Art. 287 FW
Als je een verzoek tot schuldsanering doet, regelt dit artikel hoe snel de rechtbank beslist, wat er bij ontbrekende gegevens gebeurt en of je een voorlopige voorziening kunt krijgen.
Wat dit voor jou betekent
De rechtbank moet zo snel mogelijk beslissen op jouw verzoek. Die beslissing komt in een vonnis. De schuldsanering gaat in op de dag dat de rechter dat heeft uitgesproken. Je hoeft dus niet te wachten op een later moment.
Als je bij je verzoek niet alle gegevens hebt ingeleverd die nodig zijn, geeft de rechtbank je eerst een kans. Je krijgt maximaal een maand om de ontbrekende gegevens te sturen. Lukt dat niet, dan verklaart de rechtbank je niet-ontvankelijk. Dat betekent dat je verzoek niet wordt behandeld. Doe je verzoek dus op tijd volledig.
In het vonnis benoemt de rechtbank een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De bewindvoerder moet goed zijn opgeleid en de juiste ervaring hebben. In dringende gevallen kan de rechtbank ook een voorlopige voorziening geven. Dit vraag je in je verzoek of in een apart verzoek. Zo'n voorziening kan bijvoorbeeld een tijdelijke stop zijn op een ontruiming of op andere maatregelen van schuldeisers. De rechter kijkt dan naar de belangen van alle partijen.
De rechtbank geeft de bewindvoerder ook de opdracht om jouw brieven en telegrammen te openen, voor maximaal dertien maanden. De bewindvoerder kan de rechter-commissaris vragen om die termijn te veranderen. Als niet jij maar de gemeente (burgemeester en wethouders) het verzoek heeft ingediend, moet de rechtbank jou eerst horen. Alleen niet als het gaat om een voorlopige voorziening. Ook dan geldt dat de gemeente een maand de tijd krijgt om ontbrekende gegevens aan te vullen.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je wilt dat de rechter snel een beslissing neemt over jouw schuldsanering, omdat je anders je huis verliest.
- • Je hebt je aanvraag ingediend, maar je bent vergeten een belangrijk document mee te sturen. De rechtbank geeft je een maand om dat te regelen.
- • Je hebt een dreigende ontruiming of afsluiting van je energie en je wilt dat de rechter dit tijdelijk stopt met een voorlopige voorziening.
- • De gemeente heeft voor jou een verzoek ingediend, maar de rechter wil jou eerst horen voordat hij beslist.
- • Tijdens je schuldsanering ontvang je post, en de bewindvoerder mag jouw brieven openen.
Waar mensen op vastlopen
Een veelgemaakte fout is dat je denkt dat een voorlopige voorziening hetzelfde is als het toewijzen van je schuldsanering. De rechter kan je tijdelijk beschermen, bijvoorbeeld tegen ontruiming, maar toch later zeggen dat je verzoek tot schuldsanering niet mag doorgaan. Uit de rechtspraak blijkt dat een voorlopige voorziening vaak wordt gegeven om een schuldhulpverleningstraject te laten starten, terwijl het verzoek zelf niet-ontvankelijk wordt verklaard. Zo'n voorziening is dus geen garantie dat je uiteindelijk in de schuldsanering komt.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 720 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 2-7-2026.
Wat er in de wet staat
De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid , ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in artikel 285, tweede lid , hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.
Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechtbank benoemt een bewindvoerder die adequaat is opgeleid en over de voor zijn taken vereiste deskundigheid beschikt. Bij de aanstelling: a. houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de bewindvoerder; en b. hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die duidelijk, transparant en rechtvaardig zijn.
De rechtbank is in spoedeisende zaken bevoegd, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. De voorlopige voorziening wordt gevraagd in het verzoek of, indien dit al is ingediend, door indiening van een afzonderlijk verzoek daartoe. De artikelen 256 , 257 en 258 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Op hoger beroep zijn de artikelen 358 tot en met 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.
Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid , door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.
Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid , door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid , ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken. 2022 491 08-12-2022 23-11-2022 36040 2022 492 08-12-2022 05-12-2022 01-01-2023 Artikel IV van Stb. 2022/491 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- toegewezen 473 · 66%
- afgewezen 206 · 29%
- ongegrond 29 · 4%
- niet-ontvankelijk 11 · 2%
- gegrond 1 · 0%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 3 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
De rechtbank toekent een moratorium van zes maanden aan een oude vrouw met ernstige ziektes en taalbarrières, omdat zij nu voldoende garanties biedt voor het betalen van huur door middel van schuldhulpverlening en beschermingsbewind. Het verzoek tot schuldsanering wordt als niet-ontvankelijk afgewezen.
ECLI:NL:RBROT:2026:8631De rechtbank verleent een tijdelijk moratorium op ontruiming van een huurwoning voor een zelfstandige die financiële problemen ondervindt na een persoonlijke tragedie. De voorziening geldt zes maanden, onder voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden betaald via een schuldhulporganisatie.
ECLI:NL:RBROT:2026:8628Het verzoek om een voorlopige voorziening om executiemaatregelen te stoppen, wordt afgewezen omdat het belang van de schuldeiser zwaarder weegt dan dat van de schuldenaar. De woning moet worden verkocht, ook binnen de schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBLIM:2026:6577Het verzoek om een voorlopige voorziening om executiemaatregelen te stoppen, wordt afgewezen omdat het belang van de schuldeiser zwaarder weegt dan dat van de schuldenaar. De woning moet worden verkocht, ook binnen de schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBLIM:2026:6577De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een ontruimingsvonnis te schorsen, zolang de huurtermijnen tijdig worden betaald. Het schuldhulpverleningstraject kan beginnen, maar het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen.
ECLI:NL:RBROT:2026:8645De rechtbank verleent een tijdelijke voorziening van zes maanden om een ontruimingsvonnis te schorsen, zodat een schuldenaar met een PW-uitkering en toeslagen de huur kan blijven betalen. De voorziening is onder voorwaarde dat de huur tijdig wordt voldaan en is gericht op het doorlopen van een minnelijk schuldhulpverleningstraject via een beschermingsbewind.
ECLI:NL:RBROT:2026:8655De rechtbank toewijst een voorlopige voorziening van zes maanden aan een huurder onder beschermingsbewind om ontruiming te voorkomen, mits de huur tijdig wordt betaald. Het schuldhulpverleningstraject is in de inventarisatiefase. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt tijdelijk afgewezen.
ECLI:NL:RBROT:2026:8648De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een huurder te beschermen tegen ontruiming, omdat haar inkomen en subsidies voldoende zijn om de huur te betalen en zij actief is in een minnelijk schuldhulpverleningstraject. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt als niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RBROT:2026:8638De rechtbank verleent een voorlopige voorziening voor zes maanden om een ontruimingsvonnis te schorsen, mits de huurtermijnen tijdig worden betaald. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RBROT:2026:8650De rechtbank verleent een tijdelijke bescherming tegen ontruiming van een huurwoning voor een schuldenaar onder beschermingsbewind, met inachtneming van het belang van haar minderjarige kinderen, vooral bij een kind met autisme. De voorziening geldt zes maanden en is afhankelijk van tijdige huurbetaling en een verslag van schuldhulpverlening.
ECLI:NL:RBROT:2026:8753De rechtbank toewijst een voorlopige voorziening voor zes maanden om de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis te schorsen, onder voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden betaald. De verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard voor een schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBROT:2026:8748Een huurder die een eerder moratorium heeft geschonden en geen echte voortgang heeft geboekt in het schuldhulpverleningsproces, wordt afgewezen bij een nieuw verzoek voor een voorlopige voorziening. De rechtbank wijst het verzoek af vanwege gebrek aan aannemelijkheid van betaling en actieve medewerking.
ECLI:NL:RBROT:2026:7734Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 285 FW
samen in 561 uitspraken
Art. 284 FW
samen in 527 uitspraken
Art. 287b FW
samen in 517 uitspraken
Art. 4 FW
samen in 106 uitspraken
Art. 2 FW
samen in 105 uitspraken
Art. 288 FW
samen in 84 uitspraken
Art. 1 FW
samen in 66 uitspraken
Art. 3 FW
samen in 51 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.