Art. 292 FW
Je kunt binnen acht dagen in hoger beroep of cassatie gaan tegen sommige uitspraken over je schuldregeling, maar niet tegen alle.
Wat dit voor jou betekent
Dit artikel regelt wie tegen een uitspraak over een schuldregeling in beroep kan. Schuldeisers kunnen in hoger beroep als de rechter een bevel tot instemming met een schuldregeling toewijst. Jij als schuldenaar kunt in hoger beroep als de rechter jouw verzoek om de schuldsaneringsregeling afwijst. De termijn is acht dagen na de dag van de uitspraak.
Het hoger beroep start je door een verzoek in te dienen bij de griffie van het gerechtshof. De voorzitter bepaalt meteen een dag voor de behandeling. Die behandeling moet binnen twintig dagen na indiening plaatsvinden. De uitspraak volgt uiterlijk acht dagen na die behandeling. Tegen een beslissing om de schuldsaneringsregeling toe te passen, kan niemand verzet, hoger beroep of cassatie instellen. Er is één uitzondering, maar die staat in een ander artikel.
Na het hoger beroep kun je soms nog in cassatie bij de Hoge Raad. De schuldenaar kan in cassatie als het gerechtshof zijn verzoek afwijst. Schuldeisers kunnen in cassatie als het gerechtshof hun verzoek uit het eerste lid afwijst. Ook hiervoor geldt een termijn van acht dagen. Het verzoek voor cassatie moet je indienen bij de griffie van de Hoge Raad.
Als jouw verzoek in hoger beroep of cassatie wordt afgewezen, kan de rechter jou niet uit zichzelf failliet verklaren. Wordt de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier dat door aan de rechtbank. De rechtbank benoemt dan meteen een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je bent schuldenaar en de rechtbank wijst jouw verzoek om de schuldsaneringsregeling af.
- • Je bent schuldeiser en de rechtbank heeft jou verplicht om in te stemmen met een schuldregeling.
- • Je wilt binnen acht dagen na de uitspraak in hoger beroep gaan.
- • Je hebt in hoger beroep verloren en je wilt nog naar de Hoge Raad.
- • De rechter heeft de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep toegewezen.
Waar mensen op vastlopen
Het grootste misverstand is dat je tegen elke beslissing over je schulden in beroep kunt. Dat kan niet. Tegen een beslissing om de schuldsaneringsregeling toe te passen, is geen hoger beroep mogelijk. En de termijn is kort: acht dagen. Te laat indienen betekent dat je kans voorbij is.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 227 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 1-7-2026.
Wat er in de wet staat
Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in artikel 287a, eerste lid , kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld, onverminderd overeenkomstige toepassing van artikel 215a .
Tegen de uitspraak tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Wanneer het verzoek tevens een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid, wordt dit verzoek eveneens aan het gerechtshof voorgelegd.
Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoek. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoek ter zitting.
Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar bedoeld in de eerste zin van het derde lid, en indien van toepassing tevens het verzoek bedoeld in de tweede zin van het derde lid, door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.
Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid, door het gerechtshof is afgewezen, kunnen deze schuldeisers gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.
Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad.
Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. 2017 497 22-12-2017 13-12-2017 34729 2017 497 22-12-2017 13-12-2017 34729 23-12-2017
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- afgewezen 114 · 50%
- toegewezen 80 · 35%
- ongegrond 27 · 12%
- niet-ontvankelijk 4 · 2%
- gegrond 2 · 1%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 3 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
Een burger die eerder een schuldhulpverleningstraject heeft afgerond, wordt afgewezen bij haar verzoek tot dwangakkoord, omdat haar nieuwe schulden relatief snel na het eerdere traject zijn ontstaan. De rechtbank oordeelt dat het onredelijk is om Zorg en Zekerheid te dwingen tot akkoord. De burger blijft in aanmerking voor de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
ECLI:NL:RBDHA:2026:18851De rechtbank weigert een dwangakkoord op te leggen omdat de weigering van de schuldeisers niet onredelijk is, gezien hun aanzienlijke belang bij de schuldenlast. De burger blijft in aanmerking voor de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
ECLI:NL:RBDHA:2026:18879Een schuldenaar werd afgewezen bij zijn verzoek tot schuldsaneringsregeling omdat hij tweemaal niet verscheen bij de zitting, ondanks waarschuwingen en excuses over gezinsverantwoordelijkheden. De rechtbank zag hierin een schending van de inlichtingenplicht en geen aannemelijke intentie om de verplichtingen na te komen.
ECLI:NL:RBOVE:2026:3999Het verzoek tot dwangregeling is afgewezen omdat de aangeboden schuldregeling niet goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, door tegenstrijdige verklaringen van de verzoekers over hun vermogen, waaronder onroerend goed in Polen en contant geld. De rechtbank concludeert dat de schuldregeling niet het uiterste waartoe de verzoekers in staat zijn, waardoor de weigering van schuldeisers in redelijkheid was.
ECLI:NL:RBOBR:2026:507Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord is afgewezen omdat het voorstel niet voldoende onderbouwd was met actuele financiële gegevens en prognoses. De rechtbank constateerde dat het voorstel niet maximaal haalbaar was en dat de weigering van schuldeisers, die 72,2% van de schulden vormen, niet onredelijk was.
ECLI:NL:RBDHA:2026:1245De rechtbank weigert een dwangakkoord op te leggen omdat het aangeboden schuldregelingsvoorstel niet het maximaal haalbare is, vooral omdat de schuldenaar geen inkomsten heeft en niet aantoonbaar actief zoekt naar werk. De weigering van schuldeisers, met name de Belastingdienst, is redelijk. De schuldenaar kan later nog toegang vragen tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBDHA:2026:1467Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord is afgewezen omdat niet alle schuldeisers betrokken waren, de juiste schuldeiser niet duidelijk was en het voorstel niet het maximaal haalbare was. De burger kan nog verzoeken tot toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBDHA:2026:601Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat het voorstel niet het maximaal haalbare is en de verzoeker zich niet volledig heeft ingespannen door geen extra werk te zoeken. De rechtbank beslist dat de weigering van schuldeisers redelijk is, maar laat ruimte voor toegang tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBDHA:2025:24306De rechtbank weigert een dwangakkoord op te leggen omdat het nulaanbod van de verzoekster niet het maximale is wat zij financieel kan bieden, gezien haar inkomenssituatie en gebrek aan aantoonbare sollicitatie-inspanning zonder arbeidsongeschiktheid. De verzoekster blijft in aanmerking voor de wettelijke schuldsaneringsregeling.
ECLI:NL:RBDHA:2025:23793Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat het voorstel niet het maximaal haalbare is, gelet op de toekomstige werkgelegenheid en inkomen van de verzoeker. De rechtbank erkent dat de schuldeisers redelijkerwijs kunnen weigeren.
ECLI:NL:RBDHA:2025:22698Een hoger beroep tegen een afgewezen schuldsaneringsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift één dag te laat is ingediend, zonder verschoonbare reden. De strikte termijnregel geldt ook bij persoonlijke omstandigheden zoals vermoeidheid.
ECLI:NL:GHDHA:2025:2854Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord is afgewezen omdat het voorstel niet het maximaal haalbare was en geen duidelijkheid bestond over het hogere saldo op de beheerrekening. De rechtbank acht de weigering van schuldeisers redelijk en verwijst naar de Wettelijke Schuldsaneringsregeling als alternatief.
ECLI:NL:RBDHA:2025:18627Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 288 FW
samen in 234 uitspraken
Art. 3 FW
samen in 230 uitspraken
Art. 285 FW
samen in 153 uitspraken
Art. 1 FW
samen in 81 uitspraken
Art. 2 FW
samen in 73 uitspraken
Art. 9 FW
samen in 66 uitspraken
Art. 4 FW
samen in 61 uitspraken
Art. 287a FW
samen in 59 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.