Werkwijzer gegevensuitwisseling tussen psycholoog en bedrijfsarts
Gezamenlijke werkwijzer van NIP en NVAB over de randvoorwaarden voor informatie-uitwisseling tussen bedrijfsarts en psycholoog bij verzuimbegeleiding en re-integratie.
Werkwijzer
Gegevensuitwisseling tussen psycholoog en bedrijfsarts: Welke informatie wel en welke niet?
Inleiding
Bedrijfsartsen die werknemers begeleiden in het kader van ziekteverzuim geven het signaal af dat zij regelmatig aanlopen tegen enige terughoudendheid bij psychologen om op verzoek van de bedrijfsarts informatie over de cliënt te verstrekken of dat psychologen de vragen van bedrijfsartsen niet beantwoorden. Terwijl die informatie in het belang van de verzuimbegeleiding en het herstel van belastbaarheid van de cliënt wordt opgevraagd, vaak voortkomend uit de richtlijn ‘Psychische problemen’ die op de bedrijfsgeneeskundige begeleiding van toepassing is. Zowel de psycholoog als de bedrijfsarts hebben een eigen professionele verantwoordelijkheid en zij dienen zich aan hun geheimhoudingsplicht te houden. Tegelijkertijd is het in het belang van de cliënt dat er door de psycholoog en bedrijfsarts informatie wordt uitgewisseld met betrekking tot de begeleiding en behandeling, herstel en re-integratie van de cliënt. Dit vanzelfsprekend onder de voorwaarde dat zowel de bedrijfsarts als de psycholoog zich daarbij aan de eisen van toepasselijke weten regelgeving houden. Als psychologen een verzoek krijgen om informatie van een bedrijfsarts vragen zij zich vaak af wat hun eigen rol in deze context is en ook of het op grond van de Beroepscode voor psychologen van het NIP ethisch en verantwoord is om informatie aan de bedrijfsarts te verstrekken en zo ja, welke informatie.
Doel van deze Werkwijzer
In de praktijk blijkt dat niet alle psychologen even vertrouwd zijn met de arbo- en bedrijfsgezondheidszorg, verzuimbegeleiding en re-integratie, de Wet verbetering poortwachter en de rol van de bedrijfsarts. Op hun beurt zijn weer niet alle bedrijfsartsen bekend met wat de Beroepscode NIP van psychologen vraagt. Het doel van voorliggende gezamenlijke Werkwijzer van NIP en NVAB is om duidelijkheid te geven over de randvoorwaarden die van toepassing zijn op het uitwisselen van informatie tussen bedrijfsarts en psycholoog. In eerste instantie wordt daartoe ingegaan op de context van verzuimbegeleiding en re-integratie en de rol van de bedrijfsarts daarin, daarna op de toestemming die nodig is, vervolgens op de rol van de psycholoog en tot slot wordt uitgebreider ingezoomd op het moment van informatie-uitwisseling en de inhoud.
Arbozorg en de rol
van de bedrijfsarts Arbozorg De Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever zich te laten bijstaan door een bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst ter ondersteuning van zijn taken volgens de Arbowet.
Toestemming cliënt voor
informatie-uitwisseling Alleen met expliciete toestemming van de cliënt kan de bedrijfsarts informatie opvragen bij de behandelaar. Dit volgt voor de bedrijfsarts uit de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’
Rol van de bedrijfsarts en belang
van informatie-uitwisseling De volgende criteria zijn hierop van toepassing: De werknemer geeft zijn toestemming schriftelijk De toestemming dient in vrijwilligheid te worden gegeven De bedrijfsarts dient de werknemer vooraf in te lichten over het doel, de inhoud en de mogelijke consequenties van de gegevensverstrekking De werknemer begrijpt waarvoor hij toestemming geeft en de consequenties daarvan In het verzoek tot opvragen van medische of psychologische gegevens, wordt duidelijk aangegeven met welk doel de bedrijfsarts de gegevens opvraagt en wat de vraagstelling is De communicatie tussen de behandelaar en de bedrijfsarts vindt bij voorkeur schriftelijk plaats. De arbozorg van de bedrijfsarts omvat, naast het behandelen en voorkomen van beroepsziektes en werkgerelateerde aandoeningen, de sociaal medische begeleiding van de (verzuimende) werknemer. Om de begeleiding van de werknemer goed te kunnen uitoefenen, werken bedrijfsartsen samen met de curatieve sector, zoals met psychologen. Het is daarom van belang om kennis en inzicht te hebben in elkaars verantwoordelijkheden en taken. Het is ook aan de bedrijfsarts om beperkingen en mogelijkheden voor arbeid van de zieke werknemer te beoordelen, vast te stellen en te adviseren over zijn re-integratie. Daarvoor heeft de bedrijfsarts regelmatig behoefte aan aanvullende feitelijke informatie van de behandelaar, onder wie de psycholoog. Mede op basis van de ontvangen informatie vormt de bedrijfsarts zich een zorgvuldig afgewogen oordeel over de belastbaarheid van de verzuimende werknemer en de verwachte duur van de arbeidsongeschiktheid (prognose) en kan de bedrijfsarts een gedegen advies geven over diens re-integratie. Dit advies kan, als een ziekmelding leidt tot een aanvraag voor een WIA-keuring, getoetst worden door het UWV, waarbij wordt beoordeeld of de bedrijfsarts de functionele mogelijkheden en beperkingen goed heeft ingeschat.
Rol en verantwoordelijkheid
van de psycholoog
A&O/A&G-psycholoog
van de werkgerelateerde psychische klachten en herstel van de cliënt. Mede als gevolg daarvan zou de cliënt weer in staat zijn om het werk (gedeeltelijk) te hervatten. In de setting van de GGZ wordt werkhervatting echter niet altijd expliciet als doel in het behandelplan opgenomen. Psychologen die zijn geregistreerd als Arbeid & Organisatiepsycholoog NIP (A&O) en/of als Psycholoog Arbeid & Gezondheid NIP (A&G) hebben een specifieke deskundigheid, vakbekwaamheid en ervaring op het gebied van het welzijn en de psychische gezondheid binnen arbeidssituaties. Zij bieden zorg gericht op het welbevinden op het werk: motivatie, vitaliteit, effectiviteit, productiviteit en werkplezier. Hoewel de klachten waarmee cliënten binnenkomen vaak overeenkomen met die in de reguliere basis-ggz kunnen worden behandeld, is het perspectief van de A&O/A&G-psycholoog specifiek gericht op herstel en re-integratie naar de werksituatie.
Vertrouwensrelatie
Voor de psycholoog is, net als voor de bedrijfsarts, het beroepsgeheim leidend als het gaat om het verstrekken of uitwisselen van gegevens aan derden. De grondslag daarvan is immers de vertrouwensrelatie tussen hulpverlener en cliënt. Dit brengt voor de psycholoog mee dat gegevensuitwisseling uitsluitend met in vrijheid gegeven gerichte toestemming van de cliënt kan plaatsvinden. Ook moet de cliënt vooraf toestemming aan de bedrijfsarts hebben gegeven om contact op te nemen met de psycholoog. Het is belangrijk om dit even te checken. Vervolgens verstrek je als psycholoog alleen informatie voor zover die noodzakelijk is voor het beantwoorden van de specifieke vraagstelling door de bedrijfsarts (artikel 81 Beroepscode NIP). Dit volgt voor de psycholoog ook uit de Wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg (hoofdstuk 3). Overigens houdt de toestemming van de cliënt geen verplichting voor de psycholoog in, deze behoudt de eigen professionele verantwoordelijkheid om bepaalde afwegingen te maken. In deze context worden cliënten door de bedrijfsarts naar hen verwezen, of melden cliënten zich op eigen initiatief, met het oog op bijvoorbeeld de aanpak van werkgerelateerde psychische klachten, verzuimbegeleiding en re-integratie. Samenwerking en afstemming van de begeleiding of behandeling tussen bedrijfsarts en psycholoog vraagt om de uitwisseling van de daarvoor noodzakelijke gegevens. Het doel is om toe te werken naar herstel en re-integratie en werkhervatting van de cliënt.
Behandelend psycholoog
in de GGZ Cliënten kunnen door de bedrijfsarts of huisarts ook worden verwezen naar een behandelend psycholoog in de GGZ. Ook in deze context kan de behandelend psycholoog door de bedrijfsarts worden benaderd voor informatie over de voortgang van de behandeling of begeleiding en de mogelijkheden voor herstel en re-integratie. De behandelend psycholoog werkt samen met de cliënt aan een behandeldoel dat gericht is op vermindering De geheimhoudingsplicht is niet alleen een kwestie van de bescherming van de privacy van de cliënt maar ook van groot belang voor de onbelemmerde toegang tot de zorg. De geheimhoudingsplicht dient immers ook een methodisch belang: wanneer de cliënt zich vrij en veilig voelt om open te zijn, bevordert dit de begeleiding of behandeling. Ook dat is in het belang van herstel en re-integratie.
Knelpunten
In de praktijk van zowel psychologen als bedrijfsartsen worden soms knelpunten ervaren als het gaat om informatie-uitwisseling. Bedrijfsartsen signaleren dat sommige behandelend psychologen in de ggz van het standpunt uitgaan dat het verstrekken van gegevens over de behandeling aan de bedrijfsarts niet in het belang van de cliënt zou zijn en mogelijk ook de vertrouwensrelatie met de cliënt zou kunnen schaden. Dit omdat de door de bedrijfsarts gevraagde informatie meeweegt in de beoordeling door de bedrijfsarts en het door psycholoog en cliënt vaak niet te voorzien is welke concrete gevolgen daaraan worden verbonden. Dit werkt door in de vertrouwensrelatie met de cliënt en heeft tot gevolg dat sommige psychologen terughoudend zijn in het verstrekken van informatie aan de bedrijfsarts. Omgekeerd geven psychologen aan zich wel eens onder druk te voelen gezet door de bedrijfsarts om bepaalde informatie te verstrekken of om een oordeel te geven over de belastbaarheid en arbeidsgeschiktheid van de cliënt. Een dergelijk oordeel verdraagt zich vaak niet met het doel van de behandeling en de rol van de behandelaar. Hoe het ook zij, de soms over en weer ervaren knelpunten kunnen een belemmering vormen voor gezamenlijke inspanning van psycholoog en bedrijfsarts voor het herstel van de cliënt.
Informatie-uitwisseling tussen
psycholoog en bedrijfsarts Een werknemer die verzuimt vanwege psychische klachten wordt door de bedrijfsarts begeleid. De bedrijfsarts kan deze ook, met toestemming van de cliënt, doorverwijzen voor begeleiding of behandeling naar een psycholoog. Vanaf het moment dat de cliënt zich bij de psycholoog meldt, dient de psycholoog zich aan de eisen van de Beroepscode voor psychologen en wettelijke regels (WGBO) te houden die van toepassing zijn op de professionele (behandel)relatie met de cliënt. In het belang van de begeleiding of behandeling kan dan ook de informatie-uitwisseling met de bedrijfsarts plaatsvinden. De bedrijfsarts blijft medisch eindverantwoordelijk voor het medisch verzuim - en begeleidingsproces, zoals is verankerd in de Wet verbetering poortwachter. De bedrijfsarts is niet verantwoordelijk voor de behandeling, maar wel belast met het monitoren van ingezette interventies. De behandelend psycholoog kan op basis van diens deskundigheid de bedrijfsarts wel een toelichting geven over hoe bepaalde werkgerelateerde psychische klachten kunnen ontstaan en hoe deze in het algemeen kunnen worden aangepakt.
De manier van gegevens-
verstrekking Een ‘verzoek om informatie‘ van de bedrijfsarts is, net als bij een verzoek van een andere derde, in feite een (te) algemeen en (te) ruim gestelde vraag. Vooral wanneer dit verzoek telefonisch wordt gedaan, kan de psycholoog zich overvallen voelen en bestaat er een risico dat de psycholoog toch meer informatie geeft dan achteraf noodzakelijk was voor de beantwoording van de vragen van de bedrijfsarts. De Beroepscode van het NIP stelt als vereiste dat de psycholoog de gerichte toestemming van de cliënt vraagt om gegevens aan een derde, zoals in dit geval de bedrijfsarts, te verstrekken (artikel 81). ‘Gerichte’ wil zeggen dat de psycholoog de cliënt vooraf informeert over welke precieze gegevens het gaat en aan wie en met welk doel deze worden verstrekt. Ook is van groot belang dat de psycholoog de informatie beperkt tot de gegevens die relevant en noodzakelijk zijn voor de specifieke vraagstelling van de bedrijfsarts, het doel daarvan moet ook duidelijk zijn. De psycholoog biedt de cliënt de gelegenheid om de bedoelde gegevens vooraf in te zien. In de eerdergenoemde Wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg worden de zorgvuldigheidseisen voor het vragen van toestemming nader toegelicht.
Welke gegevens?
Bij het verstrekken van informatie aan de bedrijfsarts is het beroepsethisch van groot belang dat de psycholoog zich beperkt tot diens rol van behandelaar en niet, bedoeld of onbedoeld, de ‘pet’ van beoordelaar op zet. De behandelend psycholoog geeft dus geen beoordeling over de vraag of de cliënt weer in staat is om diens werk (gedeeltelijk) te hervatten. Deze beoordeling behoort tot de rol en de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts en levert voor de behandelend psycholoog het risico op van rolvermenging. Een dergelijke vermenging van professionele rollen kan moeilijkheden opleveren en negatieve gevolgen hebben voor de vertrouwensrelatie (artikel 50 Beroepscode NIP) Om die reden is van groot belang dat psychologen zich beperken tot feitelijke (behandel)gegevens en geen waardeoordeel geven. Wanneer een bepaalde beoordeling noodzakelijk is, dan kan eventueel nader onderzoek worden gedaan door een onafhankelijke deskundige die niet de behandelend psycholoog is. Het advies luidt om bij telefonisch contact met de bedrijfsarts aan hem/haar het verzoek te doen om bepaalde concrete vragen schriftelijk of per e-mail toe te sturen. Dit geeft de psycholoog de tijd om het dossier erbij te pakken en daarover na te denken. Vervolgens neemt de psycholoog contact op met de cliënt om te bespreken van welke gegevens het noodzakelijk is om de bedrijfsarts erover te informeren. Het verdient aanbeveling om bij de intake de cliënt te informeren over deze werkwijze als het gaat om de (eventuele) communicatie en afstemming met de bedrijfsarts.
Betekenis van prognose
De soms door de bedrijfsarts gestelde vraag naar de prognose van de cliënt levert voor psychologen vaak onduidelijkheid op over de precieze betekenis daarvan. Het meest effectief is om de bedrijfsarts hierover om een nadere toelichting te vragen, om vervolgens te kunnen beoordelen of het verantwoord is om deze vraag als behandelend psycholoog te beantwoorden.
Op welk moment?
Op basis van wetgeving kunnen zich een aantal momenten voordoen waarop de bedrijfsarts bepaalde gegevens nodig heeft van de psycholoog. Wanneer de cliënt zes weken ziek is moet de bedrijfsarts of arbodienst op grond van de Wet verbetering poortwachter een probleemanalyse maken. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij denkt het werk weer denkt te kunnen hervatten. Binnen acht weken na de ziekmelding of uiterlijk twee weken na de probleemanalyse stelt de werkgever in overleg met de werknemer een Plan van Aanpak (PvA) op waarin opgenomen is wat beiden gaan doen om de werknemer in staat te stellen om zodanig te herstellen dat deze weer (gedeeltelijk) het werk kan hervatten. Hoe langer het verzuim duurt, des te groter de kans is dat de bedrijfsarts contact opneemt met de psycholoog om bepaalde informatie over het herstel op te vragen. Op dat moment is de behandeling of begeleiding van de cliënt mogelijk nog niet afgerond. In de praktijk houdt deze vraag vaak in een prognose ten aanzien van het herstel of het functioneren van de cliënt. Als behandelend psycholoog kun je dit vertalen in bijvoorbeeld een geconstateerde vermindering van de klachten, het beloop van de begeleiding of de eventueel nog aanwezige beperkingen in de psychische belastbaarheid of stressbestendigheid van de cliënt. Een prognose met betrekking tot de concrete werksituatie, re-integratie of de feitelijke start van de werkhervatting van de cliënt valt echter buiten de beoordeling en deskundigheid van de behandelend psycholoog. Dit zou een beroepsethisch ongeoorloofde vorm van rolvermenging van de psycholoog betekenen.
Tip voor de psycholoog
Benut zo mogelijk ook het moment van evaluatie of afronding van de begeleiding of behandeling om de voor de bedrijfsarts bedoelde informatie of antwoorden op vragen met de cliënt te bespreken en daarvoor toestemming te vragen. Een aantekening van de mondelinge toestemming in het dossier is daarvoor voldoende. Dat scheelt tijd en het eventuele wachten op een schriftelijke reactie van de cliënt. Dat laatste mag natuurlijk wel, maar is niet verplicht; een handtekening van de cliënt is dat ook niet.
Diagnostisch onderzoek naar
de psychische belastbaarheid Psychologen voeren ook regelmatig diagnostische onderzoeken naar de psychische belastbaarheid van cliënten uit in opdracht van een derde, zoals bijvoorbeeld een externe opdrachtgever als het UWV of de gemeente. Het uitvoeren van een dergelijke opdracht valt buiten de context van begeleiding of behandeling. De rolintegriteit van de psycholoog brengt mee dat het niet verantwoord is dat dit onderzoek zou worden uitgevoerd door de psycholoog die ook betrokken is bij de begeleiding of behandeling van de cliënt. Op grond van artikel 14 van de Arbeidsomstandighedenwet heeft de cliënt niet het recht om de rapportage, in ieder geval niet de conclusies en advies, op basis van het diagnostisch onderzoek aan de externe opdrachtgever te blokkeren. Dit recht is op grond van deze wet uitgesloten. De psycholoog informeert de cliënt hierover schriftelijk voorafgaand aan het onderzoek (artikel 95 Beroepscode NIP). Dit is om te voorkomen dat de afronding van het onderzoek en de rapportage aan de externe opdrachtgever stagneert. Het vooraf informeren van de cliënt is van belang zodat deze op de hoogte is van waar hij aan toe is met betrekking tot het blokkeringsrecht en de mogelijkheid heeft om (alsnog) niet aan het onderzoek mee te werken of de medewerking in te trekken. Meer informatie is te vinden in de Wegwijzer wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg (hoofdstuk 8).
Relevante literatuur
Beroepscode voor psychologen 2024 — NIP Richtlijn voor psychologen 2024 — NIP Wegwijzer Wet- en regelgeving voor psychologen in de gezondheidszorg — NIP Factsheet psychologen Arbeid en Gezondheid voor Bedrijfsartsen — NIP Richtlijn omgaan met medische gegevens 2024 — KNMG Leidraad bedrijfsarts en privacy — NVAB, OVAL Richtlijn psychische problemen — NVAB Deze werkwijzer is een uitgave van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Bij vragen kun je contact opnemen met het NIP via [email protected] en met de NVAB via [email protected]
Heb je een vraag over deze richtlijn?
Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.
Stel je vraag