is gedeeld en/of

sprake is van een risico op nadelige gevolgen, dat zich (nog)

niet heeft verwezenlijkt.

Tot € 3.000

20.2 Belediging

Door een beledigende uitlating kan de eer en goede naam van de benadeelde worden

geschaad. Strafrechtelijk kan sprake zijn van eenvoudige belediging (art. 266 Sr),

waaronder belediging van een ambtenaar in functie (art. 267 Sr).

Relevante factoren voor de omvang van het smartengeld:

i aard en ernst van de uitlating(en);

ii discriminatoir karakter;

iii of de belediging (mede) bestaat uit een fysieke handeling (bijvoorbeeld spugen);

iv duur en frequentie;

v aard en ernst van de gevolgen voor de benadeelde.

Onder deze categorie vallen onder meer:

■ een discriminatoire uitlating, bijvoorbeeld over de

seksualiteit of achtergrond van de benadeelde, in

combinatie met een scheldwoord;

■ een beschuldiging, bijvoorbeeld van racisme, in

combinatie met een scheldwoord;

■ spugen op de benadeelde.

Tot € 550

Al jaren is de vaststelling van smartengeld in Nederland een punt

van discussie en is er behoefte aan meer inzichtelijkheid, meer

consistentie en meer efficiëntie. Het belang van meer ordening

heeft aan gewicht gewonnen door de grote toename van het aantal

uitspraken van de strafrechter waarin hij veelvuldig smarten-

geld vaststelt. Daarmee hebben onderlinge verschillen tussen

uitspraken meer nadrukkelijk de aandacht gekregen.

De Rotterdamse schaal bevat een ordening van smartengeld-

bedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De schaal

biedt in één oogopslag een indicatie voor een passend smarten-

geldbedrag voor een bepaald gevalstype. De schaal beoogt de

rechtspraktijk te faciliteren door op een toegankelijke manier

overzicht en aanknopingspunten te bieden voor de vaststelling

van smartengeld.

Het onderzoek dat deze schaal heeft voortgebracht is verricht in

opdracht van de Raad voor de rechtspraak en gefinancierd door

het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De Engelse Guidelines for

the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases en de

Ierse Personal Injury Guidelines vormden bij het ontwerp een grote

bron van inspiratie.

ISBN 978-94-93458-11-6

9 7 8 9 4 9 3 4 5 8 1 1 6

Dit is een weergave van een richtlijn gepubliceerd door Letselschade. Raadpleeg altijd de originele bron voor de meest actuele versie.

Heb je een vraag over deze richtlijn?

Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.

Stel je vraag