Art. 284 FW

Je kunt de rechtbank vragen om een afbetalingsregeling voor je schulden, als je niet meer kunt betalen.

Wat dit voor jou betekent

De wet zegt dat je een verzoek kunt doen bij de rechtbank als je kunt voorzien dat je je schulden niet meer kunt betalen. Dat mag ook als je al gestopt bent met betalen. Je doet dit met een geschreven verzoek dat je zelf ondertekent of dat iemand anders met jouw toestemming ondertekent. Als die andere persoon geen advocaat is, moet je een bewijs van die toestemming meesturen.

Wanneer kom je dit tegen?

  • Je hebt schulden en je ziet geen kans om ze nog te betalen. Je hebt al een tijd niets meer betaald en schuldeisers dreigen met incasso. Je bent getrouwd en wilt een schuldsanering aanvragen, maar je partner moet eerst akkoord gaan. De gemeente kan je helpen met het indienen van een verzoek.

Waar mensen op vastlopen

Een veelgemaakte fout is denken dat je alleen een verzoek kunt doen als je helemaal geen geld meer hebt. De wet zegt al dat het genoeg is als je redelijkerwijs kunt voorzien dat je niet meer kunt betalen. Ook al betaal je nu nog iets, je mag toch al een verzoek indienen. Maar onthoud: als je getrouwd bent, moet je partner meewerken. Zonder die medewerking wordt je verzoek niet behandeld, tenzij er geen gemeenschap van goederen is.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 1.279 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 2-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

2

Hij zal zich daartoe bij een door hem of een gevolmachtigde ondertekend verzoekschrift wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2 . Indien de gevolmachtigde niet als advocaat is ingeschreven, moet een geschrift waaruit de volmacht blijkt, bij het verzoekschrift worden overgelegd. Artikel 4, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing.

3

Een gehuwde schuldenaar of een schuldenaar die een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan het verzoek slechts doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk zijn geregistreerde partner, tenzij iedere gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten onderscheidenlijk de geregistreerde partners is uitgesloten.

4

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ten behoeve van een natuurlijke persoon ook worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente waar die persoon woon- of verblijfplaats heeft.

5

De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard op een bank als bedoeld in artikel 212g, onderdeel a , noch op een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 212oo , noch op een verzekeraar als bedoeld in artikel 213 . 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 2022 428 03-11-2022 13-10-2022 36105 04-11-2022

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • toegewezen 854 · 67%
  • afgewezen 359 · 28%
  • ongegrond 47 · 4%
  • niet-ontvankelijk 15 · 1%
  • gegrond 4 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 7 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Rechtbank Rotterdam 2-7-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een tijdelijk moratorium op ontruiming van een huurwoning voor een zelfstandige die financiële problemen ondervindt na een persoonlijke tragedie. De voorziening geldt zes maanden, onder voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden betaald via een schuldhulporganisatie.

ECLI:NL:RBROT:2026:8628
Rechtbank Rotterdam 2-7-2026 toegewezen

De rechtbank toekent een moratorium van zes maanden aan een oude vrouw met ernstige ziektes en taalbarrières, omdat zij nu voldoende garanties biedt voor het betalen van huur door middel van schuldhulpverlening en beschermingsbewind. Het verzoek tot schuldsanering wordt als niet-ontvankelijk afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8631
Rechtbank Rotterdam 2-7-2026 toegewezen

De rechtbank toekent een moratorium van zes maanden aan een oude vrouw met ernstige ziektes en taalbarrières, omdat zij nu voldoende garanties biedt voor het betalen van huur door middel van schuldhulpverlening en beschermingsbewind. Het verzoek tot schuldsanering wordt als niet-ontvankelijk afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8631
Rechtbank Rotterdam 2-7-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een tijdelijk moratorium op ontruiming van een huurwoning voor een zelfstandige die financiële problemen ondervindt na een persoonlijke tragedie. De voorziening geldt zes maanden, onder voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden betaald via een schuldhulporganisatie.

ECLI:NL:RBROT:2026:8628
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 afgewezen

Een moratoriumverzoek is afgewezen omdat de wet geen herhaling of verlenging boven de maximale termijn van zes maanden toestaat. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voorbereiding.

ECLI:NL:RBROT:2026:8644
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 afgewezen

Een moratoriumverzoek is afgewezen omdat de wet geen herhaling of verlenging boven de maximale termijn van zes maanden toestaat. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voorbereiding.

ECLI:NL:RBROT:2026:8644
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een ontruimingsvonnis te schorsen, zolang de huurtermijnen tijdig worden betaald. Het schuldhulpverleningstraject kan beginnen, maar het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8645
Gerechtshof Den Haag 25-6-2026 afgewezen

Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank dat een verzoek tot schuldsaneringsregeling (WSNP) is afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid dat de schuldenaar zich voldoende zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven en de verplichtingen van de regeling nakomt.

ECLI:NL:GHDHA:2026:2092
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een huurder te beschermen tegen ontruiming, omdat haar inkomen en subsidies voldoende zijn om de huur te betalen en zij actief is in een minnelijk schuldhulpverleningstraject. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt als niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI:NL:RBROT:2026:8638
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een ontruimingsvonnis te schorsen, zolang de huurtermijnen tijdig worden betaald. Het schuldhulpverleningstraject kan beginnen, maar het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8645
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 toegewezen

De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een huurder te beschermen tegen ontruiming, omdat haar inkomen en subsidies voldoende zijn om de huur te betalen en zij actief is in een minnelijk schuldhulpverleningstraject. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt als niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI:NL:RBROT:2026:8638
Rechtbank Rotterdam 25-6-2026 toegewezen

De rechtbank toewijst een voorlopige voorziening van zes maanden aan een huurder onder beschermingsbewind om ontruiming te voorkomen, mits de huur tijdig wordt betaald. Het schuldhulpverleningstraject is in de inventarisatiefase. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt tijdelijk afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8648

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 285 FW

samen in 619 uitspraken

Art. 287 FW

samen in 527 uitspraken

Art. 287b FW

samen in 510 uitspraken

Art. 288 FW

samen in 168 uitspraken

Art. 1 FW

samen in 127 uitspraken

Art. 3 FW

samen in 119 uitspraken

Art. 2 FW

samen in 92 uitspraken

Art. 287a FW

samen in 90 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.