Factsheet hypofyseaandoeningen
Factsheet over hypofyseaandoeningen voor bedrijfs- en verzekeringsartsen, met informatie over etiologie, behandeling, hormonale suppletie en gevolgen voor arbeidsparticipatie.
Etiologie
Hypofyseaandoeningen zijn zeldzaam. De meest voorkomende hypofyseaandoening is een hy pofyseadenoom1. Vaak is een hypofyseadenoom niet-functionerend. Echter, het adenoom kan ook een overschot aan hormonen produceren, zoals prolactine (prolactinoom), groeihormoon (acrome galie) of adrenocorticotroop hormoon (ACTH, ziek te van Cushing). Andere aandoeningen van de hypofyse zijn hypofy sitis (meestal auto-immuun gemedieerd of als com plicatie van oncologische immunotherapie), infarct of bloeding van de hypofyse (syndroom van Shee han, apoplexie) etc. (zie ook www.hypofyse.nl/aan doeningen/). De hypofyseaandoening en de behan deling hiervan kan leiden tot hypofyseuitval waarbij één of meerdere hormonale assen uitvallen: (pan) hypopituïtarisme. minderde energie en belastbaarheid, stemmings schommelingen en stressgevoeligheid veel voorko mend zijn. Een overschot aan hypofysehormonen gaat even eens gepaard met specifieke klachten, zoals tepel vloed en hypogonadisme bij een prolactinoom; moeheid, overmatig transpireren, hoofdpijn, ge wrichtsklachten, stemmingsklachten en verande ring van uiterlijk bij acromegalie en gewichtstoe name, spier- en huidatrofie bij het syndroom van Cushing (zie factsheet Cushing voor meer infor matie).2-4 Bij zowel hormonaal uitval als hormona le overproductie komen frequent psychische en cognitieve klachten voor zoals stemmingsproble matiek, emotionele instabiliteit, verhoogde gevoe ligheid voor prikkels en concentratie- en geheugen stoornissen5-6. Het is niet ongebruikelijk dat deze persisteren of in elk geval lang voortduren, nadat behandeling is ingesteld.
Symptomen
De symptomen van een hypofyseaandoening wor den meestal veroorzaakt door massawerking of door hormonale ontregeling. Een grote laesie in de hypofyse kan leiden tot visusproblemen door compressie van het chiasma opticum of compres sie van de hersenzenuwen in de sinus cavernosus. Daarnaast kan de ruimte innemende werking hoofdpijn veroorzaken. De hormonale ontregeling kan bestaan uit een tekort of juist overschot aan hypofysehormonen. Een tekort aan hypofysehor monen kan leiden tot een bijnierschorsinsufficiën tie (zie factsheet bijnierschorsinsufficiëntie voor meer informatie), hypothyreoïdie, hypogonadis me, groeihormoondeficiëntie en een diabetes in sipidus. Elk type hormoonuitval gaat gepaard met specifieke klachten, zoals moeheid, kouwelijkheid en gewichtstoename bij hypothyreoïdie, moeheid, spierkrachtsverlies, stemmingsklachten en apathie bij hypogonadisme en dorst en polyurie bij diabetes insipidus. Gecombineerde uitval kan ook leiden tot aspecifieke klachten, waarbij vermoeidheid, ver
Behandeling
De behandeling is per type aandoening verschillend en kan bestaan uit een hypofyseoperatie, radiothe rapie van de hypofyse, medicamenteuze behande ling of uit hormoonsuppletie. Vaak is er een gecom bineerde behandeling nodig, al in eerste instantie of indien er een recidief ontstaat. Patiënten zijn dus meestal levenslang onder controle van een endo crinoloog. Hormonaal uitval is meestal permanent en wordt behandeld met hormonale suppletie. De dosering van de hormonale substitutie is per patiënt ver schillend. Het kost enige tijd (maanden - jaren) om het optimale doseringsschema voor een patiënt te vinden. Ondanks optimaal ingestelde supple tiebehandeling houdt een deel van de patiënten restklachten en symptomen, zoals die hierboven zijn genoemd.5-6 Hypopituïtarisme is een chroni sche aandoening, waarbij patiënten levenslang af hankelijk blijven van dagelijkse medicatie-inname (meestal 3 maal daags), periodiek medische controle noodzakelijk is en een aandoening die li festyle aanpassingen vergt (stressinstructie, aan passing arbeidsbelasting). Vooral de behoefte aan bijnierhormoon en antidiuretisch hormoon (ADH) voor diabetes insipidus kunnen variabel zijn en moeten aangepast worden bij stress, ziekte en weersomstandigheden. Voor deze patiënten geldt vaak een leercurve om te leren omgaan met hor moonuitval. Het is dus belangrijk te realiseren dat patiënten een individueel veelal intensief medisch traject doorlo pen en dat het multidisciplinair behandelteam met verschillende medische aspecten rekening moet houden: visus, tumor, hormoonoverschot en uitval, en ook comorbiditeit veroorzaakt door hormoon overschot. Daarnaast is er regelmatig psychosociale begelei ding nodig en een vorm van revalidatie. goed te voorspellen welke patiënten restklachten blijven houden en welke patiënten geen beperkin gen ervaren van hun aandoening. Een Nederlandse studie uit 2018 laat zien dat 28% van de patiënten (18-65 jaar) na behandeling van een hypofysetu mor geen betaalde baan heeft, gemiddeld 11 jaar na het stellen van de diagnose. Met name de patiënten met de diagnose Cushing, acromegalie, (pan)hypopituïtarisme en na behan deling met radiotherapie hadden vaker geen werk7. Een deel van de patiënten heeft blijvend - en vaak in wisselende mate - last van specifieke belemme ringen. Dit betreft met name een beperkt cognitief en/of fysiek- uithoudingsvermogen, een verhoogde herstelbehoefte, een beperkte belastbaarheid en met name een beperkte duurbelastbaarheid. Bij neuropsychologisch onderzoek worden lang niet altijd cognitieve stoornissen geobjectiveerd op in dividueel vlak, terwijl groepsstudies wel afwijkin gen vaststellen. Onze ervaring is echter dat bij ar beidsdiagnostisch (duur)belastbaarheidsonderzoek in een praktijksetting, zoals dat door arbeidsrevali datiecentra plaatsvindt, de beperkingen ook bij het individu met klachten goed ‘zichtbaar’ worden. Het inzetten van arbeidsdiagnostisch (duur)belastbaar heidsonderzoek kan de patiënt helpen om meer zicht en grip te krijgen op de ervaren belemmerin gen en specifieke beperkingen en hoe daarmee om te gaan. Het kan ook handvatten bieden bij re-inte gratie en aanpassingen in de 4 A’s: arbeidsomstan digheden, arbeidsvoorwaarden, arbeidsinhoud en arbeidsverhoudingen.
Arbeidsparticipatie
Hoewel er grote verschillen tussen patiënten zijn, is het geen uitzondering dat patiënten problemen ervaren met arbeidsparticipatie7. Het behandeltra ject is vaak langdurig, zoals hierboven beschreven. Het herstel verloopt in verschillende fasen en kan jaren duren, waarbij er mogelijk ook persisterende klachten (zoals verminderde inspanningstolerantie en cognitieve stoornissen) aanwezig blijven na het bereiken van een stabiele hormonale situatie. Ondanks het zorgvuldig instellen van de optimale hormonale suppletie, blijft de kwaliteit van leven van patiënten met een hypofyseaandoening gemid deld lager dan die van de gezonde populatie.5 Dit geeft aan dat de complexe fysiologische hormonale secretie van de hypofyse niet perfect nagebootst kan worden met de huidige substitutiemogelijk heden. Studies laten zien dat patiënten met een adequaat behandeld hypopituïtarisme gemiddeld slechter scoren op gebied van zowel fysiek, sociaal als mentaal functioneren en op vitaliteit.5-6 Hierbij variëren de restklachten per patiënt enorm. Sommige patiënten ervaren weinig tot geen be perkingen in het dagelijks leven, terwijl andere patiënten ernstig geïnvalideerd worden door b.v. fysieke en mentale moeheid, geheugen- en concen tratiestoornissen en psychische klachten. Het is niet Aandachtspunten voor de bedrijfs-, verzekeringsarts - Hypofyseaandoeningen zijn zeldzame aandoeningen met een uiteenlopend klachtenpatroon die een specifiek op de patiënt toegepaste behandeling vereisen. - Een patiënt met hypopituïtarisme is levenslang afhankelijk van hormonale substitutie. - Na het stellen van de diagnose kost het tijd om het optimale doseringsschema voor een individuele patiënt te vinden. - De lange diagnostische delay en duur van het behandeltraject en de langdurige herstelperiode kunnen een periode van twee jaar ruim overschrijden. - De kwaliteit van leven van patiënten met een hypofyseaandoening is gemiddeld lager dan die van de gezonde populatie. Hierbij variëren de restklachten sterk per persoon. - Het is niet goed te voorspellen welke patiënten klachten blijven houden ondanks het zo optimaal mogelijk instellen van hormonale suppletie en welke patiënten geen beperkingen zullen ervaren van hun aandoening. - Het kan het zijn dat energielevels en mentaal functioneren fluctueren over de dag en verschillen per periode.
Referenties:
-
Jaffe Pituitary. 2006 Clinically non-functioning pituitary adenoma. doi: 10.1007/s11102-006-0412-9. 2. Melmed JCEM 2011. Diagnosis and treatment of hyperprolactinemia: an Endocrine Society clinical practice guideline. doi: 10.1210/jc.2010-1692. 3. Katznelson JCEM 2014. Acromegaly: an endocrine society clinical practice guideline. doi: 10.1210/jc.2014-2700.
-
Lacroix 2015 Lancet: Cushing’s syndrome,
doi: 10.1016/S0140-6736(14)61375-1 5. Andela 2015 Pituitary. Quality of life (QoL) impairments in patients with a pituitary adenoma: a systematic review of QoL studies. doi: 10.1007/s11102-015-0636-7. 6. Butterbrod J Neurosurg 2019. Cognitive functioning in patients with nonfunctioning pituitary adenoma before and after endoscopic endonasal transsphenoidal surgery doi: 10.3171/2019.5.JNS19595. 7. Lobatto 2018 Pituitary. Work disability and its determinants in patients with pituitary tumor-related disease. doi: 10.1007/s11102-018-0913-3. 8. Biermasz Best Pract Res Clin Endocrinol Metab 2019. The burden of disease for pituitary patients. doi: 10.1016/j.beem.2019.101309 Deze factsheet is tot stand gekomen in het kader van het project ‘Arbeidsparticipatie en chronisch ziek zijn’, een project dat mede tot stand is gekomen door sub sidie van ZonMw. Deze factsheet kan onderhevig zijn aan veranderingen of verbeteringen. Nieuwe versies worden geplaatst op de website van het project: www.werkwijzer.online Afstemming en overleg: In complexe situaties is schriftelijke informatie-uit wisseling of mondelinge afstemming tussen behan delaar en de begeleidende bedrijfsarts/verzeke ringsarts zinvol, uiteraard na toestemming van de patiënt/werkende.
Heb je een vraag over deze richtlijn?
Rechtswijs kan je helpen begrijpen hoe deze richtlijn van toepassing is op jouw situatie.
Stel je vraag