Art. 64 WIA
Je moet zelf een WIA-uitkering aanvragen, en het UWV beoordeelt of je recht hebt.
Wat dit voor jou betekent
Het UWV bekijkt op jouw aanvraag of je recht hebt op een WIA-uitkering. Je moet die aanvraag zelf doen, het gebeurt niet automatisch. Het UWV moet je op tijd laten weten dat je kunt aanvragen. Dat doet het uiterlijk op de dag dat de wachttijd 89 weken heeft geduurd. Je werkgever krijgt ook een afschrift van die kennisgeving.
Je kunt de aanvraag doen tot uiterlijk 11 weken voordat de wachttijd afloopt. Ben je later, dan kan het recht op uitkering niet verder teruggaan dan 52 weken voor de dag van je aanvraag. Het UWV mag alleen in bijzondere gevallen van die regel afwijken. Als je aanvraag wordt afgewezen omdat een uitsluitingsgrond geldt, moet het UWV je wijzen op de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag te doen. Ook moet het UWV aangeven binnen welke termijn je dat moet doen.
Een aanvraag is soms toch op tijd, ook al was je te laat. Dat geldt als het UWV je niet op tijd heeft geïnformeerd, of als je binnen vier weken na een latere kennisgeving alsnog aanvraagt. Maar dat geldt niet als je werkgever de aangifte voor de Ziektewet niet vóór de 81 weken van de wachttijd heeft gedaan. Het UWV kan de behandeling van je aanvraag opschorten, bijvoorbeeld omdat je iets niet hebt aangeleverd. Daarna moet het de behandeling weer oppakken, onder meer als je dienstverband eindigt. In situaties waarin een uitkering weigeren heel onredelijk zou zijn, mag het UWV het recht ook zonder jouw aanvraag vaststellen.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je bent al lang ziek en je krijgt een brief van het UWV dat je een WIA-uitkering kunt aanvragen.
- • Je hebt die aanvraag niet op tijd gedaan en je wilt later alsnog een uitkering krijgen.
- • Het UWV heeft je verteld dat je opnieuw een aanvraag mag doen, maar alleen binnen een bepaalde termijn.
- • Je werkgever heeft te weinig gedaan aan je re-integratie en daardoor loopt de wachttijd langer door.
- • Je zat in detentie of in het buitenland en kon niet op tijd bewijzen hoe het met je inkomen zat.
Waar mensen op vastlopen
Het grootste misverstand is dat het UWV automatisch een WIA-uitkering toekent. Dat is niet zo: je moet zelf aanvragen. Als je te laat bent, krijg je niet alles met terugwerkende kracht, maar hooguit over de 52 weken voor je aanvraag. Ook kun je niet vertrouwen op de hardheidsclausule, want dat is een uitzondering. Het UWV moet zelf vinden dat weigeren heel onredelijk zou zijn.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 203 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 3-7-2026.
Wat er in de wet staat
Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op een uitkering op grond van artikel 47 of artikel 54 ontstaat.
Het UWV stelt de verzekerde van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk op de dag waarop de wachttijd 89 weken heeft geduurd. Indien artikel 24, derde lid , van toepassing is doet het UWV deze kennisgeving bij de bekendmaking van de in dat artikellid bedoelde beschikking. Het UWV verstrekt aan de werkgever een afschrift van de kennisgeving bedoeld in de eerste en tweede zin.
De verzekerde doet zijn aanvraag uiterlijk elf weken voor afloop van de wachttijd of indien toepassing is gegeven aan artikel 24, derde lid , elf weken voor afloop van het in dat lid bedoelde verlengde tijdvak.
Indien het UWV de in het eerste lid bedoelde aanvraag afwijst omdat een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e, f of i , van toepassing is maakt het UWV melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag alsmede van de termijn waarbinnen een nieuwe aanvraag dient te worden gedaan.
Indien het vierde lid van toepassing is doet de verzekerde zijn nieuwe aanvraag binnen de op grond van dat lid door het UWV aangegeven termijn.
Een aanvraag wordt geacht tijdig te zijn ingediend indien het UWV de kennisgeving als bedoeld in het tweede lid niet heeft gedaan dan wel indien bij een latere kennisgeving dan bedoeld in het tweede lid of vierde lid de aanvraag wordt ingediend binnen vier weken nadat deze kennisgeving is ontvangen. Dit lid is niet van toepassing indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet , niet heeft gedaan voor de dag waarop de wachttijd 81 weken heeft geduurd.
Indien het UWV toepassing geeft aan artikel 25, negende lid , of artikel 26, tweede lid, tweede zin , wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort.
Het UWV hervat de behandeling van de aanvraag in ieder geval: a. indien het UWV heeft vastgesteld dat de tekortkoming, bedoeld in artikel 25, negende lid , of artikel 26, tweede lid , is hersteld; b. op verzoek van de werknemer in verband met de beëindiging van zijn dienstbetrekking; of c. tenminste zes weken voordat het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid , of artikel 26, tweede lid , van 52 weken is verstreken.
Artikel 25, vijftiende lid , is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in het achtste lid, onderdelen b en c.
Indien de toepassing van het eerste lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het UWV bevoegd het recht op een uitkering op grond van deze wet ambtshalve vast te stellen.
Het recht op een uitkering op grond van deze wet kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 52 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het UWV kan voor bijzondere gevallen van de eerste zin afwijken.
Het elfde lid is van overeenkomstige toepassing indien het recht op uitkering op grond van deze wet later ontstaat dan wel herleeft of indien de uitkering op grond van deze wet wordt verhoogd.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die door de verzekerde bij de aanvraag worden verstrekt.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- ongegrond 94 · 46%
- toegewezen 48 · 24%
- gegrond 35 · 17%
- afgewezen 26 · 13%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 4 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
Het Centrale Raad van Beroep kent een ex-werknemer met ingang van 27 november 2017 een IVA-uitkering toe omdat het Uwv het motiveringsgebrek bij de vaststelling van de ingangsdatum niet heeft hersteld. De Raad voorziet zelf in de zaak en stelt dat de medische duurzame situatie al vanaf die datum bestond.
ECLI:NL:CRVB:2026:927Het UWV heeft terecht de ingangsdatum van de IVA-uitkering vastgesteld op 1 september 2018 en het uitkeringspercentage op 85% wegens hulpbehoevendheid. De rechtbank bevestigt dat de medische bewijzen voldoen aan de criteria voor duurzame arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke hulpbehoevendheid, maar niet voor een verhoging tot 100%. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBROT:2026:4503De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht een loonsanctie heeft opgelegd aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, ondanks dat de werknemer uiteindelijk een WIA-uitkering ontving. De verlenging van de loondoorbetalingsperiode tot 13 maart 2024 is gerechtvaardigd door de vertraging in de WIA-aanvraag en gebrek aan adequate herintegratiemaatregelen.
ECLI:NL:RBZWB:2026:2648Het Uwv mag de WIA-uitkering pas vanaf 1 mei 2023 herleven, omdat de betrokkene onvoldoende bewijsstukken leverde over zijn verblijf en inkomen na detentie. Zonder dergelijke informatie kan het recht op uitkering niet worden vastgesteld voorafgaand aan die datum.
ECLI:NL:CRVB:2026:209De werkgever kon niet als belanghebbende worden aangemerkt bij het WW-besluit van 2021, omdat het dienstverband pas later begon. Het bezwaar daarop is dus niet-ontvankelijk. Het WIA-besluit is terecht, omdat er geen kennelijke hardheid was en de aanvraag op tijd werd ingediend. Het verzoek om schadevergoeding is deels afgewezen, deels niet-ontvankelijk.
ECLI:NL:RBZWB:2026:1107De rechtbank oordeelt dat het verhoogde dagloon vanaf 21 november 2018 van toepassing is bij de berekening van de IVA-uitkering, omdat dit de ingangsdatum van het recht op uitkering is. Het beroep is gegrond en het UWV moet de uitkering herzien en de kosten vergoeden.
ECLI:NL:RBZWB:2026:340De rechtbank beoordeelt of een werknemer recht heeft op een WIA-uitkering met ingang van 9 februari 2015, ondanks dat de aanvraag pas in 2021 werd ingediend. Ondanks medische signalen uit 2015 en latere bevestiging van zwaarere klachten, is er geen sprake van een bijzonder geval. De 52-wekenregel geldt, dus de uitkering gaat pas vanaf 14 januari 2020. Het beroep is ongegrond.
ECLI:NL:RBZWB:2026:249Het Uwv heeft terecht een IVA-uitkering met ingang van 18 november 2018 toegekend, omdat de aanvraag pas op 18 november 2019 werd ingediend en geen sprake was van een bijzonder geval. Wel werd de Staat veroordeeld tot schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
ECLI:NL:CRVB:2026:58De Centrale Raad van Beroep beslist dat de IVA-uitkering voor een ex-werknemer met ernstige morbus Chrohn moet ingaan vanaf 18 december 2014, ondanks de wettelijke 52-weken termijn, omdat het Uwv in vergelijkbare gevallen inconsistent handelt. Het gelijkheidsbeginsel is geschonden, waardoor de termijn achterwege blijft. De Staat moet schadevergoeding betalen van € 1.500,- en het Uwv de proceskosten van € 4.670,- vergoeden.
ECLI:NL:CRVB:2026:55Het Uwv moet onderzoeken of een ex-werknemer al vóór 27 november 2018 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Als dat het geval is, moet de IVA-uitkering met terugwerkende kracht worden toegekend, ondanks de 52-weken termijn, omdat het Uwv in vergelijkbare gevallen inconsistent heeft gehandeld, wat het gelijkheidsbeginsel schendt.
ECLI:NL:CRVB:2026:59Het Uwv heeft een WIA-aanvraag onvoldoende tijdig beoordeeld, waardoor een dwangsom van €1.442,- is verbeurd. De zaak wordt terugverwezen naar het Uwv voor een correcte bezwaarbehandeling. De rechtbank had onjuist het besluit van 16 maart 2023 in de procedure betrokken zonder de bezwaarfase te volgen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1791Het Uwv heeft een WIA-aanvraag onvoldoende tijdig beoordeeld, waardoor een dwangsom van €1.442,- is verbeurd. De zaak wordt terugverwezen naar het Uwv voor een correcte bezwaarbehandeling. De rechtbank had onjuist het besluit van 16 maart 2023 in de procedure betrokken zonder de bezwaarfase te volgen.
ECLI:NL:CRVB:2025:1791Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 25 WIA
samen in 64 uitspraken
Art. 65 WIA
samen in 55 uitspraken
Art. 7:629 BW
samen in 42 uitspraken
Art. 7:658a BW
samen in 24 uitspraken
Art. 48 WIA
samen in 17 uitspraken
Art. 6:19 Awb
samen in 16 uitspraken
Art. 4:6 Awb
samen in 15 uitspraken
Art. 23 WIA
samen in 15 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.