Art. 23 WIA

Voordat je een WIA-uitkering krijgt, moet je eerst een wachttijd van 104 weken doorlopen.

Wat dit voor jou betekent

De wachttijd begint op de eerste werkdag dat je door ziekte niet werkt. Dat kan een dag zijn in een dienstbetrekking, maar ook daarbuiten. Vanaf die dag ga je na of je 104 weken hebt gehad die meetellen.

Perioden waarin je recht hebt op ziekengeld tellen mee. Volgen deze perioden elkaar op met een onderbreking van minder dan vier weken, dan worden ze opgeteld. Ook perioden rondom een zwangerschaps- of bevallingsuitkering kunnen meetellen, tenzij de ziektes waarschijnlijk niet dezelfde oorzaak hebben.

Soms krijg je geen ziekengeld, maar wordt dat gelijkgesteld aan recht op ziekengeld. Dat geldt voor situaties die vallen onder artikel 19a en 19b van de Ziektewet. Maar perioden waarin je een zwangerschaps- of bevallingsuitkering krijgt, tellen niet mee. Perioden waarin je geen recht had op ziekengeld door artikel 19aa van de Ziektewet tellen ook niet mee.

Ben je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, dan kun je het UWV vragen om een verkorte wachttijd. Die duurt minstens 13 weken en maximaal 78 weken. Het einde van die verkorte wachttijd ligt niet eerder dan 10 weken na je aanvraag.

Wanneer kom je dit tegen?

  • Je bent al een tijdje ziek en je wilt weten of je binnenkort een WIA-uitkering kunt aanvragen. Je had twee ziektes die bijna naadloos op elkaar volgden, maar er zat een onderbreking van drie weken tussen. Je bent met zwangerschapsverlof geweest en daarna arbeidsongeschikt gebleven. Je bent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en wilt een kortere wachttijd aanvragen. Het UWV zegt dat je nog niet genoeg weken meetelt voor de WIA.

Waar mensen op vastlopen

Veel mensen denken dat elke week dat ze door ziekte niet werken, meetelt voor de wachttijd. Maar dat klopt niet. Perioden zonder recht op ziekengeld tellen niet zomaar mee, ook niet als je later zieker wordt. De wachttijd bestaat uit perioden die aan de regels voldoen, zoals perioden met recht op ziekengeld of perioden die met een korte onderbreking op elkaar volgen. Controleer dus goed of jouw perioden meetellen.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 428 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 24-6-2026.

Wat er in de wet staat

1

Voordat de verzekerde aanspraak kan maken op een uitkering op grond van deze wet geldt voor hem een wachttijd van 104 weken.

2

Als eerste dag van de wachttijd geldt de eerste werkdag al dan niet in een dienstbetrekking waarop door de verzekerde wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld en kunnen dagen waarop niet zou worden gewerkt als werkdag worden aangemerkt.

3

Bij het bepalen van de wachttijd worden de volgende perioden in aanmerking genomen: a. perioden waarin recht bestaat op ziekengeld als bedoeld in de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen worden in aanmerking genomen en worden samengeteld, indien zij: 1°. elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of 2°. direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid , 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid voorafgaande aan en de ongeschiktheid aansluitende op die periode redelijkerwijs niet geacht kunnen worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak; en b. perioden die niet al op grond van onderdeel a meetellen maar waarin de verzekerde ongeschikt is geweest voor zijn arbeid. Deze perioden worden samengeteld, indien zij: 1°. elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of 2°. direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid , 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid voorafgaande aan en de ongeschiktheid aansluitende op die periode redelijkerwijs niet geacht kunnen worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.

4

Met recht op ziekengeld als bedoeld in het derde lid, wordt gelijkgesteld de situatie dat aan een verzekerde geen ziekengeld wordt betaald als gevolg van de toepassing van de artikelen 19a en 19b van de Ziektewet en de daarop berustende bepalingen.

5

Voor het bepalen van de wachttijd worden niet in aanmerking genomen perioden gedurende welke: a. een uitkering wordt genoten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2°; b. geen recht op ziekengeld bestond op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de Ziektewet .

6

Op aanvraag van de verzekerde stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, een verkorte wachttijd vast indien de verzekerde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4, tweede lid , en bij de aanvraag artikel 66 in acht is genomen. Een verkorte wachttijd bedraagt ten minste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Het einde van een verkorte wachttijd wordt niet eerder vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • ongegrond 197 · 46%
  • toegewezen 96 · 22%
  • afgewezen 76 · 18%
  • gegrond 55 · 13%
  • niet-ontvankelijk 4 · 1%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 8 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Centrale Raad van Beroep 24-6-2026 toegewezen

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd en de WIA-uitkering terecht is geweigerd, omdat de werknemer geen voldoende medische onderbouwing had voor extra beperkingen en de wachttijd van 104 weken niet was volgemaakt. De medische en arbeidskundige beoordelingen werden als zorgvuldig en toereikend beoordeeld.

ECLI:NL:CRVB:2026:836
Centrale Raad van Beroep 24-6-2026 afgewezen

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv terecht de aanvraag voor WIA-uitkering heeft afgewezen omdat de werknemer de vereiste wachttijd van 104 weken met recht op ziekengeld niet heeft voltooid. Perioden zonder ziekengeld tellen niet mee, ook niet als de medische situatie later verslechtert.

ECLI:NL:CRVB:2026:865
Rechtbank Overijssel 18-5-2026 ongegrond

De rechtbank oordeelt dat de eiser geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd waardoor het UWV zou moeten terugkomen op zijn eerdere afwijzing van een WIA-uitkering. Het besluit is niet evident onredelijk, waardoor het beroep ongegrond is.

ECLI:NL:RBOVE:2026:2603
Rechtbank Overijssel 7-5-2026 ongegrond

De rechtbank wees het beroep van een werknemer af omdat het UWV terecht het uitkeringsdagloon baseerde op het werktijdverloop van het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, zonder rekening te houden met vroegere medische werktijdsverlagingen. De jurisprudentie van de CRvB sluit een afwijking uit.

ECLI:NL:RBOVE:2026:2452
Centrale Raad van Beroep 11-3-2026 ongegrond

Het Uwv heeft terecht geen toepassing van de 60-plusregeling toegepast op een werknemer die het einde van de wachttijd al had bereikt voordat de regeling inging. Het einde van de wachttijd wordt niet opgeschoven door een loonsanctie, wat betekent dat de werknemer niet onder de doelgroep valt. De uitspraak bevestigt dat de 60-plusregeling alleen van toepassing is op werknemers van 60 jaar en ouder die het einde van de wachttijd bereiken binnen een specifieke datumscop. Gelijke gevallen worden binnen de groep correct behandeld.

ECLI:NL:CRVB:2026:294
Centrale Raad van Beroep 11-3-2026 ongegrond

Het Uwv heeft terecht geen toepassing van de 60-plusregeling toegepast op een werknemer die het einde van de wachttijd al had bereikt voordat de regeling inging. Het einde van de wachttijd wordt niet opgeschoven door een loonsanctie, wat betekent dat de werknemer niet onder de doelgroep valt. De uitspraak bevestigt dat de 60-plusregeling alleen van toepassing is op werknemers van 60 jaar en ouder die het einde van de wachttijd bereiken binnen een specifieke datumscop. Gelijke gevallen worden binnen de groep correct behandeld.

ECLI:NL:CRVB:2026:294
Centrale Raad van Beroep 4-3-2026 ongegrond

Het Uwv mocht een doelgroepverklaring weigeren omdat de aanvraag buiten de wettelijke termijn van drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking was ingediend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen ruimte is voor afwijking van deze strikte termijn, ook niet bij geringe overschrijding of bij werkgevers die de verklaring als essentieel beschouwen.

ECLI:NL:CRVB:2026:246
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3-3-2026 ongegrond

De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd en de WIA-uitkering heeft geweigerd, omdat de eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen 104 weken onafgebroken ziekengeld heeft ontvangen. De beroepen zijn ongegrond.

ECLI:NL:RBZWB:2026:1360
Rechtbank Overijssel 12-2-2026 afgewezen

De rechtbank wijst het beroep van een werknemer af die wil dat haar ZW-uitkering en WIA-aanvraag worden herzien op basis van een nieuw medisch rapport. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, en de oorspronkelijke beslissingen zijn niet evident onredelijk.

ECLI:NL:RBOVE:2026:689
Rechtbank Overijssel 12-2-2026 afgewezen

De rechtbank wijst het beroep van een werknemer af die wil dat haar ZW-uitkering en WIA-aanvraag worden herzien op basis van een nieuw medisch rapport. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, en de oorspronkelijke beslissingen zijn niet evident onredelijk.

ECLI:NL:RBOVE:2026:689
Rechtbank Den Haag 9-2-2026 gegrond

De gemeente mocht de uitkeringslasten van Wsw’ers niet meenemen bij de berekening van de gedifferentieerde premie Whk voor haar reguliere werknemers. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verlaagt de premie van 1,19% naar 0,92%. Dit komt overeen met de situatie zonder Wsw-uitkeringslasten.

ECLI:NL:RBDHA:2026:3577
Rechtbank Den Haag 9-2-2026 gegrond

De rechtbank beslist dat uitkeringslasten van werknemers op grond van de Wet sociale werkvoorzieningen (Wsw’ers) niet mogen worden meegerekend bij de berekening van de gedifferentieerde premie voor de werkhervattingskas voor reguliere werknemers. Dit komt omdat hun risico’s buiten de invloed van de werkgever liggen en niet strookt met het doel van premiedifferentiatie. De premie moet daarom worden vastgesteld op 1,34% in plaats van 2,62%.

ECLI:NL:RBDHA:2026:3555

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 19aa ZW

samen in 67 uitspraken

Art. 4 WIA

samen in 63 uitspraken

Art. 19 ZW

samen in 52 uitspraken

Art. 25 WIA

samen in 43 uitspraken

Art. 7:12 Awb

samen in 39 uitspraken

Art. 19ab ZW

samen in 33 uitspraken

Art. 65 WIA

samen in 31 uitspraken

Art. 29 ZW

samen in 27 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.