Art. 25 WIA
Je werkgever moet tijdens jouw ziekte goed bijhouden hoe het met je gaat, een plan van aanpak maken en een reïntegratieverslag opstellen. Doet hij dat niet goed, dan kan het UWV zijn loonbetalingsplicht verlengen.
Wat dit voor jou betekent
Dit artikel regelt wat jouw werkgever moet doen terwijl jij ziek bent. Hij moet het verloop van jouw ziekte en jouw reïntegratie bijhouden. Hij moet ook samen met jou een plan van aanpak maken. Dit plan moet hij regelmatig evalueren. Jij moet daaraan meewerken.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je bent langdurig ziek en je werkgever moet samen met jou een plan van aanpak opstellen. Je werkgever moet een reïntegratieverslag maken als je bijna twee jaar ziek bent. Je werkgever doet te weinig om jou weer aan het werk te helpen, bijvoorbeeld door herplaatsing niet te onderzoeken. Het UWV kan dan je werkgever verplichten om langer jouw loon door te betalen. Jij moet meewerken aan het plan en het verslag, anders kan dat problemen geven.
Waar mensen op vastlopen
Het grootste misverstand is dat je werkgever zich kan verschuilen achter een foutief advies van de bedrijfsarts. Maar uit de rechtspraak blijkt dat de werkgever daarvoor verantwoordelijk is. Ook als jij uiteindelijk een WIA-uitkering krijgt, kan het UWV nog een loonsanctie opleggen aan je werkgever. De sanctie is dus iets tussen het UWV en je werkgever, maar heeft wel gevolgen voor jouw loon.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 759 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 21-7-2026.
Wat er in de wet staat
De werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet houdt aantekening van het verloop van de ziekte en de reïntegratie van de verzekerde.
De werkgever, bedoeld in het eerste lid, stelt binnen een bij ministeriële regeling nader te bepalen termijn, in overeenstemming met de verzekerde een plan van aanpak op. De afspraken die in het plan van aanpak zijn gemaakt worden door werkgever en verzekerde nageleefd. Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd.
Uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van de wachttijd stelt de werkgever, bedoeld in het eerste lid, in overleg met de verzekerde een reïntegratieverslag op en verstrekt hiervan een afschrift aan de verzekerde.
Indien artikel 24, eerste lid , toepassing heeft gevonden: a. stelt de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij nog geen reïntegratieverslag heeft opgesteld, in afwijking van het derde lid, het reïntegratieverslag uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het door het UWV vastgestelde verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid , op en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde; b. vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij al een reïntegratieverslag heeft opgesteld dit reïntegratieverslag uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het door het UWV vastgestelde verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid , aan en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde, tenzij de verzekerde verzoekt dit, in verband met het doen van een aanvraag als bedoeld in artikel 64 eerder te doen. De werkgever komt binnen twee weken aan dit verzoek tegemoet.
Bij de uitvoering van het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet of door een arbodienst.
De verzekerde verleent zijn medewerking bij het opstellen van het plan van aanpak en het opstellen van het reïntegratieverslag.
Bij ministeriële regeling kunnen regels met betrekking tot het eerste tot en met zesde lid worden gesteld.
Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het UWV aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld.
Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel 64 en de beoordeling, bedoeld in artikel 65 blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verlengt het UWV het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet , opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen kan herstellen. De verlenging bedoeld in de eerste zin, is ten hoogste 52 weken. Indien op het moment van verlenging van het tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht bestaat op verlof op grond van artikel 3:1, van de Wet arbeid en zorg , vangt het verlengde tijdvak aan met ingang van de dag waarop dat verlof eindigt. Indien tijdens het verlengde tijdvak, bedoeld in de eerste zin, recht ontstaat op verlof als bedoeld in de derde zin, wordt het tijdvak onderbroken voor de duur van dat verlof.
Het UWV geeft de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid uiterlijk zes weken voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 , of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 voor de afloop van het verlengde tijdvak, indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64 , tijdig is gedaan. Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64 , niet tijdig is gedaan, wordt de in de vorige zin bedoelde beschikking uiterlijk zes weken voor de afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629 lid 11, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek , gegeven dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet .
Verlenging van het tijdvak als bedoeld in het negende lid vindt niet plaats indien het UWV de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid niet geeft voor de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 , of indien toepassing is gegeven aan artikel 24 van deze wet dan wel aan het artikel 629 lid 11, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek , of artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet , voor afloop van het verlengde tijdvak.
Indien de werkgever na toepassing van het negende lid van mening is dat hij zijn tekortkoming ten aanzien van de in het negende lid bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen heeft hersteld, meldt hij dit aan het UWV, waarbij hij aantoont dat hij de tekortkoming heeft hersteld.
Het UWV geeft de beschikking waarin wordt vastgesteld of de tekortkoming, bedoeld in het negende lid, is hersteld binnen drie weken na de ontvangst van de melding, bedoeld in het twaalfde lid.
Het tijdvak, bedoeld in het negende lid, eindigt zes weken nadat het UWV heeft vastgesteld dat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de in het negende lid bedoelde verplichtingen of reïntegratie-inspanningen heeft hersteld, maar niet later dan na 52 weken. Indien het UWV de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid, de beschikking waarin wordt vastgesteld dat een tekortkoming is hersteld of de beschikking waarin wordt vastgesteld dat een tekortkoming niet is hersteld, te laat geeft, eindigt het tijdvak zoveel eerder als de beschikking later is afgegeven.
Indien het UWV heeft vastgesteld dat de tekortkoming, bedoeld in het negende lid, is hersteld, geeft het UWV binnen zes weken een beschikking over het ontstaan van het recht op een uitkering als bedoeld in hoofdstuk 6 en 7 .
Bij ministeriële regeling kunnen voor de toepassing van het negende tot en met het vijftiende lid nadere regels worden gesteld.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- ongegrond 353 · 47%
- toegewezen 253 · 33%
- gegrond 97 · 13%
- afgewezen 49 · 6%
- niet-ontvankelijk 5 · 1%
- niet_ontvankelijk 2 · 0%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 4 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
De rechtbank bevestigt de loonsanctie tegen een werkgever omdat de bedrijfsarts over een langere periode onredelijk heeft ingeschat dat een (ex-)werknemer onbelastbaar was, zonder adequate medische onderbouwing. De werkgever moest daarom het loon doorbetalen. De werkgever ontvangt schadevergoeding wegens vertraging van het besluit.
ECLI:NL:RBZWB:2026:6680Het Uwv heeft terecht een loonsanctie opgelegd aan een werkgever omdat deze zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen verrichtte, ondanks dat er vanaf 20 juli 2022 benutbare arbeidsmogelijkheden waren volgens het inzetbaarheidsprofiel van de bedrijfsarts.
ECLI:NL:CRVB:2026:834De werkgever heeft onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht door arbeidsgerelateerde problemen niet afdoende aan te pakken en herplaatsingskansen in een ander filiaal te negeren. Het Uwv legt daarom een loonsanctie op, die de rechtbank bevestigt. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBMNE:2026:3194De werkgever moet re-integratie-inspanningen verrichten, ook als de bedrijfsarts een foutief advies geeft. De rechtbank bevestigt dat de onjuiste inschatting van de belastbaarheid van de werknemer niet binnen de professionele marge van de bedrijfsarts valt. De werkgever draagt de verantwoordelijkheid voor het advies van de bedrijfsarts, waardoor de loonsanctie terecht is opgelegd.
ECLI:NL:RBOBR:2026:3540Het Uwv heeft terecht een loonsanctie opgelegd aan een werkgever omdat deze onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, ondanks adviezen van de bedrijfsarts die later als onjuist bleken. De werkgever had geen deugdelijke grond voor haar handelen en miste essentiële stappen zoals mediation en herwaardering van de belastbaarheid.
ECLI:NL:CRVB:2026:461De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht een loonsanctie heeft opgelegd aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, ondanks dat de werknemer uiteindelijk een WIA-uitkering ontving. De verlenging van de loondoorbetalingsperiode tot 13 maart 2024 is gerechtvaardigd door de vertraging in de WIA-aanvraag en gebrek aan adequate herintegratiemaatregelen.
ECLI:NL:RBZWB:2026:2648Het UWV heeft terecht een loonsanctie opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, zonder deugdelijke grond. De rechtbank bevestigt dat de werkgever verantwoordelijk is voor het tijdschrift van het tweede spoor-traject en het opstellen van een adequaat re-integratieplan.
ECLI:NL:RBZWB:2026:1238Het UWV heeft gerechtvaardigd de loondoorbetalingsverplichting van een werkgever verlengd omdat deze onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd. De rechtbank oordeelde dat de werkgever niet actief genoeg was in de periode na 26 september 2023, ondanks de mogelijkheid tot herintegratie. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBZWB:2026:953De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht geen loonsanctie heeft opgelegd aan de ex-werkgever, omdat de re-integratie-inspanningen voldoende waren, ondanks afwijkingen van richtlijnen. De eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de bedrijfsartsen onredelijk hebben gehandeld.
ECLI:NL:RBOVE:2026:613Het Uwv heeft terecht een loonsanctie opgelegd aan een werkgever omdat deze onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De rechtbank bevestigt dat de werkgever verantwoordelijk is voor het oordeel van de bedrijfsarts, ook als dit onjuist is. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBMNE:2026:3951De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de werkgever te laat een adequaat tweede-spoortraject heeft ingezet, ondanks duidelijke adviezen dat herstel in het eigen bedrijf niet mogelijk was. De verplichting tot tijdige actie ligt bij de werkgever, ook bij twijfel over deskundigenadviezen.
ECLI:NL:RBMNE:2026:275De rechtbank oordeelt dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, ondanks administratieve tekortkomingen. Het UWV had dus terecht geen loonsanctie opgelegd, omdat re-integratiekansen niet waren gemist en het resultaat bevredigend was.
ECLI:NL:RBOBR:2026:315Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 65 WIA
samen in 364 uitspraken
Art. 7:658a BW
samen in 103 uitspraken
Art. 7:629 BW
samen in 99 uitspraken
Art. 64 WIA
samen in 64 uitspraken
Art. 76a ZW
samen in 58 uitspraken
Art. 23 WIA
samen in 43 uitspraken
Art. 8:32 Awb
samen in 34 uitspraken
Art. 26 WIA
samen in 32 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.