NVAB

Leidraad bedrijfsarts en privacy anno 2019

Richtlijnen voor bedrijfsartsen over de omgang met privacygevoelige medische informatie bij ziekteverzuimbegeleiding, na invoering van de AVG.

Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde Versie: 14 oktober 2019 Originele bron

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

De situatie na invoering van de AVG

HOE OM TE GAAN MET PRIVACYGEVOELIGE INFORMATIE IN DE BEDRIJFSGEZONDHEIDSZORG EN IN HET BIJZONDER MET MEDISCHE GEGEVENS BIJ ZIEKTEVERZUIMBEGELEIDING.

14 OKTOBER 2019

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

Inhoud

INLEIDING 4 Leeswijzer 5

DEEL 1 / DE LEIDRAAD 6

Hoofdstuk 1 7 1.1 Doelstelling 7 1.2 Doelgroep 7 1.3 Reikwijdte 7 1.4 Vooraf 7 1.5 Verantwoordelijkheid bedrijfsarts 7 1.6 Patiëntenrechten 8

Hoofdstuk 2 9 2.1 Vrijwillig of verplicht spreekuurcontact. 9 2.2 Toestemming, doelbinding en minimale gegevensverwerking 11 2.3 Noodzakelijke informatie voor derden in het kader van verzuimbegeleiding en re-integratie 15

Hoofdstuk 3 16 • Aandachtspunten en bijzondere situaties 16

Hoofdstuk 4 18 • Digitaal verwerken en verstrekken van privacygevoelige informatie 18

DEEL 2 / ACHTERGRONDDOCUMENT / ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSVERWERKING (AVG) 20

Hoofdstuk 5 21 • Algemene informatie AVG 21

Hoofdstuk 6 22 • Toelichting op de verschillende rechten 22 • Toestemming 23 • Wat te verwachten van de verwerkingsverantwoordelijke als het gaat om het uitoefenen van de rechten? 23

Hoofdstuk 7 24 • Het gegevensverwerkende proces: welke eisen stelt de AVG aan privacy-management? 24 • Beginselen 24 • De rechtsgronden voor verwerking 24 • Maatregelen 24 • Toelichting bij een aantal begrippen en maatregelen 25 • Criteria op grote schaal 26 • Datalekken 26 • Aanscherping van de maatregelen 26

Bijlage 1 Definities 27 Bijlage 2 Lijst van afkortingen 28 Bijlage 3 Literatuur / geraadpleegde bronnen 29 Bijlage 4 Wet- en regelgeving 30

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 4

Inleiding

In alle lidstaten van de Europese Unie is sinds 25 mei

2018 de Algemene verordening Gegevensbescherming

(AVG)1 rechtstreeks van toepassing. De AVG en de

bijbehorende Uitvoeringswet AVG (UAVG)2 hebben de

Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangen.

De AVG is onder andere bedoeld om de bescherming

van natuurlijke personen in verband met de verwerking

van hun gegevens te waarborgen. Behalve de AVG

zijn voor de bedrijfsgezondheidszorg in verband met

privacy van de werknemer ook de Wet geneeskundige

behandelingsovereenkomst (WGBO)3 en de Wet

beroepen individuele gezondheidszorg (Wet BIG)4

onverminderd relevant. De in deze wetten beschreven

rechten en plichten inzake dossierplicht, patiënten-

rechten en beroepsgeheim zijn ook na invoering van

de AVG van toepassing.

De AVG en enkele andere wijzigingen noopten tot

herziening van de leidraad Bedrijfsarts en privacy

(NVAB, BoaBorea; 2011).

De aandacht voor de privacy van de werknemer en de

(on)mogelijkheden van de werkgever in het bijzonder

bij ziekteverzuimbegeleiding zijn flink toegenomen

sinds de inwerkingtreding van de AVG. De bedrijfsarts

wordt geconfronteerd met deze (on)mogelijkheden en

is zich nog meer dan voorheen bewust van de grenzen

van zijn beroepsgeheim. Met regelmaat rijzen er vragen

over wat wel en wat niet geoorloofd is wanneer het

bijzondere persoonsgegevens betreft. Voor de bedrijfs-

arts en ook voor de werkgever (leidinggevende en/of

personeelsfunctionaris en/of andere vertegenwoor-

digers) en de werknemer is niet altijd duidelijk welke

informatie wanneer mag worden uitgewisseld en met

wie. Andere vragen die spelen zijn bijvoorbeeld:

maakt het verschil of de betrokken medewerker ziek is

of niet? Hoe verhoudt privacy zich tot de verplichtingen

op basis van de Wet verbetering poortwachter (Wvp)5

en de Regeling Procesgang 1e en 2e ziektejaar6?

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geeft in de

publicatie ‘De zieke werknemer’ richtlijnen voor de

voor re-integratie benodigde informatie-uitwisseling.

Deze richtlijnen blijven ook na invoering van de AVG

en de uitvoeringswet AVG van kracht. Net zoals de

AP zijn NVAB en OVAL van mening dat de privacy

van de werknemer en het zorgvuldig omgaan met het

medisch beroepsgeheim belangrijk zijn. Naleving van

wet- en regelgeving hieromtrent is dan ook van belang,

maar in de praktijk is hier regelmatig verwarring over.

Hoewel in diverse stukken7 aandacht wordt besteed

aan en regels worden gegeven over het omgaan met

privacygevoelige informatie is er behoefte aan één

duidelijke leidraad die het onderwerp privacygevoe-

lige (medische) informatie op een praktische wijze

behandelt, in het bijzonder voor bedrijfsartsen.

De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfs-

geneeskunde (NVAB) heeft samen met OVAL deze

leidraad tot stand gebracht.

De AVG in een notendop

(zie voor meer info Deel 2 ’Achtergronddocument-AVG’)

De AVG zorgt onder meer voor:

  • versterking en uitbreiding van privacyrechten

van betrokkenen;

  • meer verantwoordelijkheden voor organisaties;
  • stevige bevoegdheden voor de toezichthouder.

De AVG geldt in alle landen van de Europese Unie.

Lidstaten hebben de mogelijkheid om ten aanzien van

bepaalde onderwerpen specifieke bepalingen in de

1 de Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG)

2 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

3 Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek, enz. (geneeskundige behandelingsovereenkomst) (WGBO)

4 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG)

5 Wet verbetering poortwachter (Wvp)

6 Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar

7 Niet uitputtende lijst:

  • KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens, (KNMG, mei 2018)
  • De zieke werknemer, Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers (AP, 2016)
  • De inrichting van bedrijfsgeneeskundige dossiers (KNMG, 2008)
  • Code gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en re-integratie (KNMG, dec. 2007)

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 5

nationale wetgeving op te nemen. In Nederland zijn

die opgenomen in de Uitvoeringswet Algemene veror-

dening gegevensbescherming (UAVG).

Op hoofdlijnen zijn er twee thema’s te onderscheiden,

namelijk de privacyrechten van het individu (de betrok-

kene) inzake de verwerking van zijn persoonsgegevens

en de plichten voor organisaties die persoonsgegevens

verwerken. Voor zover het gaat om de gegevensver-

werking zelf zijn er slechts een paar nieuwe items.

Het recht op dataportabiliteit en het recht om vergeten

te worden zijn twee nieuwe rechten voor het individu.

Voor de rechten van cliënten/werknemers in de indivi-

duele bedrijfsgezondheidszorg zijn de veranderingen

minimaal temeer daar de reeds geldende patiënten-

rechten mede op grond van de WGBO al uitgebreider

waren dan in de Wet bescherming persoonsgegevens

(Wbp) beschreven. Deze waren al vergelijkbaar met

het niveau dat de AVG verlangt met uitzondering van

de nieuwe rechten.

Het vernieuwende is vooral gelegen in de regels waar-

aan organisaties die persoonsgegevens verwerken

moeten voldoen om naleving van de regels structureel

te borgen en daarover verantwoording af te leggen.

De sanctiemogelijkheden van de toezichthouders

(voor Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens) zijn

flink verruimd. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

mag boetes opleggen tot maximaal € 20 miljoen of

4% van de (wereldwijde) jaaromzet indien dat cijfer

hoger is dan € 20 miljoen.

In deze leidraad staan de gegevensverwerking en de

rechten van cliënten (hier bedoelen we de werknemers;

zij zijn betrokkenen in de zin van de AVG) centraal.

De verplichtingen voor organisaties (arbodiensten,

maatschappen en andere samenwerkingsverbanden

dan wel zelfstandige bedrijfsartsen) worden op hoofd-

lijnen vermeld in deel 2. Voor uitgebreide informatie

verwijzen we naar de website van de AP.8

Leeswijzer

Deel 1 beschrijft het doel van de leidraad, verantwoor-

delijkheden van bedrijfsarts en werkgever, de rechten

van cliënten (in deze ook patiëntenrechten genoemd)

en geeft praktische handvatten voor de dagelijkse

praktijk. Aan de hand van drie hoofdonderwerpen

wordt uitgewerkt hoe de bedrijfsarts dient om te gaan

met privacygevoelige informatie, in het bijzonder met

medische persoonsgegevens. Tevens wordt aandacht

besteed aan een aantal bijzondere situaties.

In deel 2 vindt u juridische achtergrondinformatie met

een beknopte uitleg over de meest relevante elemen-

ten van de AVG.

Een begrippenlijst vindt u in bijlage 1.

8 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving

« INHOUD 6

DEEL 1 De Leidraad

In dit deel van de leidraad vindt u in hoofdstuk 1 informatie over doelstelling en reikwijdte van de leidraad

en over de verantwoordelijkheden van bedrijfsarts en werkgever wanneer het gaat om het uitwisselen van

medische gegevens. Vervolgens worden in hoofdstuk 2 drie essentiële onderwerpen toegelicht die in

de praktijk bepalend zijn voor het al of niet mogen verstrekken van gegevens aan derden. In hoofdstuk 3

wordt een aantal praktijksituaties besproken die knelpunten kunnen opleveren. Tenslotte komt in hoofdstuk 4

het digitaal verzenden van vertrouwelijke informatie aan bod.

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 7

Hoofdstuk 1

1.1 Doelstelling

Het doel van deze leidraad is om duidelijkheid te

geven over hoe bedrijfsartsen dienen om te gaan

met privacygevoelige medische informatie en in het

bijzonder met informatie die noodzakelijk is in verband

met re-integratie van een arbeidsongeschikte werk-

nemer.

1.2 Doelgroep

De leidraad is primair bedoeld voor bedrijfsartsen en

andere artsen werkzaam in de bedrijfsgezondheids-

zorg. Ook voor andere hulpverleners, voor werkgevers

en werknemers is het interessant om van deze leidraad

kennis te nemen.

Uitgangspunten zijn

  • dat de re-integratie van de arbeidsongeschikte

werknemer wordt bevorderd en niet belemmerd

mag worden vanwege onvoldoende informatie

of het ontbreken daarvan;

  • dat gegevensverwerking en dat gegevensverstrek-

king plaats dient te vinden binnen de wettelijke

kaders ter bescherming van de privacy.

1.3 Reikwijdte

Deze leidraad beperkt zich tot informatie-uitwisseling

met werkgevers of voor deze werkzame personen die

door de werkgever zijn ingeschakeld met het oog op

de re-integratie van de werknemer en informatie-

uitwisseling met re-integratiebedrijven. Informatie-

uitwisseling met het UWV is ook zonder toestemming

van de werknemer toegestaan9. Voor overige derden

zoals verzekeraars, advocaten en gemachtigden geldt

dat informatie-uitwisseling alleen met uitdrukkelijke

en gerichte (ondubbelzinnige) toestemming is toege-

staan. De specifieke regelgeving over uitwisseling

met deze derden valt buiten de reikwijdte van deze

leidraad.

In de uitgave ‘De zieke werknemer’; beleidsregels (AP,

2016), is uitgebreide informatie te vinden over

informatie-uitwisseling met andere partijen. De ‘Code

gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim

en re-integratie’ (KNMG, 2006) is van belang voor

gegevensuitwisseling tussen artsen (curatief werkende

artsen, bedrijfsartsen en verzekeringsartsen).

1.4 Vooraf

De AVG vereist dat verwerking van algemene en bijzon-

dere persoonsgegevens berust op een van de grond-

slagen zoals opgenomen in art. 6 AVG10. Het verwerken

van bijzondere persoonsgegevens is niet toegestaan

tenzij een van de uitzonderingssituaties die in art. 9

AVG11 staan genoemd van toepassing is. In de AVG12 is

specifiek benoemd dat verwerking van gezondheids-

gegevens waaronder die voor preventieve en arbeids-

geneeskunde en de beoordeling van arbeidsgeschikt-

heid van de werknemer is toegestaan.

1.5 Verantwoordelijkheid bedrijfsarts

De verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts zijn uit-

gebreid beschreven in Kernwaarden van de Bedrijfsarts

(NVAB, 2012) en het Professioneel Statuut. Voor taken

en verantwoordelijkheden bij arbeidsverzuim bestaat

een aparte richtlijn13. De verantwoordelijkheden die van

belang zijn in verband met informatieverstrekking aan

werkgever en re-integratiebedrijf zijn:

  • De bedrijfsarts is adviseur voor zowel werknemer

als werkgever. Hij houdt op zorgvuldige wijze een

medisch dossier bij (WGBO, artikel 7:454 BW)14.

  • De bedrijfsarts dient de werknemer te informeren

over zijn conclusie en advies. Hij dient zich een

oordeel te vormen over welke gegevens hij aan

wie verstrekt en of hij de gerichte toestemming

van de werknemer nodig heeft om zijn beroeps-

geheim te mogen doorbreken. De bedrijfsarts

informeert de werknemer voorafgaand aan de

feitelijke informatieverstrekking aan derden

ongeacht of toestemming nodig is of niet.

Het toestemmings- en noodzakelijkheidsvereiste

vormen een belangrijk kader voor de afweging

van de bedrijfsarts.

9 Artikel 54 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

10 Art. 6 AVG “Rechtmatigheid van de verwerking”

11 Art. 9 sub b en Art. 9 sub h AVG en Art. 30 UAVG

12 Art.9 AVG lid 2 sub h AVG

13 Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de verzuimbegeleiding en re-integratie (KNMG, 2009)

14 De bedrijfsarts is adviseur voor zowel werknemer als werkgever. Hij houdt op zorgvuldige wijze een medisch dossier bij (WGBO, artikel 7:454 BW).

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 8

  • De bedrijfsarts verstrekt aan de werkgever die

informatie die deze nodig heeft

  • om het recht van de arbeidsongeschikte

werknemer op loondoorbetaling te kunnen

vaststellen en

  • om aan zijn re-integratieverplichtingen te

kunnen voldoen.

  • Indien vereist in het kader van het uitwisselen

van gezondheidsgegevens dient de cliënt zijn toe-

stemming vrijwillig en doelgericht, schriftelijk of

mondeling te geven (informed consent). De cliënt

geeft zijn toestemming bij voorkeur schriftelijk15.

Van mondeling verkregen toestemming maakt de

bedrijfsarts een aantekening in het dossier van de

betreffende werknemer.

1.6 Patiëntenrechten

In de AVG zijn de rechten voor betrokkenen om-

schreven. Deze zijn uitgebreider dan onder de Wet

bescherming persoonsgegevens (Wbp). In de WGBO

zijn rechten voor patiënten beschreven die in lijn zijn

met de rechten op basis van de AVG en derhalve ook

onder de AVG van toepassing blijven. In de praktijk van

de individuele gezondheidszorg zijn de veranderingen

op dit punt minimaal.

Het gaat om onder meer de volgende rechten:

  • Recht op informatie
  • Recht op inzage en verbetering
  • Recht op verwijdering en vergetelheid
  • Recht op dataportabiliteit (overdraagbaarheid)
  • Recht op bezwaar en beperken van de verwerking

Zie deel 2 voor meer informatie over deze rechten.

15 Zie deel C sub 1 van de Code gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en re-integratie (KNMG, 2007). Informatie-uitwisseling

waarvoor de werknemer gerichte toestemming dient te geven vereist een schriftelijke vraagstelling (machtiging). Voor mondeling overleg is

apart schriftelijke toestemming noodzakelijk. Hier wordt bedoeld informatie-uitwisseling met de curatieve sector.

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 9

Hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk komen de verschillende situaties waarin

de bedrijfsarts privacygevoelige gegevens verwerkt

ter sprake. Om vast te stellen hoe om te gaan met die

privacygevoelige gegevens dient de bedrijfsarts in

ieder geval rekening te houden met onderstaande onder-

werpen:

  • Vrijwillig of verplicht spreekuurcontact
  • De vereiste toestemming, doelbinding en

minimale gegevensverwerking

  • Noodzakelijke informatie voor derden (bijv. werk-

gever) in het kader van verzuimbegeleiding en

re-integratie

In het navolgende deel worden deze items uitgewerkt

zodat de bedrijfsarts in staat is zelf te beoordelen hoe

in een concrete situatie te handelen.

2.1 Vrijwillig of verplicht spreekuurcontact

De wijze waarop privacygevoelige gegevens verkregen

zijn is belangrijk om vast te stellen of de WGBO onver-

kort van toepassing is of beperkt. Dat laatste houdt in

voor zover het in de specifieke relatie arts-cliënt past16.

2.1.1 Vrijwillig contact

Wanneer sprake is van een vrijwillig contact met de

werknemer geldt de WGBO onverkort. De bedrijfs-

arts mag op grond van zijn medisch beroepsgeheim

(art. 7:457 BW)17 geen informatie met de werkgever

of andere derden uitwisselen. Dit mag hij alleen

doen met de uitdrukkelijke, gerichte en vrijwillig

gegeven toestemming van de werknemer.

Van een vrijwillig contact is sprake als een werknemer

zelf om dat contact verzoekt zoals bij:

  • een arbeidsomstandighedenspreekuur óf
  • als de werknemer vrijwillig deelneemt aan een

PMO óf

  • bij andere vrijwillige spreekuurcontacten.

Let op: Soms is er sprake van een vrijwillig spreekuurcon-

tact tijdens een ziekteverzuimperiode18. De wegens ziekte

verzuimende werknemer kan op eigen verzoek komen:

  • met een vraag die niet te maken heeft met zijn

ziekteverzuim óf

  • hij komt op eigen verzoek voordat de werkgever

opdracht heeft gegeven voor een consult.

Als de werknemer een afspraak in het kader van de ziekte-

verzuimbegeleiding verzet of de bedrijfsarts raadpleegt

in verband met zijn ziekteverzuim nadat de ziekteverzuim-

begeleiding is gestart is dit een consult in opdracht.

Een spreekuur op verzoek van de werkgever vanwege

frequent verzuim van de werknemer of om andere

redenen vindt veelal plaats buiten de verzuimperiodes.

Dit spreekuur is dan te beschouwen als een vrijwillig

spreekuurcontact aangezien de werknemer niet arbeids-

ongeschikt gemeld is.

2.1.2 Verplicht contact

Van een verplicht contact is sprake wanneer de

werknemer de bedrijfsarts bezoekt in opdracht

van de werkgever zoals bij ziekteverzuimbegeleiding

of verplichte medische keuringen. De WGBO is dan

beperkt van toepassing. Dit betekent in de praktijk

dat de bedrijfsarts het beroepsgeheim niet volledig

en onverkort handhaaft, hij mag beperkt informatie

uitwisselen ook zonder toestemming van werknemer.

Wanneer de werknemer zichzelf arbeidsongeschikt

heeft gemeld en de werkgever accepteert de ziekmel-

ding niet en stuurt die werknemer naar het spreekuur,

dan valt dat onder een verplicht contact.

Toelichting op verschillende situaties

Ziekteverzuimbegeleiding

De bedrijfsarts dient zich steeds te beperken tot

datgene wat noodzakelijk is in verband met het doel

waarvoor de gegevens worden uitgewisseld, ook als

16 Artikel 464 Burgerlijk Wetboek Boek 7 ‘Indien in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf anders dan krachtens een behande-

lingsovereenkomst handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verricht, zijn deze afdeling alsmede de artikelen 404, 405 lid 2 en

406 van afdeling 1 van deze titel van overeenkomstige toepassing voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.’

17 Artikel 457 Burgerlijk Wetboek Boek 7

18 CTG 2007/153, beschreven in artikel ‘één casus, 2 bedrijfsartsen, 8 lessen geleerd’; TBV, jan. 2009

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 10

hij toestemming heeft van de werknemer. De

bedrijfsarts dient zich ook dan in te spannen het

medisch beroepsgeheim zoveel mogelijk te bewaren,

bijvoorbeeld door in algemene bewoordingen te

verwijzen naar behandelaren en interventies, zelfs al

betaalt de werkgever deze.

Het gaat bij ziekteverzuimbegeleiding doorgaans om

verplichte contacten op verzoek van de werkgever.

De bedrijfsarts mag in dat kader bepaalde gegevens

doorgeven die van belang zijn voor de inzetbaarheid

van de werknemer zoals beperkingen, mogelijkheden

en verwachte duur van verzuim. Het gaat om gegevens

die de werkgever nodig heeft om het recht op loondoor-

betaling vast te stellen en de re-integratie vorm te geven.

Ook al hoeft de werknemer niet akkoord te gaan met

de inhoud van dit bericht aan de werkgever, aangezien

dit het professioneel oordeel van de bedrijfsarts be-

treft, is het zeker wel de bedoeling dat de werknemer

op de hoogte is van de strekking/inhoud van dit advies.

De bedrijfsarts dient de strekking van zijn advies met

werknemer te bespreken vóór verzending aan de

werkgever en de werknemer. Het vaststellen van de

belastbaarheid blijft een professioneel oordeel.

Gerichte toestemming is nodig wanneer de bedrijfsarts:

  • nadere onderbouwing van zijn advies wil geven

en daarvoor het verstrekken van gezondheids-

gegevens nodig is;

  • interventies adviseert die al dan niet door de

werkgever worden betaald, voor zover en indien

uit de aard van de interventie de aard van de

achterliggende problematiek te herleiden is;

  • vangnetsituaties of regresmogelijkheden wil

melden.

Vangnetsituaties

Ten aanzien van het melden van vangnetsituaties geldt

het volgende.

De bedrijfsarts heeft geen wettelijke plicht de werkgever

over een mogelijke vangnetsituatie te informeren. Hij kan

volstaan om de werknemer te wijzen op diens meld-

plicht zodra zich het vermoeden voordoet dat een vang-

netsituatie van toepassing is (of kan zijn). Zelf melding

maken van een mogelijke vangnetsituatie aan de werk-

gever mag de bedrijfsarts alleen na expliciete toestem-

ming van de werknemer. Zelfs met toestemming mag

de bedrijfsarts de werkgever niet vertellen welke vang-

netsituatie van toepassing is of zou kunnen zijn.

Regres

Het melden van een mogelijkheid voor regres is niet

de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts. De werk-

gever mag zelf aan de werknemer vragen of er sprake

is of kan zijn van regres naar aanleiding van een ver-

keersongeval.

Keuringen

Aanstellingskeuring 19

Op aanstellingskeuringen is de Wet op de medische

keuringen van toepassing. Deelname aan een aan-

stellingskeuring geschiedt op vrijwillige basis.

De uitslag mag uitsluitend met toestemming van de

keurling wordt meegedeeld aan opdrachtgever (de

potentiële werkgever) in termen van geschikt, onge-

schikt of geschikt onder voorwaarden.

Verplichte medische keuringen van werknemers tijdens

hun dienstverband 20

De verplicht medische keuringen van werknemers

tijdens hun dienstverband zijn gebaseerd op wet-

of regelgeving of op bepalingen in cao’s. De uitslag

mag ook zonder toestemming van de keurling

worden meegedeeld aan opdrachtgever (werkgever)

in termen van geschikt, ongeschikt of geschikt onder

voorwaarden.

De definitie van verplichte medische keuringen is als

volgt: ieder medisch onderzoek van een werknemer

tijdens zijn dienstverband dat is gebaseerd op een

wettelijke verplichting of verplichting op basis van een

cao waaraan een werknemer zich in opdracht van zijn

werkgever dient te onderwerpen en waaraan rechtsge-

volgen zijn verbonden en dat niet wordt verricht in het

kader van ziekteverzuimbegeleiding.

Andere keuringen, PMO, intredeonderzoeken, vaccinaties

Bij de overige keuringen gaat het om vrijwillige con-

tacten/onderzoeken. Daarop is de WGBO onverkort

19 Artikel 10 Wet op de medische keuringen

20 Leidraad Verplichte medische keuringen van werknemers tijdens hun dienstverband, NVAB, 2007

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 11

van toepassing. Er mag geen uitslag naar de werk-

gever tenzij met toestemming van de werknemer.

Andere opdrachtsituaties

Een voorbeeld van een andere opdrachtsituatie is het

verplichte medische onderzoek van een ambtenaar

waar het bevoegd gezag om vraagt. Op basis van

wetgeving kan het bevoegd gezag in bepaalde situaties

om een dergelijk onderzoek vragen. Meestal is de

werknemer/ambtenaar verplicht mee te werken aan

een dergelijk onderzoek en mag de uitslag aan de

opdrachtgever worden meegedeeld. Wanneer u wordt

verzocht een dergelijk onderzoek te doen vraag de

opdrachtgever dan op basis van welke regelgeving hij

tot zijn verzoek komt. Raadpleeg de betreffende regel-

geving (bijvoorbeeld het Algemeen Rijksambtenaren-

reglement (ARAR)). De vermelding van een verplichting

om deel te nemen aan een gezondheidskundig onder-

zoek in een intern beleidsstuk vormt daarentegen een

onvoldoende wettelijke basis.

2.2 Toestemming, doelbinding en minimale gegevensverwerking

De vereisten toestemming, doelbinding en minimale

gegevensverwerking bepalen of en welke informatie

de bedrijfsarts mag verwerken en of en welke infor-

matie hij mag uitwisselen met werkgevers of andere

hulpverleners.

Hieronder volgt per item een toelichting. In paragraaf

2.2.1 worden achtereenvolgens de vereisten voor het

verwerken (zoals het verzamelen, vastleggen en

gebruiken) en voor het verstrekken van persoons-

gegevens aan derden nader omschreven en toegelicht.

Voor iedere verwerking gelden de beginselen van

eisen voor doelbinding (paragraaf 2.2.2) en minimale

gegevensverwerking (paragraaf 2.2.3).

2.2.1 Toestemming als grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens, met name het verwerken van bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheids- gegevens

Het verstrekken van (bijzondere) persoonsgegevens

ook een vorm van verwerken is maken we daar in para-

grafen 2.2.1.A en 2.2.1.B een onderscheid, aangezien in

de toestemmingsvereisten enkele verschillen zitten.

2.2.1.A Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens

Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens

bij vrijwillige contacten

De toestemming van de werknemer is niet nodig om

de gegevens te mogen verwerken (zoals verzamelen

en vastleggen) met uitzondering van het verstrekken

van deze gegevens aan derden.

Om persoonsgegevens te mogen verwerken moet

aan een van de grondslagen uit art. 6 AVG voldaan

zijn. Bijzondere persoonsgegevens mogen niet worden

verwerkt tenzij een van uitzonderingen beschreven

in art. 9 AVG van toepassing is. Zowel de algemene

grondslag (art.6 AVG)10 als de uitzonderingssituatie

op het verwerkingsverbod (art.9 AVG en art 30 UAVG)11

zijn dus van belang voor een rechtmatige verwerking

van gezondheidsgegevens.

In de hiervoor besproken situaties van vrijwilligheid

van contact vormt het aangaan door de werknemer

van de behandelingsovereenkomst de grondslag

uit art 6.1.b en 6.1.c AVG21 voor het mogen verwerken

van persoonsgegevens van de betrokken werknemer.

Het aangaan van de behandelingsovereenkomst

heeft tot gevolg dat op de bedrijfsarts een wettelijke

dossierplicht rust op grond van de WGBO14.

Voor de dossiervoering heeft een bedrijfsarts dus

geen toestemming nodig van de werknemer.

Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens bij

vrijwillige contacten berust op de noodzaak goede

zorg te verlenen aan de werknemer dan wel op het

beheer van de beroepspraktijk22. Deze noodzaak

levert tevens de uitzondering op waarop gezondheids-

gegevens mogen worden verwerkt als bedoeld in

art. 9 lid 2 sub h AVG.23

21 Art. 6.1.b en 6.1.c AVG “Rechtmatigheid van de verwerking”; De verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van de geneeskundige

behandelingsovereenkomst en “de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkings-

verantwoordelijke rust’

22 Artikel 30.3.a UitvoeringswetAVG

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 12

Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens bij

verplichte contacten

Ook bij niet-vrijwillige contacten is geen expliciete toe-

stemming nodig om de gegevens te mogen verwerken

(zoals verzamelen en vastleggen) met uitzondering

van het verstrekken van deze gegevens aan derden.

De verwerking van persoonsgegevens in het kader van

verplichte contacten zoals bij ziekteverzuimbegeleiding

berust op een wettelijke grondslag24.Ook in dit geval is

geen expliciete toestemming nodig om de gegevens te

mogen vastleggen. De dossierplicht berust op de wet-

telijke verplichting tot het bijhouden van een dossier en

de plicht tot het leveren van goede en verantwoorde

zorg uit de WGBO14 die bij niet-vrijwillige contacten van

overeenkomstige toepassing is. Deze noodzaak levert

tevens de uitzondering op waarop gezondheidsgege-

vens mogen worden verwerkt als bedoeld in art. 9.2

sub h AVG23.

Toestemmingsvereiste

Toestemming kan nodig zijn als de bedrijfsarts meer

of andere bijzondere persoonsgegevens wil vastleg-

gen dan strikt noodzakelijk is voor het doel van het

vrijwillige dan wel het verplichte contact.

We doelen hier op de toestemming als bedoeld in de

AVG en UAVG als grondslag om bijzondere persoons-

gegevens te mogen verwerken in de zin van verzame-

len, vastleggen, gebruiken e.d. (met uitzondering van

verstrekken25) (art.9.2.a AVG en art.22.2.a UAVG).

Dit kan het geval zijn wanneer de bedrijfsarts vanuit

een PMO weet heeft van een essentieel gezondheidsge-

geven dat ook van belang is voor de ziekteverzuimbege-

leiding. De AVG hanteert als definitie voor toestemming

van betrokkene: ‘elke vrije, specifieke, geïnformeerde

en ondubbelzinnige wilsuiting waarmee de betrokkene

door middel van een verklaring of ondubbelzinnige

actieve handeling hem betreffende verwerking van

persoonsgegevens aanvaardt’ (art.4 sub 11 AVG).

In deze definitie ligt een aantal eisen besloten waaraan

toestemming dient te voldoen om van een rechtsgel-

dige toestemming te kunnen spreken. In de praktijk

betekent dit het volgende;

De werknemer dient bekend te zijn met:

  • doel, aard en omvang van de te verwerken dan

wel de te verstrekken gegevens;

  • de reden waarom die informatie wordt verwerkt

dan wel verstrekt aan derden;

  • eventuele consequenties van het al dan niet ver-

werken dan wel verstrekken van die informatie;

  • aan wie de informatie wordt verstrekt;
  • hoe lang de gegevens worden bewaard.

De bedrijfsarts dient zorg te dragen dat deze toestem-

ming aantoonbaar is.

De werknemer dient daarnaast zijn toestemming in

vrijheid, met andere woorden zonder dwang of drang

te kunnen geven. Als dit niet het geval is, is er geen

sprake van een rechtsgeldige toestemming en kan

de verwerking dus onrechtmatig zijn. Bedrijfsarts kan

werknemer er expliciet op wijzen dat deze niet verplicht

is om toestemming te verlenen.

2.2.1.B Communicatie (verstrekken van gegevens aan derden)

Hoewel het verstrekken van gegevens ook een vorm

van verwerken is gelden onderstaande specifieke regels

met betrekking tot communicatie met derden.

Vrijwillige contacten

In verband met het verstrekken van gegevens aan

derden heeft de bedrijfsarts bij vrijwillige contacten

toestemming nodig om het beroepsgeheim te

mogen doorbreken. Deze toestemming berust op

de WGBO (art. 7:457 BW).26

23 Art.9 lid 2 sub h AVG; ‘de verwerking is noodzakelijk voor doeleinden van preventieve of arbeidsgeneeskunde, voor de beoordeling van de

arbeidsgeschiktheid van de werknemer, medische diagnosen, het verstrekken van gezondheidszorg of sociale diensten of behandelingen

dan wel het beheren van gezondheidszorgstelsels en -diensten of sociale stelsels en diensten, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht,

of uit hoofde van een overeenkomst met een gezondheidswerker en behoudens de in lid 3 genoemde voorwaarden en waarborgen’

24 art. 30.1.b UAVG, art. 9.2.b AVG en art. 6.1.c AVG

25 Zie daarover paragraaf 2.2.1.B over Communicatie.

26 Artikel 457 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 13

Verplichte contacten

Voor communicatie van de bedrijfsarts met de werk-

gever inzake verplichte medische contacten heeft de

bedrijfsarts geen expliciete toestemming nodig voor

zover het gegevens betreft die de werkgever nodig

heeft in het kader van het doel van het verplichte

contact.

Wanneer de bedrijfsarts andere of meer bijzondere

persoonsgegevens wilt verstrekken heeft hij daarvoor

wel expliciete, gerichte toestemming nodig van de

werknemer.

Vereisten voor toestemming bij communicatie

De vereisten voor toestemming zijn voor zowel vrijwil-

lige als verplichte contacten als volgt. Het verstrekken

van (bijzondere) persoonsgegevens, zoals gezondheids-

gegevens, aan derden mag alleen als aan de volgende

criteria is voldaan27;

  • De werknemer geeft zijn toestemming schriftelijk

of mondeling. Van mondeling gegeven toestem-

ming maakt de bedrijfsarts een aantekening

in het medisch dossier28. Voor uitwisseling van

informatie met de curatieve sector is schriftelijke

toestemming nodig29.

  • De toestemming dient in vrijwilligheid te worden

gegeven.

  • De werknemer begrijpt waarvoor hij toestemming

geeft en de consequenties daarvan30.

  • De bedrijfsarts dient de werknemer vooraf in te

lichten over het doel, de inhoud en de mogelijke

consequenties van de gegevensverstrekking.

Voor deze toestemming geldt dat vrijwilligheid in een

arbeidsrelatie niet snel mag worden aangenomen31

aangezien er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie

van de werknemer tot de werkgever. Ook met toestem-

ming van de werknemer dient de bedrijfsarts daarom

terughoudend te zijn met het verstrekken van gezond-

heidsgegevens / medische informatie.

Om ondubbelzinnig aantoonbaar te maken dat een

werknemer toestemming heeft gegeven om informatie

uit te wisselen met derden zoals de werkgever verdient

het aanbeveling deze toestemming door middel van

een schriftelijke machtiging te laten geven. Draag er

zorg voor dat uit die machtiging tenminste duidelijk

blijkt om welke informatie het gaat, wie de ontvanger

is, wat het doel van de informatieverstrekking is en de

datum.

Samenvattend voor de praktijk

We maken onderscheid in toestemming voor het

verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens en het

verstrekken daarvan. In de toestemmingsvereisten

zitten enkele verschillen. Voor communicatie met de

werkgever of een andere derde die niet valt onder

de uitzonderingssituatie (onderzoek in opdracht; zie

hoofdstuk 2.1.2) of die niet noodzakelijk is op basis van

een wettelijke verplichting dient de bedrijfsarts:

  • de werknemer goed te informeren en
  • zich te vergewissen van de actieve, vrijwillige toe-

stemming van betrokken werknemer

  • geen informatie uit te wisselen wanneer hij geen

toestemming heeft of twijfelt over de rechtsgel-

digheid van de gegeven toestemming

  • zijn eigen afweging te maken over relevantie van

de te verstrekken informatie. Met andere woor-

den: toestemming is geen vrijbrief om alle

beschikbare informatie prijs te geven.

  • aan de hand van de criteria doelbinding en data-

minimalisatie de omvang van de te verstrekken

informatie te bepalen.

27 Zie ‘De zieke werknemer, Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers (AP, 2016)

p. 15 en 25

28 Door aantekening te maken in het dossier wordt de mondelinge toestemming ‘aantoonbaar’ (art. 7.1 AVG).

29 Richtlijn het omgaan met medische gegevens (KNMG, jan 2018)

30 Art. 7.2 AVG ‘Indien de betrokkene toestemming geeft in het kader van een schriftelijke verklaring die ook op andere aangelegenheden

betrekking heeft, wordt het verzoek om toestemming in een begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige

taal zodanig gepresenteerd dat een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt met de andere aangelegenheden. Wanneer een gedeelte van

een dergelijke verklaring een inbreuk vormt op deze verordening, is dit gedeelte niet bindend.’ grond 42 ‘Toestemming mag niet worden geacht

vrijelijk te zijn verleend indien de betrokkene geen echte of vrije keuze heeft of zijn toestemming niet kan weigeren of intrekken zonder

nadelige gevolgen.’

31 Zie ‘De zieke werknemer, Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers’ (AP, 2016)

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 14

2.2.2 Doelbinding

Het doel bepaalt welke informatie noodzakelijk is om

te verwerken dan wel te verstrekken of op te vragen.

Gegevens die niet noodzakelijk zijn voor het vast-

gestelde doel mogen niet worden verwerkt

(art. 5 lid 1 sub b AVG)32. Gegevens verzameld voor

het ene doel mogen alleen met toestemming van

betrokkene, dan wel onder een van de andere

voorwaarden zoals genoemd in artikel 6 lid 4 AVG10

voor een ander doel worden verwerkt.33

Persoonsgegevens mogen alleen voor welbepaalde,

uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen

worden verwerkt. De persoonsgegevens mogen dan

voor dat doel of die doelen gebruikt worden.

Persoonsgegevens mogen verder worden verwerkt

voor andere doelen, als die doelen verenigbaar zijn

met het oorspronkelijke verzameldoel (art. 6 lid 4

AVG10). Om te bepalen of een nieuw doel verenigbaar

is met het oorspronkelijke doel, moet worden gekeken

naar een aantal elementen:

  • het verband tussen het nieuwe doel en het oor-

spronkelijke doel. Hoe dichter de twee doelen bij

elkaar liggen, hoe eerder de verdere verwerking

van persoonsgegevens verenigbaar is met het

oorspronkelijke doel.

  • de context waarin de persoonsgegevens zijn

verzameld. Hierbij moet met name worden ge-

keken naar de relatie tussen u en de betrokkene

in kwestie en de redelijke verwachtingen die de

betrokkene heeft ten aanzien van het verdere

gebruik van zijn persoonsgegevens door u.

Verwacht de betrokkene bijvoorbeeld dat gege-

vens die zijn verzameld in de context van ziekte-

verzuimbegeleiding hergebruikt worden om zijn

verzekeringspremies te berekenen?

  • de aard van de persoonsgegevens. Wanneer

het bijvoorbeeld bijzondere persoonsgegevens

betreft, geldt dat deze een hoger beschermings-

niveau verdienen en dat deze minder snel voor

andere doelen mogen worden gebruikt.

  • de mogelijke gevolgen van de verdere verwerking

voor betrokkenen.

  • het bestaan van passende waarborgen. Als u

bijvoorbeeld de persoonsgegevens heeft versleu-

teld of gepseudonimiseerd zullen deze eerder

voor andere doelen mogen worden gebruikt dan

wanneer geen waarborgen zijn getroffen.

Ook wanneer de werknemer toestemming heeft gegeven

voor verdere verwerking (ook in het geval dat het doel

van de verdere verwerking niet verenigbaar is met het

oorspronkelijke doel) mogen persoonsgegevens verder

worden verwerkt, mits die toestemming ‘vrij’ is gegeven.

Een voorbeeld

Ziekteverzuimbegeleiding en een keuring dienen ieder

een ander doel. Daarom zijn de persoonsgegevens die

voor een van deze doelen zijn verzameld niet zonder

meer uitwisselbaar. Met toestemming van betrokkene

mogen persoonsgegevens van een keuring wel worden

gebruikt voor ziekteverzuimbegeleiding of andersom

wanneer die gegevens noodzakelijk zijn voor en verenig-

baar zijn met (“niet onverenigbaar”) het andere doel.

2.2.3 Minimale gegevensverwerking

Onder minimale gegevensverwerking wordt verstaan

dat niet meer gegevens worden verwerkt dan strikt nood-

zakelijk voor het beoogde doel en dat deze niet langer

dan de wettelijke bewaartermijn worden bewaard.

Voorheen was dit het noodzakelijkheidsvereiste. Onder

de AVG wordt ook wel gesproken van dataminimalisatie.

In het kader van ziekteverzuimbegeleiding betekent

dataminimalisatie dat alleen gegevens mogen worden

verwerkt die noodzakelijk zijn voor een goede diagnose-

stelling/behandeling of begeleiding en re-integratie

van de arbeidsongeschikte werknemer en voor beant-

woording van de vraag of er zich een uitzondering op

de loondoorbetalingsverplichting voordoet conform art

7:629 lid2 BW.34

32 Art. 5 AVG “Beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens”

33 Handleiding Algemene verordening gegevensbescherming en UAVG (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2018)

34 Artikel 629 Burgerlijk Wetboek Boek 7

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 15

2.3 Noodzakelijke informatie voor der- den in het kader van verzuimbegeleiding en re-integratie

In de communicatie over noodzakelijke adviezen

ten behoeve van arbeidsongeschikte werknemers

is het gebruik van algemeen gebruikelijke termen

toegestaan mits die niet specifiek naar een bepaalde

aandoening verwijzen en geen specifieke overige

privacygevoelige informatie verschaffen en die in

de dagelijkse omgang gebruikelijk zijn (termen als

ziekenhuis, medische behandeling, bezoeken behan-

delaar).

De bedrijfsarts adviseert in het kader van verzuimbege-

leiding en re-integratie om de werkgever en werknemer

in staat te stellen om deze zo optimaal mogelijk vorm

te geven. De vraag is echter welke informatie voor de

werkgever strikt noodzakelijk is om als goed werkgever

aan zijn re-integratie-verplichtingen te voldoen, terwijl

anderzijds recht wordt gedaan aan het privacybelang

van de werknemer.

Noodzakelijke informatie om op verantwoorde wijze de

re-integratie vorm te geven omvat:

  • functionele beperkingen en implicaties daarvan

voor het soort arbeid dat de werknemer nog kan

verrichten (functionele mogelijkheden).

  • werkzaamheden waartoe de werknemer nog wel,

of juist niet meer in staat is.

  • het verwachte einddoel van de re-integratie

(geschiktheid voor eigen werk, passend werk of

re-integratie tweede spoor) met zo mogelijk een

indicatie van de verwachte duur van de beperkin-

gen of arbeidsongeschiktheid.

  • eventuele aanpassingen, werkvoorzieningen of

activiteiten die in het belang zijn van de re-integra-

tie.

  • advies over technische interventies die door de

werkgever worden gefaciliteerd zoals bijvoorbeeld

werkplekonderzoek en/of –aanpassingen, inscha-

kelen arbeidsdeskundige of re-integratiebedrijf.

  • aanwezigheid van verstoorde arbeidsrelatie welke

oplossing behoeft om de re-integratie te bevorde-

ren.

  • werkgerelateerde oorzaken voor de arbeidsonge-

schiktheid, die bij terugkeer in de eigen werksitu-

atie opnieuw arbeidsongeschiktheid of gezond-

heidsschade kunnen opleveren. De werkgever

zal in staat gesteld dienen te worden passende

maatregelen te nemen.

De werknemer is zelf verantwoordelijk voor het melden

van:

  • een ander verblijf- of verpleegadres;
  • mogelijkheid van regres;
  • vangnetsituatie.

De bedrijfsarts bespreekt met de werknemer dat het

van belang is voor de werkgever om bovenstaande

informatie van de werknemer te verkrijgen. Voor zover

de bedrijfsarts inzicht heeft in de consequenties van

het al dan niet melden aan de werkgever bespreekt hij

die met de werknemer.

Wanneer de bedrijfsarts het noodzakelijk vindt de werk-

gever andere en meer dan de toegestane informatie

te verschaffen ten behoeve van de re-integratie dan

bespreekt hij dit met de werknemer. Daaronder valt

ook het advies over interventies die door de werkgever

worden gefaciliteerd (o.a. financieel, mogelijkheid

bieden om andere deskundigen/hulpverleners in het

bedrijf te consulteren). De bedrijfsarts vraagt de werk-

nemer gericht toestemming om die informatie die hij

noodzakelijk acht aan de werkgever mee te delen.

De werknemer dient zijn toestemming vrijwillig en

doelgericht, schriftelijk of mondeling te geven (infor-

med consent). De schriftelijke machtiging bewaart hij

in het dossier.

Van mondeling verkregen toestemming maakt de

bedrijfsarts een aantekening in het dossier van de be-

treffende werknemer.

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 16

Hoofdstuk 3

Aandachtspunten en bijzondere situaties

3.1 Voor de dagelijkse praktijk is een aantal aandachtspunten te benoemen

In alle hieronder besproken situaties geldt voor

het verstrekken van gegevens dat, indien vereist,

de werknemer zijn toestemming vrijwillig en

doelgericht, schriftelijk of mondeling dient te geven

(informed consent). Van mondeling verkregen

toestemming maakt de bedrijfsarts een aantekening

in het dossier van de betreffende werknemer.

  1. Arbeidsongeschiktheid ten gevolge van

zwangerschap, vangnetsituaties en regres

De bedrijfsarts mag zonder toestemming van betrok-

kene niet melden aan diens werkgever dat er sprake

is van een vangnetsituatie. De voor de werkgever

financieel nadelige gevolgen hiervan zijn geen reden

het beroepsgeheim te doorbreken.

Voor een vangnetsituatie in verband met zwangerschap

geldt dat de werkgever de mogelijkheid heeft met

terugwerkende kracht deze te melden zodra hij kennis

krijgt van deze situatie.

Dit recht heeft de werkgever niet wanneer er andere

redenen zijn voor een beroep op vangnet. Voor regres-

zaken gelden vergelijkbare beperkingen. De bedrijfsarts

mag geen mededelingen doen tenzij met gerichte,

uitdrukkelijke en in vrijheid gegeven toestemming

van betrokkene. In deze situaties is de werkgever

niet uitsluitend van de bedrijfsarts afhankelijk om de

benodigde informatie te verkrijgen. De werknemer

dient zelf de werkgever te informeren. Kiest hij ervoor

om dat niet te doen vanwege voor hem of haar

moverende redenen, dan is dat voor de bedrijfsarts

geen reden dat voor de werknemer te doen.

  1. Projecten die de werkgever financiert bijvoor-

beeld interventies door andere hulpverleners zoals

fysiotherapeut, psycholoog en/of bedrijfsmaatschap-

pelijk werker

De bedrijfsarts mag geen mededelingen doen over de

aard van de in te zetten interventie. Voor de werkgever

is dit veelal niet acceptabel. Deze wil weten waarvoor

hij betaalt en tenminste enig inzicht hebben in de

plausibiliteit van het advies. En hij zal rekeningen willen

kunnen controleren. Echter alleen met expliciete toe

stemming van werknemer mag bedrijfsarts werkgever

hierover informeren.

De bedrijfsarts dient zich ook in deze situatie te

realiseren dat toestemming mogelijk niet in vrijheid

is gegeven. Ook als de bedrijfsarts met expliciete toe-

stemming informatie betreffende een interventie met

de werkgever deelt, betekent dat niet dat de specifieke

interventie in combinatie met de naam van betrokkene

op een factuur mag komen te staan.

  1. Wat nu als de werkgever al door de werknemer

zelf is geïnformeerd?

Ook in die situatie mag de bedrijfsarts geen mede-

delingen doen over aard en inhoud van het medische

probleem. Indien er sprake is van een toegevoegde

waarde kan de bedrijfsarts expliciet toestemming

vragen om de werkgever te mogen informeren.

De bedrijfsarts kan werknemer er expliciet op wijzen

dat toestemming verlenen niet verplicht is.

  1. De bedrijfsarts heeft wel toestemming van de

werknemer om de werkgever te informeren

Desondanks behoudt de bedrijfsarts toch een eigen

verantwoordelijkheid om te bepalen welke gegevens

hij verstrekt aan derden. De bedrijfsarts dient steeds

rekening te houden met het doel waarvoor hij de gege-

vens heeft ontvangen en weer verstrekt én het vereiste

van data-minimalisatie. Toestemming en verstrekken

van nadere gegevens kan gebruikt worden voor draag-

vlakverbreding om maatregelen te doen nemen met

het doel re-integratie te bevorderen en verder verzuim

te voorkomen.

  1. Probleemanalyse

In de probleemanalyse behoort geen medische infor-

matie te worden vermeld.

  1. Werken met een standaard verklaring van

toestemming of het geen-bezwaarsysteem tenzij

de werknemer dit expliciet kenbaar maakt

Bij deze vormen van toestemming is niet zonder

meer aan te nemen dat de toestemming gericht en in

vrijheid wordt gegeven. Tevens houdt op deze wijze

omgaan met toestemming in dat er een automatisme

kan ontstaan en onvoldoende informatie over doel en

noodzaak wordt verstrekt.

  1. ERD-ziektewet

Begeleiding geschiedt op een vergelijkbare wijze als

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 17

voor werknemers die nog wel een dienstverband met

de werkgever hebben. Voor de communicatie met de

werkgever of derden gelden dan ook dezelfde regels

als bij verzuimbegeleiding voor einde dienstverband.

Let op: er zijn enkele bijzonderheden, zie de Werkwijzer

‘Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigen-

risicodragers Ziektewet’35.

  1. ERD-WGA

In deze situatie doet de bedrijfsarts meestal een her-

beoordeling na 1 of meer jaren na een WIA-keuring.

De bedrijfsarts mag met opdrachtgever zijn conclusie

over de duurzaamheid van de beperkingen, de beper-

kingen en mogelijkheden met opdrachtgever commu-

niceren. Medische informatie valt hier niet onder.

Zie de Werkwijzer ‘Handelen van de bedrijfsarts op

verzoek van eigenrisicodragers WGA’36.

  1. Informatie verstrekken aan UWV in het kader

van DO/WIA-aanvraag

De bedrijfsarts is in deze situaties verplicht37 die

gerichte medische informatie aan het UWV te verstrek-

ken die de verzekeringsarts nodig heeft om het beno-

digde onderzoek te doen. Betrokkene dient hierover te

worden geïnformeerd maar hoeft geen toestemming

te verlenen. In overige situaties is het goed na te gaan

wat precies de opdracht is en of er sprake is van een

wettelijk opgedragen taak waarvoor de informatie van

de bedrijfsarts noodzakelijk is.38

  1. Overige situaties zoals bijvoorbeeld keuringen

in het kader van de Participatiewet, WMO e.a.

Deze worden hier niet verder besproken vanwege

verschillende regimes die van toepassing zijn. Wanneer

de bedrijfsarts in opdracht van een gemeente of verze-

keraar keuringen of medische onderzoeken uitvoert is

het aan te raden vooraf na te gaan welke regelgeving

van toepassing is en wat de consequenties zijn voor

de rechten van betrokkene en de communicatie met

opdrachtgever.

3.2 Bijzondere situaties

In een aantal bijzondere situaties kan de werkgever

de bedrijfsarts vragen of deze op de hoogte was

van de medische situatie. Moedwilligheid of bewust

niet vermelden van medische problemen wordt in

de rechtspraak niet snel aangenomen: een goede

onderbouwing is noodzakelijk.

Dit betekent dat de bedrijfsarts zich zéér terughou-

dend dient op te stellen wanneer het gaat om het

verstrekken van informatie aan de werkgever in de

hieronder genoemde situaties.

  • Bij een aanstellingskeuring bewust verzwijgen

van zodanige informatie die, als de keurend arts

hiermee bekend was geweest, tot een andere

uitkomst van de aanstellingskeuring zou hebben

geleid.39 40 41

  • Moedwillig niet meewerken of zelfs tegenwerken

herstel.

  • Verzwijgen van medische problemen bij een solli-

citatie terwijl betrokkene wist of redelijkerwijs kon

weten dat deze in de weg staan aan een goede

uitoefening van de functie.

35 Werkwijzer ‘Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigenrisicodragers Ziektewet’ (NVAB, 2014)

36 Werkwijzer ‘Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigenrisicodragers WGA (NVAB, 2014)

37 Artikel 54 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

38 Artikel 13.2 sub e AVG

39 Zie www.aanstellingskeuringen.nl

40 Wet op de medische keuringen

41 Artikel 629 lid 3 sub a Burgerlijk Wetboek Boek 7

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 18

Hoofdstuk 4

Digitaal verwerken en verstrekken van privacy-

gevoelige informatie

Situatieschets

De bedrijfsarts verstuurt naar aanleiding van een

spreekuurcontact meestal gelijktijdig een advies naar

de werknemer, diens leidinggevende en/of personeels-

functionaris. Dit gebeurt schriftelijk per post en/of per

e-mail via internet of intranet.

Juridisch is onderscheid maken tussen verzenden van

bijzondere persoonsgegevens per post of per e-mail in

feite niet relevant: met bijzondere persoonsgegevens

dient te allen tijde zorgvuldig te worden omgegaan.

In beide situaties is een aantal vergelijkbare risico’s te

benoemen. Voor e-mailverkeer bestaan er daarnaast

nog enkele bijkomende risico’s. Denk bijvoorbeeld aan

inzage al dan niet bewust door onbevoegden, verkeer-

de adressering, e-mails zijn gemakkelijk door te sturen

en te hacken. Verifiëren van echtheid van afzender en

ontvanger kan zeker bij e-mail problematisch zijn.

Indien deze gegevens door onbevoegden kunnen wor-

den ingezien betekent dit een datalek en schending van

de privacy die de bedrijfsarts kan worden aangerekend.

Hij is tuchtrechtelijk aansprakelijk, en kan ook civiel-

rechtelijk worden aangesproken om de geleden schade

te verhalen.

Mogelijke oplossingen

In de AVG is vastgelegd dat moet worden voorzien

in voldoende technische en organisatorische maat-

regelen om een passend beveiligingsniveau voor

de verwerking van persoonsgegevens te bereiken.

Zowel bij verzending per post als bij emailverkeer

dient een voldoende beveiligingsniveau te zijn gere-

aliseerd en geborgd. Verzending van gezondheids-

gegevens valt in een verhoogde tot hoge risicoklasse

en vereist dan ook een hoog beveiligingsniveau.

  • Technische maatregelen zijn de logische en

fysieke maatregelen in en rondom de informatie-

systemen (zoals toegangscontroles, vastlegging

van gebruik en back-up). Onder technische maat

regelen worden tevens verstaan de voorzieningen

die bekend staan onder de verzamelnaam Pri-

vacy-Enhancing Technologies (PET). Technische

maatregelen betreffende het netwerk omvatten:

  • diverse beveiligingsschillen aanbrengen, (fire-

wall, up-to-date virusscanner, recente patches

voor de gebruikte software).

  • Zo mogelijk gebruik maken van Virtual Private

Networks en een ‘secure’ verbinding.

  • Logfile aanleggen zodat kan worden nagegaan

wie, wanneer een dossier of document heeft

geraadpleegd dan wel verwerkt.

Zie voor meer informatie ‘De Nederlandse

Technische Afspraak (NTA) 7516’, de veldnorm

die kaders stelt voor e-mailen in de zorg.42

  • Organisatorische maatregelen zijn maatregelen

ten behoeve van de inrichting van het systeem

zoals (logische processen die helpen fouten te

voorkomen) en voor het verwerken van persoons-

gegevens zoals toekenning en deling van verant-

woordelijkheden en bevoegdheden, instructies,

trainingen en calamiteitenplannen.

  • Verder valt te denken aan het geven van voor-

lichting in de organisatie hoe om te gaan met

privacygevoelige informatie waarbij aandacht voor

onderwerpen als toegang, opslaan en bewaren

van gegevens, rechten van werknemers betreffen-

de de over hem/haar opgeslagen gegevens.

  • Alle medewerkers (vast, tijdelijk, ingeleend) in

de eigen organisatie laten tekenen van een docu-

ment waarin de geheimhoudingsplicht is vastge-

legd kan hierbij ondersteunen. Zo ook periodiek

instructie geven als een reminder.

  • Communiceren via een beveiligd domein waarbij

de cliënt een eigen (tijdelijke) toegang heeft tot

een afgeschermd deel van de server met aldaar

het voor hem bestemde bericht. De toegang kan

geregeld zijn met een wachtwoord of bij voorkeur

via twee-factor authenticatie.

  • Alleen gebruik maken van veilig e-mail42.
  • Zie ook de Richtlijn online arts-patiëntcontact

(herziene versie, KNMG 2007)

  • Zie ook de website AVG Helpdesk Zorg en

42 NTA 7516:2019, Hoofdstuk 6, Richtlijnen voor professionals

43 https://www.avghelpdeskzorg.nl/onderwerpen/e-mail-om-persoonsgegevens-te-delen

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 19

Door de bedrijfsarts zelf te nemen voorzorgs-

maatregelen

De bedrijfsarts dient zich ook in zijn dagelijkse praktijk

bewust te zijn van mogelijke privacyrisico’s en de

mogelijkheden deze risico’s te minimaliseren. Van de

individuele bedrijfsarts − indien niet zijnde de ver-

werkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG −

mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt

of die maatregelen zijn genomen, die redelijkerwijs

verwacht kunnen worden volgens de stand der tech-

niek om voor het systeem een afdoende beschermings-

niveau te realiseren.

Voor zowel bedrijfsarts of voor hem werkende perso-

nen als ontvanger gaat het om de volgende mogelijk-

heden die al dan niet in combinatie toepasbaar zijn:

  • instellen van schermbeveiliging met wachtwoord
  • controleren en verifiëren van adres- en e-mail-

gegevens

  • documenten voorzien van wachtwoord
  • encryptie
  • digitale handtekening
  • verifiëren van zender en ontvanger
  • ontvangstbevestiging instellen.

De ontvanger is verantwoordelijk voor zijn eigen

e-mailaccount en de beveiliging daarvan. Voor de

opslag van bijzondere persoonsgegevens gelden

dezelfde eisen als voor de papieren verslagen.

« INHOUD 20

DEEL 2 Achtergrond- document

Algemene verordening gegevensverwerking (AVG)

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 21

Hoofdstuk 5

Algemene informatie AVG

De Algemene verordening gegevensverwerking (AVG)

is een Europese verordening die in alle lidstaten van

de Europese Unie rechtstreeks van toepassing is sinds

25 mei 2018. De AVG vervangt in Nederland de Wet

bescherming persoonsgegevens, deze is dan ook niet

meer geldig. De AVG is bedoeld om in alle lidstaten van

de Europese Unie (EU) twee belangen te waarborgen:

de bescherming van natuurlijke personen in verband

met de verwerking van hun gegevens en het vrije

verkeer van persoonsgegevens binnen de EU. In iedere

lidstaat is eenzelfde niveau van bescherming op basis

van de AVG gegarandeerd, aan specifieke bepalingen

mogen lidstaten een eigen invulling geven door middel

van een Uitvoeringswet. De uitvoeringswetten kunnen

dan ook per land verschillen.

Dit achtergronddocument is geschreven vanuit de Ne-

derlandse situatie en rekening houdend met de alhier

geldende uitvoeringswet.

De AVG is waar het gaat om de rechten van betrokke-

nen vooral een neerslag van hetgeen al gold op basis

van voorgaande EU-richtlijnen en jurisprudentie.

Enkele rechten zijn toegevoegd. Voor de gezond-

heidszorg zijn de veranderingen ten aanzien van de

patiëntenrechten beperkt. De WGBO en wet BIG gingen

verder dan de eisen op basis van de Wbp. In hoofdstuk

5.1 zijn de rechten van betrokkenen beschreven.

De meest ingrijpende veranderingen betreffen de eisen

die aan organisaties die persoonsgegevens verwerken,

worden gesteld. In hoofdstuk 5 treft u hierover meer

informatie aan.

Rechten betrokkenen zijn het recht op:

  • Toegang tot gegevens, inzage in gegevens
  • Rectificatie van gegevens
  • Vergetelheid
  • Beperking van verwerking
  • Kennisgeving
  • Dataportabiliteit

Privacymanagement of wel de belangrijkste ver-

plichtingen voor organisaties in trefwoorden

  • Accountability ofwel de verantwoordingsplicht
  • Het nemen van technische en organisatorische

maatregelen

  • Data protection impact assessment (DPIA)
  • Functionaris gegevensbescherming (FG)
  • Procedure afhandeling datalekken

De sanctiemogelijkheden van de toezichthouder

  • Aanscherping van de maatregelen

De in dit document gebruikte term organisaties staat

voor verwerkingsverantwoordelijke in zowel arbo-

diensten als maatschappen of andere vormen van

samenwerkingsverbanden van bedrijfsartsen.

De verwerkingsverantwoordelijke is degene die doel

van en de middelen voor de verwerking van persoons-

gegevens vaststelt. Hij dient zorg te dragen dat aan

de AVG wordt voldaan. Dit kan ook de individuele

zelfstandige bedrijfsarts (de ZZP’er) zijn.

De in dit deel verstrekte informatie is informatie op

hoofdlijnen, bedoeld om de lezer attent te maken op

de kern en aandachtspunten van en voor het omgaan

met persoonsgegevens in het kader van de bedrijfs-

gezondheidszorg. Wat betreft de verplichtingen voor

de verwerkingsverantwoordelijke is het zeker geen

uitputtende handleiding hoe te voldoen aan de eisen

die de AVG stelt. Wel zijn de beginselen en maatregelen

beschreven. Het hangt van de specifieke situatie af

hoe het beleid en management inzake het omgaan

met privacy van cliënten dient te worden ingericht.

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 22

Hoofdstuk 6

Toelichting op de verschillende rechten

Het recht op informatie (Art. 13 en 14 AVG)

Dit recht omvat het recht informatie te krijgen over

de volgende items

  • voor welke doeleinden de persoonsgegevens

worden verwerkt;

  • hoe lang zij worden bewaard;
  • van wie de organisatie de persoonsgegevens

ontvangt;

  • aan wie de organisatie de persoonsgegevens

verstrekt;

  • de eventuele automatische verwerking van de

persoonsgegevens.

Toegang, inzage (art.15 AVG)

Betrokkene heeft het recht om kennis te kunnen

nemen van de gegevens die over hem zijn verwerkt

(opgeslagen). Hij heeft recht op een afschrift van die

gegevens.

Rectificatie (art.16 AVG)

Betrokkene heeft het recht onjuiste gegevens te

doen corrigeren en onvolledige gegevens aan te

vullen voor zover nodig en passend bij de doeleinden

van de verwerking. Hij mag daartoe een aanvullende

verklaring verstrekken.

Dataminimalisatie (Art. 5 AVG)

Dit betekent dat de bedrijfsarts niet meer gegevens

verwerkt dan noodzakelijk voor het doel van de regis-

tratie. Dit is vergelijkbaar met doelbinding en nood-

zakelijkheidsvereiste onder Wbp.

Klachtrecht (Art. 77 AVG)

Betrokkene heeft het recht om over de vermeende

onjuiste verwerking van zijn persoonsgegevens (zijn

rechten zijn geschonden) of als zijn verzoeken niet

goed zijn afgehandeld bij de Autoriteit Persoons-

gegevens (AP) een klacht in te dienen. Of hij kan

ervoor kiezen en rechtszaak te starten. De AP dient

klachten in behandeling te nemen en betrokkene

binnen drie maanden te informeren over de voortgang

en de uitkomst daarvan.

De volgende rechten zijn nieuw in de AVG:

Recht op vergetelheid (art.17 AVG)

Het recht op vergetelheid is een nieuw recht in de AVG.

Dit recht lijkt op het recht op correctie en verwijdering44

uit de WGBO maar is breder. In de bedrijfsartsen-prak-

tijk geldt het recht op vergetelheid niet voor medische

Recht op dataportabiliteit (art.20 AVG)

Dit houdt in dat betrokkene het recht heeft op zijn

verzoek de vastgelegde gegevens te ontvangen en deze

door te mogen geven naar een andere organisatie.

Dataportabiliteit is het recht om in een gestructureerd,

gangbaar, machineleesbaar en interoperabel formaat

de verwerkte gegevens te verkrijgen en die aan een

andere verwerkingsverantwoordelijke door te zenden.

Het recht op dataportabiliteit geldt alleen onder de

volgende voorwaarden:

  • Gegevens zijn verwerkt op basis van toestemming

van betrokkene

  • of op basis van een overeenkomst met hem

zoals gegevens ontleend aan vrijwillige deelname

aan PMO (periodiek medisch onderzoek), aan

vrijwillige spreekuurcontacten of aan vrijwillige

keuringen.

  • Betrokkene heeft de gegevens zelf verstrekt.

Het gaat om digitale gegevens, dus niet om papieren

dossiers.

Verbod op profilering (Art 22 AVG)

Van profilering is sprake wanneer een profiel van

betrokkene opgesteld wordt op basis van verzamelde

gegevens. Een dergelijk profiel kan allerlei persoonlijke

aspecten betreffen. De verzamelde persoonsgegevens

worden geanalyseerd en gebruikt om voorspellingen

te doen over iemand (bijv. koopgedrag, interesses,

gezondheid, economische situatie). Profilering aan de

hand van bijzondere persoonsgegevens is verboden

tenzij met uitdrukkelijke toestemming van betrokkene

of op basis van een wettelijke regeling.

Als aan profilering rechtsgevolgen zijn verbonden of als

profilering anderszins een grote impact voor betrokkene

heeft, mag een besluit niet alleen op geautomatiseerde

44 Artikel 455 Burgerlijk Wetboek Boek 7

45 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/gezondheid/medisch-dossier

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 23

verwerking gebaseerd worden. In die situatie is een

menselijke tussenkomst (beoordeling) vereist, Dit is

niet nodig wanneer verwerking geschied op basis van

toestemming of een overeenkomst met betrokkene.

Vraagt betrokkene toch om menselijke tussenkomst

dan heeft hij daar recht op.

Het recht van bezwaar uit te oefenen (Art 21 AVG)

Betrokkenen hebben het recht bezwaar te maken

tegen verwerking van hun persoonsgegevens wanneer

een organisatie deze gegevens verwerkt op grond van

een taak van algemeen (overheidstaak) of van een

gerechtvaardigd belang. De organisatie moet dan de

verwerking stoppen en/of een heroverweging van de

belangen maken.

Beperking van verwerking (art.18 AVG)

In bepaalde situaties kan betrokkene de organisatie

vragen de gegevens niet te verwerken. Met uitzonde-

ring van het opslaan mag de organisatie niets doen met

deze gegevens zonder toestemming van betrokkene.

Toestemming

De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aan-

tonen dat de betrokkene toestemming heeft gege-

ven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens.

Daarnaast moet de toestemming duidelijk worden

onderscheiden van toestemming voor andere aan-

gelegenheden. Het intrekken van de toestemming

moet even eenvoudig zijn als het geven ervan.

Twee van de eisen die de AVG stelt aan ‘toestem-

ming’ zijn dat deze ‘geïnformeerd’ en ‘specifiek’

gegeven is. Om geldige toestemming aan te tonen is

het dan ook essentieel dat aantoonbaar is op basis

van welke informatie betrokkene de toestemming

heeft gegeven. Het is onvoldoende om alleen de

toestemming zelf vast te leggen.

Voor een rechtsgeldige toestemming is het tevens

noodzakelijk dat deze actief en in volledige vrijheid is

gegeven. Dit wordt niet snel aangenomen omdat er

een afhankelijkheidsrelatie is tussen werkgever en

Wat te verwachten van de verwerkingsverant-

woordelijke als het gaat om het uitoefenen van de

rechten?

De verwerkingsverantwoordelijke dient mogelijk te

maken dat betrokkenen hun rechten kunnen uitoefen

(art.12 AVG). Enkele aandachtspunten voor de organi-

satie in deze zijn:

  • Het is belangrijk betrokkene goed en volledig te

informeren over de verwerking van zijn persoons-

gegevens en zijn rechten. De informatieverstrek-

king aan betrokkene dient

  • beknopt te zijn;
  • in duidelijke, begrijpelijke, eenvoudige taal;
  • en in een transparante, begrijpelijke en

toegankelijke vorm te worden gegeven.

  • Om welke informatie het gaat staat in art.13 en

14 AVG. Er wordt onderscheid gemaakt tussen

informatie die van betrokkene zelf is verkregen

en informatie over betrokkene die van derden is

verkregen.

  • Binnen maximaal 1 maand na ontvangst van het

verzoek informeert de organisatie betrokkene

over de afhandeling. Ook als de organisatie be-

sluit geen gevolg te geven aan het verzoek dient

deze betrokkene hierover met redenen omkleed

te informeren.

  • Voor het verschaffen van afschriften, vernietigen

en uitoefenen van zijn overige rechten mogen

geen kosten in rekening worden gebracht. In

uitzonderlijke gevallen (bijv. excessieve verzoeken)

mogen administratiekosten in rekening worden

gebracht of mag de organisatie weigeren aan het

verzoek te voldoen.

  • De organisatie mag bij twijfel aan de identiteit van

verzoeker om nadere informatie ter bevestiging

van de identiteit (legitimatie) vragen.

46 Groep gegevensbescherming artikel 29 Richtsnoeren inzake toestemming overeenkomstig Verordening 2016/679

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 24

Hoofdstuk 7

Het gegevensverwerkende proces: welke eisen

stelt de AVG aan privacy-management?

De AVG benoemt een aantal beginselen, een zestal

grondslagen en een aantal maatregelen ten

behoeve van de verwerking van persoonsgegevens.

De beginselen en grondslagen zijn onder meer

verwerkt in de maatregelen en behoren in het privacy-

beleid en -reglement dat organisaties hanteren terug

te komen. In dit hoofdstuk vindt u een toelichting op

genoemde items op hoofdlijnen en zoveel mogelijk

gericht op de bedrijfsgezondheidszorg.

Beginselen

In de AVG zijn de beginselen opgenomen waaraan

iedere verwerking van persoonsgegevens moet

voldoen. Organisaties dienen aantoonbaar aan deze

beginselen (art. 5 lid1en 2) te voldoen. Het gaat om

de volgende beginselen:

  • Rechtmatigheid: verwerken van persoonsgege-

vens heeft een gerechtvaardigde grondslag.

  • Transparantie: betrokkene is op de hoogte en

heeft − indien van toepassing − aantoonbaar

toestemming gegeven voor het verwerken van

zijn persoonsgegevens.

  • Behoorlijkheid: een niet concreet omschreven

eis die nauw verbonden is met rechtmatigheid

en transparantie.

  • Doelbinding: gegevens worden verzameld/

verwerkt met een expliciet omschreven doel en

worden niet zonder meer aangewend voor andere

doeleinden.

  • Gegevensbeperking (dataminimalisatie): er

worden niet meer gegevens verwerkt dan strikt

noodzakelijk voor het omschreven doel.

  • Juistheid: correcte gegevens, periodieke actuali-

sering kan nodig zijn.

  • Bewaarbeperking: niet langer dan strikt nood-

zakelijk voor het doel, tenzij wettelijke plicht.

  • De juiste organisatorische en technische maat-

regelen, privacy by design en privacy by default.

  • De verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen

aantonen dat aan de wettelijke verplichtingen

vanuit de AVG wordt voldaan (accountability).

De rechtsgronden voor verwerking

Iedere verwerking van persoonsgegevens dient op een

van de in de art. 6 AVG genoemde zes rechtsgronden

te zijn gebaseerd. Deze rechtsgronden zijn gelegen in:

  1. een overeenkomst met betrokkene, ter voorbe-

reiding of uitvoering daarvan

  1. een wettelijke verplichting
  2. het levensbelang voor iemand
  3. de juiste vervulling van een overheidstaak
  4. het belang van de verwerkingsverantwoordelijke

dat zwaarder weegt dan het belang van betrok-

kenen

  1. toestemming van betrokkene.

In art. 9 AVG lid 1 is een verbod opgenomen inzake

het verwerken van bijzondere persoonsgegevens.

Gegevens die een (bedrijfs)arts verzamelt over de

gezondheid van een cliënt zijn dergelijke bijzondere

persoonsgegevens. Niet alleen gegevens over iemands

gezondheid maar ook over zijn ras en etnische afkomst,

religie en een aantal andere aspecten vallen onder dit

verbod.

In art. 9 lid 2 zijn uitzonderingen opgenomen op grond

waarvan verwerking van bijzondere persoonsgegevens

wel is toegestaan. Artikel 9 lid 2 sub b bevat een

uitzondering om bijzondere persoonsgegevens te mo-

gen verwerken ter uitvoering van verplichtingen

op het terrein van het arbeidsrecht en sociale zeker-

heidsrecht. Onder art. 9 lid 2 sub h is specifiek opge-

nomen dat verwerking van gezondheidsgegevens

waaronder die voor preventieve en Arbeidsgenees-

kunde en de beoordeling van arbeidsgeschiktheid

van de werknemer is toegestaan. Deze uitzonderingen

zijn nader uitgewerkt in art. 30 UAVG.

Maatregelen

Organisaties hebben op grond van de AVG een aantal

specifieke verplichtingen (maatregelen genoemd).

De maatregelen geven uitvoering aan genoemde

beginselen en zijn een noodzaak om aan te tonen

hoe een organisatie met persoonsgegevens omgaat.

De verplichte maatregelen die de AVG concreet noemt,

zijn:

  1. het bijhouden van een register van verwerkings-

activiteiten;

  1. indien van toepassing het uitvoeren van een data

protection impact assessment (DPIA);

  1. het bijhouden van een register van datalekken

die zijn opgetreden;

  1. het aantonen dat een betrokkene daadwerkelijk

toestemming heeft gegeven voor een gege-

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 25

vensverwerking wanneer voor een verwerking

toestemming nodig is;

  1. wanneer onduidelijk is of een organisatie verplicht

is om een Functionaris gegevensbescherming

aan te stellen, is een goede onderbouwing nodig

waarom ervoor gekozen is al dan niet een FG aan

te stellen.

Aanvullende maatregelen, niet verplicht wel sterk

aanbevolen, zijn:

  1. het aansluiten bij een gedragscode;
  2. het behalen van een bepaald certificaat47;

(nog niet ontwikkeld voor zover bekend)

  1. het hanteren van een specifiek ICT-beveiligings-

beleid;

  1. het afleggen van verantwoording over de verwer-

king van persoonsgegevens in uw jaarverslag of in

een speciaal privacy-jaarverslag.

Toelichting bij een aantal begrippen en

maatregelen

• De verantwoordingsplicht (accountability)

Organisaties hoeven verwerkingen van persoons-

gegevens niet meer te melden bij de Autoriteit

Persoonsgegevens. Organisaties hebben daar-

entegen een grotere verantwoordingsplicht

gekregen (accountability). Dit houdt in dat de

verwerkingsverantwoordelijke met documenten

moeten kunnen aantonen hoe wordt voldaan

aan de AVG, bijvoorbeeld dat de juiste organisa-

torische en technische beveiligingsmaatregelen

zijn genomen.

  • Een van de verplichtingen in dit kader is ook het

bijhouden van een verwerkingsregister. Een ver-

werkingsregister is verplicht voor alle organisaties

met meer dan 250 medewerkers. Organisaties

met minder dan 250 medewerkers dienen een

register bij te houden wanneer de verwerking

persoonsgegevens betreft:

  • die een hoog risico inhouden voor de rechten

en vrijheden van de betrokkenen en/of;

  • waarvan de verwerking niet incidenteel is48

en/of;

  • die vallen onder de categorie bijzondere

persoonsgegevens, zoals gegevens over

godsdienst, gezondheid en politieke voorkeur

of strafrechtelijke gegevens.

Verder is het verplicht logbestanden bij te

• Organisaties kunnen verplicht zijn een data

protection impact assessment (DPIA) uit te

voeren. Dit houdt in dat zij volgens een methodiek

privacy-risico’s van gegevensverwerking in kaart

brengen. Daarop dient de organisatie maatrege-

len te baseren om de risico’s te verkleinen.

Er zijn 9 criteria om te beoordelen of een DPIA

noodzakelijk is. Wanneer aan 2 van de 9 criteria

wordt voldaan is een DPIA noodzakelijk, in

overige situaties wordt het aangeraden maar niet

verplicht. Voor de bedrijfsgezondheidszorg zijn

de meest relevante criteria de volgende:

  • Bijzondere persoonsgegevens
  • Grootschalige gegevensverwerking;
  • Gegevens over kwetsbare personen. Personen

die niet in vrijheid toestemming hebben

kunnen geven vanwege ongelijke machts-

verhoudingen (bijvoorbeeld werknemers,

kinderen en patiënten).

Een DPIA is een continu proces. Deze dient dan ook re-

gelmatig te worden herhaald. Aanleiding om een DPIA

te herhalen bestaat onder andere als de omgeving

wijzigt of het doel van de verzameling of technologie

ingrijpend verandert.

• Organisaties kunnen verplicht zijn een functio-

naris gegevensbescherming (FG) aan te stellen.

Een FG is verplicht voor organisaties die zorg

verlenen en voor organisaties die op grote schaal

bijzondere persoonsgegevens verwerken en dit

een kernactiviteit is. Deze FG heeft een belangrijke

taak bij gegevensbescherming. De FG is niet

eindverantwoordelijk voor het privacybeleid.

De FG heeft een onafhankelijke positie binnen

de organisatie. Zijn taken zijn toezicht houden,

signaleren en adviseren in het kader van privacy.

47 De AVG stimuleert het ontwikkelen van gedragscodes (bv per branche), die gecertificeerd worden door de AP. Art. 40-43 AVG

48 aldus geldt dus voor vrijwel alle verwerkingen dat ze in een register moeten worden opgenomen (behalve als ze echt incidenteel zijn),

dus ook in organisaties met <250 medewerkers.

49 NEN7513:2018

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 26

De FG is contactpersoon voor de AP. Hij geniet

ontslagbescherming vergelijkbaar met OR-leden.

Criteria op grote schaal

Criteria ter bepaling of er sprake is van verwerken op

grote schaal:

  • het aantal betrokkenen (de mensen van wie

gegevens worden verwerkt);

  • de hoeveelheid gegevens die worden verwerkt;
  • de duur van de gegevensverwerking;
  • de geografische reikwijdte van de verwerking.

Verwerking van bijzondere persoonsgegevens door

individuele artsen (de eenpitters) valt niet onder

grootschalige verwerking. De verwerking van persoons-

gegevens door ziekenhuizen, huisartsenposten en

zorggroepen interpreteert de Autoriteit Persoons-

gegevens (AP) altijd als grootschalig. Voor alle overige

zorgaanbieders geldt dat zij grootschalig persoons-

gegevens verwerken als zij van meer dan 10.000 patiën-

ten gegevens verwerken in één informatiesysteem.50

Datalekken

Een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens

kan bewust of onbewust / per ongeluk gebeuren.

Een hacker is bewust uit op het maken van een datalek,

een verkeerd verstuurde mail is meestal een onbedoeld

datalek. Elke organisatie of verwerkingsverantwoor-

delijke is verplicht een registratie van datalekken bij te

houden en moet deze meestal melden aan de AP en

in bepaalde gevallen ook aan betrokkene(n), namelijk

wanneer het lek waarschijnlijk een hoog risico betekent

voor diens rechten en vrijheden, bijvoorbeeld vanwege

de mogelijkheid van chantage of identiteitsfraude.

De criteria om te beoordelen of er sprake is van een

hoog risico zijn nog in ontwikkeling. Op de site van de

AP zijn voorbeelden opgenomen die behulpzaam

kunnen zijn bij de beoordeling of een datalek aan de AP

en/of aan betrokkene(n) moet worden gemeld.51

Aanscherping van de maatregelen

Een aanscherping van de maatregelen die de AP

kan opleggen bij overtreding (max. € 20 miljoen of

4% van de wereldwijde jaaromzet).

Voor meer gedetailleerde informatie zie de site van de

AP: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl

50 Bron: Autoriteit Persoonsgegevens, ‘Uitleg begrip ‘grootschalig’ verduidelijkt voor alle zorgaanbieders’.

Nieuwsbericht, 11 december 2018. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/uitleg-begrip-%E2%80%98

grootschalig%E2%80%99-verduidelijkt-voor-alle-zorgaanbieders.

51 Voorbeeldlijst wel/niet melden datalek (AP, 2019): https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/2019_voorbeeldlijst_wel_

niet_melden_datalek_def.pdf

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 27

Bijlage 1 Definities

Definities (art.4 AVG)

Onderstaand een aantal voor de bedrijfsgezondheidszorg belangrijke definities in kernwoorden. Voor de letterlijke

tekst zie genoemd artikel.

• Bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn

• Betrokkene: een identificeerbaar natuurlijk persoon

• Bijzondere persoonsgegevens: gevoelige gegevens genoemd in art.9 lid 1 AVG

• Ontvanger: degene of de organisatie aan wie persoonsgegevens worden verstrekt

• Persoonsgegevens: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon

• Toestemming van de betrokkene: elke vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting

waarmee de betrokkene door middel van een verklaring of een ondubbelzinnige actieve handeling hem

betreffende verwerking van persoonsgegevens aanvaardt.

• Verwerking: alle bewerkingen m.b.t. persoonsgegevens zoals verzamelen, vastleggen, verwijderen al dan

niet via geautomatiseerde procedés uitgevoerd.

• Verwerker: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of ander orgaan

die/dat ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt.

• Verwerkingsverantwoordelijke: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een

dienst of ander orgaan die/dat alleen of samen met anderen het doel van en de middelen voor de verwer-

king van persoonsgegevens vaststelt

Overig

  • Client: In deze leidraad bedoelen we met de term cliënt de werknemer. De werknemer/cliënt is de

betrokkene in de zin van de AVG.

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 28

Bijlage 2 Lijst van afkortingen

AP Autoriteit Persoonsgegevens

ARAR Algemeen Rijksambtenarenreglement

AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming

BA Bedrijfsarts

BIG Beroepen in de individuele gezondheidszorg

CAO Collectieve arbeidsovereenkomst

DO Deskundigen oordeel

DPIA Data protection impact assessment

ERD Eigenrisicodrager

EU Europese Unie

FG Functionaris gegevensbescherming

ICT Informatie- en communicatietechnologie

KNMG Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst

NVAB Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde

OR Ondernemingsraad

OVAL Organisatie voor Vitaliteit, Activering en Loopbaan

PET Privacy-Enhancing Technologies

PMO Preventief medisch onderzoek

SUWI Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

UAVG Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming

UWV Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Wbp Wet bescherming persoonsgegevens

WGA Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten

WGBO Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst

WIA Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten

WMO Wet maatschappelijke ondersteuning

Wvp Wet verbetering poortwachter

ZZP Zelfstandige zonder personeel

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 29

Bijlage 3 Literatuur/ geraadpleegde bronnen

  • Grip op de AVG, de nieuwe privacywet voor niet-juristen; dr. Koen Versmissen CIPP/E;

mr. Drs. Jeroen Terstegge CIPP-E/US; Natalja Krijgsman MSc CIPM; Wolters Kluwer, 2017

  • Sdu Commentaar AVG, editie 2019; mr.drs. T.F.M. Hooghiemstra; mr.dr. S. Nouwt;

Sdu Uitgevers bv Den Haag, 2019

Richtlijnen en leidraden

  • Leidraad Verplichte medische keuringen van werknemers tijdens hun dienstverband (NVAB, 2007)
  • Kernwaarden van de Bedrijfsarts (NVAB, 2012)
  • Het Professioneel Statuut van de bedrijfsarts (NVAB, 2003)
  • Richtlijn inzake het omgaan met medische gegevens (KNMG, 2018)
  • Code gegevensverkeer en samenwerking bij arbeidsverzuim en reïntegratie (KNMG, 2007)
  • Richtlijn online arts-patiëntcontact, herziene versie (KNMG, 2007)
  • Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de verzuimbegeleiding en re-integratie

(KNMG, 2009)

  • Werkwijzer ‘Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigenrisicodragers Ziektewet’ (NVAB, 2014)
  • Werkwijzer ‘Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigenrisicodragers WGA (NVAB, 2014)
  • NTA 7516:2019, Hoofdstuk 6, Richtlijnen voor professionals
  • NEN7513:2018

Leidraad Bedrijfsarts en privacy anno 2019

« INHOUD 30

Bijlage 4 Wet- en regelgeving

m.b.t. AVG & UAVG:

  • L 119/1 Publicatieblad van de Europese Unie (27 april 2016)
  • Handleiding Algemene verordening gegevensbescherming en Uitvoeringswet Algemene verordening ge-

gevensbescherming (Ministerie van Justitie en veiligheid, 2018) & Memorie van toelichting Uitvoeringswet

Algemene verordening gegevensbescherming

  • Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

m.b.t. AP:

  • De zieke werknemer. Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van

zieke werknemers (AP, 2016)

  • Website van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP);

https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving

Overig:

  • Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek, enz. (geneeskundige behandelingsovereenkomst) (WGBO)
  • Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG)
  • Wet verbetering poortwachter (Wvp)
  • Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar
  • Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI)
  • Wet op de medische keuringen
  • Burgerlijk Wetboek Boek 7

WWW.OVAL.NL

WWW.NVAB-ONLINE.NL

Dit is een weergave van een richtlijn gepubliceerd door NVAB. Raadpleeg altijd de originele bron voor de meest actuele versie.

Heb je een vraag over deze richtlijn?

Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.

Stel je vraag