Art. 7:677 BW

Je kunt je contract onmiddellijk laten stoppen als er een dringende reden is, maar je moet die reden wel meteen aan de ander vertellen.

Wat dit voor jou betekent

Beide partijen, jij en je werkgever, mogen de arbeidsovereenkomst op staande voet opzeggen als er een dringende reden is. Je moet die reden dan wel direct aan de ander vertellen. Doe je dat niet, dan is de opzegging niet geldig. Dit staat in lid 1 van artikel 7:677.

Wanneer kom je dit tegen?

  • • Je werkgever ontslaat je op staande voet omdat je uren hebt geregistreerd die je niet hebt gewerkt. Je wordt ontslagen omdat je agressief was tegen de familie van je werkgever. Je bent arbeidsongeschikt maar doet toch ander werk, en je werkgever ontslaat je daarvoor. Je werkgever zegt je contract op voor bepaalde tijd op zonder dat er een dringende reden is. Jij als werkgever vangt een werknemer op diefstal en ontslaat hem op staande voet.

Waar mensen op vastlopen

Veel mensen denken dat een ontslag op staande voet altijd geldig is als er iets ernstigs is gebeurd. Maar de wet eist dat je onverwijld opzegt en de reden direct meldt. Als je te lang wacht of de reden niet duidelijk noemt, is de opzegging ongeldig. Ook is het misverstand dat je als werkgever altijd een vergoeding moet betalen bij ontslag op staande voet. Uit lid 2 blijkt dat juist de partij die door opzet of schuld de dringende reden heeft gegeven, een vergoeding moet betalen aan de ander.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 1.598 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 20-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

Ieder der partijen is bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij.

2

De partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.

3

De vergoeding, bedoeld in lid 2, is: a. in geval van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die tussentijds kan worden opgezegd, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren; b. in geval van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd.

4

De partij die een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, in strijd met lid 1 opzegt, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. De kantonrechter kan de vergoeding, bedoeld in dit lid, matigen indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, maar tot niet minder dan het in geld vastgestelde loon voor drie maanden. De werknemer kan de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen.

5

De kantonrechter kan de vergoeding, bedoeld in lid 2: a. matigen, indien hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, met dien verstande dat de vergoeding, bedoeld in lid 3, onderdeel a, ten minste gelijk is aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij toepassing van de opzegtermijn, bedoeld in artikel 672 , had behoren voort te duren; b. op een hoger bedrag stellen, indien de opzegging geschiedt door de werknemer en hem dit gelet op de omstandigheden billijk voorkomt.

6

Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat de kantonrechter de vergoeding, bedoeld in lid 4, op een hoger bedrag kan stellen ten laste van de werknemer, indien de werknemer een in die regeling aan te wijzen functie in een bedrijfstak uitoefende. Uitsluitend functies in een bedrijfstak die zijn aangewezen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 668a, lid 8 , kunnen worden aangewezen als een functie als bedoeld in de eerste zin.

7

Elk beding waarbij de bevoegdheid, bedoeld in lid 1 of in lid 4, laatste zin, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • toegewezen 1.013 · 63%
  • afgewezen 436 · 27%
  • ongegrond 109 · 7%
  • gegrond 36 · 2%
  • gedeeltelijk gegrond 2 · 0%
  • aangehouden 1 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 63 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-7-2026 toegewezen

Een zorgbegeleider wordt op staande voet ontslagen wegens structureel meer uren registreren dan gewerkt. Het gerechtshof bevestigt dat dit een dringende reden vormt, waardoor de werknemer geen vergoedingen ontvangt en moet terugbetalen wat al is uitgekeerd.

ECLI:NL:GHARL:2026:4717
Rechtbank Gelderland 17-7-2026 afgewezen

Het ontslag op staande voet van een werknemer wegens ernstige verbale agressie richting de familie van de werkgever is rechtsgeldig, omdat dit gedrag een dringende reden vormt. Hierdoor is de werknemer niet gerechtigd tot transitievergoeding of andere vergoedingen. De arbeidsomvang wordt bevestigd op 103,3 uur per maand.

ECLI:NL:RBGEL:2026:5817
Rechtbank Rotterdam 16-7-2026 toegewezen

Het ontslag op staande voet is ongeldig omdat de werkgever te lang heeft gewacht met het onderzoek en het proces niet voortvarend is aangepakt. De werknemer krijgt een billijke vergoeding, transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en incassokosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

ECLI:NL:RBROT:2026:8587
Rechtbank Rotterdam 16-7-2026 afgewezen

Een masseur is terecht ontslagen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens behandelingen van meerdere klanten. Het ontslag is geldig vanwege een dringende reden. Hij is aansprakelijk voor imago- en omzetschade van de werkgever, waarvoor een schadestaatprocedure wordt ingesteld. Geen transitievergoeding, geen loondoorbetaling. De werkgever krijgt de begrote proceskosten.

ECLI:NL:RBROT:2026:8643
Rechtbank Rotterdam 15-7-2026 ongegrond

Een werknemer wordt op staande voet ontslagen wegens systematisch overschrijven van gewerkte uren in de urenregistratie. De rechter bevestigt het ontslag omdat het gedrag ernstig verwijtbaar is en een dringende reden vormt. De werknemer moet de proceskosten betalen en krijgt geen transitievergoeding.

ECLI:NL:RBROT:2026:8985
Rechtbank Den Haag 7-7-2026 toegewezen

Een werknemer wordt ontslagen op staande voet wegens vermeende onvoldoende werkuren, gebaseerd op heimelijk onderzoek naar in- en uitlogtijden. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag onrechtmatig is, omdat er geen dringende reden was, het onderzoek in strijd was met de AVG en hoor en wederhoor miste. De werknemer ontvangt vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding, billijke vergoeding, vakantiedagen en vakantietoeslag.

ECLI:NL:RBDHA:2026:18633
Rechtbank Noord-Holland 7-7-2026 afgewezen

Een werknemer die arbeidsongeschikt is, werd op staande voet ontslagen omdat zij nevenwerkzaamheden verrichtte terwijl zij had aangegeven niet in staat te zijn tot werken. Het ontslag is rechtsgeldig, omdat de feiten voldoende onderbouwd zijn en er sprake is van een dringende reden. De werkgever krijgt recht op schadevergoeding.

ECLI:NL:RBNHO:2026:9016
Rechtbank Rotterdam 3-7-2026 toegewezen

Het ontslag op staande voet van een werknemer wegens het onbevoegd gebruiken van collega-telefoonnummers en het ongevraagd versturen van seksueel materiaal werd als onrechtmatig beoordeeld. De kantonrechter toekende vergoedingen voor transitie, schade en een billijke vergoeding, maar wees het tegenverzoek tot terugbetaling van opleidingskosten af.

ECLI:NL:RBROT:2026:7660
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2-7-2026 afgewezen

Een buschauffeur die hardnekkig weigerde op een bepaald type waterstofbus te rijden, werd op staande voet ontslagen. Het gerechtshof bevestigt dit ontslag, omdat de weigering een ernstig verwijtbaar handelen vormt dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 7:678 BW. De werkgever heeft voldoende gesprekken en sancties gevoerd, en de opdracht was redelijk. De chauffeur had geen recht op uitzondering vanwege zijn ervaring of leeftijd.

ECLI:NL:GHARL:2026:4302
Rechtbank Amsterdam 1-7-2026 toegewezen

Het ontslag op staande voet van een werknemer is niet rechtsgeldig omdat de werkgever de dringende reden niet voldoende onderbouwde. De werknemer krijgt toewijzing van transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en terugbetaling van onterecht ingehouden loon, maar geen billijke vergoeding. De werkgever moet een duidelijke salarisspecificatie verstrekken.

ECLI:NL:RBAMS:2026:6791
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-6-2026 ongegrond

Een muskusrattenvanger wordt ontslagen op staande voet wegens vermeende urenfraude, maar het gerecht stelt dat dit geen voldoende dringende reden is. De black box werd onjuist gebruikt als prikklok, en het verschil in uren is niet bewezen als fraude. Er is geen onverwijldheid, geen waarschuwing, en te weinig rekening gehouden met medische beperkingen. Het ontslag wordt ongegrond verklaard en een verbetertraject wordt aanbevolen.

ECLI:NL:GHARL:2026:4034
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-6-2026 toegewezen

Het gerechtshof bepaalt dat een ontslag op staande voet terecht was wegens ongeoorloofde nevenwerkzaamheden zonder toestemming en gebrek aan transparantie. De arbeidsovereenkomst eindigt op de datum van de beschikking, onder voorbehoud dat de overeenkomst nog bestaat. Het tweede ontslag op staande voet is niet beoordeeld, maar beïnvloedt de geldigheid van de eerste. De werkgever mag geen loon vergoeding claimen.

ECLI:NL:GHARL:2026:3919

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 7:678 BW

samen in 950 uitspraken

Art. 7:681 BW

samen in 703 uitspraken

Art. 7:673 BW

samen in 615 uitspraken

Art. 7:671 BW

samen in 508 uitspraken

Art. 7:686a BW

samen in 506 uitspraken

Art. 7:625 BW

samen in 487 uitspraken

Art. 7:672 BW

samen in 451 uitspraken

Art. 6:119 BW

samen in 375 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.