Art. 7:625 BW

Als je werkgever je loon te laat betaalt, heb je recht op een extra bedrag bovenop het loon dat je nog krijgt.

Wat dit voor jou betekent

Dit artikel gaat over geld dat je werkgever je moet betalen als loon. Heeft hij dat geld niet uiterlijk op de derde werkdag na de dag dat het betaald moest worden? En komt dat door de werkgever? Dan krijg je een verhoging wegens vertraging. Deze verhoging is extra geld bovenop je loon.

De verhoging is niet voor elke dag hetzelfde. Voor de vierde tot en met de achtste werkdag krijg je 5 procent per dag. Daarna krijg je 1 procent per dag. Maar de verhoging kan nooit meer worden dan de helft van het bedrag dat je werkgever je nog moet betalen. Een rechter mag de verhoging ook lager maken als hij dat redelijk vindt.

Van dit artikel mag niet worden afgeweken in het nadeel van de werknemer. Dat betekent dat je werkgever geen lagere verhoging met je mag afspreken dan dit artikel geeft. Je kunt dus niet vooraf afstand doen van dit recht.

Wanneer kom je dit tegen?

  • • Je hebt recht op loon, maar je werkgever betaalt niet op de dag die in je contract staat. Je werkgever betaalt je loon pas veel later, zonder goede reden. Je krijgt maar een deel van je loon en de rest komt niet op tijd. Je werkgever zegt dat hij geld mag inhouden, maar doet dat verkeerd waardoor je loon te laat wordt betaald.

Waar mensen op vastlopen

Een misverstand is dat je automatisch 5 procent per dag krijgt over het hele bedrag. Dat klopt niet. De verhoging geldt pas na de derde werkdag, en na de achtste werkdag wordt het 1 procent per dag. Ook moet het te laat betalen de schuld van de werkgever zijn. En de rechter kan de verhoging verlagen als hij dat redelijk vindt.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 2.209 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 16-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

Voor zover het in geld vastgesteld loon of het gedeelte dat overblijft na aftrek van hetgeen door de werkgever overeenkomstig artikel 628 mag worden verrekend, en na aftrek van hetgeen waarop derden overeenkomstig artikel 633 rechten doen gelden, niet wordt voldaan uiterlijk de derde werkdag na die waarop ingevolge de artikelen 623 en 624 lid 1 de voldoening had moeten geschieden, heeft de werknemer, indien dit niet-voldoen aan de werkgever is toe te rekenen, aanspraak op een verhoging wegens vertraging. Deze verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor elke volgende werkdag een procent, met dien verstande dat de verhoging in geen geval de helft van het verschuldigde te boven zal gaan. Niettemin kan de rechter de verhoging beperken tot zodanig bedrag als hem met het oog op de omstandigheden billijk zal voorkomen.

2

Van dit artikel kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • toegewezen 1.674 · 76%
  • afgewezen 406 · 18%
  • ongegrond 81 · 4%
  • gegrond 33 · 1%
  • gedeeltelijk toegewezen 6 · 0%
  • aangehouden 2 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 87 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Rechtbank Amsterdam 16-7-2026 toegewezen

De werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, rente en verhoging, en tot verstrekking van ontbrekende loonstroken binnen 14 dagen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €2.500. De rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7475
Rechtbank Amsterdam 16-7-2026 toegewezen

De werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, rente en verhoging, en tot verstrekking van ontbrekende loonstroken binnen 14 dagen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €2.500. De rechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7475
Rechtbank Amsterdam 13-7-2026 afgewezen

De werknemer is niet ontvankelijk voor aanzegvergoeding vanwege vertraging in het indienen van het verzoek. Verder worden de verzoeken tot uitbetaling van vakantie- en overuren, vakantiegeld en wettelijke verhoging afgewezen vanwege ontoereikende onderbouwing en feitelijke afspraak. De proceskosten komen ten laste van de werknemer.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7682
Rechtbank Limburg 9-7-2026 toegewezen

De werkgever is verplicht tot loondoorbetaling van 95% van het maandloon gedurende de eerste 52 weken van ziekte, inschakeling van een bedrijfsarts binnen zeven dagen en ziekmelding bij het UWV, met dwangsom indien niet nagekomen. De vorderingen tegen andere partijen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang of inhoudelijke beoordeling.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6526
Rechtbank Limburg 8-7-2026 toegewezen

De vaststellingsovereenkomst tussen de bestuurder en de stichting is ongeldig vanwege onbevoegde vertegenwoordiging door de Raad van Toezicht. Desondanks moet de stichting achterstallig loon en IZZ-premies betalen voor december 2023 tot februari 2024. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%. De stichting is veroordeeld in proceskosten, terwijl de decharge aan de bestuurder geldig is en daarmee voor recht verklaard.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6328
Rechtbank Limburg 2-7-2026 toegewezen

De arbeidsovereenkomst is niet beëindigd door opheffing van het bedrijf, maar is door overgang van onderneming automatisch overgegaan op het nieuwe bedrijf. De werknemer heeft recht op loondoorbetaling en loonstroken, en de werkgever moet de kosten dragen.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6422
Rechtbank Rotterdam 1-7-2026 toegewezen

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, die de wettelijke bedenktermijn probeerde te omzeilen door twee vaststellingsovereenkomsten tegelijkertijd aan te bieden. De werkgever moet de transitievergoeding en een billijke vergoeding van €25.000,- betalen. De werknemer mag zijn verzoek intrekken binnen 10 dagen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8948
Rechtbank Den Haag 26-6-2026 afgewezen

Een concurrentie- en relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is ongeldig omdat de schriftelijke motivering onvoldoende is. De werkgever moest concreet aantonen welke zwaarwegende bedrijfsbelangen het beding rechtvaardigen, maar deed dat niet. De werknemer wint dus de zaak en krijgt loon en vakantiegeld plus rente en verhoging.

ECLI:NL:RBDHA:2026:19770
Rechtbank Gelderland 25-6-2026 toegewezen

De werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, niet-genoten vakantie-uren, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding na ontslag op staande voet wegens niet-betaling van loon. De rechter erkent de dringende reden en toont verstek. Reeds verrichte betaling wordt in mindering gebracht. Proceskosten gaan ten laste van de werkgever.

ECLI:NL:RBGEL:2026:5652
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-6-2026 afgewezen

De werknemer is te laat met het indienen van een verzoekschrift tegen een proeftijdontslag, waardoor de vervaltermijn is overschreden. Het gerechtshof bevestigt dat het ontslag rechtsgeldig was, ondanks gebruik van de groepsnaam 'TNP Groep'. Wedertewerkstelling en loonvergoeding worden afgewezen, evenals schadevergoeding wegens schending van goed werkgeverschap.

ECLI:NL:GHARL:2026:4096
Rechtbank Den Haag 19-6-2026 toegewezen

De rechter beslist dat de werkgever verplicht is om achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente te betalen, loonspecificaties te verstrekken en buitengerechtelijke kosten te vergoeden, omdat het arbeidsverband niet rechtsgeldig is beëindigd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

ECLI:NL:RBDHA:2026:18661
Rechtbank Limburg 17-6-2026 toegewezen

De rechtbank bevestigt dat de curator in een faillissement verplicht is om wettelijke rente en wettelijke verhoging over loon dat als boedelschuld is aangemerkt, te betalen. De verhoging heeft voorrang, de rente niet. De curator moet werknemers uit eigen beweging informeren over hun rechten.

ECLI:NL:RBLIM:2026:5772

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 6:119 BW

samen in 871 uitspraken

Art. 7:677 BW

samen in 487 uitspraken

Art. 7:681 BW

samen in 446 uitspraken

Art. 7:673 BW

samen in 445 uitspraken

Art. 7:686a BW

samen in 397 uitspraken

Art. 7:678 BW

samen in 354 uitspraken

Art. 7:669 BW

samen in 351 uitspraken

Art. 7:671 BW

samen in 340 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.