Art. 31 PW
Jouw bezit en inkomen tellen mee voor de bijstand, maar sommige inkomsten en giften zijn vrijgesteld.
Wat dit voor jou betekent
Alles waarover jij of je gezin beschikt of redelijkerwijs kunt beschikken, telt mee als middel. Ook geld dat iemand anders voor jouw levensonderhoud ontvangt, telt mee. Zelfs de heffingskorting die voor jou geldt, hoort bij je middelen. Het maakt niet uit of je het geld al hebt of dat je het nog kunt krijgen.
De wet noemt veel uitzonderingen. Zo tellen kinderbijslag, de jonggehandicaptenkorting en sommige tegemoetkomingen niet mee. Giften tot een bepaald bedrag per jaar tellen ook niet mee. Een deel van je inkomsten uit arbeid telt niet mee, maar alleen als je algemene bijstand ontvangt en het bijdraagt aan je arbeidsinschakeling. De bedragen en voorwaarden staan in de wet.
Van de middelen die meetellen, mag je eerst bepaalde kosten aftrekken. Denk aan belasting, premies volksverzekeringen en verplichte pensioenbijdragen. Ook andere verplichte inhoudingen mag je aftrekken. Pas wat overblijft, is je middel.
Voor jongeren onder 27 jaar gelden sommige uitzonderingen niet. Verder hoef je niet op verzoek van het college je pensioen eerder te laten ingaan of je lijfrente op te nemen. Dat wordt niet gezien als 'redelijkerwijs kunnen beschikken'.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je ontvangt bijstand en je krijgt een belastingteruggave. Die telt mee als middel.
- • Je krijgt kinderbijslag voor je kinderen. Die telt niet mee.
- • Je hebt een bijbaan naast je bijstand. Een deel van dat loon telt niet mee.
- • Je krijgt een gift van je familie. Tot een bepaald bedrag telt die niet mee.
- • Je ex-partner betaalt soms boodschappen voor je. Dat moet je melden, want het telt mee.
Waar mensen op vastlopen
Veel mensen denken dat geld dat ze van anderen krijgen niet hun inkomen is. Maar de wet telt geld dat iemand voor jouw levensonderhoud ontvangt wel mee. Ook denken mensen dat alle uitzonderingen automatisch gelden. Vaak moet het college eerst beoordelen of iets bijdraagt aan je arbeidsinschakeling. Je moet alle inkomsten en giften melden, anders kan de gemeente later bijstand terugvorderen.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 1.608 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 14-7-2026.
Wat er in de wet staat
Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 .
Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend: a. de middelen die deze ontvangt ten behoeve van het levensonderhoud van een niet in de bijstand begrepen persoon; b. kinderbijslag ontvangen ten behoeve van zijn in of buiten Nederland woonachtige kinderen; c. de jonggehandicaptenkorting; d. tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ; e. eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage ontvangen op grond van de Wet bevordering eigenwoningbezit ; f. vergoedingen en tegemoetkomingen voor, alsmede de vermindering of teruggave van, loonbelasting of inkomstenbelasting en van premies volksverzekeringen op grond van kosten die niet tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend; g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 , tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend; h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen; i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c , niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden; j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 3.398,00 [Red: per 1 juli 2026: € 3.446,00] per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per persoon; l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m. giften, voor zover de som van deze giften en de bijdragen, bedoeld in artikel 18, achtste lid , niet meer bedraagt dan € 1.200,00 per kalenderjaar; n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 285,00 [Red: per 1 juli 2026: € 289,00] per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling; o. de eenmalige energietoeslag, bedoeld in artikel 35, vierde lid of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78ee, tweede lid ; p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet ; q. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ; r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 177,66 [Red: per 1 juli 2026: € 180,17] per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en onderdeel y, z of aa niet van toepassing is, ingeval: 1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar, 2°. de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en 3°. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; s. giften, voor zover zij niet op grond van onderdeel m van de middelen zijn uitgezonderd, en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade, voor zover deze giften en vergoedingen naar het oordeel van het college in het individuele geval en uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; t. tegemoetkomingen op grond van artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 als blijk van waardering ontvangt; v. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voor zover deze uitkering op grond van artikel 20, derde lid, reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijstand; w. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 78gg ; x. [Red: vervallen;] y. inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 [Red: per 1 juli 2026: € 182,73] per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n van toepassing is; z. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 [Red: per 1 juli 2026: € 182,73] per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel y van toepassing is; aa. inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 [Red: per 1 juli 2026: € 182,73] per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in onderdeel z, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht.
De middelen worden in aanmerking genomen tot het bedrag dat resteert na aftrek van: a. de daarover door de belanghebbende verschuldigde loonbelasting of inkomstenbelasting; b. de daarover door de belanghebbende verschuldigde premies volksverzekeringen dan wel een inhouding die met een of meer van deze premies overeenkomt alsmede de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet ; c. ten laste van de belanghebbende komende verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling en daarmee vergelijkbare regelingen; d. andere ten laste van de belanghebbende komende verplichte inhoudingen.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen.
Het tweede lid, onderdelen c, j, k, n en r, zijn niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar, met dien verstande dat onderdeel j wel van toepassing is als het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan het op verzoek van het college: a. indienen door de belanghebbende van een aanvraag tot vervroeging van de ingangsdatum van een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling , zolang de belanghebbende nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; of b. benutten van de mogelijkheid om te beschikken over de waarde van een lijfrente overeenkomstig artikel 15, tweede lid, onderdeel b , alsmede om te beschikken over een waardetoename van die lijfrente.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- ongegrond 636 · 40%
- toegewezen 500 · 31%
- gegrond 322 · 20%
- afgewezen 146 · 9%
- gedeeltelijk gegrond 2 · 0%
- gedeeltelijk toegewezen 1 · 0%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 6 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
Een burger die bijstand ontvangt, moet alle feiten melden die invloed kunnen hebben op haar recht op bijstand. Door niet te melden dat haar ex-partner jarenlang boodschappen betaalde, heeft zij de inlichtingenverplichting geschonden. De gemeente herziet de bijstand en vordert terug. Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de argumentatie een herhaling is en geen nieuwe motivering biedt.
ECLI:NL:CRVB:2026:917De burger krijgt (deels) gelijk omdat het bestreden besluit onvoldoende motiverend is, vooral voor de periode november 2022 tot november 2023. De gemeente moet nader beoordelen of er nog recht op bijstand bestond en hoeveel moet worden teruggevorderd. De tussenuitspraak geeft de gemeente een termijn om het gebrek te herstellen.
ECLI:NL:RBOVE:2026:3981De burger krijgt (deels) gelijk omdat het bestreden besluit onvoldoende motiverend was en geen adequaat balanslegging van belangen heeft gemaakt. De gemeente moet de gebreken herstellen, waaronder een nieuwe beoordeling van het recht op bijstand en een herziening van de terugvordering.
ECLI:NL:RBOVE:2026:3980De burger krijgt (deels) gelijk omdat het bestreden besluit onvoldoende motiverend was en geen adequaat balanslegging van belangen heeft gemaakt. De gemeente moet de gebreken herstellen, waaronder een nieuwe beoordeling van het recht op bijstand en een herziening van de terugvordering.
ECLI:NL:RBOVE:2026:3980De rechtbank oordeelt dat slechts de beloningscomponent van een familie-mentorvergoeding als inkomen in de zin van artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet mag worden aangemerkt. De onkostencomponent mag niet worden ingehouden op de bijstandsuitkering. Het besluit van het college wordt daarom vernietigd voor zover het de inhouding betreft.
ECLI:NL:RBOBR:2026:5044Een burger die onder bewind staat en een mentor heeft, krijgt geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht voor kosten die zijn ontstaan vóór de aanvraag. Het college hoeft geen afwijking te maken van het draagkrachtbeleid, en de weigering is niet in strijd met gelijkheid of evenredigheid. Het hoger beroep wordt afgewezen.
ECLI:NL:CRVB:2026:883Een burger moet bijstand terugvorderen omdat hij stortingen van derden op zijn rekening niet meldde, wat als inkomen geldt. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inlichtingenverplichting is geschonden en dat dringende redenen voor afwijzing van terugvordering ontbreken.
ECLI:NL:CRVB:2026:907De Sociale Verzekeringsbank had terecht de AIO-aanvulling herzien en een gedeeltelijke terugvordering ingesteld vanwege een teruggave inkomstenbelasting over 2022, omdat deze als inkomen moet worden meegerekend over de periode waarop bijstand werd verleend. De rechtbank bevestigt dat de terugvordering op grond van de Participatiewet en jurisprudentie terecht is.
ECLI:NL:RBZWB:2026:5542Het college had terecht de bijstandsuitkering herzien en teruggevorderd omdat sprake was van ongemelde inkomsten via kasstortingen en vermoedelijke handelstransacties met voertuigen, waarvoor de eiseres geen voldoende bewijs leverde. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBAMS:2026:6110De burger kreeg gelijk voor de intrekking van bijstand over augustus tot december 2020, maar niet voor de resterende periode. De boete werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De terugvordering blijft gedeeltelijk geldig. De burger ontvangt vergoeding voor rechtsbijstand en griffierecht.
ECLI:NL:CRVB:2026:781De rechtbank oordeelt dat een persoonlijke betalingsregeling voor terugvordering van toeslagen terecht is vastgesteld op basis van de betalingscapaciteit, zonder onderbouwing van een veranderd inkomen. Het beroep is ongegrond en de regeling blijft in stand.
ECLI:NL:RBOVE:2026:2686Een alleenstaande ouder heeft bijstand gekregen, maar moest dit terugvorderen wegens niet gemelde bijschrijvingen op haar eigen en haar kinderens bankrekeningen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inlichtingenverplichting is geschonden en geen bijzondere omstandigheden bestaan om bijstand eerder toe te kennen. De terugvordering blijft van kracht.
ECLI:NL:CRVB:2026:681Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 32 PW
samen in 724 uitspraken
Art. 58 PW
samen in 482 uitspraken
Art. 17 PW
samen in 428 uitspraken
Art. 54 PW
samen in 413 uitspraken
Art. 35 PW
samen in 158 uitspraken
Art. 34 PW
samen in 150 uitspraken
Art. 11 PW
samen in 143 uitspraken
Art. 18a PW
samen in 136 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.